Liberaal katholicisme is een historiografische verzamelterm voor negentiende-eeuwse stromingen binnen het katholicisme die het katholieke geloof en de vrijheid van de Kerk trachtten te verbinden met constitutionele vrijheden en instellingen die na de Franse Revolutie met het politieke liberalisme werden geassocieerd. Het ging niet om één organisatie of een overal identieke leer. De precieze verhouding tussen katholieke uitgangspunten en liberale beginselen verschilde naar land, periode en auteur.
De stroming kreeg in Frankrijk vanaf omstreeks 1830 een herkenbaar profiel rond Félicité de Lamennais, Henri-Dominique Lacordaire en Charles de Montalembert. In België ontwikkelde zij zich in samenhang met de toenadering tussen katholieke en liberale oppositiegroepen tijdens de laatste jaren van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en de Belgische Revolutie. In Nederland ontstond in de jaren 1840 een eigen, meer pragmatische liberaal-katholieke richting die constitutionele hervorming verbond met de emancipatie van katholieken.
Liberaal katholicisme moet niet zonder meer worden gelijkgesteld met modern progressief katholicisme, theologisch modernisme of met het hedendaagse gebruik van het woord liberaal. Historici gebruiken de term in de eerste plaats voor een negentiende-eeuws debat over de plaats van Kerk en geloof in de constitutionele staat.
Begrip en uitgangspunten De liberaal-katholieke benadering ontstond uit de vraag hoe katholieken zich moesten verhouden tot de politieke orde die na de Franse Revolutie tot stand kwam. De revolutie en haar nasleep hadden de traditionele verhouding tussen monarchie, Kerk en samenleving diepgaand veranderd. Sommige katholieke denkers wilden de prerevolutionaire staatskerkelijke verhoudingen niet eenvoudig herstellen, maar onderzochten onder welke voorwaarden de Kerk binnen een constitutionele maatschappij zelfstandig kon functioneren.
Daarbij stonden verschillende vrijheden centraal. Afhankelijk van de auteur ging het onder meer om godsdienstvrijheid, persvrijheid, vrijheid van onderwijs en vereniging en om constitutionele beperkingen van het staatsgezag. Deze vrijheden werden door liberaal-katholieken niet noodzakelijk op dezelfde filosofische gronden verdedigd als door seculiere liberalen. Zij konden vrijheid bijvoorbeeld rechtvaardigen vanuit de waardigheid van de persoon, de zelfstandigheid van religieuze gemeenschappen of de noodzaak de Kerk tegen staatsinmenging te beschermen.
Ook de scheiding van kerk en staat kende uiteenlopende interpretaties. Bij een deel van de Franse liberaal-katholieken betekende zij niet dat religie uit het openbare leven moest verdwijnen, maar juist dat de Kerk minder afhankelijk moest worden van staatsmacht en staatsbescherming. Vooral Montalembert zou deze opvatting later samenvatten in het ideaal van een vrije Kerk in een vrije staat.
Frankrijk
Lamennais en L'Avenir Een belangrijk centrum van het vroege Franse liberaal katholicisme was het dagblad L'Avenir, dat in 1830 onder leiding van Félicité de Lamennais verscheen. Tot de medewerkers behoorden onder anderen Lacordaire en de jonge Montalembert. De groep rond het blad probeerde na de Julirevolutie van 1830 katholicisme en politieke vrijheid met elkaar te verbinden. Montalembert gebruikte L'Avenir onder meer om te betogen dat de katholieke Kerk belang kon hebben bij een ruimere constitutionele vrijheid in plaats van bij afhankelijkheid van een beschermende staat.
Deze positie bracht de kring rond Lamennais in conflict met de kerkelijke leiding. Paus Gregorius XVI publiceerde op 15 augustus 1832 de encycliek Mirari vos, waarin hij onder meer opvattingen over religieus indifferentisme en bepaalde formuleringen van gewetens- en persvrijheid veroordeelde. Hoewel de tekst Lamennais niet bij naam noemde, betekende de encycliek in de historische context een zware tegenslag voor het programma van L'Avenir. De wegen van Lamennais en zijn voormalige medewerkers zouden vervolgens uiteengaan.
Montalembert Montalembert bleef, anders dan Lamennais, binnen de Rooms-Katholieke Kerk actief en werd een van de bekendste vertegenwoordigers van het liberaal katholicisme. Zijn politieke denken draaide onder meer om vrijheid van onderwijs, constitutionele waarborgen en de vraag hoe de Kerk haar zelfstandigheid tegenover de staat kon bewaren. Onderzoek naar zijn politieke optreden benadrukt dat hij liberale instellingen niet uitsluitend als een concessie aan de moderne maatschappij zag, maar ook als mogelijke bescherming van de vrijheid van de Kerk.
In 1863 hield Montalembert tijdens een katholiek congres in Mechelen twee redevoeringen die bekend werden onder de formulering A Free Church in a Free State. Hij verdedigde er de gedachte dat katholieken zich met politieke vrijheid en een constitutionele staatsorde konden verzoenen. Zijn standpunten bleven omstreden binnen het katholicisme en stonden tegenover meer uitgesproken antiliberale of integrale opvattingen.
België In de Zuidelijke Nederlanden ontwikkelde de verhouding tussen katholicisme en liberalisme zich gedeeltelijk onafhankelijk van de Franse gebeurtenissen. Tijdens de jaren 1820 ontstond oppositie tegen het beleid van koning Willem I. Katholieke en liberale opposanten verschilden principieel van uitgangspunt, maar vonden elkaar op een aantal constitutionele en politieke eisen. Deze samenwerking werd bekend als het unionisme of de Union des oppositions.
Historicus Stefaan Marteel heeft benadrukt dat de Belgische ontwikkeling daarom niet uitsluitend als een import van de ideeën van Lamennais kan worden begrepen. Reeds vóór de brede receptie van diens ideeën bestonden er binnen het Zuid-Nederlandse politieke katholicisme discussies over rechten, constitutionalisme en de verhouding tot het staatsgezag. De toenadering tot de liberalen droeg er vervolgens toe bij dat bepaalde katholieke intellectuelen moderne vrijheden positiever gingen waarderen, zij het vanuit katholieke uitgangspunten.
Na de Belgische Revolutie van 1830 vormde de Belgische Grondwet van 1831 een politiek kader waarin onder meer godsdienstvrijheid, persvrijheid, vrijheid van onderwijs en vrijheid van vereniging constitutioneel werden beschermd. De katholieke en liberale deelnemers aan de revolutie kenden aan zulke vrijheden niet noodzakelijk dezelfde theoretische betekenis toe. Christophe Maes onderscheidt in dit verband de religieuze argumentatie van liberaal-katholieken van de individualistische uitgangspunten die bij andere liberalen voorkwamen, terwijl beide groepen in de Belgische oppositie wel tot gemeenschappelijke constitutionele eisen konden komen.
België bleef bovendien een belangrijk internationaal ontmoetingspunt voor het liberaal katholicisme. Het katholieke congres van Mechelen in 1863, waar Montalembert zijn redevoeringen over een vrije Kerk in een vrije staat hield, maakte de Belgische katholieke wereld tot een podium voor het bredere Europese debat over katholicisme en politieke vrijheid.
Nederland In Nederland kreeg het liberaal katholicisme vooral in de jaren 1840 politieke betekenis. Historicus E.H. Kossmann noemt onder anderen de geestelijke Franciscus Jacobus van Vree, journalist Judocus Smits en Johannes Wilhelmus Cramer als figuren binnen deze richting. Ook het in 1842 opgerichte tijdschrift De Katholiek, waaraan de priester en filosoof Cornelis Broere leiding gaf, droeg bij aan de intellectuele en politieke profilering van Nederlandse katholieken.
Volgens Kossmann verschilde deze Nederlandse variant aanzienlijk van de eerdere Belgische beweging. Hij typeert haar minder als een oorspronkelijk theoretisch programma dan als een praktische strategie om een grotere zelfstandigheid en rechtsgelijkheid van katholieken te bereiken. Nederlandse liberaal-katholieken konden daardoor samenwerken met liberale voorstanders van een grondwetsherziening.
Kossmann verbindt deze samenwerking met de steun die katholieke hervormers verleenden aan de Grondwetsherziening van 1848, die onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke de constitutionele verhoudingen ingrijpend wijzigde. De nieuwe grondwettelijke orde vergrootte de mogelijkheden voor kerkelijke organisatie. In 1853 volgde het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland. Kossmann beschouwt deze resultaten als een belangrijke praktische betekenis van het Nederlandse liberaal katholicisme, maar benadrukt tegelijk dat de Nederlandse richting minder doctrinair uitgewerkt was dan haar Belgische voorganger.
Reactie van de Heilige Stoel De verhouding tussen liberaal katholicisme en de Heilige Stoel bleef gedurende een groot deel van de negentiende eeuw gespannen. De crisis rond L'Avenir en Mirari vos vormde daarvan een vroeg voorbeeld. Onder paus Pius IX werd de afwijzing van verschillende met het negentiende-eeuwse liberalisme verbonden stellingen opnieuw nadrukkelijk geformuleerd.
Op 8 december 1864 verscheen Pius IX' encycliek Quanta cura, samen met de Syllabus Errorum, een overzicht van eerder veroordeelde stellingen. Het document richtte zich tegen uiteenlopende filosofische, religieuze en politieke opvattingen van die tijd en bevatte tevens een afdeling over het moderne liberalisme. Voor katholieke voorstanders van constitutionele vrijheid vergrootte dit de spanning tussen trouw aan het pauselijk gezag en hun politieke overtuigingen. Montalemberts houding tegenover de Romeinse kwestie en de koers van Pius IX vormt hiervan een bekend voorbeeld.
De pauselijke kritiek betekende niet dat alle vormen van katholieke deelname aan een constitutionele orde verdwenen. De verdere ontwikkeling van politiek katholicisme verliep per land verschillend en kan niet worden herleid tot één rechte ontwikkelingslijn vanuit het liberaal katholicisme.
Historiografische afbakening De benaming liberaal katholicisme is zelf onderwerp van historiografische discussie. De combinatie van beide begrippen kan de indruk wekken dat het om een eenvoudig samengaan van katholieke theologie en klassiek liberalisme ging. Recente geschiedschrijving benadrukt juist de spanningen binnen die combinatie en de uiteenlopende motieven waarmee katholieken moderne vrijheden konden verdedigen. Een vrijheidsrecht kon bijvoorbeeld worden verdedigd als individueel recht, maar ook als middel om kerk en religieuze gemeenschap tegen staatsinterventie te beschermen.
Daarom wordt het liberaal katholicisme door historici zowel bestudeerd binnen de geschiedenis van het liberalisme als binnen die van het politiek katholicisme. Voor België betoogt Maes bijvoorbeeld dat het liberaal-katholieke uitgangspunt dichter bij een variant van politiek katholicisme kan liggen dan bij het filosofische liberalisme, ondanks de concrete samenwerking rond constitutionele vrijheden. De recente internationale literatuur behandelt het verschijnsel dan ook als een pluriform Europees intellectueel en politiek fenomeen, en niet als één vastomlijnde ideologie.
Literatuur
(red.)
Aanvullende literatuur
Zie ook
Liberaal anglo-katholicisme Unionisme (België) Ultramontanisme Katholieke emancipatie Christendemocratie
Categorie:Liberalisme Categorie:Katholicisme Categorie:Belgische Revolutie Categorie:Verenigd Koninkrijk der Nederlanden