De Gereformeerde kerk te Oosterbeek was een protestants kerkgebouw aan de Van Toulon van der Koogweg in het Gelderse Oosterbeek. Het bedehuis werd ontworpen door architect Albert Smallenbroek, verrees in 1924-1925 en ging tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog ten onder door oorlogshandelingen. Voorgeschiedenis en besluitvorming

Sinds het einde van de negentiende eeuw beschikte de gereformeerde gemeente te Oosterbeek over een kerkgebouw aan de Van Toulon van der Koogweg. Door een aanhoudende aanwas van het ledental ontstond na verloop van tijd een ernstig tekort aan zitplaatsen. De kerkenraad trachtte dit aanvankelijk te ondervangen door het laten aanbrengen van een galerij, maar deze ingreep bleek al spoedig ontoereikend voor het groeiende aantal kerkgangers.

Tijdens een bijeenkomst van de manslidmaten werden drie scenario's ter stemming voorgelegd. Twee opties betroffen vergroting van het bestaande pand door aankoop en integratie van een van de voorliggende woonhuizen. Het derde alternatief voorzag in nieuwbouw, begroot op een bedrag van honderdtwintigduizend gulden. Met de verwachte opbrengst van twintigduizend gulden uit de verkoop van de oude kerklocatie koos de vergadering uiteindelijk voor de realisatie van een geheel nieuw godshuis. Ontwerp en bouw

Voor de totstandkoming van het nieuwe bedehuis werd een prijsvraag uitgeschreven. Uit zeven inzendingen werd het ontwerp van de uit Assen afkomstige architect Albert Smallenbroek geselecteerd, aan wie de bouwopdracht definitief werd toevertrouwd.

Het benodigde kapitaal werd bijeengebracht door regelmatige bijdragen van de gemeenteleden aan een speciaal bouwfonds. Op 29 april 1925 legde dominee Koers de eerste steen. De kerk verrees recht tegenover het voorgaande bedehuis, op het terrein waar later het pand aan de Jacobaweg 30 werd gesitueerd. De officiële ingebruikname van het voltooide bouwwerk met toren vond plaats op 9 december 1925. Architectuur en inrichting

Het gebouw gold in opzet en vormentaal als een zusterkerk van de eveneens door Smallenbroek ontworpen Zuiderkerk in Assen. De architectuur kenmerkte zich door een traditionalistische bouwtrant met duidelijke invloeden van de Amsterdamse School.

Het interieur werd oorspronkelijk ingericht volgens de theologische en liturgische inzichten en richtlijnen van Abraham Kuyper. Bij deze gereformeerde ruimtelijke ordening stond de verkondiging van het Woord centraal, waarbij de kansel een centrale positie innam ten opzichte van de waaiervormig of geconcentreerd opgestelde bankenplannen, met optimale zichtlijnen en akoestiek ten behoeve van de gehele gemeente. Verwoesting en nasleep

Gedurende de Tweede Wereldoorlog liep Oosterbeek omvangrijke verwoestingen op, in het bijzonder tijdens de Slag om Arnhem en de daaropvolgende gedwongen evacuatie van het dorp. In februari 1945 werd het kerkgebouw fataal getroffen toen een Duitse V1-raket tegen de toren sloeg. De explosie bracht dermate zware verwoestingen teweeg dat herstel van het complex uitgesloten bleek en het gebouw als verloren moest worden beschouwd.

De ontredderde kerkgemeenschap vond na terugkeer tijdelijk onderdak voor middagdiensten in het gebouw van de remonstrantse gemeente aan de Wilhelminastraat, en kon later gebruikmaken van het hervormde verenigingsgebouw Thabor aan de Molenweg. Om vertraging van een definitieve nieuwbouwvoorziening te voorkomen, werd afgezien van de oprichting van een noodkerk. Bij de wederopbouw werd besloten niet terug te keren naar de vooroorlogse locatie, maar te bouwen aan de overzijde van de straat, op het perceel van het eerste kerkgebouw uit 1891. Daar werd in 1951 de opvolgende Vredebergkerk in gebruik genomen.

Categorie:Verdwenen kerkgebouw in Gelderland Categorie:Bouwwerk van Albert Smallenbroek