Juan Antonio de Uruñuela y Aransay (Vizcaya, 27 augustus 1729 – Madrid, 7 april 1793) was een Spaans jurist en rechter, die in verschillende functies in het Spaanse koloniale bestuur werkzaam was. Hij was onder meer oidor (rechter) van de Audiencia van Manilla, oidor van de Audiencia van Mexico, regent van de Audiencia van Guatemala en fiscal (openbaar aanklager) van de Raad van Indië voor Nieuw-Spanje. Uruñuela was ridder in de Orde van Karel III.
Levensloop Juan Antonio de Uruñuela y Aransay werd geboren op 27 augustus 1729 in Vizcaya, als zoon van Lucas Felipe de Uruñuela Gómez, afkomstig uit Santurde de Rioja, en María Aransay Sancho, eveneens afkomstig uit die plaats. Uruñuela studeerde aan de Universiteit van Sigüenza, waar hij de graad van bachiller in het canoniek recht en het burgerlijk recht behaalde. Vervolgens studeerde hij aan de Universiteit van Ávila, waar hij de graad van licentiaat behaalde. In 1752 trad hij toe tot het Colegio Menor de Pan y Carbón van de Universiteit van Salamanca. Hij bleef daar tot 1766. Hij was vijfmaal rector van het college en was van 1753 tot 1755 secretaris., Juan Antonio de Uruñuela y Aransay, Real Academia de la Historia, geraadpleegd op 6 september 2026.
Op 4 december 1766 werd Uruñuela door de Spaanse kroon benoemd tot oidor supernumerario van de Audiencia van Manilla. De Audiencia van Manilla was het hoogste rechtscollege van de Spaanse Filipijnen en had daarnaast belangrijke bestuurlijke taken. Op 22 juni 1767 kreeg hij toestemming om naar de Filipijnen te vertrekken, samen met een bediende. Tijdens zijn verblijf in de Filipijnen werd hij belast met de uitzetting van de sangleyes, zoals de Chinezen in de Spaanse koloniale Filipijnen werden genoemd. Bij een koninklijk besluit van 5 augustus 1770 werd bepaald dat ook gehuwde sangleyes konden worden uitgezet wanneer zij zich tijdens de recente oorlog met de Britten schuldig hadden gemaakt aan ontrouw en afvalligheid. In 1770 maakte Uruñuela daarnaast deel uit van de Junta Superior de gobierno die gouverneur Simón de Anda had ingesteld voor de behandeling van aangelegenheden betreffende de bezittingen van de verdreven jezuïeten. In datzelfde jaar beschuldigde Anda hem ervan samen met zijn collega Manuel Galván y Ventura en de voormalige gouverneur-generaal José Antonio Raón te hebben samengespannen. Uruñuela werd onder meer verweten dat hij bij stemmingen in de Audiencia volgens de instructies van Raón had gestemd en betrokken was geweest bij de vermeende samenzwering tegen Galván. (1907), The Philippine Islands, 1493–1898, deel 50, Cleveland, Arthur H. Clark Company, p. 301-302.
Op 13 januari 1777 werd Uruñuela op voordracht van de Cámara de Indias van de Raad van Indië benoemd tot alcalde del Crimen van de Audiencia van Mexico. De Audiencia van Mexico was het hoogste gerechtshof van Nieuw-Spanje en had daarnaast belangrijke bestuurlijke taken. Hij trad echter niet in deze functie aan, omdat hij op 6 mei 1778 werd benoemd tot oidor van dezelfde Audiencia, als opvolger van Basilio de Villarrasa, die was bevorderd tot fiscal van de Casa de Contratación.
Uruñuela was inmiddels vanuit de Filipijnen naar Spanje teruggekeerd. Op 24 december 1781 kreeg hij toestemming om naar Nieuw-Spanje terug te keren om zijn functie als oidor in Mexico te vervullen, opnieuw samen met een bediende. Hij bleef echter niet lang in Mexico. Op 13 mei 1782 werd hij benoemd tot regent van de Audiencia van Guatemala, als opvolger van Vicente de Herrera y Rivero, die was bevorderd tot regent van de Audiencia van Mexico. Op 14 augustus 1784 nam hij zijn functie in Guatemala in.
In 1782 kreeg Uruñuela, in opdracht van minister José de Gálvez, drie commissies in verband met de zaken tegen de gouverneur van Cuba, Juan Manuel de Cagigal, en diens medewerker Francisco de Miranda. De opdrachten betroffen onder meer onderzoek naar vermeende smokkel vanuit Jamaica, een incident rond de Britse officier John Campbell en de residentie van Cagigal. De eerste onderzoeken begonnen in december 1783. Op 22 december 1783 deed Uruñuela uitspraak in het strafrechtelijke deel van de zaak tegen Miranda en veroordeelde hem tot verlies van zijn militaire functie en tien jaar gevangenisstraf in Oran., Francisco de Miranda y su ruptura con España, Caracas/Tenerife, Academia Nacional de la Historia de Venezuela en Ediciones Idea, 2006, p. 87-97, online via deze link
Op 16 september 1789 werd Uruñuela benoemd tot fiscal van de Raad van Indië voor Nieuw-Spanje, als opvolger van Ramón de Rivera y Peña. Hij nam de functie op 5 februari 1791 op zich en bleef fiscal van de Raad van Indië tot zijn overlijden op 7 april 1793 in Madrid.
Referenties
Categorie:Persoon in de Spaans koloniale Filipijnen Categorie:Spaans rechter Categorie:Rechter van de Audiencia van Manilla Categorie:Ridder