Fitz is een Engels naamelement met de betekenis zoon van.
Ten tijde van de verovering van Engeland door Willem de Veroveraar in het jaar 1066 drongen met de Normandische veroveraars veel Normandische en Franse woorden in de Engelse taal door: de overgang van Oudengels naar Middelengels.
Eén van de woorden van Franse origine was fils de, Oudfrans fiz de, zoon van. Deze aanduiding werd aanvankelijk vooral in de adel overgenomen. In de allerhoogste kringen was Fitz- al gauw een aanduiding voor een buitenechtelijke zoon. FitzRoy was in Engeland een aanduiding voor de buitenechtelijke zoon van een koning: Frans: fils du roi betekent: zoon van de koning.
Een vaste achternaam met Fitz- was er aanvankelijk niet. Uit het Domesday Book blijkt, dat fitz Bernard eenvoudig de "zoon van Bernard" was. Zo'n naam veranderde, zoals nu nog vaak op IJsland met achternamen gebeurt, met iedere generatie: een in het Domesday Book vermelde landeigenaar John fitz Richard was de vader van Eustace fitz John, met een zoon Richard fitz Eustace en een kleinzoon John fitz Richard. Ook vernoeming naar een moeder, vooral als zij een aanzienlijke vrouw was, kwam voor. In de 12e eeuw werd Willem van Poitou, zoon van Mathilde van Engeland, in Engeland ook William FitzEmpress, Willem, de zoon van de keizerin, genoemd.
Vanaf de 12e eeuw werd ook Ierland geleidelijk door Engeland veroverd en gekoloniseerd. De Engelsen dwongen, vooral ten tijde van Hendrik VIII in de 16e eeuw, aanzienlijke Ierse families ook, Engelse of verengelste namen aan te nemen. De Ierse familienaam Mac Giolla Phádraig , dienaar van Sint Patrick, werd verengelst tot Gilpatrick en, bekender, Fitzpatrick.
In de 16e en 17e eeuw raakte het voordien in onbruik geraakte voorvoegsel Fitz tijdelijk weer in de mode, voor namen van buitenechtelijke, maar ook wel binnen huwelijk geboren koningskinderen, wier nazaten de naam als gewone achternaam, naar hedendaags gebruik, behielden. Zo gingen nazaten van koning Jacobus II en zijn maîtresse FitzJames heten, en de kinderen van koning Karel II en Barbara Palmer kregen de naam FitzRoy; zie ook: Hertog van Grafton. Later werd Fitzroy een gewone achternaam.
Nog in de 19e eeuw kregen drie kinderen van George van Cambridge (1819-1904), die een neef van koningin Victoria was, en wiens huwelijk met een niet-adellijke dameSarah Louisa Fairbrother (1816-1890), bijgenaamd: Mevrouw FitzGeorge. niet werd erkend, de achternaam FitzGeorge.
Op de vraag, of het tweede deel van een naam, die met Fitz begint, al dan niet met een hoofdletter moet worden geschreven, kan geen eenduidig antwoord worden gegeven; beide schrijfwijzes waren en zijn gebruikelijk. Wel is deze hoofdletterkeuze bindend vanaf het ontstaan van de naam. De zoon van een Fitzpatrick kan dus niet zonder meer FitzPatrick gaan heten, en de zoon van een FitzJohn niet Fitzjohn.
Categorie:Achternaam Categorie:Geschiedenis van Engeland