Maatschappelijk verantwoord innoveren (MVI) is in Nederland een benadering van innovatie waarbij naast technische en economische aspecten ook de maatschappelijke, ethische en ecologische gevolgen van nieuwe technologieën, producten, diensten en werkwijzen worden meegewogen. Het uitgangspunt is dat maatschappelijke waarden en mogelijke risico's niet alleen na de ontwikkeling of implementatie van een innovatie worden beoordeeld, maar gedurende het innovatieproces worden betrokken.
Binnen MVI wordt onder meer aandacht besteed aan vraagstukken rond veiligheid, privacy, duurzaamheid, inclusie, rechtvaardigheid, autonomie en verantwoordelijkheid. Ook kan worden onderzocht welke groepen baat hebben bij een innovatie, welke groepen mogelijke nadelen of risico's ondervinden en hoe betrokkenen invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling en toepassing ervan. MVI heeft daarmee niet uitsluitend betrekking op de maatschappelijke acceptatie van innovatie, maar ook op de vraag welke vormen van innovatie maatschappelijk wenselijk zijn en onder welke voorwaarden.
Ontstaan en ontwikkeling MVI ontwikkelde zich in Nederland vanaf het einde van de jaren 2000 als onderzoeks- en innovatiebenadering die maatschappelijke en ethische aspecten vroegtijdig bij technologische ontwikkeling wilde betrekken. NWO financierde vanaf 2008 onderzoek onder de noemer Maatschappelijk Verantwoord Innoveren.
In de Europese literatuur wordt MVI veelal in verband gebracht met het bredere concept Responsible Research and Innovation (RRI).
Het Nederlandse MVI-programma werd opgezet als samenwerking tussen NWO en verschillende ministeries. Vanaf 2012 werd het programma onder meer verbonden met de Nederlandse topsectoren aanpak. In 2014 werd deze aanpak verbreed naar meerdere topsectoren en vanaf 2016 naar alle topsectoren. Binnen het programma werden onderzoekers uit verschillende wetenschappelijke disciplines, waaronder technische, sociale en geesteswetenschappen, samengebracht om maatschappelijke en ethische vraagstukken rond innovatie te onderzoeken.
Een kenmerk van de Nederlandse MVI-benadering is het proactieve ontwerp- en ontwikkelingsperspectief. Maatschappelijke en ethische aspecten worden daarbij zo vroeg mogelijk in het innovatieproces onderzocht, zodat zij kunnen worden meegenomen in keuzes over het ontwerp en de toepassing van een innovatie. Ook interdisciplinariteit en maatschappelijke betrokkenheid vormen belangrijke elementen van de benadering.
Benadering MVI wordt doorgaans opgevat als een procesgerichte benadering. Het gaat niet alleen om het achteraf beoordelen van de gevolgen van een innovatie, maar om het gedurende het innovatieproces identificeren en bespreken van mogelijke maatschappelijke waarden, belangen en risico's. Daarbij kunnen verschillende betrokken partijen worden betrokken, zoals onderzoekers, ontwerpers, bedrijven, overheden, gebruikers en andere maatschappelijke actoren.
In de praktijk kan MVI onder meer gebruikmaken van interdisciplinair onderzoek, participatie, co-creatie, scenarioanalyse en ethische reflectie. Het Rathenau Instituut beschrijft daarbij onder meer een verbreding van wat wordt onderzocht, wie bij innovatie wordt betrokken en hoe het innovatieproces wordt ingericht.
MVI wordt toegepast in uiteenlopende domeinen, waaronder energie, gezondheidszorg, digitale technologie en infrastructuur. In het Nederlandse innovatiebeleid is de benadering onder meer gebruikt om bij technologische ontwikkeling vroegtijdig aandacht te besteden aan maatschappelijke inbedding, ethische vraagstukken en mogelijke gevolgen voor verschillende groepen in de samenleving.
Zie ook
Techniekfilosofie Sociale innovatie