De Israëlische artsenstaking van 1983 was een langdurig arbeidsconflict van artsen in de Israëlische gezondheidszorg dat liep van 2 maart tot 27 juni 1983. De staking duurde 118 dagen en omvatte bijna 8.000 artsen die in de publieke sector werkzaam waren. De belangrijkste twistpunten waren de salarissen, de lengte van de werkweek en andere arbeidsvoorwaarden.

Tijdens de staking bleef een deel van de spoedeisende hulp beschikbaar, maar de reguliere eerstelijnszorg en andere niet-spoedeisende medische diensten werden sterk beperkt. De Israel Medical Association (IMA) zette alternatieve behandelcentra op, waar patiënten tegen directe betaling medische hulp konden krijgen. In de laatste fase van het conflict gingen duizenden artsen in hongerstaking, waarna verscheidene ziekenhuizen hun dienstverlening verder beperkten of tijdelijk grotendeels stillegden. Het conflict eindigde nadat de regering en de artsenorganisatie instemden met bindende arbitrage.

De staking is nadien onderzocht vanuit onder meer gezondheidszorgonderzoek, arbeidssociologie en medische ethiek. Een systematische scoping review van onderzoek naar stakingen in de gezondheidszorg identificeerde zeven studies over de Israëlische artsenstaking van 1983 en kwalificeerde haar daarmee als de meest onderzochte staking binnen de 43 publicaties die in die review waren opgenomen.

Achtergrond en eisen Op 2 maart 1983 begon de Israel Medical Association, die zowel als beroepsorganisatie als belangenorganisatie van artsen optrad, een staking die vrijwel alle burgerlijke ziekenhuizen en klinieken in het land raakte. Volgens een contemporaine beschrijving in The New England Journal of Medicine stonden loon en arbeidstijd centraal. Artsen klaagden over lange werktijden in verhouding tot hun beloning, terwijl de regering vasthield aan een in haar anti-inflatiebeleid gehanteerde grens van 22 procent voor loonstijgingen.

Een artikel in het Journal of Medical Ethics beschreef dat een deel van de Israëlische artsen 65 tot 75 uur per week werkte. De auteurs plaatsten de arbeidsvoorwaarden tevens in de context van de kwaliteit van de patiëntenzorg, omdat langdurige overbelasting volgens hen eveneens ethische problemen kon opleveren.

De IMA vermeldde in een later historisch overzicht dat haar eisen onder meer betrekking hadden op uitbreiding van het aantal artsenplaatsen, de problemen rond ziekenhuiscapaciteit, compensatie voor loonerosie, een hoger basissalaris en beperking van de arbeidstijd. De organisatie stelde destijds onder meer een werkweek van 36 uur en een maximum van zestien aaneengesloten werkuren voor. Omdat dit overzicht afkomstig is van de artsenorganisatie zelf, vormt het in de eerste plaats een bron voor de eigen eisen en de latere voorstelling daarvan door de IMA.

Verloop van de staking

Beperking van de reguliere zorg De staking betekende geen volledige stillegging van alle medische zorg. Een onderzoek naar het zorggebruik van kinderen tijdens de staking stelde vast dat spoedeisende ziekenhuiszorg beschikbaar bleef, terwijl de mogelijkheden voor reguliere eerstelijnszorg sterk waren verminderd. De IMA richtte een Alternative Medical Service op. Anders dan bij de gebruikelijke, via verzekering gefinancierde zorg in de gemeenschapsklinieken moesten patiënten bij deze alternatieve centra rechtstreeks voor een consult betalen.

De verschuiving van patiënten had gevolgen voor spoedeisende-hulpafdelingen die wel bleven functioneren. In een onderzoek in een groot academisch ziekenhuis in Jeruzalem nam het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp tijdens de staking met ongeveer 20 procent toe. Het percentage bezoekers dat vervolgens werd opgenomen daalde, maar het absolute aantal ziekenhuisopnamen vanuit de spoedeisende hulp bleef ongeveer gelijk aan dat in de vergelijkingsperiode.

De staking duurde voort ondanks herhaalde onderhandelingen tussen de artsen en hun werkgevers. Tot de werkgevers behoorden de Israëlische overheid en de ziekenfondsorganisatie Kupat Holim. Begin juni werden onderhandelingen na langdurig overleg opnieuw afgebroken.

Hongerstaking en escalatie In de tweede helft van juni escaleerde het arbeidsconflict toen artsen een hongerstaking begonnen. De actie ontstond in het Soroka-ziekenhuis in Beër Sjeva en breidde zich vervolgens uit naar andere ziekenhuizen. Volgens de Jewish Telegraphic Agency namen op 27 juni naar schatting ongeveer 3.000 artsen aan de hongerstaking deel, ongeveer de helft van het aantal artsen dat volgens deze bron rechtstreeks in overheidsdienst was. Ook verpleegkundigen en medische studenten sloten zich op sommige plaatsen bij de actie aan.

De hongerstaking verminderde de beschikbare ziekenhuiscapaciteit verder. Dezelfde contemporaine verslaggeving meldde dat operatieafdelingen, spoedeisende diensten en andere voorzieningen op verschillende plaatsen werden gesloten en dat enkele grote ziekenhuizen tijdelijk vrijwel geheel stilvielen. Op 26 en 27 juni stemde de regering uiteindelijk in met bindende arbitrage. De artsen keerden daarop terug naar hun reguliere werkzaamheden; in de wetenschappelijke literatuur wordt 27 juni als einddatum van de 118 dagen durende staking aangehouden.

Arbitrage en arbeidsvoorwaarden Na de beëindiging van de staking werden de voorwaarden voor de bindende arbitrage verder uitgewerkt. Op 7 juli 1983 tekenden de vertegenwoordigers van de artsen en de regering een formeel akkoord. De arbitrage moest onder meer beslissen over hogere salarissen en kortere werktijden.

In september 1983 berichtte de Jewish Telegraphic Agency dat de arbitrale uitspraak voorzag in een loonsverhoging van 60 procent, retroactief over een periode van twee jaar, en in een werkweek van 45 uur. Voor ongeveer de helft van het ziekenhuispersoneel waarop de uitspraak betrekking had, in het bijzonder jongere ziekenhuisartsen, werd een werkweek van 42 uur genoemd.

De latere geschiedschrijving van de IMA geeft bij het percentage van 60 procent een belangrijke nuancering. Volgens de organisatie bedroeg de totale waarde van de salarisaanvullingen voor de jaren 1982–1984 ongeveer 60 procent, maar zou vanwege de zeer hoge inflatie in Israël de feitelijke salarisaanvulling in reële termen volgens haar eigen berekening ongeveer 22 procent hebben bedragen. Het percentage van 60 procent kan daarom niet zonder meer als een reële koopkrachtstijging van 60 procent worden geïnterpreteerd.

Gevolgen voor de gezondheidszorg

Zorggebruik Verschillende onderzoeken gebruikten de staking als gelegenheid om veranderingen in het gebruik van medische voorzieningen te bestuderen. Ron en collega's onderzochten tijdens de derde maand van de staking 253 gezinnen die bij acht ziekenfondsklinieken waren aangesloten. De meeste ouders die ziekte van een kind rapporteerden, stelden het zoeken naar zorg niet uit. Zij maakten onder meer gebruik van verpleegkundigen in plaatselijke klinieken, de spoedeisende hulp, particuliere artsen en de alternatieve behandelcentra van de stakers. De onderzoekers wezen op verschillen tussen gebieden en op de mogelijke rol van sociaaleconomische omstandigheden en de plaatselijke beschikbaarheid van alternatieven.

Een later onderzoek onder 719 respondenten onderzocht verschillen tussen sociale groepen. Respondenten met een lager opleidingsniveau rapporteerden vaker behoefte aan medische zorg en vaker schade aan de gezondheid, en waren bij niet-spoedeisende zorg minder tevreden over de beschikbare alternatieven dan hoger opgeleide groepen. Een afzonderlijke studie naar de ervaren gezondheidsschade tijdens de staking vond eveneens dat financieel zwakkere groepen vaker aangaven nadeel te hebben ondervonden van de beperking van de reguliere medische dienstverlening. De studie onderzocht percepties en vormt daardoor geen rechtstreekse meting van objectieve gezondheidsschade.

Onderzoek naar sterfte De invloed van de staking op sterfte kreeg later bijzondere aandacht. P.E. Slater en P. Ever-Hadani publiceerden in december 1983 in The Lancet een korte analyse van overlijdensgegevens in het district Jeruzalem tijdens de staking, waarbij gegevens uit 1983 werden vergeleken met de overeenkomstige periode in 1982.

Een systematische review en meta-analyse uit 2022 beoordeelde deze studie opnieuw. Volgens de review werd in het onderzoek naar Jeruzalem geen verschil in het aantal sterfgevallen tussen de twee jaren gevonden. De auteurs beoordeelden de zekerheid van het bewijs van deze afzonderlijke studie als very low (zeer laag). Bovendien betrof de oorspronkelijke studie het district Jeruzalem en niet de gehele Israëlische bevolking. De beschikbare studie vormt daarom geen onderbouwing voor een algemene conclusie dat de landelijke staking tot een daling van de sterfte leidde.

Ook in de bredere meta-analyse van stakingen van gezondheidswerkers werd geen statistisch significant verschil in ziekenhuissterfte tijdens stakingen gevonden. De auteurs benadrukten daarbij de grote heterogeniteit en methodologische beperkingen van de beschikbare observationele onderzoeken.

Medisch-ethische discussie De staking leidde naast het arbeidsconflict tot een discussie over de bijzondere verantwoordelijkheid van artsen tegenover patiënten. Grosskopf, Buckman en Garty beschreven in 1985 verschillende dilemma's die tijdens de staking zichtbaar waren. Zij bespraken onder meer de spanning tussen de professionele en religieus-ethische verplichtingen van artsen, hun positie binnen een collectief gefinancierde gezondheidszorg en de mogelijke aantasting van de kwaliteit van zorg door langdurige overbelasting van artsen.

Ellencweig analyseerde de staking in 1987 vanuit de organisatie en arbeidsverhoudingen binnen de Israëlische gezondheidszorg. Hij beschreef de staking, die van maart tot juni 1983 118 dagen duurde, als een uitzonderlijk langdurig artsenconflict en gebruikte haar als casus voor de positie en status van artsen binnen een modern zorgstelsel.

Het latere onderzoek naar de staking richtte zich niet alleen op sterfte, maar onder meer ook op patiëntenstromen, gebruik van spoedeisende hulp, toegang tot zorg en verschillen tussen sociaaleconomische groepen. Een scoping review uit 2022/2023 identificeerde zeven afzonderlijke studies naar de gevolgen van de Israëlische staking van 1983.

Literatuur

Zie ook Artsenstaking

Categorie:Staking Categorie:Geschiedenis van Israël Categorie:Geschiedenis van de geneeskunde