Het Réseau Françoise was een Frans ontsnappingsnetwerk van de Résistance tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het netwerk opereerde vanaf 1943 voornamelijk vanuit Toulouse en in Zuidwest-Frankrijk en stond onder leiding van Marie-Louise Dissard, wier schuilnaam Françoise de naam aan de organisatie gaf. Het hielp onder anderen neergeschoten geallieerde vliegers, verzetsmensen en andere vervolgden uit bezet Frankrijk te ontsnappen, veelal via de Pyreneeën naar Spanje. In zijn studie over ontsnappingsroutes door de Pyreneeën beschrijft Jean-Luc E. Cartron het Réseau Françoise en Dutch-Paris als twee belangrijke ontsnappingsorganisaties die begin 1944 vanuit Toulouse opereerden.

Ontstaan Het Réseau Françoise kwam voort uit de ontsnappingslijn die bekendstond onder de naam van Pat O'Leary, de schuilnaam van de Belgische arts Albert Guérisse. Die organisatie hield zich bezig met het opsporen, onderbrengen en evacueren van geallieerde militairen die in door Duitsland bezet gebied waren terechtgekomen. Dissard trad in 1942 tot deze lijn toe en werd onder haar schuilnaam Françoise verantwoordelijk voor Toulouse en omgeving. Zij organiseerde er onderdak en vervoer en begeleidde vluchtelingen. In februari 1943 werd het Pat O'Leary-netwerk grotendeels ontmanteld. Dissard wist aan arrestatie te ontkomen en week uit naar Bergerac. Op haar initiatief werd in maart 1943 het Réseau Françoise opgericht, waarmee de ontsnappingsactiviteiten werden voortgezet.

Organisatie en werkwijze Het netwerk telde volgens Mémoire Vive de la Résistance meer dan tweehonderd medewerkers. In Zuidwest-Frankrijk, vooral in Haute-Garonne en de Ariège, beschikte het over passeurs (gidsen), onderduikplaatsen en andere vertrouwenspersonen. Zij verzorgden onder meer de opvang en begeleiding van neergeschoten geallieerde vliegers, die via de Pyreneeën naar Spanje werden gebracht.

Dissard onderhield via een agent wekelijks contact met de Britse viceconsul in Genève. Zij begeleidde ook zelf vluchtelingen. Vanwege veiligheidsredenen wisselde ze regelmatig van verblijfplaats en bleef zij actief voor het netwerk.

De geneeskundestudent Gabriel Nahas was vanaf juni 1943 verbindingsagent van Dutch-Paris in Toulouse. In november 1943 zette hij zijn hulp aan geallieerde vliegers voort binnen het Réseau Françoise, waar hij adjunct van Dissard werd voor de zuidelijke zone. Ook de passeurs Pierre Treillet, met de schuilnaam Palo, en Henri Marot, met de schuilnaam Mireille, worden in bronnen over beide netwerken genoemd. Zij begeleidden vluchtelingen over de Pyreneeën.Guillaumin gebruikt de namen Pierre Treille, Étienne, en Henri Marrot, Mireille. De biografie van Treillet bij Le Chemin de la Liberté vermeldt ook zijn schuilnaam Étienne Ferrand en zijn contact met het Réseau Françoise. Zie

Volgens het Mémoire Vive de la Résistance hebben Dissard en het Réseau Françoise bijgedragen aan de ontsnapping van meer dan zevenhonderd geallieerde militairen, verzetsmensen en andere vluchtelingen toe. Het Réseau Françoise bleef tot de bevrijding van Zuid-Frankrijk in 1944 actief.

Literatuur Jean-Luc E. Cartron, So Close to Freedom: A World War II Story of Peril and Betrayal in the Pyrenees, Potomac Books / University of Nebraska Press, 2019. Michel Goubet en Paul Debauges, Histoire de la Résistance dans la Haute-Garonne, Milan, Toulouse, 1986. ISBN 9782867260933. Dominique Missika, Résistantes 1940–1944, Gallimard, 2021. ISBN 9782072940293.

Externe links Le Réseau Françoise bij Mémoire Vive de la Résistance Fonds du "réseau Françoise" bij de Archives départementales de la Haute-Garonne Réseau Françoise, GR 28 P 3 143 bij het Service historique de la Défense

Categorie:Frans verzet in de Tweede Wereldoorlog