Juan Francisco de Anda y Salazar (Vitoria, ca. 1737 – Mexico-Stad, 1802) was een Spaans jurist en rechter. Hij was achtereenvolgens oidor (rechter) van de Audiencia van Manilla, alcalde del crimen en oidor van de Audiencia van Mexico, de hoogste rechterlijke instanties in respectievelijk de Filipijnen en Nieuw-Spanje.

Opleiding en vroege carrière Juan Francisco de Anda y Salazar werd omstreeks 1737 geboren in Vitoria in de Spaanse provincie Álava. Hij was een neef van Simón de Anda, die eveneensoidor (rechter) van de Audiencia van Manilla was en later gouverneur-generaal van de Filipijnen werd. Anda begon zijn studie filosofie en theologie aan het dominicanenklooster in Vitoria. Vervolgens ging hij naar Granada, waar hij werd toegelaten tot het Colegio del Sacro Monte en vijf jaar burgerlijk en canoniek recht studeerde. In 1758 behaalde hij aan de Universiteit van Granada de graad van baccalaureus in het canoniek recht en later die van licentiaat. Vervolgens studeerde hij vier jaar aan de Academia de Jurisprudencia Práctica in Madrid, onder leiding van Juan Antonio Madinaveytia, die later lid werd van de Audiencia van Valencia., Anda y Salazar, Juan Francisco de, Real Academia de la Historia, geraadpleegd op 18 september 2026., Biographical Dictionary of Audiencia Ministers in the Americas, 1687-1821, Westport, Connecticut, Greenwood Press, 1982, p. 14.

Na het voltooien van zijn opleiding vestigde Anda zich in Madrid. Hij werd lid van de Academia de Jurisprudencia Práctica en in 1762 toegelaten als advocaat bij de Reales Consejos. Hij trad tevens toe tot het Real Colegio de Abogados de la Corte. In 1763 deed hij een poging om te worden benoemd tot relator bij de Consejo de Guerra (Spaanse Raad van Oorlog). Nadat deze poging geen resultaat had gehad, keerde hij terug naar Vitoria, waar hij ongeveer twee jaar als juridisch adviseur en advocaat werkzaam was. In 1765 of 1766 keerde hij terug naar Madrid.

Oidor van Manilla Bij koninklijk besluit van 4 december 1769 werd Anda benoemd tot oidor supernumerario van de Audiencia van Manilla. Hij zou de plaats innemen van de gepensioneerde Manuel Galbán y Ventura, aanvankelijk met een half salaris zolang deze nog in leven was. De benoeming werd vastgelegd in een koninklijke provisie van 14 december 1769 en kwam tot stand op aanbeveling van zijn oom Simón de Anda.

Op 13 december 1769 werd bepaald dat hij zich naar zijn standplaats mocht begeven. Hij mocht daarbij een bediende, zijn persoonlijke kleding en twee kisten met boeken meenemen. Op 11 januari 1770 vertrok hij vanuit Cádiz aan boord van het fregat Astrea naar Manilla., Simón de Anda y Salazar, Historia Hispánica, Real Academia de la Historia, geraadpleegd op 20 september 2026. Het schip stond onder bevel van José de Córdova y Ramos en volgde de route via de Kaap de Goede Hoop. Zijn oom Simón de Anda, die was benoemd tot gouverneur-generaal van de Filipijnen, was ook aan boord van de Astrea. In april 1770 maakte het fregat een tussenstop in de Tafelbaai bij de Kaap de Goede Hoop, waarna het schip zijn reis naar de Filipijnen voortzette., Carta de Simón de Anda y Salazar a Julián de Arriaga over de aankomst van de fragata Astrea in de Bahía de la Tabla van de Kaap de Goede Hoop, Portal de Archivos Españoles, 10 en 13 april 1770. Anda arriveerde in juli 1770 in Manilla en begon op 23 juli van dat jaar zijn nieuwe functie. Na het pensioen van Galbán y Ventura kreeg hij in 1774 een reguliere plaats als oidor. Bij koninklijk besluit van 12 juni van dat jaar werd hem het volledige salaris van zijn ambt toegekend.

Naast zijn werkzaamheden als oidor kreeg Anda een belangrijke bestuurlijke taak bij het beheer van de bezittingen van de in 1767 uit de Filipijnen verdreven jezuïeten. In 1772 werd hij door zijn oom Simón de Anda aangesteld als commissaris voor de zogenoemde temporalidades, de door de Spaanse kroon in beslag genomen bezittingen van de orde. De administratie hiervan verkeerde bij zijn aantreden in slechte staat en verschillende dossiers waren door elkaar geraakt. Juan Francisco de Anda hield zich bezig met het ordenen van de administratie, het beheer van de haciënda's en het innen van inkomsten en achterstallige betalingen. Onder zijn leiding werd tussen 1772 en 1774 aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het op orde brengen van het beheer van deze bezittingen., Governor Anda and the Liquidation of Jesuit Temporalities in the Philippines, 1770-1776, Philippine Studies, jaargang 23, nr. 3, 1975, pp. 293-319.

Tijdens zijn verblijf in de Filipijnen vroeg Anda toestemming om te trouwen. De Cámara de Indias adviseerde aanvankelijk positief, op voorwaarde dat hij niet met een dochter van een lid van dezelfde Audiencia zou trouwen. Koning Karel III wees het verzoek echter af en bepaalde dat de bestaande wettelijke beperkingen op het huwelijk van leden van de Audiencia moesten worden nageleefd., Servir al rey sin desconsuelo. La cuestión del matrimonio de los miembros de la Audiencia de Manila en el siglo XVIII, Revista de Indias, jaargang 78, nr. 273, 2018, p. 520-521. Tijdens zijn verblijf in de Filipijnen stuurde Anda ook een muntenverzameling en zeldzame vogels naar Spanje.

In 1777 vertrok Anda aan boord van het fregat Palas voor zijn terugreis naar Spanje. Hij reisde met twee bedienden uit de provincie Cagayán. Aan boord bevond zich ook een olifant, die de vorst van Mysore, Haider Ali, aan zijn oom Simón de Anda had geschonken. Na het overlijden van zijn oom in 1776 was Juan Francisco als executeur-testamentair verantwoordelijk geworden voor diens nalatenschap en daarmee ook voor de verdere afhandeling van het diplomatieke geschenk. Hij had de olifant ongeveer anderhalf jaar in Manilla laten verzorgen. Op 14 april 1778 arriveerde hij met zijn twee bedienden, de olifant en de Malabaar, die het dier verzorgde, in Cádiz., Regalos de Filipinas a Cádiz en los barcos de la Armada (1765-1784), Anuario de Estudios Americanos, jaargang 74, nr. 2, 2017, pp. 491-523.

Loopbaan in Nieuw-Spanje Op 17 juli 1777 werd Anda benoemd tot oidor van de Audiencia van Guadalajara. Hij reisde echter niet naar Guadalajara, maar werd na een nieuwe voordracht van de Consejo de Cámara, het binnen de Raad van Indië ingestelde orgaan dat onder meer belast was met benoemingen, op 26 juni 1778 benoemd tot alcalde del crimen van de Audiencia van Mexico. Voor deze functie was eerder nog Juan Antonio de Uruñuela aangewezen. Zijn benoeming werd vastgelegd in een koninklijke provisie van 4 augustus 1778.

Op 31 maart 1780 kreeg Anda toestemming om naar Nieuw-Spanje te reizen. Hij mocht daarbij opnieuw zijn twee Filipijnse bedienden meenemen, evenals de Malabaar die de olifant tijdens de reis naar Spanje had verzorgd. Begin november van dat jaar arriveerde hij in Mexico-Stad. Op 3 november 1780 begon Anda zijn nieuwe functie. Na vijf jaar als alcalde del crimen werd Anda op 14 september 1785 bevorderd tot oidor van dezelfde Audiencia, als opvolger van de overleden Francisco Gómez Algarín. Op 14 januari 1786 trad hij als oidor aan.

Naast zijn rechterlijke werkzaamheden was Anda als oidor ook betrokken bij het bestuur van Nieuw-Spanje. Na de dood van onderkoning Bernardo de Gálvez in november 1786 nam de Real Audiencia van Mexico het bestuur tijdelijk waar. Als lid van de Real Audiencia Gobernadora maakte Anda deel uit van dit waarnemende bestuur. Zo ondertekende hij in februari 1787 mede een besluit van de Audiencia over de openbare verlichting in Mexico-Stad. In mei van dat jaar was hij als lid van de Audiencia tevens betrokken bij de overdracht van het bestuur aan aartsbisschop Alonso Núñez de Haro y Peralta, die tot de komst van de nieuwe onderkoning Manuel Antonio Flórez met het bestuur van Nieuw-Spanje werd belast., El alumbrado público en la Ciudad de México durante la segunda mitad del siglo XVIII, Boletín del Archivo General de la Nación, document van 13 februari 1787, p. 810-811., Fonds Mexicain, Ms. Mexicain 261, Estadística comparativa entre Madrid y México, hacia el fin del siglo XVIII, por José Antonio Alzate, fol. 21-24. Digitale transcriptie via Amoxcalli, Universidad Nacional Autónoma de México.

In 1792 was Anda gouverneur van de Real Sala del Crimen, de strafkamer van de Audiencia van Mexico. In 1795 behandelde hij in deze functie de strafzaken tegen de van betrokkenheid bij een vermeende samenzwering verdachte Fransen Juan Durrey en Jean Fournier. Anda verwees de zaken naar de procureurs van de verdachten, zodat zij zich met behulp van hun advocaten konden verdedigen. Ook stelde hij zich terughoudend op tegenover het verzoek van de fiscaal om de verdachten te laten folteren om bekentenissen af te dwingen., Calendario manual y guía de forasteros de México, para el año de 1792, Mexico, 1792, p. 49., Opinión pública y censura en Nueva España: indicios de un silencio imposible (1767-1794), El Colegio de México, Mexico-Stad, 2010, p. 469.

Anda bleef de rest van zijn leven in Mexico. In de laatste jaren van zijn leven was hij werkzaam als juez privativo conservador van Marquesado del Valle de Oaxaca, het gebied in Nieuw-Spanje dat toebehoorde aan de nakomelingen van Hernán Cortés. In deze functie oefende hij ook bestuurlijke bevoegdheden uit. Zo benoemde hij op 3 december 1799 Antonio de la Banda y Garcés tot waarnemend alcalde mayor van de Cuatro Villas Marquesanas., Introducción al estudio de los corregidores y alcaldes mayores del Marquesado del Valle (Títulos de 1590 a 1810), Boletín del Archivo General de la Nación, 1977, p. 150. Nog op 19 februari 1802 vaardigde Anda een beslissing uit over de verkiezing van de lokale bestuurders van Capultitlán.

Op 7 maart 1802 overleed hij in Mexico-Stad. Hij was toen oidor subdecano van de Audiencia van Mexico en juez privativo van Marquesado del Valle. Zijn lichaam werd diezelfde dag om vier uur 's middags begraven in de kerk van het keizerlijke klooster van Santo Domingo in Mexico-Stad.Brief van Don Pedro de Anda, Don Cosme de Mier y Trespalacio en anderen aan Don Diego Pignatelli, Mexico, 7 maart 1802, Archivo de Estado de Nápoles, Archivo Pignatelli Aragona Cortés, México. Transcriptie.

Verklarende noten

Referenties

Categorie:Persoon in de Spaans koloniale Filipijnen Categorie:Spaans rechter Categorie:Rechter van de Audiencia van Manilla