Het kasteel van Vila Viçosa (Portugees: Castelo de Vila Viçosa) is een middeleeuwse burcht in Portugal, gelegen op een heuvel boven het centrum van de freguesia Nossa Senhora da Conceição, in de gemeente Vila Viçosa, in de Alentejo, ongeveer 150 km ten oosten van de Portugese hoofdstad Lissabon. Het was de initiële verblijfplaats van het Huis Bragança.
De burcht ligt op een dominante positie boven het dorp, nabij de noordoostelijke helling van de Serra de Ossa staat het op een heuvel die natuurlijk wordt verdedigd door de Ficalho en de Carrascal, kleinere zijrivieren van de Guadiana. Het middeleeuwse kasteel heeft een vierkante plattegrond, met muren van ongeveer zestig meter aan elke zijde, versterkt aan de west- en oosthoeken door grote torens met een cirkelvormige plattegrond. De noordwestelijke zijde en een deel van het noordoosten waren gemeen aan de dorpsomwalling. Binnen in de versterking staat ook een kerk, altijd al in gebruik als parochiekerk van het dorp, die uitgroeide tot het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van de Ontvangenis van Vila Viçosa is, die in 1646 tot patroonheilige van Portugal werd uitgeroepen.
De donjon van de burcht werd pas gebouwd tijdens het bewind van koning Ferdinand, niet direct aansluitend aan het kasteel, waarmee het via een loopbrug was verbonden.
De burcht is geclassificeerd als nationaal monument bij decreet van 23 juni 1910. In 2017 droeg de Portugese overheid Vila Viçosa, renaissance-hertogelijke stad voor als tentatieve werelderfgoedsite waarbij de voorgestelde bescherming de versterkte burcht, de vestingswallen rond de oude stad, het aanliggende dichtgebouwde centrum, het paleis en het jachtreservaat bekend als Tapada Real ten noordoosten van het centrum zou omvatten. De evaluatie zou gepland zijn tijdens de 49e sessie van het Unesco Werelderfgoedcomité in 2027. Vila Viçosa, Renaissance ducal town, Unesco World Heritage Convention, geraadpleegd op 15 september 2026.
Geschiedenis Aanname is dat een versterking op deze locatie teruggaat tot de Romeinse invasie van het Iberisch Schiereiland. Omdat het dicht bij de Romeinse weg ligt die Évora met Mérida verbond, wordt door sommige auteurs een aanwezigheid van een versterking op deze heuvel al in die periode werd gerealiseerd, wat gestaafd wordt door de aanwezigheid van reststenen uit de Romeinse tijd in de directe omgeving van de middeleeuwse burcht.
Na de herovering van Al-Andalus in de 12e eeuw, kreeg Vila Viçosa haar charter van koning Alfons III op 5 juni 1270. De bouw van de middeleeuwse burcht volgde na de uitgave van het charter en troonopvolger koning Dinis I liet de werken aan de burcht verder vorderen. Ook onder het bewind van koning Ferdinand I werden, zoals aan verschillende burchten en kastelen van het koninkrijk, belangrijke verbeteringen aangebracht aan de versterking van Vila Viçosa.
Aan het einde van het interregno, de crisis van 1383–1385, maakten de domeinen van Vila Viçosa deel uit van de omvangrijke schenking van koning Johan I aan de Condestável van het koninkrijk, Nuno Álvares Pereira, als beloning voor zijn diensten.
De vestingsstad ging op haar beurt over op de kleinzoon van Nuno Álvares Pereira, Ferdinand I van Bragança, graaf van Arraiolos, door schenking op 4 april 1422. Omdat hij de 2e hertog van Bragança werd en gewend was aan de vlaktes van Alentejo, wilde hij zich niet vestigen in het hertogelijk paleis van Guimarães. Dus liet hij woonvertrekken bouwen in de burcht van Vila Viçosa, waarmee deze plaats werd verheven tot de status van zetel van het hertogdom Bragança.
Zijn zoon, Ferdinand II, 3e hertog van Bragança, werd door koning Johan II van verraad beschuldigd, waarvoor hij in Évora werd onthoofd. Als gevolg daarvan ging het gezin in ballingschap naar het Koninkrijk Castilië en verliet het Castelo de Vila Viçosa, waar ze woonden.
Toen ze terugkeerden na het overlijden van koning Johan II, wilde hertog Jacobus I niet in het Castelo wonen dat verbonden was aan de tragische herinnering aan zijn vader en, nadat hij zijn huwelijk had geregeld met de Castiliaanse edelvrouw Leonor, dochter van de hertog van Medina Sidonia, liet hij in 1501 het hertogelijk paleis van Vila Viçosa bouwen, waar hij sinds zijn huwelijk het jaar daarop woonde. Hij liet evenwel wel de burcht verder verstevigen, onder meer met de ronde bastions in Italiaanse stijl en de verdedigingsgracht.
Tijdens de Restauratieoorlog kreeg het kasteel de versterking van een nieuwe ring van muren, opgericht tussen 1663 en 1664, met een plattegrond in de vorm van een sterrenvormige veelhoek, aangepast aan de toen moderne artillerie. Met deze versterking weerstond de stad in 1665 de aanval van de Spaanse troepen onder bevel van de markies van Caracena, die eerder dat jaar ook al verslagen waren door de Portugese troepen onder bevel van de markies van Marialva, in de slag bij het nabijgelegen Montes Claros.
Het kasteel – momenteel eigendom van de Casa de Bragança Stichting – onderging in de twintigste eeuw op verschillende momenten consolidatie- en restauratiewerkzaamheden en diende enkele jaren als pousada. Momenteel huisvest het het Jachtmuseum, waar de privécollectie van Manuel Lopo Caroça de Carvalho zich bevindt, en het Archeologiemuseum van de stichting.
Categorie:Kasteel in Portugal