Omnibus compertum is een pauselijk schrijven van paus Leo XIII, gedateerd op 21 juli 1900 en gericht aan de patriarch, aartsbisschoppen en bisschoppen van de Melkitische Grieks-Katholieke Kerk. Het document behandelt de onderlinge eendracht binnen deze oosters-katholieke kerk en geeft voorschriften over de verhouding tussen de patriarch en de bisschoppen en over de bijeenroeping van een nationale synode. De huidige Engelstalige uitgave van de Heilige Stoel rubriceert het document als een encycliek onder de titel On Unity Among the Greek Melchites. De Latijnse Vaticaanse editie, die naar de oorspronkelijke publicatie in de Acta Sanctae Sedis verwijst, noemt het daarentegen litterae, oftewel een pauselijke brief.;

Historische achtergrond Omnibus compertum maakte deel uit van de bredere belangstelling van Leo XIII voor de oosterse christelijke kerken. In zijn pontificaat trachtte hij enerzijds de band van de oosters-katholieke kerken met Rome te versterken en anderzijds hun eigen kerkelijke tradities zichtbaarder te beschermen. In de apostolische brief Orientalium dignitas van 1894 beklemtoonde Leo XIII het belang van de oosterse riten en discipline en breidde hij onder meer de jurisdictie van de Melkitische patriarch uit tot gelovigen van dezelfde ritus in het Ottomaanse Rijk.

De historicus Owen Chadwick plaatst Leo's beleid binnen de negentiende-eeuwse pogingen tot hereniging tussen Rome en de oosterse kerken. Volgens Chadwick bleef kerkelijke hereniging in de rooms-katholieke opvatting van die periode nauw verbonden met erkenning van het gezag van de Romeinse Stoel, hoewel Leo XIII een gematigder benadering van de oosterse katholieken nastreefde dan veel van zijn voorgangers. Claude Soetens beschrijft hetzelfde beleid als onderdeel van een breder unionistisch programma waarin het behoud van oosterse tradities moest aantonen dat verbondenheid met Rome niet noodzakelijk de opgave van een eigen ritus betekende. Tegelijk signaleert hij spanningen tussen dat streven en de juridisch-centraliserende aspecten van het toenmalige rooms-katholieke kerkmodel.

Ook de politieke context speelde een rol. Giorgio Aldo Del Zanna situeert de oosterse politiek van de Heilige Stoel onder Leo XIII in de laatste decennia van het Ottomaanse Rijk, waar diplomatieke, culturele en kerkelijke belangen samenkwamen tegen de achtergrond van onder meer Russische invloed en de aanwezigheid van verschillende katholieke gemeenschappen.

Melkitische instellingen Leo XIII verwijst in Omnibus compertum zelf naar enkele eerdere initiatieven ten behoeve van de Melkitische Grieks-Katholieke Kerk. Hij noemt de oprichting in 1882 van een seminarie voor Melkieten in Jeruzalem, dat aan de Witte Paters werd toevertrouwd, en de opleiding van Melkitische studenten aan het Sint-Athanasiuscollege in Rome. Daarnaast herinnert hij aan de uitbreiding van de patriarchale jurisdictie in 1894.

Het bestaan en de betekenis van het seminarie van Sint-Anna in Jeruzalem worden ook in moderne historiografie behandeld. Bernhard Kronegger beschrijft hoe de Witte Paters er vanaf 1882 Melkitische geestelijken opleidden en hoe deze instelling op langere termijn een rol speelde in de betrekkingen tussen Latijnse missionarissen en de Melkitische kerk.

Aanleiding De directe aanleiding voor Omnibus compertum waren interne meningsverschillen binnen de Melkitische hiërarchie. Leo XIII spreekt in de Latijnse tekst van leves quasdam dissensiones, enkele geringe of beperkte geschillen. Hij meldt dat verscheidene betrokken bisschoppen in de voorafgaande maand naar Rome waren gekomen en dat na pauselijke tussenkomst de vrede en eendracht waren hersteld.

De brief specificeert de concrete oorzaken van deze geschillen niet. De paus concentreert zich in plaats daarvan op maatregelen die nieuwe conflicten over kerkelijke bevoegdheden moesten voorkomen.

Inhoud

Patriarch en bisschoppen De centrale bestuurlijke kwestie in Omnibus compertum betreft de verhouding tussen de patriarch en de bisschoppen. Leo XIII verklaart dat aan de rechten, privileges, ambten en prerogatieven van de Melkitische patriarch niets behoort te worden ontnomen. Tegelijk verzoekt hij de patriarch zijn bisschoppen met eerbied en broederlijke liefde te behandelen. Daarbij verwijst hij naar 1 Petrus 5:3, waarin kerkelijke leiders worden opgeroepen niet als heersers over de hun toevertrouwde gelovigen op te treden, maar een voorbeeld voor de kudde te zijn. Vervolgens citeert hij een aan Bernardus van Clairvaux toegeschreven formulering dat liefde meer moet bewerken dan macht.

Omgekeerd verlangt Leo XIII van de bisschoppen dat zij de patriarch erkennen als hun rechtmatige overste en hem het verschuldigde respect en de vereiste gehoorzaamheid betonen. Een geschil tussen bisschoppen moet volgens de brief eerst aan het oordeel van de patriarch worden voorgelegd. Wanneer het daar niet kan worden opgelost, kan de zaak aan de Heilige Stoel worden voorgelegd.

Nationale synode Als derde maatregel schrijft Leo XIII voor dat zo spoedig mogelijk een nationale synode wordt bijeengeroepen. De paus noemt daarbij een reeks onderwerpen die de synode zou moeten behandelen: de rechten van patriarch en bisschoppen, het bestuur van de gelovigen, de discipline van de geestelijkheid, kloosterlijke en andere religieuze instellingen, de behoeften van de missies, de eredienst en de liturgie.

Leo XIII verbindt aan de synode tevens de verwachting dat voor de Melkitische kerk schriftelijke kerkelijke wetten zouden worden opgesteld en afgekondigd. Hij verwijst daarbij naar de volgens hem gunstige werking van dergelijke synoden in andere oosterse kerken.

Theologische en ecclesiologische accenten

Eenheid en kerkelijk gezag De term eenheid heeft in Omnibus compertum zowel een interne als een ruimere kerkelijke betekenis. Direct gaat het om het herstellen en bewaren van overeenstemming tussen de Melkitische patriarch en bisschoppen. Aan het slot verbindt Leo XIII deze eendracht met het welzijn van de gehele Kerk en met zijn streven naar verzoening met christenen die niet in gemeenschap met Rome stonden.

De argumentatie combineert hiërarchisch gezag met een oproep tot broederlijke liefde. De patriarchale prerogatieven worden uitdrukkelijk bevestigd, maar het patriarchale gezag wordt tegelijk verbonden aan pastorale dienstbaarheid. De bisschoppen dienen op hun beurt het patriarchale gezag te respecteren. De Heilige Stoel fungeert als laatste instantie wanneer een intern geschil niet binnen het patriarchaat kan worden opgelost.

Deze combinatie van pauselijk primaat, patriarchale rechten en synodale besluitvorming past in een bredere discussie binnen de oosters-katholieke kerken over de verhouding tussen Romeins primaat en oosterse synodaliteit. Soetens ziet in het beleid van Leo XIII enerzijds een erkenning van oosterse tradities en anderzijds een blijvende spanning met een centraliserende ecclesiologie.

Schrift en traditie De brief gebruikt verschillende Bijbelse verwijzingen om de gewenste kerkelijke eenheid te funderen. Behalve de verwijzing naar 1 Petrus 5:3 eindigt het document met een aansporing die aansluit bij Efeziërs 4:3, over het bewaren van de eenheid van de Geest door de band van de vrede. De daaropvolgende verwijzing naar de opbouw van het lichaam van Christus sluit aan bij Efeziërs 4:12.

Het kerkbeeld van de brief is daarmee niet uitsluitend juridisch. Bestuurlijke bepalingen over bevoegdheden, geschilbeslechting en wetgeving worden ingebed in begrippen als liefde, nederigheid, vrede en de opbouw van het lichaam van Christus. De tekst presenteert de kerkelijke orde als een middel om de eenheid binnen de gemeenschap te bewaren.

Plaats binnen het beleid van Leo XIII Omnibus compertum sluit aan bij Orientalium dignitas, waarin Leo XIII in 1894 maatregelen formuleerde ter bescherming van oosterse riten en kerkelijke gebruiken. In die brief stelde hij onder andere beperkingen aan pogingen van Latijnse geestelijken om oosterse katholieken tot de Latijnse ritus te bewegen en bevestigde hij een ruimere jurisdictie van de Melkitische patriarch.

Volgens Soetens maakten dergelijke maatregelen deel uit van Leo's streven de oosters-katholieke gemeenschappen een zichtbare plaats binnen het katholicisme te geven. Hij wijst er echter op dat de aanwezigheid en invloed van westerse missionaire instellingen tegelijkertijd aanleiding konden geven tot vrees voor verlies van een eigen kerkelijke identiteit. Vooral de Melkieten speelden volgens hem een rol in het bewaren van oosterse tradities en in de latere ontwikkeling naar een grotere erkenning van kerkelijke verscheidenheid binnen het katholicisme.

Kroneggers onderzoek naar het seminarie van Sint-Anna laat voor een latere periode zien dat de verhouding tussen Latijnse missionaire instellingen en de Melkitische hiërarchie inderdaad onderwerp van spanningen bleef. Zijn studie behandelt onder meer discussies over latinisering, kerkelijke identiteit en de invloed van westers opgeleide geestelijken.

Latere ontwikkeling In 1909 kwam in Aïn-Traz een wetgevende synode van de Melkitische Grieks-Katholieke Kerk bijeen. Nicolas Bustros beschrijft deze synode als een poging om pauselijke prerogatieven te verzoenen met de privileges van de oosterse patriarchen en met de synodale autonomie van het patriarchaat. De synode stelde een omvangrijk corpus van kerkelijke wetgeving op, maar de handelingen ervan kregen geen formele goedkeuring van Rome.

Bustros plaatst de discussies van de synode uitdrukkelijk in het spanningsveld tussen Romeins primaat, patriarchaal gezag en synodaliteit. Daarmee vormen de in Omnibus compertum aangesneden thema's, de rechten van patriarch en bisschoppen, interne geschilbeslechting en de noodzaak van synodale wetgeving, onderdeel van een bredere ecclesiologische ontwikkeling binnen de Melkitische kerk aan het begin van de twintigste eeuw.

Literatuur

Hoofdstuk 14, “The Idea of Reunion”, pp. 541–549, .

Zie ook

Lijst van encyclieken van paus Leo XIII

Externe link

Omnibus compertum - Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel

Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1900