Louis-Benoît Zamor (Chittagong, ca. 1762 – Parijs, 7 december 1820) was een in Bengalen geboren slaafgemaakte die zijn leven voornamelijk doorbracht in Frankrijk, onder andere als bediende van Madame du Barry.

Biografie Zamor werd geboren in de Bengaalse stad Chittagong en behoorde waarschijnlijk tot de Siddi. Over het algemeen wordt aangenomen dat hij in 1762 is geboren. Al op jonge leeftijd kwam hij als slaafgemaakte terecht aan het koninklijk hof in Frankrijk. Mogelijk was Zamor gekocht door Lodewijk Frans I van Bourbon-Conti of Louis François Armand de Vignerot du Plessis. Hij werd ten geschenke gegeven aan koning Lodewijk XV, die hem op zijn beurt aan zijn maîtresse Madame du Barry gaf. Zij raakte op hem gesteld, voedde hem op en liet hem met de christelijke namen "Louis-Benoît" dopen.

Hij bleef in het Kasteel van Versailles wonen na de dood van Lodewijk XV en de ballingschap van Du Barry in 1774. Na haar terugkeer, twee jaar later, werd hij met haar herenigd en gingen ze wonen op het kasteel van Louveciennes. Zamor bezocht met enige regelmaat Parijs en na de Franse Revolutie werd hij ook een sterk voorstander van de Republiek. Hij sloot zich aan bij de Jakobijnen, werd een volgeling van George Grieve en werd lid van het Comité de salut public. In 1792 liet hij Du Barry oppakken, maar ze werd al na een paar dagen vrijgelaten. Zij besefte dat Zamor haar verraden had en ontsloeg hem binnen drie dagen uit haar dienst. Hierop kwam Zamor met nieuwe beschuldigingen en ditmaal leidde het wel tot haar onthoofding onder de guillotine.

Nog in dezelfde maand als de onthoofding van Madame du Barry kwam Zamor zelf in de gevangenis. In totaal zat hij zes weken opgesloten. Na 1794 verdwijnt hij uit beeld tot 1815, als hij wordt genoemd als een niet al te geliefde onderwijzer die woonachtig was in het Quartier Latin. Hij overleed op 58-jarige leeftijd in Parijs.

Geraadpleegde literatuur

Categorie:Slaaf Categorie:Persoon in de Franse Revolutie Categorie:Persoon in de 19e eeuw