Het voormalig gemeentehuis van Peize is een rijksmonument aan de Raadhuisstraat 1 in het Drentse dorp Peize. Het gebouw werd tussen 1917 en 1918 opgetrokken in de stijl van het traditionalisme naar ontwerp van architect J. Smallenbroek en Zoon uit Assen. Aannemer H. van den Bosch uit Oosterwolde voerde het werk uit. Tot de gemeentelijke herindeling van 1998, waarbij Peize werd opgenomen in de gemeente Noordenveld, fungeerde het bouwwerk als raadhuis. De monumentale bescherming heeft uitsluitend betrekking op het oorspronkelijke hoofdgebouw uit 1918. Na functies als afscheidshuis en appartementencomplex is het gebouw in gebruik als woonhuis.

Geschiedenis

Huisvesting voor 1918 Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid werd Peize in 1815 een zelfstandige gemeente. Voor die tijd was het kerspel bestuurlijk samengevoegd met Eelde. Burgemeester G.C.F. Gasinjet bestuurde beide gemeenten tegelijk. De gemeenteraad kwam bijeen in een gehuurde kamer in het logement van Luinge te Peize. Beide gemeenten deelden tot 1845 de huurkosten.

Tussen 1845 en 1855 verplaatste het gemeentebestuur de zittingen naar het plaatselijke logement van Roelof Lamberts. Aan het einde van 1854 bood kastelein B. Luinge aan de gemeente een bedrag van f 26,- toe te leggen wanneer het gemeentebestuur zou terugkeren naar zijn etablissement. Lamberts bracht daarop eveneens een financieel aanbod uit. Deze concurrentiestrijd leidde ertoe dat de raad vanaf 1 januari 1858 besloot om de twee jaar afwisselend bij Luinge en bij Lamberts te vergaderen.

Aan deze situatie kwam een einde toen de raadsleden Hendrik Kosters en Jacob Ensing eind 1864 op een openbare veiling namens de gemeente een woonhuis kochten voor f 1.930,-. Dit pand werd ingericht als gemeentehuis en bevatte twee kamers, een wachtvertrek, een kelder en een schuur met stalling. Een deel van de woning werd verhuurd aan de veldwachter, die tevens optrad als conciërge. Voor bijna f 100,- werd nieuw meubilair geplaatst. Rond 1875 bestond het ambtelijke apparaat naast de burgemeester uit slechts een enkele schrijver, waardoor dit onderkomen decennialang volstond.

Bouw en ingebruikname Na de eeuwwisseling bleek het pand te klein voor de groeiende administratie. Wethouder Luinge bracht de wens voor een nieuw gemeentehuis op 8 oktober 1915 ter sprake in het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad stemde in met nieuwbouw op het bestaande perceel. De kosten werden gedekt door de meeropbrengsten uit de uitgifte van grond in beklemrecht, goed voor circa f 2.300,- ter dekking van rente en aflossing.

Het ontwerp voor het raadhuis werd opgedragen aan architectenbureau J. Smallenbroek en zoon te Assen. Te oordelen aan de sobere en traditionalistische bouwstijl en het feit dat Jan Smallenbroek destijds al 65 jaar oud was – een leeftijd waarop een leidende rol in het intensieve ontwerp- en uitvoeringsproces minder voor de hand ligt – wordt verondersteld dat zoon Albert Smallenbroek de grootste rol speelde. Deze sobere stijl week bovendien af van de gebruikelijke ontwerpstijl van zijn vader. De bouwkosten werden geraamd op f 20.000,-. Het werk werd voor f 19.500,- gegund aan aannemer Hendrik van den Bosch uit Oosterwolde. Tijdens de besluitvorming stemde een minimale meerderheid van de raad in met een meerprijs van f 1.000,- voor de toevoeging van een derde cel en de vergroting van de kluis, de wachtkamer en de kelder.

De afbraak van de achtergelegen schuur begon op 13 augustus 1917, waarna de aannemer startte met de nieuwbouw. Op 4 maart 1918 kon de secretarie het pand al betrekken. Vervolgens werd de oude woning aan de voorzijde gesloopt om plaats te maken voor het voorterrein. Het schilderwerk werd toevertrouwd aan schilder Mulder uit Roden. In april 1918 was het gebouw gereed voor gebruik.

Verbouwingen en uitbreidingen Door taakverruiming en schaalvergroting onderging het complex in de loop van de twintigste eeuw meerdere verbouwingen:

1938–1940: Door de uitvoering van de steunregeling en politietaken raakte het raadhuis ernstig overbelast. In de raadzaal vonden zittingen plaats van controleurs, de gemeenteontvanger en de Raad van Arbeid, terwijl er op zolder een brandgevaarlijk archief lag. Architect en gemeenteopzichter L.J. Elema ontwierp een uitbreiding aan de achterzijde, uitgevoerd door aannemer J. de Boer en Zoon uit Assen. Het krediet bedroeg f 10.000,-, verdeeld over f 3.600,- voor een nieuwe conciërgewoning, f 6.000,- voor de verbouw van het hoofdgebouw, f 600,- voor cellen en f 300,- voor meubilair. Door de verhuizing van de conciërge kon de secretarie uitbreiden. De ingebruikstelling vond plaats op 29 maart 1940.

1968: De gemeente verbouwde het pand in eigen beheer voor f 9.000,-. Het voormalige distributiekantoor en een deel van het wachtlokaal werden bij de secretarie getrokken; in het resterende deel kwam een keuken.

1973–1977: Na het vrijkomen van de conciërgewoning in september 1973 trok de dienst gemeentewerken daarin, waardoor de gemeentesecretaris in het hoofdgebouw een eigen kamer verkreeg. De aanpassing kostte f 86.000,-. In 1977 werd het vroegere kadasterkantoor voor f 5.000,- ingericht als spreek- en leeskamer.

1980–1984: Na de realisatie van een loods voor gemeentewerken in 1980 ontwierp architectenbureau Van Manen en Zwart uit Drachten een nieuw verbouwplan. Aannemer Roona BV uit Peize voerde het werk uit voor een aanneemsom van f 183.844,-. Op 27 februari 1984 werd een open dag gehouden voor de bevolking.

1990–1991: Ter vervanging van de krappe kantoorruimte ontwierp bureau Van Manen en Zwart een uitbreiding van zeshonderd vierkante meter verdeeld over twee verdiepingen en een zolder. De conciërgewoning uit 1939 werd in de eerste week van augustus 1990 afgebroken. Aannemingsbedrijf Mestemaker BV uit Musselkanaal voerde het project uit binnen een krediet van f 1.996.500,-. De laatste raadsvergadering in het gebouw van 1918 vond plaats op 26 juni 1990, waarna raad en huwelijksvoltrekkingen tijdelijk uitweken naar verzorgingstehuis De Hoprank. Medio 1991 werd de nieuwbouw in gebruik genomen.

Architectuur en exterieur Het hoofdgebouw is ontworpen op een rechthoekige plattegrond en telt twee bouwlagen onder een licht inzwenkend schilddak. De kap is gedekt met verbeterde Hollandse pannen en voorzien van bijpassende keramische pirons op de nokuiteinden. Op het midden van het dak bevindt zich een opengewerkte houten dakruiter met windvaan en een uurwerk op de schacht, die later naar de oorspronkelijke maten werd vernieuwd. In het voorste dakschild is een dakkapel met plat dak en driedelige zesruitsramen geplaatst. Het achterste dakschild bevat twee gemetselde schoorstenen. Rondom lopen houten bakgoten op bewerkte klossen.

De gevelopbouw toont een verwerking van kalkmortel en zorgvuldig geselecteerde baksteen: kleurige klinkers afgedekt met een doorlopende rollaag en daarboven grijskleurig hardgrauw. De achtergevel is uitgevoerd in miskleurig hardgrauw. De muuropeningen bezitten strekken, met zestienruitsvensters op de begane grond en twintigruitsvensters op de verdieping. Aan de achterzijde bevindt zich een platte aanbouw met aan de oostkant hoog geplaatste gietijzeren ramen ten behoeve van het cellencomplex.

De voorgevel heeft een symmetrische indeling met een centrale ingangspartij. Een gemetselde stoep met uitwaaierende gemetselde vleugels en leuningen leidt naar de entree. De gemetselde omlijsting van het portaal bevat twee smalle achtruitsvensters. Boven de met een rollaag afgedekte entree bevindt zich een gebeeldhouwd zandstenen wapenschild met een hopbel. Dit heraldische motief verwijst naar de historische hopcultuur in Peize gedurende de zeventiende en achttiende eeuw. Het hopmotief is eveneens terug te vinden in de vlag van Peize, in de naam van het plaatselijke dorpsblad en in de plaatselijke horeca. De toegang zelf bestaat uit een opgeklampte deur van Slavonisch eikenhout met een glasruit en een smeedijzeren sierrooster. Naast de deur zijn een smeedijzeren beltrekker met greep en twee monumentale smeedijzeren lantaarns aangebracht.

Oorspronkelijke indeling Bij de ingebruikname in het voorjaar van 1918 kende het pand een strikte ruimtelijke scheiding tussen bestuur, administratie en ordehandhaving:

Hoofdverdieping: Achter de entree lag een ruime vestibule met een brede trap naar de trappenhal en kleedkamer. Aan de rechterzijde bevond zich de wachtkamer met een doorgang naar de secretarie. Achter de secretarie lag een brandvrije kluis die werd afgesloten door een zware Lips-kluisdeur. De kamer van de burgemeester grensde aan de secretarie en stond tevens in verbinding met de grote raadszaal aan de linkerzijde van de hal.

Benedenvertrekken: Afzonderlijke buitendeuren aan de oost- en westzijde boden toegang tot de overige diensten. De oostelijke deur gaf toegang tot drie arrestantencellen onder de kluisruimte, een politiepost, een brandstoffenberging en een lokaal voor het Groene Kruis. Via de westelijke deur bereikte men het dienstdomein van de veldwachter en conciërge, dat bestond uit een woonkamer, een keuken en drie slaapvertrekken.

Monumentale waardering Het voormalige raadhuis is een rijksmonument. De bescherming beperkt zich strikt tot het oorspronkelijke hoofdgebouw uit 1917–1918; de latere toevoegingen aan de achterzijde vallen buiten de bescherming. De RCE waardeert het pand om meerdere redenen:

Cultuurhistorisch belang: Als uitdrukking van de bestuurlijke en maatschappelijke groei van de plattelandsgemeente Peize in het begin van de twintigste eeuw.

Architectuurhistorisch belang: Vanwege de traditionalistische architectuur, de herkenbare typologie en de ambachtelijke gaafheid van het metselwerk en de exterieuronderdelen.

Stedenbouwkundig belang: Vanwege de beeldbepalende positie in het dorpsbeeld aan de Raadhuisstraat.

Latere bestemming Met de opheffing van de zelfstandige gemeente Peize op 1 januari 1998 verloor het gebouw zijn functie als bestuurscentrum van de streek. Het gemeentelijke apparaat van de fusiegemeente Noordenveld werd geconcentreerd in Roden, al fungeerde er nog een aantal jaar een bijkantoor van de gemeente in het pand.

Na een periode van drie jaar leegstand werd het pand in 2017 verkocht aan particulieren. Het kreeg toen een gemengde bestemming als woonhuis met een afscheidshuis op de begane grond en twee appartementen op de bovenverdieping. Na een nieuwe verkoop in 2019 werd de functie van afscheidshuis beëindigd. Sindsdien is het gehele pand ingericht als woonhuis. Afbeeldingen

Categorie:Peize Categorie:Rijksmonument in Noordenveld Categorie:Bouwwerk in Noordenveld Gasselternijveen Categorie:Bouwwerk van Jan Smallenbroek Categorie:Bouwwerk van Albert Smallenbroek