Theunis Frederik Jacobus (Theuns) Dreyer (Potchefstroom, 8 december 1946), doorgaans publicerend als T.F.J. Dreyer, is een Zuid-Afrikaans theoloog, predikant en emeritus hoogleraar praktische theologie aan de Universiteit van Pretoria. Hij verwierf vooral bekendheid als homileet, praktisch theoloog en kerkelijk bestuurder binnen de Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika (NHKA). Dreyer was van 1983 tot 2000 hoogleraar en hoofd van het departement Praktische Theologie en van 2000 tot zijn pensionering de eerste directeur van het Hervormde Teologiese Kollege aan de Universiteit van Pretoria.

Jeugd en opleiding Dreyer werd geboren in Potchefstroom als jongste kind van Thomas Frederik Dreyer en Barbara de Villebois Evans. Vier van zijn oudere broers waren eveneens predikant en zijn zuster trouwde met een predikant. Ook twee van zijn ooms, de tweeling J.G.M. en T.F.J. Dreyer, waren predikant.

Hij bezocht de M.L. Fick Laerskool en het Hoërskool Gimnasium in Potchefstroom, waar hij in 1963 eindexamen deed. Vervolgens studeerde hij aan de Universiteit van Pretoria. Hij behaalde er in 1966 de graad Bachelor of Arts en in 1969 met lof de graad Bachelor of Divinity. In 1970 legde hij eveneens met lof zijn doctorale examen af.

Na zijn studie vertrok Dreyer naar Nederland voor verdere studie in de praktische theologie. In 1974 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Utrecht bij H. Jonker op het proefschrift J.J. van Oosterzee as homileet (1817–1882), een studie naar de prediking en homiletische opvattingen van de negentiende-eeuwse Nederlandse theoloog Johannes Jacobus van Oosterzee.

Predikantschap Dreyer werd op 20 juni 1970 als predikant bevestigd in de gemeente Newlands van de Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika. Daarna diende hij achtereenvolgens de gemeenten Krugersdorp-Noord, Noord-Rand, Voortrekkerhoogte en Hartebeestpoort.

Vanaf 1977 was hij daarnaast tijdelijk en in deeltijd docent praktische theologie aan de Universiteit van Pretoria. Zijn onderwijsopdracht betrof aanvankelijk vooral de poimeniek, de theologische bestudering van het pastoraat.

In 1981 publiceerde hij Poimeniek: 'n pastorale oriëntasie, een inleiding in de pastorale theologie.

Universiteit van Pretoria thumb|260px|De theologische faculteit van de Universiteit van Pretoria, waar Dreyer vanaf 1977 doceerde en van 1983 tot 2000 hoogleraar praktische theologie was.

Na het overlijden van hoogleraar J.I. de Wet werd Dreyer in augustus 1983 benoemd tot hoogleraar en hoofd van het departement Praktische Theologie van de theologische faculteit van de Universiteit van Pretoria. Hij doceerde onder meer homiletiek, pastorale theologie en evangelistiek.

Zijn onderzoek richtte zich vooral op de wetenschappelijke grondslagen van de praktische theologie, de theorie en praktijk van de prediking, kerkelijke bedieningsstructuren, spiritualiteit en de verhouding tussen kerk, cultuur en maatschappelijke verandering. Daarbij ontwikkelde zijn visie op de praktische theologie zich van een voornamelijk op de ambten gerichte benadering naar een benadering waarin ook de geloofshandelingen van gemeenteleden en de maatschappelijke context een grotere rol kregen.

Dreyer hield zich in het bijzonder bezig met de homiletiek. In 1989 formuleerde hij in het artikel ’n Poging tot ’n herdefinisie van die prediking binne die raamwerk van die Reformatoriese teologie een theorie over de prediking die in het theologisch onderwijs van de NHKA langdurige invloed kreeg. In een studie uit 2022 concludeerden Hein Delport en Johann-Albrecht Meylahn dat Dreyers homiletische basistheorie ruim dertig jaar later nog steeds een rol speelde in de predikantsopleiding van de kerk.

Kerk en samenleving De politieke en maatschappelijke veranderingen in Zuid-Afrika vanaf het einde van de apartheid kregen een belangrijke plaats in Dreyers theologische werk. Hij onderzocht onder meer welke gevolgen de veranderende Zuid-Afrikaanse samenleving had voor prediking, kerkelijke identiteit, ethiek en pastoraat.

In zijn homiletische werk benadrukte hij dat prediking rekening moest houden met de culturele en maatschappelijke context waarin het Evangelie wordt verkondigd. Hij werkte deze opvatting onder meer uit in Preaching and culture uit 2005. Daarin behandelde hij de verhouding tussen Bijbelse verkondiging, taal, cultuur en de multiculturele samenleving in het veranderende Zuid-Afrika.

Dreyer publiceerde eveneens over de positie van homoseksuele gelovigen, de plaats van vrouwen in kerkelijke ambten, kerkelijke diversiteit en de verhouding tussen huwelijk, seksualiteit en kerkelijke moraal.

Hervormde Teologiese Kollege Aan het einde van de jaren negentig werd de organisatie van de theologische opleiding aan de Universiteit van Pretoria ingrijpend gewijzigd. De tot dan toe afzonderlijke kerkelijke afdelingen van de theologische faculteit werden samengevoegd tot een meerkerkelijke faculteit.

Dreyer was nauw betrokken bij de onderhandelingen hierover en nam het initiatief tot de oprichting van het Hervormde Teologiese Kollege (HTK). Het college moest binnen de nieuwe universitaire structuur de specifieke theologische en kerkelijke vorming van studenten van de Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika blijven verzorgen.

Op 5 oktober 1999 werd Dreyer aangewezen als eerste hoofd van het college. Het HTK ging op 1 januari 2000 van start. Dreyer bleef tot zijn pensionering eind 2011 aan het hoofd ervan staan.

Naast zijn werkzaamheden in Pretoria was Dreyer van 1993 tot 2007 gastdocent aan het African Institute for Missiology.

Kerkelijk bestuurder Dreyer vervulde gedurende tientallen jaren bestuurlijke functies binnen de Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika. Vanaf 1986 was hij lid van de Commissie van de Algemene Kerkvergadering. Hij was achtereenvolgens vice-scriba, scriba en vicevoorzitter van deze commissie.

Van 1998 tot 2004 was hij voorzitter van de Commissie van de Algemene Kerkvergadering, waarmee hij een van de belangrijkste leidinggevende functies binnen de kerk bekleedde. In 2007 werd hij opnieuw tot voorzitter gekozen en bleef dit tot 2010.

Zijn periode als kerkelijk leider viel samen met discussies binnen de NHKA over haar identiteit en haar positie in het Zuid-Afrika van na de apartheid. Volgens theoloog Andries van Aarde werd Dreyer daarbij gezien als een irénische figuur die vasthield aan de hervormde traditie maar tegelijkertijd ruimte zocht voor theologische en kerkelijke vernieuwing.

In 2007 ontving Dreyer de H.C.M. Fourie-erepenning. Hij is sinds 1989 lid van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns.

Theologisch werk en invloed Dreyers theologische ontwikkeling stond sterk in het teken van de wisselwerking tussen traditie en verandering. Zijn proefschrift over Van Oosterzee vertoonde reeds belangstelling voor de verhouding tussen geloof, rede en prediking. Later verschoof zijn praktische theologie onder invloed van ontwikkelingen in de hermeneutiek en communicatietheorie naar een sterker contextuele benadering.

In zijn homiletiek beschouwde hij prediking niet uitsluitend als overdracht van dogmatische leerstellingen, maar als een hermeneutisch proces waarin Bijbeltekst, prediker, hoorders en maatschappelijke context met elkaar in verband worden gebracht. Daarbij bleef hij de prediking nadrukkelijk plaatsen binnen de reformatorische traditie.

Bij zijn pensionering in 2011 wijdde het wetenschappelijke tijdschrift HTS Teologiese Studies/Theological Studies een speciale huldigingsaflevering aan zijn werk. Verschillende bijdragen daarin behandelden zijn praktische theologie, homiletiek, kerkelijke leiderschap en rol in de theologische opleiding.

Selectie uit de publicaties 1974 – J.J. van Oosterzee as homileet (1817–1882). Proefschrift, Rijksuniversiteit Utrecht. 1981 – Poimeniek: 'n pastorale oriëntasie. Pretoria/Kaapstad: HAUM. 1985 – “Die dogmatiese binding van die prediking”, HTS Teologiese Studies, 41(3), p. 378–386. 1986 – “Politieke en sosiale vraagstukke in die prediking”, HTS Teologiese Studies, 42(3), p. 464–484. 1987 – “Die homiletiek van Karl Barth”, HTS Teologiese Studies, 43(1/2), p. 121–137. 1989 – “'n Poging tot 'n herdefinisie van die prediking binne die raamwerk van die Reformatoriese teologie”, HTS Teologiese Studies, 45(2), p. 350–369. 1995 – “Implikasies van die kommunikatiewe handelingsteorie vir 'n prakties-teologiese perspektief op die ekklesiologie”, HTS Teologiese Studies, 51(3), p. 792–805. 1996 – “Praktiese kerkwees in die nuwe Suid-Afrika”, HTS Teologiese Studies, 52(1), p. 179–189. 1997 – “Implikasies van die Handves van Menseregte op die pastorale versorging van die homoseksueel”, HTS Teologiese Studies, 53(1/2), p. 353–371. 1998 – “Spiritualiteit, identiteit en die etos van die Nederduitsch Hervormde Kerk”, HTS Teologiese Studies, 54(1/2), p. 289–314. 2005 – “Preaching and culture”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 61(3), p. 793–808. 2007 – “Karl Barth as homilist”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 63(4), p. 1473–1491. 2009 – “'n Kerk met karakter: Die perspektief van Gerben Heitink”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 65(1).

Literatuur Ernest van Eck, “Redaksioneel tot die T.F.J. Dreyer Huldigingsbundel”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 67(3), 2011. Andries G. van Aarde & Theuns F.J. Dreyer, “Die pendule subjektiwiteit-objektiwiteit in die teologie van Theuns Dreyer – 'n dialoog”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 67(3), 2011. Julian Müller, “(Outo)biografie as teologie”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 67(3), 2011. J.H. van Wyk jr., “Woord van erkenning aan T.F.J. Dreyer”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 67(3), 2011. Hein Delport & Johann-Albrecht Meylahn, “Some homiletical perspectives for the Netherdutch Reformed Church of Africa”, HTS Teologiese Studies/Theological Studies, 78(4), 2022.

Externe links Curriculum vitae en huldigingsartikel over T.F.J. Dreyer in HTS Teologiese Studies/Theological Studies Die pendule subjektiwiteit-objektiwiteit in die teologie van Theuns Dreyer – 'n dialoog in HTS Teologiese Studies/Theological Studies

Categorie:Zuid-Afrikaans theoloog Categorie:Zuid-Afrikaans predikant Categorie:Zuid-Afrikaans hoogleraar