José de Córdova y Ramos (Utrera, 26 september 1732 – Cádiz, 3 april 1815) was een Spaans marineofficier. Hij bereikte de rang van teniente general (luitenant-generaal) van de Spaanse marine en diende gedurende meer dan vijf decennia. Hij nam deel aan verschillende militaire campagnes in Europa, Afrika, Amerika en Azië en voerde het bevel over meerdere Spaanse marine-expedities.
Córdova nam onder meer deel aan de verdediging van Havana tijdens het Britse beleg van Havana van 1762, expedities naar de Filipijnen en Zuid-Amerika en de oorlogen tegen Groot-Brittannië. In 1780 maakte hij deel uit van het eskader dat een groot Brits konvooi onderschepte en 52 schepen buitmaakte. In 1797 voerde hij als bevelhebber van de Spaanse vloot het bevel tijdens de zeeslag bij Kaap Sint-Vincent, die eindigde in een zware Spaanse nederlaag. Na de zeeslag werd Córdova uit zijn bevel ontheven en in 1799 voor een krijgsraad gebracht. In 1806 werd hij echter in zijn rang hersteld om vervolgens met pensioen te gaan.
Levensloop Jonge jaren en eerste zeereizen José de Córdova y Ramos de Garay werd geboren in Utrera in een adellijke familie met een lange maritieme traditie. Hij was een zoon van Ramón de Córdova y Córdova Lasso de la Vega y Puente Verástegui, afkomstig uit Sevilla, en María Ana Ramos y Garay uit Utrera., José de Córdova y Ramos de Garay, Historia Hispánica, Real Academia de la Historia, geraadpleegd op 22 september 2026. Op dertienjarige leeftijd probeerde hij dienst te nemen bij de marine en voer hij onder het bevel van het eskader van de markies van Victoria. Op 31 oktober 1746 werd hij toegelaten tot de Real Compañía de Guardias Marinas (marineacademie) in Cádiz., Catálogo de pinturas del Museo Naval, 2: Retratos de los oficiales generales del Cuerpo General de la Armada, Madrid, Museo Naval, p. 113.
Na zijn eerste opleiding ging hij als guardiamarina (adelborst) aan boord van het linieschip Invencible, onderdeel van het eskader van Andrés Reggio. Het schip voer naar Amerika en in 1748 nam Córdova in de omgeving van Havana deel aan een gevecht tussen het Britse eskader van schout-bij-nacht Charles Knowles en het Spaanse eskader van Reggio. Hij onderscheidde zich daarbij door zijn moed. Na zijn terugkeer naar Spanje met de zilvervloot werd hij op 23 oktober 1751 bevorderd tot alférez de fragata (vaandrig-ter-zee).
Córdova voer vervolgens op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en vervoerde troepen naar de Spaanse bezittingen in Noord-Afrika. In 1752 werd hij na het overlijden van zijn broer Juan bevorderd tot alférez de navío (luitenant-ter-zee). Hij maakte een reis naar Montevideo en bezocht tijdens een van zijn reizen ook de Canarische Eilanden. Na zijn terugkeer naar Spanje werd hij in Cartagena ingedeeld bij een divisie schebekken onder bevel van capitán de fragata (kapitein-ter-fregat) José de la Flor.
Op 16 april 1755 raakte hij voor Alicante in gevecht met drie Algerijnse schebekken. Het gevecht duurde veertien uur en eindigde met het tot zinken brengen van de drie Algerijnse schepen. 494 opvarenden werden gevangengenomen, onder wie Algerijnse zeerovers en eerder door de Algerijnen gevangengenomen christelijke gevangenen. Aan Spaanse zijde vielen vijf doden en ongeveer vijftig gewonden., Diario del combate que sobre la Rada de Benidorme, ô Barlovento de Alicante, tuvieron los cinco Javeques del Rey, mandados por Don Joseph de Flon y Sesma, Cádiz, Imprenta Real de Marina, 1755., Fernando VI. Combate naval frente a la costa valenciana. 1755, 11 oktober 2017.
Op 3 maart 1757 werd Córdova bevorderd tot teniente de fragata (luitenant-ter-fregat). Aan boord van het linieschip Vencedor nam hij op 9 juni 1758 deel aan een gevecht tegen het Algerijnse linieschip Castillo Nuevo en het fregat Caravela. De Castillo Nuevo, bewapend met 60 kanonnen, werd na een langdurig gevecht tot overgave gedwongen, maar zonk de volgende dag als gevolg van de opgelopen schade. Van de bemanning werden 306 personen gevangengenomen. Op 13 juli 1760 werd Córdova bevorderd tot teniente de navío (kapitein-luitenant). In 1761 maakte hij een reis naar Noord-Amerika met de zilvervloot en keerde hij terug naar Cádiz.
Belegering van Havana en reizen naar de Filipijnen In 1762 maakte Córdova deel uit van de Spaanse zeemacht die de verdediging van Havana tegen de Britse aanval ondersteunde. Hij kreeg opdracht de voorraden uit de bedreigde magazijnen te evacueren en het buskruit over de schepen, de stad en de kleinere vaartuigen te verdelen. Vervolgens kreeg hij samen met eskadermajoor Juan Valcárcel opdracht het garnizoen dat de hoogten van La Cabaña bezette naar de stad terug te trekken en voorraden en munitie veilig te stellen. Daarna begaf hij zich naar het Castillo del Morro, waar hij ondanks het vijandelijke vuur vier dagen standhield. In 1764 ingezet bij de hulpverlening aan Melilla, dat door Marokkaanse troepen werd belegerd.
In 1765 maakte Córdova als teniente de navío (kapitein-luitenant) aan boord van het linieschip Buen Consejo onder bevel van Juan de Casens de eerste van een reeks van veertien rechtstreekse reizen van Spaanse marineschepen tussen Cádiz en de Filipijnen via de Kaap de Goede Hoop. Deze expedities maakten deel uit van het streven van de Spaanse regering om een rechtstreekse verbinding tussen de metropool en de Filipijnen tot stand te brengen, buiten de traditionele handelsroute via Acapulco. Daarbij wilde men het monopolie van de trans-Pacifische handel doorbreken, de handel tussen Cádiz en Manilla bevorderen en nautische kennis verzamelen voor toekomstige reizen. De Britse bezetting van Manilla tijdens de Zevenjarige Oorlog had bovendien het belang van een betere verbinding en versterking van de Spaanse positie in de Filipijnen duidelijk gemaakt., La Armada en El Cabo de Buena Esperanza. La primera expedición del navío Buen Consejo, 1765-1767, Anuario de Estudios Atlánticos, nr. 59, 2013, pp. 431-477.
Córdova voerde tijdens de reis het bevel over de eerste bataljons mariniers die vanuit Spanje naar de Filipijnen werden overgebracht. Het schip vertrok op 15 maart 1765 uit Cádiz en voer via de Kaapverdische Eilanden en Rio de Janeiro naar de Kaap de Goede Hoop. Op 18 november werd de Kaap waargenomen en enkele dagen later bereikte het schip Mauritius. Daarna werd de reis via Java en de Straat Soenda naar de Filipijnen voortgezet. Na een langdurige en moeilijke overtocht kwam de Buen Consejo op 9 augustus 1766 aan in Cavite.
thumb|Een kaart van de Straat Soenda uit 1771, die werd gemaakt met dieptemetingen die werden uitgevoerd tijdens de terugreis van de Buen Consejo van de Filipijnen naar Spanje in 1767 Tijdens zijn verblijf in de Filipijnen hield Córdova zich niet alleen bezig met militaire taken. Samen met Casens was hij betrokken bij het weer zeewaardig maken van de San Carlos, waarover gouverneur José Raón op 31 januari 1767 aan de Spaanse regering rapporteerde., La construcción de la Real Armada en Filipinas. Marinos españoles en Manila en la segunda mitad del siglo XVIII, Espacio, Tiempo y Forma. Serie IV, Historia Moderna, nr. 32, 2019, pp. 161-190. De expeditie leverde daarnaast belangrijke nautische en geografische gegevens op voor toekomstige reizen van de Spaanse marine naar de Filipijnen. De Buen Consejo vertrok op 11 februari 1767 uit Cavite, met onder anderen Simón de Anda aan boord, die van 1762 tot 1764 het Spaanse verzet tegen de Britten had geleid. Na een moeilijke overtocht bereikte het schip op 15 juli van dat jaar Cádiz., La Armada en El Cabo de Buena Esperanza. La primera expedición del navío Buen Consejo, 1765-1767, Instituto de Historia y Cultura Naval, pp. 108-110.
Na zijn terugkeer werd hij ingedeeld bij de schebekendivisie van Antonio Barceló, die belast was met de bestrijding van Barbarijse zeerovers. Op 6 augustus 1767 werd Córdova bevorderd tot capitán de fragata (kapitein-ter-fregat) en kreeg hij het bevel over een van de schebeken. Op 20 oktober 1769 nam hij bij Melilla deel aan een operatie waarbij vier schepen van de Barbarijse zeerovers werden buitgemaakt.
De Astrea en reizen naar Zuid-Amerika thumb|Een tekening uit de collectie van het Museo Naval in Madrid van het fregat Astrea, waarmee Córdova y Ramos in 1770 naar de Filipijnen voer Córdova werd vervolgens naar Cádiz overgeplaatst om het bevel te voeren over het fregat Astrea, waarmee hij opnieuw naar de Filipijnen voer. Op 11 januari 1770 vertrok het schip uit Cádiz en volgde het de route via de Kaap de Goede Hoop. In april maakte de Astrea een tussenstop in de Tafelbaai bij de Kaap de Goede Hoop, waarna de reis naar de Filipijnen werd voortgezet. Aan boord bevonden zich onder anderen Simón de Anda, die als gouverneur-generaal van de Filipijnen naar zijn standplaats reisde, en diens neef Juan Francisco de Anda, die was benoemd tot oidor (rechter) van de Audiencia van Manilla., Carta de Simón de Anda y Salazar a Julián de Arriaga sobre la arribada de la fragata Astrea a la Bahía de la Tabla del Cabo de Buena Esperanza, Portal de Archivos Españoles, 10 april 1770. In 1771 maakte Córdova de terugreis naar Spanje. Op 4 januari vertrok de Astrea vanuit Cavite met acht jezuïeten die na de uitwijzing van de orde, in 1767, nog in de Filipijnen waren achtergebleven. Een van hen overleed tijdens de reis, waarna zeven jezuïeten op 2 augustus 1771 aankwamen in El Puerto de Santa María. (1998), La expulsión de los jesuitas de Filipinas, deel II, pp. 333-340, online via deze link. Na de terugreis naar Spanje in 1771 werd Córdova tweede bevelhebber van het linieschip Astuto. Daarmee maakte hij een reis naar de Grote Oceaan en bezocht hij onder meer Valparaíso en Callao.
Op 21 april 1774 werd Córdova bevorderd tot capitán de navío (kapitein-ter-zee). Enkele maanden later kreeg hij het bevel over het linieschip San Miguel. Hij maakte daarmee verschillende reizen en kreeg onder meer opdracht naar de ingang van de Straat van Gibraltar te varen. Córdova werd vervolgens benoemd tot onderinspecteur van het eskader van de markies van Casa-Tilly. In 1776 nam hij deel aan de Spaanse expeditie tegen de Portugese bezittingen in Zuid-Amerika, waaronder Santa Catarina en Colonia del Sacramento. Na het sluiten van de vrede tussen Spanje en Portugal keerde hij in 1777 naar Spanje terug.
Wetenschappelijke expeditie naar Zuid-Amerika In 1777 kreeg Córdova het bevel over het zestig kanonnen tellende linieschip El Peruano. Op 19 oktober vertrok hij vanuit Cádiz naar Callao, met onder meer kwikzilver, zwaarden, tabak en gezegeld papier aan boord. Het schip vervoerde ook een wetenschappelijke expeditie naar de Spaanse gebieden in Zuid-Amerika. Aan boord bevonden zich de botanici Hipólito Ruiz en José Pavón, de tekenaars José Brunete en Isidro Gálvez en de Franse botanicus en arts Joseph Dombey.
Na een reis van vijf maanden bereikte El Peruano Callao. De wetenschappers gingen daar aan land, waarna Córdova met het schip verschillende opdrachten uitvoerde langs de kusten van Peru en Chili.
Oorlog tegen Groot-Brittannië In 1779 kreeg Córdova het bevel over het linieschip Arrogante van het eskader van Ferrol. Nadat hij naar Cádiz was overgeplaatst, werd hij toegevoegd aan het eskader van zijn oom Luis de Córdova. Op 9 augustus 1780 nam hij deel aan het onderscheppen van een groot Brits konvooi ten westen van Kaap Sint-Vincent. Daarbij werden 52 schepen buitgemaakt. Zes daarvan waren bewapende fregatten van de Britse Oost-Indische Compagnie. Vijf van deze schepen werden later opgenomen in de Spaanse marine.
Op 13 april 1781 werd Córdova bevorderd tot brigadier (brigadegeneraal). Hij bleef het bevel voeren over Arrogante en nam deel aan de tweede campagne in Het Kanaal, het beleg van Gibraltar en het gevecht bij Kaap Spartel op 20 oktober 1782 tegen de Britse vloot onder bevel van admiraal Richard Howe. De Britse vloot wist ondanks de Spaanse en Franse pogingen het belegerde Gibraltar te bevoorraden. Het daaropvolgende gevecht tussen de Britse en Spaans-Franse eskaders leverde geen beslissende uitslag op.