Het zeggefranjekelkje (Psilachnum lateritioalbum) is een schimmel uit de orde Helotiales. De soort leeft saprotroof op afgestorven kruidachtige plantendelen en is onder meer bekend van afgestorven delen van planten uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). BioInfo – Wildlife Information (UK), Psilachnum lateritioalbum (a discomycete). De vermelde substraatgegevens zijn ontleend aan Ellis, M.B. & Ellis, J.P. (1997), Microfungi on Land Plants: An Identification Handbook. Geraadpleegd op 20 september 2026.NDFF Verspreidingsatlas – Psilachnum lateritioalbum (Zeggefranjekelkje). Geraadpleegd op 20 september 2026.
Kenmerken De apothecia zijn smal aangehecht of kort gesteeld. De schijf is ongeveer 0,1–0,2 mm breed en wit tot crèmekleurig. De buitenzijde is bezet met gladde, dunwandige, cilindrische haren van ongeveer 40–60 × 2–3 µm. Vesterholt, J. & Petersen, J.H. (2001). Nøgler til SÆKSVAMPE – ASCOMYCOTA (1 skivesvampe), p. 123. Via MycoKey.
De asci meten ongeveer 32–38 × 4–5 µm en reageren positief op jodiumreagens (J+). De ascosporen zijn eencellig, knots- tot spoelvormig en meten ongeveer 6–8 × 1,5–2 µm. De parafysen zijn afgerond lancetvormig, 2–5 µm breed en steken ongeveer 5–20 µm boven de asci uit.
Ecologie Het zeggefranjekelkje groeit saprotroof op afgestorven delen van planten uit de cypergrassenfamilie. De soort is vermeld van dode bladeren van moeraszegge (Carex acutiformis) en oeverzegge (Carex riparia) en van afgestorven delen van gewone waterbies (Eleocharis palustris).
In een Deense determinatiesleutel wordt de soort vermeld van dood blad van cypergrassen; in Denemarken is zij onder andere gevonden op pluimzegge (Carex paniculata). De Nederlandse Verspreidingsatlas vermeldt de soort als saprotroof op kruidachtige plantendelen en noemt venen, moerassen en oevers als belangrijkste habitat. Als substraat worden vooral stengels genoemd en als geassocieerd plantengeslacht Carex.
Taxonomie De soort werd in 1887 door de Finse mycoloog Petter Adolf Karsten beschreven als Helotium lateritioalbum. Franz Xaver Rudolf von Höhnel plaatste de soort in 1926 in het geslacht Psilachnum, waardoor de combinatie Psilachnum lateritioalbum ontstond. Species Fungorum – Psilachnum lateritioalbum (P. Karst.) Höhn., Royal Botanic Gardens, Kew. Geraadpleegd op 20 september 2026. Species Fungorum vermeldt Phialea lateritioalba en Micropodia lateritioalba als synoniemen.
Psilachnum lateritioalbum is de typesoort van het geslacht Psilachnum. Johnston, P.R. & Park, D. (2025). An updated multigene phylogeny of Leotiomycetes. Persoonia 55: 527–566.
Species Fungorum deelt Psilachnum in bij de familie Hyaloscyphaceae. In de bijgewerkte multigene fylogenie van de Leotiomycetes van Johnston & Park (2025) wordt het geslacht daarentegen in de familie Hamatocanthoscyphaceae geplaatst.
Verspreiding In Nederland komt het zeggefranjekelkje zeer zeldzaam voor.
Categorie:Hyaloscyphaceae Categorie:Schimmelsoort