Nathaniel Harisson Harris (Natchez, 22 augustus 1834 – Malvern, 23 augustus 1900) was een Amerikaans advocaat, militair en zakenman. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army waarbij hij in januari 1863 bevorderd werd tot brigadegeneraal.
Vroege jaren Nathaniel H. Harris werd geboren op 22 augustus 1834 in Natchez, Mississippi.Warner, Ezra J. (1959). Generals in Grey. p. 125-126. Na zijn schooltijd studeerde Harris rechten aan de University of Louisiana. Hij opende een advocatenkantoor in Vicksburg, Mississippi.Eicher, John H., and David J. Eicher. Civil War High Commands. Stanford, CA: Stanford University Press, 2001. p. 282 Harris stapte nooit in het huwelijksbootje.
Amerikaanse Burgeroorlog Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog rekruteerde Harris de "Warren Rifles". Op 25 april 1861 werd hij verkozen tot kapitein van de eenheid.Wert, Jeffry D. "Harris, Nathaniel Harrison" in Historical Times Illustrated History of the Civil War, edited by Patricia L. Faust. New York: Harper & Row, 1986. . pp. 344-345 De eenheid werd op 1 juni 1861 officieel opgenomen in het Confederate States Army als Company C van het 19th Mississippi Infantry Regiment. Het regiment werd kort daarna naar Virginia gestuurd maar zou pas ingezet worden tijdens de Slag bij Williamsburg op 5 mei 1862.Civil War Dictionary. p. 378. Harris werd op 5 maart 1862 bevorderd tot majoor.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. . p. 286 Hij nam deel aan de Slag bij Seven Pines en de Zevendagenslag. Harris raakte verschillende keren licht gewond tijdens de Schiereilandveldtocht. Ook tijdens de Tweede Slag bij Bull Run liep hij verwondingen op. Na de Slag bij Antietam werd Harris bevorderd tot luitenant-kolonel.
Op 2 april 1863 werd Harris bevorderd tot kolonel en nam hij het bevel van het regiment op zich. Hij voerde zijn eenheid aan tijdens de Slag bij Chancellorsville in mei 1863 en de Slag bij Gettysburg in juli. Toen brigadegeneraal Carnot Posey dodelijke verwondingen opliep tijdens de Slag bij Bristoe Station nam Harris het commando van de brigade op zich. Harris werd op 20 januari 1864 bevorderd tot brigadegeneraal. Zijn brigade maakte deel uit van de divisie van generaal-majoor Richard H. Anderson en werd daarna ingedeeld in de divisie van generaal-majoor William Mahone. Tijdens de Slag bij Spotsylvania Court House voerde hij een sterke tegenaanval uit in de "Mule Shoe". Ook tijdens de Richmond-Petersburgveldtocht werd zijn brigade veelvuldig ingezet. Zo verloor hij op 21 augustus 1864 de helft van zijn brigade bij Globe Tavern. Eind 1864 en begin 1865 verdedigde zijn brigade de Weldon Railroad. Opnieuw verloor hij vele manschappen tijdens de Derde Slag bij Petersburg. In maart 1865 was hij verantwoordelijk voor de binnenste verdedigingsgordel rond Richmond.
Na de overgave van het Army of Northern Virginia bij Appomattox Court House, waar Harris bevelhebber was van de divisie van Mahone, werd hij op 9 april 1865 vrijgelaten onder voorwaarden. Op 19 oktober 1865 kreeg hij amnestie van de federale overheid.
Latere jaren Na de burgeroorlog keerde Harris terug naar Vicksburg waar hij opnieuw zijn advocatenkantoor opende. Hij werd voorzitter van de Mississippi Valley and Ship Island Railroad en werkte een tijd voor de United States General Land Office in Aberdeen, South Dakota. In 1890 vestigde hij zich in Californië waar hij samenwerkte met John Hays Hammond.
Nathaniel H. Harris overleed op 23 augustus 1900 in Malvern, Verenigd Koninkrijk, terwijl hij op zakenreis was. Hij werd gecremeerd en zijn assen werden bijgezet in het Green-Wood Cemetery in New York.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten