Nicolas Joseph Julin (Luik, 27 november 1822 – aldaar, 17 november 1882) was een Belgisch beeldhouwer en ornamentist.Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. . p. 1324.
Leven en werk Nicolas Julin was een zoon van edelsmid Nicolas Arnold Julin en Marie Catherine Loncin.Burgerlijke stand van Luik: Geboorten 1822, akte 1725. Julin werd vanaf 1838 opgeleid aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Luik. Hij was een leerling van Gérard Buckens en volgde er lessen in onder andere ciseleren en ornamentele beeldhouwkunst. Door omstandigheden buiten hem om, moest Julin de studie staken en ging hij aan het werk."Nécrologie", La Meuse, 24 november 1882, p. 3. Hij trouwde in 1851 met Françoise Catherine Julienne Geminick (1825-1875). Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren, onder wie de zoöloog Charles Julin (1857-1930).
Julin werkte vooral als ciseleur en graveur in goud, ivoor, zilver, metaal en hout. Hij maakte onder andere cameeën met de portretten van koningen Leopold I van België en Willem I der Nederlanden, geciseleerde gouden voorwerpen voor de kathedralen van Brugge, Luik, Mechelen en Nancy en gedreven inlegwerk voor wapens van keizer Napoleon III, politicus Charles de Morny en Paus Pius IX. Hij werd voor zijn werk onderscheiden met een vermeil-medaille op de Salon van Brussel in 1848, een medaille op de wereldtentoonstelling van 1851 in LondenRecueil de documents officiels concernant l'exposition universelle de Londres et l'exposition générale des beaux-arts de Bruxelles. Brussel: Delevingne en Callewaert, 1852. p. 69. en een eervolle vermelding op de wereldtentoonstelling van 1855 in Parijs.Rapports du jury belge de l'exposition universelle de Paris en 1855. Brussel: Imprimerie Bols-Wittouck, 1856. p. 572. Op een kunstexpositie in Luik (1863), toonde Julin onder meer cameeën, waarvan de criticus van de Revue trimestrielle vond dat de verfijning van het vakmanschap de goede smaak van het ontwerp evenaarde. Verder "Een ceremonieel zwaard, een monstrans, schietpistolen, en een gegraveerde en ingelegde revolver vormen het contigent dat de kunstenaar naar de tentoonstelling heeft gebracht en hem verdere lofbetuigingen oplevert (...)".E.B., Exposition des beaux-arts et des arts industriels a Liége", Revue trimestrielle. H. Samuel, 1863. p. 354-365. Vanaf 1864 gaf hij les in boetseren en ornamentale beeldhouwkunst aan de Luikse academie, als opvolger van Charles Honoré. Tot zijn leerlingen behoorden Auguste Donnay en Gustave Serrurier-Bovy.
Nicolas Julin overleed in 1882, kort voor zijn 60e verjaardag."Sterfgevallen", De Vlaamsche School. Jaargang 28 (1882).
Enkele werken 1864: Inlegwerk van een Lefaucheux-geweer voor wapensmid H. Tourey, getoond op een expositie van industriële kunst in Luik."Exposition des arts industriels a Liége", L'Echo du Parlement, 12 augustus 1864, p. 2. Inlegwerk voor een schild dat de Franse ontwerper Léonard Morel-Ladeuil maakte voor de firma Elkington & Co. 1878: Inlegwerk voor twee geciseleerde tafelmiddenstukken van de firma Elkington & Co, waarvan een was te zien op de wereldtentoonstelling in Philadelphia en de ander in Parijs. 1879: Graveer- en emailleerwerk voor een omslag in gotische stijl van een fotoalbum dat werd aangeboden aan gouverneur Charles de Luesemans en zijn vrouw. Julin voerde het met zijn zoon Georges uit in geoxideerd koper, versierd met geëmailleerde wapenschilden van de negen provincies, en centraal het wapen van de gouverneur, tegen een achtergrond van het Paleis van de prins-bisschoppen in Luik. Op de achterzijde het monogram C.L."Chronique locale", 19 juli 1879, p. 2. Kruik met een tafereel van een bacchanaal voor de hertog van Aremberg.
Categorie:Belgisch beeldhouwer Categorie:Belgisch persoon in de 19e eeuw