Gabriel Georges Nahas (Alexandrië, 4 maart 1920 – New York, 28 juni 2012) was een arts, fysioloog, hoogleraar en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Als geneeskundestudent in Toulouse raakte Nahas in 1941 betrokken bij het verzet tegen Vichy-Frankrijk. Hij hielp later geallieerde militairen en andere vluchtelingen ontsnappen en was achtereenvolgens actief voor Dutch-Paris en het Réseau Françoise van Marie-Louise Dissard. In 1944 sloot hij zich aan bij de maquis van Vabre, waar hij als arts diende bij de Forces françaises de l'intérieur (FFI).

Na de oorlog zette Nahas zijn medische en wetenschappelijke loopbaan voort in Frankrijk en de Verenigde Staten. Hij werd hoogleraar aan de Columbia-universiteit en was later verbonden aan de New York-universiteit. Vanaf het einde van de jaren zestig werd hij bekend door zijn onderzoek naar de effecten van cannabis en cocaïne en door zijn uitgesproken verzet tegen legalisering van deze drugs.

Jeugd en studie Nahas werd geboren in Alexandrië als zoon van Bishara Nahas en Gabrielle Wolff Nahas. Zijn vader was van Libanese afkomst en zijn moeder was Française. Het gezin verhuisde tijdens zijn jeugd naar Frankrijk.

Vanaf 1937 studeerde Nahas geneeskunde aan de universiteit van Toulouse. Tijdens de Duitse opmars in 1940 werd hij gemobiliseerd als leerling-officier bij de militaire medische dienst. Na de Franse nederlaag werd hij in augustus 1940 gedemobiliseerd. Vervolgens werd hij enige tijd ingedeeld bij de door het Vichyregime ingestelde Chantiers de la jeunesse française.

Tijdens de oorlog zette hij zijn studie voort. In 1944 behaalde hij zijn artsendiploma.

Verzetswerk

Eerste verzetsactiviteiten Begin 1941 behoorde Nahas tot een kleine groep studenten in Toulouse die zich verzette tegen het beleid van het Vichyregime. Tot de groep behoorden onder anderen Georges Oved, Charles Mazières, Jean Delord, Jean Gaches en Nissim Palacci.

Vanaf maart 1941 gaven zij het clandestiene blad Vive la Liberté uit. Het gestencilde blad werd verspreid onder studenten en intellectuelen in Toulouse en keerde zich tegen de collaboratiepolitiek van het regime van Philippe Pétain.

In november 1941 werd de groep door de Vichypolitie opgerold. Nahas en Mazières konden nog belastende documenten laten verdwijnen voordat zij werden gearresteerd. Nahas werd opgesloten in de gevangenis Saint-Michel in Toulouse. Tijdens zijn verhoor werd hij mishandeld, maar hij weigerde informatie over zijn medestanders te geven. Hij en Mazières werden voor een militair gerecht gebracht en wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

Na zijn vrijlating hervatte Nahas zijn clandestiene activiteiten. In 1942 verspreidde hij onder meer de verzetsbladen Cahiers du Témoignage chrétien en Libération.

Ontsnappingslijnen Vanaf november 1942 raakte Nahas betrokken bij het organiseren en begeleiden van clandestiene transporten. Hij hielp geallieerde piloten, parachutisten en andere vluchtelingen vanuit Zuid-Frankrijk verder richting Spanje en reisde voor sommige opdrachten tot in het neutrale Zwitserland.

Dutch-Paris Vanaf juni 1943 werkte Nahas in Toulouse als verbindingsagent voor Dutch-Paris. Tegelijk bleef hij werkzaam in een ziekenhuis in Toulouse. Hij hielp bij de opvang van vluchtelingen en bij het organiseren van transporten naar de Pyreneeën. De Weidner Foundation vermeldt hem als geneeskundestudent die voor Dutch-Paris konvooien vanuit Toulouse door de Pyreneeën naar Spanje organiseerde.

Een van de personen die Nahas begeleidde was de Nieuw-Zeelandse brigadier James Hargest. Deze was uit Italiaanse krijgsgevangenschap ontsnapt en had Zwitserland bereikt. Nahas kreeg de opdracht hem vanuit Genève door Frankrijk richting de Spaanse grens te begeleiden. Hargest bereikte uiteindelijk via Spanje Groot-Brittannië.

Réseau Françoise In november 1943 zette Nahas zijn hulp aan geallieerde militairen voort binnen het Réseau Françoise. Hij werd adjunct van netwerkleidster Marie-Louise Dissard, die de schuilnaam Françoise gebruikte, voor de zuidelijke zone.

Nahas vormt daarmee een gedocumenteerde personele verbinding tussen Dutch-Paris en Réseau Françoise. Het waren afzonderlijke ontsnappingsnetwerken, maar rond Toulouse en op de routes naar Spanje bestond overlap in contacten, helpers en vervoersmogelijkheden.

Volgens een naoorlogse verklaring van Dissard was Nahas betrokken bij de doorgeleiding van Franse officieren, verzetsmensen, Nederlandse militairen en grote aantallen Britse en Amerikaanse vliegers. Tijdens zijn clandestiene werk gebruikte hij onder meer de namen Georges en docteur Gaby. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld.

De Franse militaire archieven bevatten een afzonderlijk verzetsdossier over Nahas onder nummer GR 16 P 439196. Het dossier vermeldt zijn volledige naam, geboortedatum en geboorteplaats en registreert hem als erkend verzetsstrijder.

Maquis van Vabre Nahas kende de omgeving van Vabre in het departement Tarn via zijn contacten binnen de protestantse scouting. Zijn verzetsdienst bij de maquis van Vabre werd later officieel erkend met ingang van 1 maart 1943.

Toen hij in 1944 door de Gestapo werd gezocht, verliet hij op 6 juni, de dag van de geallieerde landing in Normandië, Toulouse en voegde hij zich bij de maquis van Vabre.

Binnen de FFI was Nahas arts van de eerste compagnie van het Corps Franc de la Libération 10. Hij was verantwoordelijk voor de medische zorg in zone A van de Tarn en hielp bij het organiseren van een regionale medische dienst voor de verzetsstrijders.

In september 1944 meldde hij zich als vrijwilliger voor verdere militaire dienst. Hij werd als arts-luitenant opgenomen in het 12e Régiment de Dragons en trok met de Franse strijdkrachten verder richting Duitsland. Na de oorlogshandelingen verleende hij medische hulp aan overlevenden van het concentratiekamp Dachau.

Wetenschappelijke loopbaan Na de oorlog keerde Nahas aanvankelijk terug naar Toulouse voor verdere medische opleiding. In 1947 vertrok hij naar de Verenigde Staten. Hij verrichtte onderzoek aan de University of Rochester en behaalde er in 1949 een mastergraad in de fysiologie. Daarna werkte hij bij de Mayo Clinic en aan de Universiteit van Minnesota, waar hij in 1953 promoveerde in de fysiologie.

Van 1953 tot 1955 leidde Nahas het laboratorium voor experimentele chirurgie van het Hôpital Marie Lannelongue in Parijs. Van 1957 tot 1959 was hij hoofd van de afdeling ademhalingsonderzoek binnen het Walter Reed Army Institute of Research in Washington. In dezelfde periode doceerde hij aan de George Washington University Medical School.

In 1959 werd hij universitair hoofddocent anesthesiologie aan de Columbia-universiteit. In 1962 werd hij er hoogleraar. Hij bleef tot 1992 aan Columbia verbonden en stapte daarna over naar de New York-universiteit, waar hij tot zijn pensionering in 2002 werkzaam bleef.

Zijn vroege wetenschappelijke onderzoek richtte zich onder meer op ademhalingsfysiologie, bloedgassen, plasmavervangende middelen en tromethamine (THAM), een stof die onder meer wordt gebruikt bij ernstige verstoringen van het zuur-base-evenwicht.

Nahas werkte daarnaast als wetenschappelijk adviseur van de Franse oceanograaf Jacques-Yves Cousteau en diens duikteam. Daarbij hield hij zich bezig met ademhalingsfysiologie en de lichamelijke gevolgen van langdurig verblijf onder water. Hij was ook adviseur van het Oceanografisch Instituut in Monaco en van de narcoticacommissie van de Verenigde Naties.

Onderzoek naar drugs Vanaf 1969 richtte Nahas zich in toenemende mate op onderzoek naar de lichamelijke effecten van cannabis en later ook cocaïne. Hij publiceerde honderden wetenschappelijke artikelen en meerdere boeken en trad op als deskundige bij hoorzittingen, congressen en rechtszaken.

Nahas werd een uitgesproken tegenstander van de legalisering van cannabis. Hij stelde op basis van zijn onderzoek dat langdurig gebruik onder meer schadelijke gevolgen kon hebben voor de hersenen, het immuunsysteem en de voortplanting. Zijn werk kreeg veel aandacht binnen de antidrugsbeweging in de Verenigde Staten.

Zijn onderzoek en publieke optreden waren tegelijkertijd omstreden. Andere onderzoekers betwistten een aantal van zijn conclusies en uitten kritiek op zijn onderzoeksmethoden en op de stelligheid waarmee hij onderzoeksresultaten in het publieke debat gebruikte. Columbia University beschrijft hem in de inventaris van zijn archief als een figuur die aan beide zijden van het debat over drugs sterke reacties opriep.

Naast cannabis onderzocht Nahas ook de medische gevolgen van cocaïnegebruik en publiceerde hij hierover verschillende werken.

La Filière du Rail In 1982 publiceerde Nahas zijn herinneringen aan zijn verzetswerk onder de titel La Filière du Rail. Het boek behandelt zijn betrokkenheid bij de ontsnappingsroutes vanuit Toulouse en de begeleiding van geallieerde militairen en andere vluchtelingen richting Spanje.

Het boek verscheen bij Éditions France-Empire en telt 243 pagina's. De Bibliothèque nationale de France classificeert het als een persoonlijk relaas over ontsnappingen en verzetsbewegingen in en rond Toulouse tijdens de Duitse bezetting.

In 1995 verscheen een tweede editie met een voorwoord van journalist Hubert Beuve-Méry.

Onderscheidingen Voor zijn verzets- en oorlogswerk ontving Nahas verschillende Franse en buitenlandse onderscheidingen.

Tot zijn onderscheidingen behoorden: officier in het Legioen van Eer; het Franse Croix de guerre 1939–1945 met drie palmen; de Franse Médaille de la Résistance met rozet; de Amerikaanse Medal of Freedom; een onderscheiding in de Orde van Oranje-Nassau; een benoeming in de Orde van het Britse Rijk.

In 1988 verleende de Universiteit van Uppsala hem een eredoctoraat in de geneeskunde.

Overlijden en archief Nahas overleed op 28 juni 2012 in Manhattan in New York, op 92-jarige leeftijd.

Zijn persoonlijke en wetenschappelijke archief wordt bewaard door de Archives & Special Collections van het Columbia University Irving Medical Center. De collectie beslaat 22 cubic feet en omvat onder meer correspondentie, onderzoeksgegevens, publicaties, foto's en documenten over zijn wetenschappelijke en publieke activiteiten.

Publicaties Een selectie: Marihuana: Deceptive Weed, 1972. Keep Off the Grass, 1976. La Filière du Rail, Éditions France-Empire, Parijs, 1982, . Les Guerres de la cocaïne, France-Empire, Parijs, 1987. met Hélène Peters, Cocaine: The Great White Plague, 1989.

Externe links Gabriel Nahas (1920–2012) – Amicale des Maquis de Vabre Gabriel G. Nahas papers – Columbia University La Filière du Rail – Bibliothèque nationale de France

Categorie:Frans medicus Categorie:Frans hoogleraar Categorie:Frans verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Anesthesioloog