Depuis le jour is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 8 september 1899 en gericht aan de aartsbisschoppen, bisschoppen en geestelijkheid van Frankrijk. Het document behandelt de selectie, intellectuele opleiding, geestelijke vorming en pastorale levenswijze van katholieke geestelijken, met bijzondere aandacht voor de Franse seminaries. De encycliek past de vorming van priesters in in Leo XIII's bredere streven naar een herwaardering van de scholastieke filosofie van Thomas van Aquino en naar een katholieke omgang met de intellectuele en maatschappelijke ontwikkelingen van de negentiende eeuw.

Historische context Depuis le jour verscheen tijdens de Derde Franse Republiek, in een periode waarin de verhouding tussen de Katholieke Kerk en de Franse republikeinse staat sterk onder druk stond. Vooral het onderwijs was in de negentiende eeuw een terrein van conflict tussen kerkelijke en republikeinse opvattingen over opvoeding, staatsgezag en laïcité. Onderzoek naar de secularisering van de Derde Republiek beschrijft deze ontwikkeling niet als één enkel proces, maar als een combinatie van politieke, institutionele, pedagogische en ideologische veranderingen.

Leo XIII had tegelijkertijd geprobeerd de verhouding tussen Franse katholieken en het republikeinse regime te verbeteren. Deze zogenoemde ralliement-politiek, die in het begin van de jaren 1890 een officieel karakter kreeg, moest het langdurige conflict tussen Kerk en republiek helpen verminderen. De politiek stuitte echter op katholiek verzet en kwam rond de Dreyfusaffaire verder onder druk te staan.

In de opening van Depuis le jour verwijst Leo XIII zelf naar eerdere interventies betreffende Frankrijk, waaronder Nobilissima Gallorum gens uit 1884 en Au milieu des sollicitudes uit 1892. Hij stelt dat de omstandigheden hem ertoe brengen opnieuw de aandacht te vestigen op de opleiding en het optreden van de geestelijkheid.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 1–4.

Inhoud

Roeping en seminarievorming Een eerste deel van de encycliek betreft de keuze en voorbereiding van kandidaten voor het priesterschap. Leo XIII benadrukt dat een veronderstelde roeping zorgvuldig moet worden onderzocht en dat de opleiding niet alleen intellectuele bekwaamheid, maar ook karakter, vroomheid en geschiktheid voor het kerkelijke ambt moet ontwikkelen. Hij bespreekt daarbij zowel voorbereidende scholen en kleinseminaries als de verdere opleiding in grootseminaries.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 6–13.

Aan de humanistische vorming kent de encycliek een belangrijke plaats toe. Kennis van de klassieke talen, in het bijzonder het Latijn, wordt noodzakelijk geacht voor de verdere studie van filosofie en theologie. Leo XIII erkent dat seminaries rekening moeten houden met de eisen van het contemporaine onderwijsstelsel, maar waarschuwt dat aanpassing aan burgerlijke studieprogramma's niet ten koste mag gaan van de eigen doelstellingen van de priesteropleiding.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 9–13.

Filosofie en natuurwetenschappen Voor de filosofische opleiding verwijst Leo XIII uitdrukkelijk naar zijn encycliek Aeterni Patris uit 1879. Hij verwerpt filosofische benaderingen die volgens hem uitlopen op radicaal subjectivisme of scepticisme en verdedigt de mogelijkheid van zekere kennis van onder meer God, de menselijke ziel en de buitenwereld.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 14–15.

Daarmee staat Depuis le jour in het bredere programma van de thomistische herleving onder Leo XIII. Historisch-filosofisch onderzoek beschouwt Aeterni Patris als een beslissend moment in de negentiende-eeuwse heropleving van het thomisme, waarbij de filosofie van Thomas van Aquino een centrale positie in katholieke filosofische en theologische vorming kreeg.

De encycliek stelt de natuurwetenschappen niet tegenover de seminarieopleiding. Toekomstige priesters dienen volgens Leo XIII ook kennis te verwerven van de natuurkundige en natuurhistorische wetenschappen. Die studie moet echter in verhouding staan tot de eigenlijke taak van het seminarie. Een grondige opleiding in de rationele filosofie behoort volgens de encycliek gedurende ten minste twee jaar aan de eigenlijke theologische studie vooraf te gaan.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 16–17.

Theologie en Bijbelstudie Binnen de hogere kerkelijke studies noemt Leo XIII onder meer de dogmatische en moraaltheologie, de Schriftstudie, de kerkgeschiedenis en het canoniek recht. De theologie moet volgens hem steunen op de Schrift, het kerkelijke leergezag, de kerkvaders en concilies. Tegelijk krijgt de scholastieke methode een voorname plaats. Voor de theologische opleiding beveelt hij in het bijzonder de Summa theologiae van Thomas van Aquino aan, naast de Romeinse catechismus die na het Concilie van Trente werd uitgegeven.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 18–23.

Voor de Bijbelexegese verwijst de encycliek terug naar Providentissimus Deus uit 1893. Leo XIII verlangt enerzijds dat katholieke exegeten op de hoogte blijven van de voortgang van het wetenschappelijke onderzoek en van de tekstkritiek, maar stelt anderzijds dat dit onderzoek binnen de kerkelijke uitgangspunten over Schrift en traditie moet plaatsvinden.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 23–25.

Deze voorschriften verschenen in een periode waarin binnen het katholicisme discussies ontstonden over historisch-kritische methoden, openbaring en kerkelijk gezag. In haar studie over Alfred Loisy plaatst godsdiensthistorica Annelies Lannoy Depuis le jour in de vroege ontwikkeling van de conflicten die later bekend zouden worden als de modernistische crisis. De encycliek dateert echter van vóór de formele veroordeling van het katholieke modernisme onder paus Pius X in 1907, zodat zij niet zonder nadere kwalificatie als een document van die latere controverse kan worden beschouwd.

Leo XIII verlangt tevens een kritische maar kerkelijk georiënteerde geschiedschrijving. Bij de behandeling van de kerkgeschiedenis acht hij het volgens de encycliek onjuist om fouten van individuele kerkelijke personen te ontkennen of te verdoezelen; het onderscheid tussen de Kerk als instelling en het handelen van haar afzonderlijke leden moet daarbij behouden blijven.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 26–28.

Pastorale en geestelijke vorming Het laatste gedeelte verschuift de aandacht van het studieprogramma naar het leven en optreden van reeds gewijde priesters. Intellectuele vorming alleen wordt onvoldoende geacht: van de priester worden volgens Leo XIII ook gebed, morele discipline, kuisheid, gehoorzaamheid en een voorbeeldige levenswijze verlangd.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 30–43.

De encycliek verbindt de priesterlijke taak eveneens met de sociale vraagstukken van de tijd. Leo XIII verwijst naar Rerum Novarum uit 1891 en moedigt priesters aan zich in te zetten voor maatschappelijke en liefdadige werken. Hij koppelt deze activiteit aan voorzichtigheid, kerkelijke gehoorzaamheid en de verantwoordelijkheid van de bisschoppen.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 29–37.

In de slotpassages presenteert Leo XIII een goed gevormde en geestelijk gedisciplineerde clerus als een noodzakelijk antwoord op wat hij beschouwt als de religieuze en maatschappelijke spanningen van zijn tijd. Daarbij blijft de bisschop verantwoordelijk voor toezicht op zowel de seminarieopleiding als het latere priesterlijke leven.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 44–56.

Theologische en filosofische kenmerken De encycliek ontwikkelt geen zelfstandig filosofisch systeem, maar past verschillende kenmerkende uitgangspunten van Leo XIII's leergezag toe op de priesteropleiding. Centraal staat de overtuiging dat geloof en rationele kennis niet noodzakelijk met elkaar in strijd zijn. Filosofie krijgt de taak begrippen en argumentatiemethoden te verschaffen waarmee de theologie de geopenbaarde leer systematisch kan behandelen. De voorkeur voor Thomas van Aquino verbindt deze opvatting met Leo XIII's neothomistische hervormingsprogramma.

Epistemologisch keert de tekst zich tegen scepticisme en tegen een opvatting waarin zekere kennis uitsluitend tot de subjectieve ervaring wordt beperkt. Tegelijk wordt empirisch onderzoek niet als zodanig afgewezen: natuurwetenschappen en wetenschappelijke Bijbelstudie krijgen een plaats in het curriculum, zij het binnen de theologische en leerstellige grenzen die Leo XIII voor de katholieke opleiding vaststelt.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 14–17 en 23–25.

Theologisch is de vorming integraal opgevat. Studie, geloofspraktijk, morele deugd, kerkelijke gehoorzaamheid en pastoraal handelen worden niet als afzonderlijke onderdelen behandeld, maar als elementen van één priesterlijke vorming. De encycliek verbindt daardoor intellectuele kennis van filosofie en theologie met een normatief beeld van het priesterschap als kerkelijk, geestelijk en maatschappelijk ambt.Leo XIII, Depuis le jour, 8 september 1899, §§ 18–56.

Latere verwijzingen Leo XIII kwam enkele jaren later op dezelfde thematiek terug in Fin dal principio van 8 december 1902, gericht aan de Italiaanse bisschoppen. Daar verwees hij expliciet naar de voorschriften die hij in 1899 aan de Franse geestelijkheid had gegeven en paste hij overeenkomstige beginselen toe op de opleiding van geestelijken in Italië.Leo XIII, Fin dal principio, 8 december 1902, §§ 7–8.

Ook in latere pauselijke documenten werd Depuis le jour aangehaald. Paus Johannes XXIII verwees er in 1962 in de apostolische constitutie Veterum sapientia naar in verband met de betekenis van het Latijn in de kerkelijke opleiding.Johannes XXIII, Veterum sapientia, 22 februari 1962, noot 3.

Literatuur

Zie ook

Katholieke Kerk in Frankrijk Lijst van encyclieken van paus Leo XIII

Externe link

Depuis le jour - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel

Categorie:19e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:Katholicisme in Frankrijk Categorie:1899