De Bond der Protestantse Evangelische Kerken in het Koninkrijk België (Frans: Union des Églises Protestantes Évangéliques du Royaume de Belgique) was een Belgisch protestants kerkverband dat in 1839 werd gevormd. De Bond verenigde een aantal protestantse gemeenten die na de Belgische Revolutie en de afscheiding van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het nieuwe Koninkrijk België waren komen te liggen.

Op 18 mei 1839 deelde de Belgische minister van Binnenlandse Zaken aan de synode mee dat koning Leopold I had goedgekeurd dat de synode van de Bond door de regering zou worden beschouwd als de kerkelijke autoriteit die de aangesloten protestantse kerken tegenover de overheid vertegenwoordigde. Daarmee werd de Bond gedurende lange tijd de belangrijkste officiële gesprekspartner tussen de Belgische overheid en de protestantse eredienst.

De organisatie wijzigde in 1957 haar naam in Protestants-Evangelische Kerk van België. Na een fusie met de Belgische methodistische kerk ontstond in 1969 de Protestantse Kerk van België. Deze kerk ging eind 1978 samen met de Hervormde Kerk van België en de Gereformeerde Kerken in België, de Belgische gemeenten van de Gereformeerde Kerken in Nederland; vanaf 1 januari 1979 vormden zij de Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB).

Voorgeschiedenis Tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waren de protestantse gemeenten in de zuidelijke provincies opgenomen in de kerkelijke organisatie van de Nederlandse Hervormde Kerk. Onder meer de classes Brussel en Maastricht en het provinciaal kerkbestuur zorgden voor een bovenplaatselijke kerkelijke structuur. Door de Belgische onafhankelijkheid in 1830 viel deze organisatorische band voor de gemeenten in het nieuwe België grotendeels weg.

De Belgische staat zette na de onafhankelijkheid verschillende financiële verplichtingen tegenover reeds bestaande protestantse gemeenten voort. Tegelijk waarborgde de Belgische Grondwet de vrijheid van godsdienst. Voor de protestantse gemeenten ontstond daardoor de behoefte aan een eigen bovenplaatselijke organisatie die zowel kerkelijke taken kon vervullen als de betrekkingen met de nieuwe Belgische overheid kon onderhouden.

De protestantse aanwezigheid was na 1830 sterk verminderd. Hendrick en Moreau onderscheiden voor deze periode tien overgebleven plaatselijke kerkelijke centra: Antwerpen, Brussel, Dalhem, Dour, Gent, Luik, Maria-Horebeke, Olne, Doornik en Verviers-Hodimont. In andere bronnen wordt voor de vorming van de Bond gesproken van zestien kerken of consistories. Het Algemeen Rijksarchief vermeldt dat afgevaardigden van zestien kerken uiteindelijk de Akte van Unie onderschreven.

Oprichting in 1839 Op 22 en 23 april 1839 kwamen vertegenwoordigers van protestantse gemeenten in Brussel bijeen om een nieuw kerkverband te organiseren. De statuten kregen als Franse naam Union des Églises Protestantes Évangéliques du Royaume de la Belgique. Een bewaard exemplaar van de statuten is gedateerd op 23 april 1839 en werd ondertekend door predikanten en afgevaardigden uit onder meer Brussel, Antwerpen, Gent, Luik, Maria-Horebeke, Doornik, Verviers, Dour, Olne en Dalhem.

De nieuwe organisatie had het karakter van een bond van in hoge mate zelfstandige plaatselijke kerken. De lokale autonomie bleef vooral in de negentiende eeuw een belangrijk kenmerk.

Erkenning en verhouding tot de overheid De synode van de Bond vroeg de Belgische regering de nieuwe kerkelijke organisatie te erkennen. Op 18 mei 1839 berichtte minister Barthélémy de Theux de Meylandt aan de synode dat de koning had ingestemd met het voorstel om de synode voortaan te beschouwen als de kerkelijke autoriteit die de protestantse kerken bij de regering vertegenwoordigde.

Deze positie had vooral administratieve betekenis. Via de synode verliepen onder meer contacten met de overheid over de erkenning en subsidiëring van plaatselijke protestantse gemeenten. Later kreeg het representatieve orgaan eveneens taken in verband met protestants godsdienstonderwijs en protestantse geestelijke verzorging bij onder meer de krijgsmacht, gevangenissen en ziekenhuizen.

De erkenning betekende niet dat alle protestantse groeperingen in België onderdeel van de Bond werden. Naast de Bond ontwikkelde zich vanaf 1837 de Société Évangélique Belge, die zich sterker op evangelisatie richtte en in 1849 de naam Belgische Christelijke Zendingskerk aannam. De verhouding tussen beide protestantse organisaties was in de negentiende eeuw niet steeds gemakkelijk, terwijl de Bond voor de Belgische overheid de officiële gesprekspartner bleef.

Organisatie De Bond ontwikkelde zich volgens een presbyteriaal-synodaal bestuursmodel. De synode bestond uit vertegenwoordigers van de plaatselijke kerken, waaronder predikanten en leken. Het aantal predikanten mocht daarbij niet groter zijn dan het aantal leken.

De synode behandelde gemeenschappelijke aangelegenheden, erkende plaatselijke reglementen en kon optreden bij geschillen tussen aangesloten kerken. Voor de dagelijkse uitvoering van synodale besluiten bestond een synodale directie of bureau. De plaatselijke gemeenten behielden echter een aanzienlijke mate van autonomie, vooral gedurende de negentiende eeuw.

Evangelisatie en uitbreiding In 1844 richtten de aangesloten kerken het Synodaal Evangelisatiecomité op. Het comité richtte zich aanvankelijk vooral op protestanten die verspreid woonden en niet bij een bestaande gemeente konden aansluiten. Het ondersteunde onder meer de inrichting van gebedsruimten en kapellen en de vorming van nieuwe plaatselijke gemeenten. Uit dit werk ontstonden of ontwikkelden zich onder andere gemeenschappen in La Bouverie, Wasmes, Seraing en Kortrijk.

Aan het begin van de twintigste eeuw was de Bond aanzienlijk groter dan bij zijn oprichting. In 1908 telde hij volgens het synodale archief zeventien door de staat erkende kerken met gezamenlijk ongeveer 20.000 leden. Daarnaast ondersteunde het Synodaal Evangelisatiecomité meerdere kleinere, nog niet officieel erkende gemeenschappen.

De Eerste Wereldoorlog had grote gevolgen voor de Bond. Verschillende Duitstalige gemeenten, die voor de oorlog tot de grotere en financieel sterkere gemeenschappen behoorden, verdwenen na de wapenstilstand.

Institutionele ontwikkeling In 1957 besloot de synode de naam van het kerkverband te wijzigen in Protestants-Evangelische Kerk van België. Op dat moment telde de kerk volgens het synodale archief 46 plaatselijke gemeenschappen. De naamswijziging hing samen met een ontwikkeling van een relatief losse federatie van gemeenten naar een sterker synodaal georganiseerd landelijk kerkverband.

In 1959 werden de gemeenten van de evangelisatievereniging SILO in het kerkverband opgenomen. In 1969 fuseerde de Protestants-Evangelische Kerk met de Belgische Methodistische Conferentie, die zestien plaatselijke kerken omvatte. Het nieuwe kerkverband kreeg de naam Protestantse Kerk van België.

Aan het einde van 1978 fuseerde de Protestantse Kerk van België met de Hervormde Kerk van België en de Belgische classis van de Gereformeerde Kerken in Nederland. De nieuwe kerk kreeg de naam Verenigde Protestantse Kerk in België. De nieuwe naam en kerkelijke organisatie traden op 1 januari 1979 in werking. De VPKB beschouwt zich institutioneel als voortzetting van de in 1839 erkende Bond.

Betekenis De Bond speelde een centrale rol in de institutionele organisatie van het negentiende- en twintigste-eeuwse Belgische protestantisme. Door zijn synodale structuur bood hij de aangesloten gemeenten een gezamenlijk orgaan, terwijl hij tegelijk als tussenpersoon fungeerde tussen plaatselijke protestantse kerken en de Belgische overheid.

De Bond omvatte echter niet het volledige Belgische protestantisme. Gedurende de negentiende en twintigste eeuw bestonden daarnaast andere protestantse en later ook evangelische kerkverbanden. De institutionele geschiedenis van de Bond vormt daardoor een van de lijnen waaruit de huidige Verenigde Protestantse Kerk in België is ontstaan, en niet de geschiedenis van alle protestantse kerken in België.

Literatuur

Zie ook

Protestantisme in België Verenigde Protestantse Kerk in België Hervormde Kerk van België

Categorie:Protestantisme in België Categorie:Protestants kerkgenootschap