Zeyger van Rechteren (Zwolle, 1600 - ?) was de auteur van het Journael ghehouden door Zeyger van Rechteren op zijn gedaan voyagie naar Oost-Indien uit 1635. Hij werkte tussen 1629 en 1633 als ziekentrooster voor de VOC in Batavia en de Banda-eilanden en hield in die tijd aantekeningen bij die hij na terugkomst uitgaf als reisverhaal. Hij woonde toen in Zwolle en was van 1635 tot 1645 provoost-geweldige van Overijssel.
Ziekentrooster Zeyger van Rechteren was vermoedelijk verwant aan de adellijke familie Van Rechteren uit het Overijsselse Dalfsen, waar ook zijn vader Egbert Segers van Rechteren vandaan kwam.Vaak wordt abusievelijk gesteld dat Seyger een onwettige zoon was van Reinhard van Rechteren, heer van Egede. In ieder geval voerde hij een variant van het familiewapen van de Van Rechterens. Zijn moeder Jannetgen Henricksdr stierf al vroeg en zijn vader verhuisde via Utrecht naar Holland. Toen hij in 1621 trouwde met Anneke Heijmans van der Mast woonde hij aan de Markt in Delft. Daar kreeg hij een jaar later toestemming om als schoolmeester les te geven in lezen en schrijven. Anneke gaf meisjes les in naaien. Eind 1628 trad hij in dienst van de VOC-Kamer Amsterdam als ziekentrooster, en vertrok met zijn vrouw, een dochter en een pas geboren zoontje naar Indië. Een ziekentrooster, ook wel krankbezoeker genoemd, assisteerde een predikant bij het begeleiden van zieken, gevangenen en ter dood veroordeelden. Bij de VOC kwam hij op schepen en in Indië bij gebrek aan predikanten vaak zelf de taken van een predikant te vervullen. Op een schip was hij de derde in rang, na de schipper en de opperkoopman, en had hij een eigen hut.
Op reis Van Rechteren en zijn gezin vertrokken op 25 januari 1629 uit Nederland op het jacht Wessanen in een vloot van drie andere jachten en het schip Hollandia onder commandeur Jacques Specx. In het Kanaal sloten nog drie Zeeuwse schepen aan.De schepen waren: Hollandia, Wessanen, Oossanen, Broeckerhaven, Beets en de Zeeuwse schepen Prins Hendrik, Ter Goes en Soutelande. Op de reis begon Van Rechteren een journaal bij te houden van zijn belevenissen. Via Kaapverdië, waar het jacht Soutelande aan de grond liep en verloren ging, bereikte de vloot in mei verspreid de Kaap de Goede Hoop, waar meer dan een maand werd doorgebracht met proviandering. De verversingspost van Jan van Riebeeck lag nog in de toekomst. Van Rechteren ontmoette er de inheemse bewoners, die geluiden maakten als het ‘klocken der honderen’ en alles rauw aten, ‘so wel vleesch als vis, darmen ende vellen van beesten soose gheslacht zijn’. Ook meldde Van Rechteren dat vlak naast zijn schip een groot zeemonster met zeven koppen opdook, dat gelukkig de schepen niet beschadigde. Zeemonsters en andere mytische wezens verschenen destijds zowel op kaarten als in reisverhalen. De reis voortzettend via de Brouwerroute richting Australië kwam de vloot op 23 september in Batavia aan, na nog achtervolgd te zijn door vier Spaanse oorlogsschepen.
Batavia miniatuur|Fort Zeelandia op Formosa. Illustratie in het Journael van Zeyger van Rechteren. In Batavia bleek gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen twee dagen eerder overleden te zijn aan dysenterie. Enkele dagen later koos de Raad van Indië Jacques Specx tot zijn opvolger. Ook Van Rechterens tweejarig zoontje Heyman stierf op 5 oktober aan dysenterie. Het gezin maakte in Batavia de laatste fase mee van de belegering door het leger van Mataram, waarbij de nieuwe stad continu werd beschoten. De Matarammers bliezen echter al spoedig de aftocht, waarna het rustig werd. Van Rechteren sprak in Batavia onder andere dominee Gijsbert Bastiaensz, die eerder dat jaar de ramp met het schip Batavia op de westkust van Australië had meegemaakt en daarbij zijn grote gezin op zijn oudste dochter na had verloren.
Lonthor miniatuur|Macau. Illustratie in het Journael van Zeyger van Rechteren. Na in Batavia nog drie ter dood veroordeelden te hebben begeleid naar hun laatste einde vertrok Van Rechteren eind december met zijn vrouw en dochter op het schip Den Briel naar zijn standplaats op het noordelijke deel van het Banda-eiland Lonthor. Daar woonden ze in een huis gemaakt van bamboe waarin ook de kerkdiensten werden gehouden voor een gemeente van drie vrijburgers, een sergeant met tien soldaten en ongeveer twaalf inheemse mensen. Ook kreeg hij een stuk land toegewezen waarop hij zelf nootmuskaat en foelie kon verbouwen voor verkoop aan de Compagnie. In zijn vrije tijd schreef hij over de natuur, cultuur en handel op het eiland. Hij beschreef onder andere twee aardbevingen en daaropvolgende vloedgolven die de bamboehuizen wegspoelden en een grote hoeveelheid vissen op het land achterliet. Een jaar later al vroeg hij toestemming om terug te mogen keren naar Batavia, naar eigen zeggen om gezondheidsredenen, maar uit een brief van gouverneur Crijn van Raemburg blijkt dat die hem ongeschikt vond en dat zijn eigen kerkleden van hem af wilden. Op 4 mei 1631 keerde hij terug naar Batavia.
Makassar miniatuur|240x240px|Sassenstraat 5 in Zwolle. In Batavia was hij weer werkzaam in de gevangenis en op een hospitaalschip dat op de rede lag en waarop zo’n honderd zieken in quarantaine lagen. Op 20 augustus kreeg Anneke weer een kind, dat Geertruyt werd genoemd, maar dat na zes dagen overleed. In maart 1632 kreeg Van Rechteren opdracht om met het schip Buren naar Makassar te gaan voor de jaarlijkse krijgsgevangenenruil met de Portugezen. Veertig Portugezen werden uitgewisseld tegen evenzoveel Nederlanders. De verhalen die zij vertelden over verre streken als China, Japan en Taiwan verwerkte hij in zijn journaal. In mei was hij weer terug in Batavia. Daar werd hij beschuldigd zich op de terugreis ‘seer Godlooslyck’ gedragen te hebben. Als gevolg van eerdere klachten stond hij al langer bekend als een eigenwijs persoon. Zijn zaak kwam voor de Raad van Justitie, die hem mede op eigen verzoek naar huis stuurde. Op 4 december keerde hij dus met zijn vrouw en dochter vervroegd terug naar Nederland op de Hoorn. Het schip maakte deel uit van een retourvloot waarop veel vrijburgers met vrouwen en kinderen, in oorlog verminkte soldaten en ongeschikt bevonden medewerkers terugkeerden, waaronder Van Rechteren zelf, niet in zijn functie als ziekentrooster maar als gewoon passagier. Na een lange reis met een opstandige bemanning vanwege slecht voedsel en drinkwater kwam de vloot in juli 1633 bij Texel aan. De Hoorn had de rest van de vloot uit het oog verloren en kwam op de Noordzee nog in een storm terecht en liep op een zandbank. Een aan de grond gelopen houten schip is niet lang bestand tegen het gebeuk van zware golven. De vrouwen en kinderen werden met loodsboten aan land gebracht en Van Rechteren sloot zich daar in paniek bij aan. Het schip kwam later bij hoogwater alsnog los.
Zwolle miniatuur|273x273px|Portret, mogelijk van Zeyger van Rechteren, geschilderd door Hendrick Heerschop. Van Rechteren vestigde zich na zijn terugkomst in Zwolle en gaf daar bij een drukkerij in 1635 zijn Journael uit, dat hij zelf financierde. Een jaar later werd hij op voordracht van het stadsbestuur benoemd tot provoost-geweldige van Overijssel, 'als capaciteyt hebbende, ende bloedverwant van heurder raetsverwanten sijnde'. Als provoost moest hij de orde en tucht in de in Overijssel gelegerde garnizoenen handhaven. De toevoeging 'geweldige' wilde zeggen dat hij het recht had straffen op te leggen. Hij gaf toen ook een tweede, herziene druk van zijn boek uit. In het voorwoord schreef hij dat hij het ‘met veel andere vermaeckelijcke ende vreemde dingen ver-rijkt ende verciert’ had. Dat de VOC-Kamer Amsterdam er niet blij mee was blijkt uit hun resolutie van dat jaar over uitgegeven journalen: ‘Van Zeger van Rechteren tot Rotterdam gedrukt werdende die Kamer gerecommandeerd te doen intrekken’. De VOC was altijd beducht voor het uitlekken van bedrijfs- en handelsgeheimen. In 1638 kocht hij een pand aan de Sassenstraat 5 in Zwolle. Hoewel hij het een jaar later weer verkocht heeft het pand een gevelsteen met Van Rechterens wapen erop, geflankeerd door twee vermoedelijk door hem zelf geschreven verzen: 'Hy weet niet wat hy verliest, die het tidelyck voor het geestelyck kiest', en 'Als het komt op en scheyden, soo heeft hy geen van beyden'.
Zijn vrouw Anneke overleed ergens tussen 1639 en 1641. In augustus van dat jaar hertrouwde hij met Anne Moda, weduwe van jonker Willem van Rossum. Zij overleed in 1646. Dat jaar trad hij ook af als provoost-geweldige. In 1647 werd zijn journaal opgenomen in Isaac Commelins collectie Begin ende Voortgangh. Wanneer hij zelf is overleden is onbekend. Mogelijk was hij in 1661 nog in leven, toen Hendrick Heerschop een portret schilderde van een oude man die aan een tafel zit te schrijven, terwijl op de grond een exemplaar van Van Rechterens journaal staat. Van de man wordt meestal aangenomen dat het Zeyger van Rechteren is.
Literatuur Vibeke Roeper, Het Journael van Seyger van Rechteren, 1628-1633. Waarheid, overdrijving en fictie in een egodocument in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, deel 56, 2002, blz. 123-140.
Categorie:Persoon uit de geschiedenis van de VOC Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Nederlands schrijver