thumb|rechts|Monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers, opgericht in 1995. thumb|rechts|Kaart van de comarca Vega Baja del Segura met de ligging van Albatera.

Het concentratiekamp van Albatera was een franquistisch concentratiekamp in Spanje. Het bevond zich op het huidige grondgebied van de gemeente San Isidro, in de comarca Vega Baja del Segura in de provincie Alicante, in de Valenciaanse Gemeenschap. Het kamp was van april tot oktober 1939 in gebruik, na afloop van de Spaanse Burgeroorlog. Het was gevestigd op het terrein van een eerder, in 1937 door de Tweede Spaanse Republiek opgericht werkkamp.

Geschiedenis

Republikeins werkkamp In 1937 richtte de regering van de Tweede Spaanse Republiek op het terrein een werkkamp in. Het kamp viel onder de Dirección General de Prisiones en was bestemd voor veroordeelden. Bij de opening op 24 oktober 1937 waren onder anderen de minister van Justitie Manuel Irujo en de directeur-generaal van Gevangenissen Vicente Sol aanwezig.

Het project stond in verband met plannen voor ontzilting, drooglegging en landbouwkundige ontginning van zoute gronden in het stroomgebied van de Segura. Volgens contemporaine voorlichting moest daarbij ongeveer 40.000 hectare ongezonde grond in landbouwgrond worden omgezet. Het project werd gepresenteerd als een moderne voortzetting van de ontginningspolitiek van kardinaal Belluga, die in de 18e eeuw in de Vega Baja del Segura ongeveer 40.000 tahúllas moerasgrond liet ontwateren en voor landbouw geschikt maken. De twee oppervlaktematen hebben betrekking op verschillende projecten: een tahúlla is een lokale oppervlaktemaat en is aanzienlijk kleiner dan een hectare.

Volgens El País werden in de republikeinse fase ongeveer 1.400 krijgsgevangenen in het kamp vastgehouden. De gemeente San Isidro vermeldt dat vanaf oktober 1937 ongeveer 1.620 gevangenen in de barakken verbleven en dat de gevangenispopulatie in 1938 1.012 personen bedroeg. De uiteenlopende aantallen kunnen betrekking hebben op verschillende momenten, op de voorziene capaciteit of op de feitelijke bezetting.

Franquistisch concentratiekamp Na de franquistische overwinning werd het voormalige werkkamp omgevormd tot concentratiekamp. Volgens een nota van de generale staf werd het kamp op 11 april 1939 officieel als zodanig ingericht.

Veel gevangenen waren na de val van de Tweede Spaanse Republiek in de haven van Alicante gevangengenomen of eerst ondergebracht in het Campo de los Almendros. Zij werden vervolgens naar Albatera overgebracht.

Aantal gevangenen en doden

De aantallen geïnterneerden in Albatera lopen per bron uiteen. Volgens El País is de enige niet-mondelinge bron voor het aantal gevangenen een bericht in de franquistische Hoja Oficial de Alicante van 28 april 1939, waarin sprake was van “zesduizendachthonderd roden”. De aanduiding “roden” (Spaans: rojos) was een politieke en stigmatiserende term die door de nationalistische en franquistische zijde werd gebruikt voor werkelijke of vermeende aanhangers van de Republiek, de politieke linkerzijde en andere als vijandig beschouwde groepen.

Felipe Mejías López schat dat het franquistische leger ongeveer 15.000 republikeinen in het kamp interneerde. El País noemt, op basis van archeologisch onderzoek en verklaringen van Mejías López, een aantal van 14.000 tot 16.000 gevangenen die in de barakken waren samengebracht. Volgens de gemeentelijke pagina van San Isidro bedroeg het aantal binnengekomen gevangenen 14.600; journalist en oud-gevangene Eduardo de Guzmán noemde in zijn herinneringen ongeveer 18.000 tot 20.000 personen.

Het totale aantal doden en verdwenen personen is niet met zekerheid vastgesteld. Mejías López noemt overbevolking, extreme honger en dorst, onbehandelde infectieziekten, periodieke sacas, executies en martelingen als omstandigheden die tot een nog niet gekwantificeerd aantal doden en verdwenen personen leidden.

Volgens Mejías López waren honger en darmziekten de voornaamste doodsoorzaken. Hij verklaarde in 2020 dat acht fusillades in of bij het kamp konden worden gedocumenteerd. Dit betreft gedocumenteerde gevallen van fusillade en is geen volledig dodental voor het kamp.

Levensomstandigheden en repressie

De omstandigheden in het franquistische kamp waren zeer zwaar. De overbevolking, beperkte voedselvoorziening, dorst en gebrekkige sanitaire voorzieningen droegen bij aan de verspreiding van ziekten. De gevangenen ontvingen volgens Mejías López slechts één blik conserven per twee dagen voor twee personen en één stuk brood voor vijf personen.

Het oorspronkelijke kampterrein met houten gebouwen, barakken, keukens, magazijnen, strafcellen en een hospitaal moest worden uitgebreid vanwege de grote toestroom van gevangenen. De nieuw ingerichte gedeelten waren onvoldoende uitgerust en beschikten onder meer over geïmproviseerde latrines in een grote greppel.

De bewaking was aanvankelijk in handen van de derde compagnie van het zesde bataljon van het Regiment San Quintín uit Valladolid. Later werden deze militairen vervangen door soldaten van een tabor van de Groep Regulares nummer 2 van Melilla. De eerste kampcommandant was luitenant Agustín Pérez Palomo; in juni 1939 werd hij opgevolgd door luitenant Anselmo Rivas Jordán.

Archeologisch onderzoek, dat in 2017 begon, had onder meer tot doel de grenzen en structuren van het kamp vast te stellen en mogelijke massagraven van geëxecuteerde of in het kamp overleden gevangenen te lokaliseren. Daarbij werden resten van twee barakken, delen van omheiningen, voorwerpen van bewakers en gevangenen, voedselresten, menselijke resten en munitie aangetroffen.

Sluiting en nasleep

Het concentratiekamp werd in oktober 1939 gesloten en ontmanteld. Veel gevangenen werden vervolgens overgebracht naar andere gevangenissen, werkkampen en concentratiekampen, waaronder het concentratiekamp van Porta Coeli.

Na de sluiting verdwenen veel zichtbare resten van het kamp. Het terrein werd later deels opgenomen in het gebied van de nieuw gevormde gemeente San Isidro. Archeologisch onderzoek heeft bijgedragen aan de reconstructie van de ligging, de inrichting en de materiële sporen van het kamp.

Bekende gevangenen

Tot de bekende geïnterneerden in het franquistische concentratiekamp behoorden onder anderen: Amós Acero, politicus, volksvertegenwoordiger voor de PSOE en burgemeester van Vallecas Miguel Alonso Calvo (pseudoniem Ramón de Garciasol), schrijver David Antona, vakbondsbestuurder en gouverneur van Ciudad Real Manuel Arnil, politicus en lid van het Comité de Defensa Confederal van de CNT Francisco Bajo Mateos, arts en directeur-generaal voor kindergezondheid Ricardo Burillo, militair en commandant van verschillende eenheden van het Republikeinse leger Antonio Ejarque Pina, vakbondsbestuurder en commissaris van een divisie van het Republikeinse leger Alfonso Fernández Torres, politicus en voorzitter van de provinciale raad van Jaén Ángel Gaos, schrijver Manuel García-Pelayo, jurist en voorzitter van het Grondwettelijk Hof Eduardo de Guzmán, journalist en directeur van de krant Castilla Libre Rafael Henche de la Plata, politicus en burgemeester van Madrid Juan Ibarrola, militair en kolonel van het Republikeinse leger Jesús Larrañaga, politicus en leider van de PCE Fernando Macarro Castillo (pseudoniem Marcos Ana), dichter Jaume Mata, politicus en voorzitter van de Vereniging van Republikeinse Vliegers Manuel Navarro Ballesteros, journalist en directeur van Mundo Obrero Leopoldo Ortega, militair en chef-staf van de 67e Divisie van het Republikeinse leger Ángel Pedrero, politicus en hoofd van de SIM in Madrid Antonio Pérez Ariño, vakbondsbestuurder en lid van de Nationale Defensieraad Juan Peset, arts en rector van de Universiteit van Valencia Pascual Pla y Beltrán, dichter Heriberto Quiñones, communistisch politicus Gonzalo Recatero, arts en hoofd van de Geneeskundige Dienst van het Levant-leger Jorge Renales Fernández (pseudoniem Jorge Campos), schrijver Arturo Rodríguez Suárez, wiskundige en lid van een republikeinse telecommunicatie-eenheid José Rodríguez Vega, vakbondsbestuurder en secretaris-generaal van de UGT Luis Sendín, vakbondsbestuurder en algemeen commissaris van de Divisie van Gepantserde Voertuigen van het Republikeinse leger Jorge Sepúlveda, zanger Nilamón Toral, luitenant-kolonel van de milities van het Republikeinse leger Antonio Trigo Mairal, politicus en gouverneur van Madrid Francisco Trillo, politicus en ondersecretaris van Volksgezondheid Manuel Tuñón de Lara, historicus Etelvino Vega, luitenant-kolonel van de milities van het Republikeinse leger en militair gouverneur van Alicante Manuel Villar Mingo, journalist en vakbondsbestuurder, directeur van de kranten CNT en Fragua Social Ricardo Zabalza, politicus en socialistisch volksvertegenwoordiger

Herdenking en historische herinnering

Sinds 2008 worden in San Isidro bijeenkomsten georganiseerd rond het voormalige concentratiekamp van Albatera. Zij hebben tot doel de herinnering aan de geïnterneerden levend te houden, onderzoek naar het kamp te bevorderen en kennis te verspreiden over de franquistische repressie in de provincie Alicante.

In 2020 werd in de omgeving van het voormalige kampterrein een informatiepaneel geplaatst. De bijeenkomsten omvatten onder meer lezingen, rondetafelgesprekken, bezoeken aan het terrein en herdenkingen voor de slachtoffers.

Bibliografie

Categorie:Spaanse Burgeroorlog Categorie:Concentratiekamp Categorie:Geschiedenis van Valencia Categorie:Alicante (provincie) Categorie:Geschiedenis van Spanje