is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 16 mei 1901, over de positie van religieuze orden en congregaties in Portugal. De brief is gericht aan kardinaal José Sebastião de Almeida Neto, patriarch van Lissabon, en aan de overige Portugese bisschoppen.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, aanhef en § 1, Heilige Stoel. De encycliek verscheen tijdens de Portugese religieuze crisis van 1901, kort nadat de regering maatregelen had genomen die het bestaan en functioneren van religieuze gemeenschappen aan nieuwe voorwaarden bonden.

In de encycliek verdedigde Leo XIII het voortbestaan van de religieuze gemeenschappen. Hij stelde dat de overheidsmaatregelen volgens hem zowel de rechten van de Kerk als de vrijheid van gelovigen om voor het religieuze leven te kiezen aantastten. Daarnaast benadrukte hij dat noviciaat en religieuze geloften wezenlijke kenmerken van religieuze instituten waren. De paus riep het Portugese episcopaat tevens op tot gezamenlijk optreden en tot het bevorderen van katholieke organisaties en publicaties.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, §§ 2–5, Heilige Stoel.

Historische achtergrond De juridische positie van religieuze orden in Portugal was sinds de negentiende eeuw omstreden. Na de overwinning van de liberalen werden in 1834 de religieuze orden opgeheven, hun huizen gesloten en hun bezittingen grotendeels door de staat overgenomen. De maatregel trof in het bijzonder de mannelijke religieuze huizen. Vanaf het midden van de negentiende eeuw vestigden religieuze congregaties zich echter opnieuw in Portugal. Hoewel hun juridische positie problematisch bleef, tolereerden opeenvolgende regeringen in de praktijk de aanwezigheid van verscheidene gemeenschappen, die onder meer werkzaam waren in onderwijs, liefdadigheid en missiewerk.

Aan het einde van de negentiende eeuw namen het antiklerikalisme en het verzet tegen religieuze congregaties toe. Een van de gebeurtenissen waardoor deze spanningen in 1901 verscherpten, was het zogenoemde Caso Calmon, een conflict rond de wens van Rosa Calmon, dochter van de Braziliaanse consul in Porto, om het religieuze leven in te gaan. De zaak leidde tot een bredere discussie over godsdienst, individuele rechten, de positie van religieuze gemeenschappen en het confessionele karakter van de Portugese staat.

Op 10 maart 1901 vaardigde de regering een decreet uit dat de burgerlijke gouverneurs opdroeg onderzoek te doen naar religieuze instellingen. Gemeenschappen die uitsluitend een monastiek bestaan leidden, konden worden opgeheven; instellingen die zich bezighielden met onderwijs, propaganda, liefdadigheid of caritas moesten hun statuten en reglementen voorleggen. Ook werden beperkingen gesteld aan huizen waarin noviciaten voor het religieuze leven werden onderhouden.

Een volgend decreet van 18 april 1901 bepaalde onder welke voorwaarden religieuze verenigingen werkzaam konden blijven, onder meer wanneer zij zich bezighielden met liefdadigheid, onderwijs of overzeese missies. Daarmee kregen bepaalde gemeenschappen een vorm van wettelijke ruimte zonder dat de oudere beperkingen op religieuze orden volledig werden opgeheven. De regeling leidde zowel in katholieke als in antiklerikale kringen tot onvrede.

Tegen deze achtergrond richtten de Portugese bisschoppen gezamenlijk een schrijven aan de koning waarin zij opkwamen voor de religieuze gemeenschappen. Leo XIII verwees bij de opening van Gravissimas uitdrukkelijk naar dit gezamenlijke optreden en sprak er zijn instemming mee uit.

Inhoud In het eerste deel van de encycliek prees Leo XIII de eenheid van de Portugese bisschoppen en hun optreden ten gunste van de religieuze congregaties. Vervolgens keerde hij zich tegen de recente regeringsmaatregelen. Volgens de paus waren deze in strijd met de rechten van de Kerk en met het recht van gelovigen om voor een religieuze levensstaat te kiezen. Hij voerde daarnaast aan dat religieuze instituten maatschappelijke diensten verrichtten waarvan ook de staat profiteerde.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, § 2, Heilige Stoel.

Leo XIII besteedde afzonderlijk aandacht aan de voorwaarden die de Portugese overheid aan religieuze gemeenschappen stelde. Hij verklaarde dat een religieuze orde naar kerkelijk inzicht niet kon voortbestaan wanneer het noviciaat en de religieuze geloften werden afgeschaft. Aanpassing van de regels van een instituut aan burgerlijke voorschriften achtte hij mogelijk, mits volgens hem de waardigheid van de religieuzen en het wezen van hun religieuze levensstaat behouden bleven.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, § 3, Heilige Stoel.

Voor de praktische reactie op de politieke situatie liet de paus aanzienlijke ruimte aan het gezamenlijke oordeel van de Portugese bisschoppen, omdat zij de plaatselijke omstandigheden en de bedoelingen van de burgerlijke overheid beter konden beoordelen. De Heilige Stoel zou daarnaast regelingen en dispensaties treffen voor religieuzen die gedwongen werden hun huizen te verlaten.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, § 4, Heilige Stoel.

In het vijfde gedeelte verbond Leo XIII de kwestie van de congregaties met de publieke activiteit van Portugese katholieken. Hij vroeg de bisschoppen de katholieke krachten te verenigen, organisaties en publicaties ter verdediging van de rechten van de Kerk te ondersteunen en partijpolitieke rivaliteiten ondergeschikt te maken aan onderlinge eensgezindheid.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, § 5, Heilige Stoel. De encycliek eindigt met de apostolische zegen voor de bisschoppen, de Portugese gelovigen en in het bijzonder de leden van religieuze orden.Leo XIII, Gravissimas, 16 mei 1901, § 6, Heilige Stoel.

Plaats binnen het pontificaat van Leo XIII De politieke en sociale encyclieken van Leo XIII maakten deel uit van een breder kerkelijk antwoord op de ontwikkeling van de liberale staat en de secularisering van Europese samenlevingen. Historicus Amaro Carvalho da Silva beschrijft de encyclieken met politieke inhoud uit dit pontificaat als een doctrinair corpus waarin onder meer de positie van katholieken in de samenleving, hun burgerlijke en politieke deelname, de verhouding tussen Kerk en staat en katholieke eenheid aan de orde kwamen.

Binnen dit bredere programma had ook de herwaardering van het thomisme een plaats. Silva noemt Aeterni Patris uit 1879 een van de pijlers van de theologisch-filosofische koers van Leo XIII en verbindt die encycliek met de bevordering van de thomistische filosofie. Gravissimas zelf behandelt echter hoofdzakelijk de concrete Portugese kwestie van de religieuze gemeenschappen en hun verhouding tot de burgerlijke wetgeving.

Receptie en politieke context De publicatie van Gravissimas viel samen met een periode waarin delen van het Portugese politieke katholicisme zich sterker organiseerden. Volgens Silva werd de encycliek verspreid tijdens de vorming van de zogenoemde , plaatselijke organisatorische kernen die later een rol speelden in de ontwikkeling van een katholieke politieke partij. Silva karakteriseert Gravissimas in deze context als een encycliek die het behoud van de religieuze congregaties in Portugal ondersteunde.

De maatregelen van 1901 brachten geen definitieve oplossing voor de juridische positie van de religieuze gemeenschappen. Dores beschrijft de regeling als een constructie die congregaties een beperkte juridische ruimte bood zonder ze als religieuze congregaties volledig te legaliseren. Na de uitroeping van de Eerste Portugese Republiek in 1910 werd deze regeling ingetrokken en werden oudere bepalingen tegen religieuze orden opnieuw bevestigd.

Literatuur

Leo XIII (16 mei 1901), Gravissimas, encycliek over de religieuze orden in Portugal, §§ 1–6, Heilige Stoel.

Zie ook

Leo XIII Aeterni Patris Rerum Novarum Antiklerikalisme Katholieke Kerk in Portugal Lijst van encyclieken van paus Leo XIII

Externe link

Gravissimas - Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel

Categorie:20e-eeuws rooms-katholiek geschrift Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1901