Giberto da Gente, ook wel della Gente (Parma, ca. 1200 – Ancona, ca. 1270), was een Noord-Italiaanse politicus en kapitein van de stadsmilitie van Parma, en dit in een periode van strijd tussen de Welfen en de Ghibellijnen in het Heilige Roomse Rijk. Gente was podestà of baljuw van Parma (1253-1259), Pisa (1261-1262) en Padua (1262-1263).

Biografie Stadsmilitie van Parma Da Gente groeide op in Parma, waar hij militair werd in de stadsmilitie zoals andere familieleden van hem dat waren. Hij werd er kapitein. Zowel zijn vader Egidio als zijn broer Guido waren podestà geweest in steden in de Povlakte, maar nooit in Parma. In 1245 verliet da Gente Parma, samen met andere Welfen. Keizer Frederik II was militair tussengekomen in Parma, een stad die traditioneel tot de Ghibellijnen of keizersgezinden behoorde. Na de pausverkiezing van Innocentius IV in 1243 was er een pauselijk plan om de Welfen (of pausgezinden) te bevoordelen. Hiertoe had Innocentius IV al zijn neef Alberto Sanvitale tot bisschop van Parma laten verkiezen in het kapittel van de dom. Da Gente, een Welf, voelde zich niet meer veilig door de oplopende spanningen tussen beide partijen. De stadsmilitie trok zich terug in Milaan, waar de pauselijke legaat Gregorio de Montelongo verbleef (1245). Intussen liet Frederik II de huizen van Welfen verwoesten. Het lege bisschoppelijke paleis liet hij aan Ghibellijnse functionarissen over.

In 1247 vond de Slag bij Borghetto del Taro, nabij Noceto, plaats. Welfse ballingen vochten tegen Ghibellijnen uit Parma. De Welfen behaalden de overwinning. Da Gente en de zijnen stootten door tot in Parma en buitten zo het verrassingseffect uit. Parma viel in hun handen. De Welfse podestà werd Gherardo da Correggio, de bevelhebber van de ballingen. Gherardo’s zoon Guido huwde met da Gente’s dochter Mabilia. Keizer Frederik II die op weg was naar Lyon keerde de troepen in de Susavallei om richting Parma. Het Beleg van Parma duurde van 1247 tot 1248. Kapitein da Gente maakte zich verdienstelijk door de verdediging op de stadswallen te leiden. In 1248 werden de keizerlijke troepen met Frederik II verjaagd. Frederik zocht zijn toevlucht in Cremona, dat loyaal bleef aan de Ghibellijnen.

Podestà miniatuur|Zuidelijke stadspoort van Parma In 1250 overleed keizer Frederik II. Da Gente werd dat jaar verkozen tot podestà van de kooplieden, de machtigste gilde van de stad Parma.

In 1253 bemiddelde da Gente tussen de Welfen, de gevluchte Ghibellijnen, de inwoners van Cremona en met andere milities die partij trokken voor Welfen of Ghibellijnen. Het lukte hem een pact te sluiten. Dit las hij plechtig voor op de Piazza di Santa Maria; gevangenen werden vrijgelaten en kastelen werden teruggegeven aan gegoede Ghibellijnen van Parma. Onmiddellijk daarna gaf het stadsbestuur hem het mandaat van podestà of baljuw van de stad. Dit mandaat bezorgde hem uitgebreide bevoegdheden.

Nog in hetzelfde jaar 1253 verzocht de nabij gelegen stad Reggio Gente om de burgeroorlog ook bij hen te stoppen. Dit gebeurde met het nodige machtsvertoon door da Gente.

Na de dood van bisschop Alberto Sanvitale, een voormalige voorman der Welfen (1257), wilde da Gente zijn broer Guglielmo, abt van Leno, op de bisschopstroon. De Welfen wrongen tegen. Kardinaal Ottobuono Fieschi dei Conti di Lavagna, de neef van Innocentius IV die later paus Adrianus V werd, dwong het domkapittel Obizzo Sanvitale tot bisschop te verkiezen; deze was de broer van de overleden bisschop.

De welvaart van Parma ging achteruit. Zo steeg de graanprijs en verstrengde hij de controle op de handelsbeurzen. Hij moest de munt van Parma devalueren ten opzichte van de lira van de keizer. De Grote Raad van Parma zette da Gente om al die redenen af (1259).

Da Gente keerde terug op het politieke toneel door zijn benoeming tot podestà van Pisa in 1261 voor een jaar. Hij leidde er de stadsmilitie in lokale gevechten. Hij sloot zijn mandaat af met een handelsverdrag tussen Pisa en Pistoia en Volterra.

Nadien koos Padua, een stad in de republiek Venetië, hem tot hun podestà in 1262, ook voor een jaar. Hier leidde hij diplomatieke contacten tussen de steden Padua, Vicenza, Verona en Treviso. Bij het einde van zijn mandaat organiseerde hij een feest naar aanleiding van de intocht van relieken van de heilige Antonius van Padua. Hiertoe kreeg hij de steun van de theoloog Bonaventura uit Bagnoregio, die later heilig werd verklaard.

In 1263 keerde da Gente naar Padua terug. Het kwam er in 1264 tot rellen tussen Welfen en Ghibellijnen. Hij koos partij voor de Ghibellijnen. Toen de Welfen in 1268 klopjachten organiseerden op hun tegenstanders, vluchtte da Gente naar Ancona. Hij overleed daar naar verluidt twee jaren later. Bij testament begunstigde hij zijn beide zonen. In Parma leefde evenwel de overtuiging dat da Gente zich onrechtmatig verrijkt had tijdens zijn ambtstermijn als podestà.

Categorie:Italiaans militair Categorie:Italiaans burgemeester Categorie:Persoon in de 13e eeuw