Het Palazzo di Propaganda Fide (Nederlands: Paleis van de Verspreiding van het Geloof), ook bekend als Palazzo Ferratini, is een palazzo in de rione (wijk) Colonna van Rome. Het paleis in zijn huidige vorm werd deels ontworpen door Gian Lorenzo Bernini, later vervangen en afgewerkt door Francesco Borromini. Sinds 1626 huisvest het diensten van de Romeinse Curie.

Het Palazzo wordt bediend door lijn A van de metro van Rome met het metrostation Spagna.

Beschrijving Het gebouw bevindt zich aan het zuidelijke uiteinde van Piazza di Spagna, het plein aan de voet van de Spaanse Trappen. De pleingevel, ontworpen door Bernini, heeft onder meer een wapenschild boven de toegangspoort met het wapen van paus Urbanus VIII, met drie Barberini-bijen, pauselijke tiara en sleutels.

De zuidelijke gevel van het Palazzo, aan de Via di Capo le Case, ligt tegenover de basiliek Sant'Andrea delle Fratte.

De beroemdste gevel van het Palazzo, de westelijke gevel, ligt aan de Via di Propaganda. Deze gevel die Borromini in 1662 voltooide, is een meesterwerk van de barokarchitectuur. Het bestaat uit pilasters en afwisselend concave en convexe krommen in het raamontwerp, en is een van de bekendste voorbeelden van Italiaanse barokarchitectuur. Zijn eerste ontwerpen voor de gevel aan de Via di Propaganda Fide hadden vijf traveeën, maar hij breidde dit uit tot zeven. De centrale travee is een holle boog en biedt plaats aan de hoofdingang naar de binnenplaats en het complex van het college, met de ingang van de kapel Cappella dei Re Magi aan de linkerkant en aan de rechterkant van het college. De gevel wordt gedomineerd door de gigantische pilasters die oorspronkelijk een balustrade boven het smalle entablement ondersteunden, maar latere uitbreidingen de balustrade volledig wegveegden. De centrale travee van de gevel is een holle boog met schuine pilasters aan de randen, wellicht als erkenning dat deze gevel altijd schuin te zien zou zijn vanwege de smalle straat. Aan de buitenkant markeert een richel de scheiding tussen de begane grond en de piano nobile.

Geschiedenis De eerste kern van het paleis werd in de jaren 1580 gebouwd om de residentie van kardinaal Bartolomeo Ferratini te huisvesten. Na een korte onderbreking waarin het paleis de residentie was van kardinaal Giovan Battista Deti, verkochten Ferratini's erfgenamen, in de hoop hun schulden af te lossen, het paleis gelijktijdig aan monseigneur Joan Baptista Vives (die ongeveer 14.500 scudi betaalde) en aan markies Ruspoli. Deze dubbele verkoop leidde tot een rechtszaak die echter in 1624 werd afgebroken door paus Urbanus VIII, die opdracht gaf het eigendom aan Vives te overhandigen om het te gebruiken als zetel van de Congregatio de Propaganda Fide en later ook als vestigingsplaats voor het Pontificio Collegio Urbano de Propaganda Fide.

De Congregatio de Propaganda Fide werd door zijn voorganger paus Gregorius XV in 1622 opgericht maar had nog geen vestigingsplaats. Urbanus VIII koppelde aan de congregatie van de Romeinse Curie middels de pauselijke bul “Immortalis Dei Filius” van 1 augustus 1627 het Pontificio Collegio Urbano de Propaganda Fide, een seminarie om geestelijken op te leiden als missionaris het geloof over de wereld te verspreiden.

Sinds 1626 zetelde de Congregatio de Propaganda Fide in het Palazzo. In 1982 werd wel de naam van de congregatie door paus Johannes Paulus II gewijzigd in de Congregatio pro Gentium Evangelisatione (Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren). Ook de persdienst Agenzia Fides is in het Palazzo gevestigd. In 2022 werd de congregatie krachtens de apostolische constitutie Praedicate Evangelium van paus Franciscus geïncorporeerd in een dicasterie, de Dicasterie voor Evangelisatie, die in hetzelfde paleis gevestigd bleef.

Kardinaal Antonio Marcello Barberini, de jongere broer van paus Urbanus VIII kocht in september 1633 alle huizen en tuinen tussen het collegegebouw en de kerk van Sant'Andrea delle Fratte teneinde het gebouw en de ruimte voor het college uit te breiden en een collegekapel, de Cappella dei Re Magi, te kunnen bouwen.

Op 27 juni 1641 werd middels een nieuwe pauselijke bul het college volledig onder de hoede van de Congregatio de Propaganda Fide geplaatst. Tussen 1642 en 1644 gaf de paus Gian Lorenzo Bernini de opdracht een nieuwe gevel van het paleis aan de Piazza di Spagna te ontwerpen, terwijl enkele jaren later Francesco Borromini de opdracht kreeg om - onder andere - de gevel van het paleis aan de Via di Propaganda te maken. Dit terzijde zetten van Bernini's werk was een verzoek van paus Innocentius X, die de voorkeur gaf aan Borromini's stijl. Het werk werd voltooid in 1667.

De oprichting van de Romeinse Republiek leidde in 1798 zelfs tot de sluiting van het college, wat pas in 1817 heropende. Het was onder de leiding van prefect Willem Marinus van Rossum dat het voormalige ziekenhuis Santa Maria della Pietà gelegen op de Janiculum werd aangekocht en het college in 1926 naar deze nieuwe, grotere site verhuisde, zodat de congregatie over het hele Palazzo kon beschikken.

Als hoofdkwartier van de Congregatio de Propaganda Fide huisvestte het paleis ook de collecties van het museum Museo Borgiano, met artefacten verzameld door kardinaal Stefano Borgia (prefect van de congregatie van 1802 tot 1804), later omgevormd tot het museum Museo missionario di Propaganda Fide, dat nog steeds in het Palazzo is gevestigd. Eveneens in het Palazzo is een kunstmuseum met onder meer een Diluvio Universale (Grote Overstroming) van Salvator Rosa, twee schitterende uitzichten op het Romeinse platteland van Jan Frans van Bloemen, een belangrijke Romolo e Remo (Romulus en Remus) van Marco Tullio Montagna, een schitterende Annunciazione (Annunciatie) toegeschreven aan de Vlaamse Denijs Calvaert, de spectaculaire Pentecoste (Pinksteren) door Corrado Giaquinto, het schilderij Euntes in mundum universum, predicate evangelum van Gaetano Lapis, een San Giorgio (Sint-Joris) van Guercino en portretten gesigneerd en gedateerd door Anton von Maron en Antonio Canova.

Sinds het Verdrag van Lateranen van 1929 is het een extraterritoriale eigendom van de Heilige Stoel.

Belangrijke restauratiewerkzaamheden, met respect voor de oorspronkelijke architectuur, werden uitgevoerd in de jaren 1960 door de architecten Clemente Busiri Vici en na diens overlijden zijn zoon Saverio Busiri Vici. De gelijkvloerse gevels langs de vier omliggende straten (Piazza di Spagna, Via de Propaganda, Via di Capo le Case, Via dei Due Macelli) werden deels ingericht voor de vestiging van handelszaken.

In 2010 kwam het Palazzo centraal te staan in het gerechtelijk nieuws omdat kardinaal Crescenzio Sepe, prefect van het Congregatio pro Gentium Evangelisatione van 2001 tot 2006, door het openbaar ministerie van Perugia, samen met de voormalige Italiaanse minister van Transport en Infrastructuur Pietro Lunardi, in verdenking werd gesteld vanwege vermoedens en inconsistenties met betrekking tot het onderhoud van de gevel van het gebouw aan Piazza di Spagna. De onderzoeken zijn nog gaande.

Werelderfgoed Tijdens de 4e sessie van het Unesco Werelderfgoedcomité werd het Palazzo in 1980 erkend als cultureel werelderfgoed en bijgeschreven op de werelderfgoedlijst als een van de vele bouwwerken die als onderdeel werden meegenomen van de erkenning Historisch centrum van Rome, de eigendommen van de Heilige Stoel in die stad die extraterritoriale rechten genieten en Sint-Paulus buiten de Muren die enkele van de belangrijkste monumenten uit de oudheid, zoals de Fora, het Mausoleum van Augustus, het Mausoleum van Hadrianus, het Pantheon, de Zuil van Trajanus en de Zuil van Marcus Aurelius, evenals de religieuze en openbare gebouwen van pauselijk Rome beschermt.

Categorie:Paleis in Rome Categorie:Werelderfgoed in Italië