De Nederlandsch-Indische Stoomvaart-Maatschappij (NISM; ook geschreven als Nederlandsch-Indische Stoomvaart Maatschappij) was een Nederlandse rederij die van 1866 tot en met 1890 in opdracht van het gouvernement van Nederlands-Indië geregelde stoompakketdiensten onderhield binnen de Indische archipel en naar Singapore. De maatschappij vervoerde passagiers, vracht en post en verrichtte tevens vervoer voor de koloniale overheid.
Hoewel de NISM als Nederlandse vennootschap in 's-Gravenhage was opgericht en haar schepen aan de voorwaarden voor Nederlandse registratie en vlagvoering moesten voldoen, lag een belangrijk deel van het kapitaal en de feitelijke leiding in Groot-Brittannië. Het hoofdkantoor bevond zich in Londen en de onderneming maakte deel uit van het internationale zaken- en scheepvaartnetwerk rond de Schotse reder William Mackinnon. In Batavia werd Alexander Fraser hoofdagent en een belangrijke leidinggevende van het bedrijf in Nederlands-Indië.
Na afloop van het gouvernementcontract eind 1890 werden de gesubsidieerde pakketvaartdiensten vanaf 1 januari 1891 uitgevoerd door de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM). Een belangrijk deel van de vloot van de NISM ging op deze maatschappij over; de NISM kwam vervolgens in liquidatie.
Voorgeschiedenis en oprichting Vanaf 1852 liet het gouvernement van Nederlands-Indië een deel van de geregelde stoomvaart tussen de belangrijkste havens uitvoeren door de Nederlandse reder Willem Cores de Vries. Daaronder vielen verbindingen tussen Batavia en Singapore en tussen Batavia en verschillende havens in de archipel. De overheid subsidieerde deze diensten.
In 1863 schreef het gouvernement een nieuwe aanbesteding uit voor de pakketvaart in de periode 1866–1875. Er kwamen twee inschrijvingen binnen: een van de Amsterdamse onderneming Van Vlissingen & Dudok van Heel en een van de Britse civiel ingenieur Henry Oliver Robinson. De opdracht ging naar Robinson. Hij richtte in april 1864 in Londen de Netherlands India Steam Navigation Company op, met een nominaal kapitaal van 300.000 pond sterling.
Robinsons onderneming werd nog vóór het begin van de nieuwe dienst overgenomen door een groep rond William Mackinnon, die ook betrokken was bij de British India Steam Navigation Company. Het bestuur van de Londense onderneming kreeg daardoor vrijwel dezelfde samenstelling als dat van deze Britse rederij. Het gouvernementcontract stelde echter als voorwaarden dat de ingezette schepen in Nederland of Nederlands-Indië geregistreerd moesten zijn, onder Nederlandse vlag moesten varen en door Nederlandse gezagvoerders moesten worden geleid.
Om aan deze voorwaarden te voldoen werd in 1865 in 's-Gravenhage de Nederlandsch-Indische Stoomvaart-Maatschappij opgericht. Willem Poolman werd er resident-directeur. Alexander Fraser werd met ingang van 1 januari 1866 hoofdagent in Batavia.
Diensten en vloot
miniatuur|rechtop=1.05|Het stoomschip Koningin Sophia van de NISM aan de steiger van Ternate, ca. 1880
De NISM begon haar diensten op 1 januari 1866. Het eerste gouvernementcontract omvatte onder meer een tweemaandelijkse verbinding tussen Batavia en Singapore via Mentok en de Riau-archipel, vier afvaarten per maand langs de noordkust van Java tussen Batavia, Semarang en Surabaya, en een maandelijkse rondvaart vanuit Surabaya via onder meer Makassar, de Banda-eilanden, Ambon, Ternate en Manado. Daarnaast werden verbindingen onderhouden naar havens op Sumatra en Borneo.
Naast het vervoer dat rechtstreeks uit het gouvernementcontract voortvloeide, vervoerde de NISM ook particuliere passagiers en handelsvracht. In de eerste jaren ondervond de maatschappij stevige concurrentie van Besier & Jonkheim, dat op enkele belangrijke routes met voormalige schepen van Cores de Vries voer. De NISM leed in 1866 en 1867 verlies en bereikte in 1868 ongeveer het break-evenpunt. Nadat de maatschappij de resterende schepen van haar concurrent had overgenomen, kon zij in 1869 voor het eerst dividend uitkeren.
Het gouvernementcontract werd voor de jaren 1876–1890 voortgezet. In 1887 werd de dienst uitgevoerd met 28 stoomschepen. De contractvoorwaarden bepaalden onder meer dat poststukken en gouvernementspakketten kosteloos moesten worden vervoerd, dat een deel van de laadruimte voor de overheid beschikbaar moest blijven en dat vertrekdagen en maximale reistijden voor de verschillende trajecten werden vastgesteld.
Historicus G. Roger Knight beschrijft de NISM als de maatschappij die gedurende meer dan twee decennia een overheersende positie innam in de kustvaart, de interinsulaire stoomvaart en het verkeer tussen Nederlands-Indië en Singapore.
Organisatie en bestuur De organisatiestructuur van de NISM weerspiegelde het Nederlands-Britse karakter van de onderneming. De Nederlandse vennootschap en haar resident-directie bevonden zich in 's-Gravenhage, maar het hoofdkantoor stond in Londen. Daar werd de onderneming bestuurd binnen het zakenimperium rond William Mackinnon. De operationele leiding in Nederlands-Indië lag in belangrijke mate bij Alexander Fraser in Batavia.
miniatuur|rechtop=1.05|Pieter Cornelis van Oosterzee, die Willem Poolman opvolgde als directeur van de NISM in 's-Gravenhage
Willem Poolman was vanaf het begin directeur in 's-Gravenhage. Na zijn overlijden werd Pieter Cornelis van Oosterzee, die voordien president was geweest van de Factorij van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Batavia, tot zijn opvolger benoemd.
De combinatie van een Nederlandse juridische structuur, een in Londen gevestigd hoofdkantoor en Britse financiële en bestuurlijke invloed bleef een kenmerk van de maatschappij. Knight duidt de NISM daarom aan als onderdeel van het ondernemingsnetwerk van Mackinnon, terwijl Nederlandse tijdgenoten en latere historici de maatschappij geregeld als feitelijk Brits karakteriseerden.
Einde en overgang naar de KPM In de jaren 1880 ontstond in Nederland politieke druk om de gesubsidieerde pakketvaart na afloop van het contract van de NISM in handen te geven van een onderneming met een duidelijker Nederlands karakter. Volgens historicus M. Kuitenbrouwer gaven het gouvernement in Nederlands-Indië en verschillende plaatselijke ondernemers aanvankelijk juist de voorkeur aan voortzetting door de NISM, maar drong het Nederlandse parlement aan op een nationale onderneming vanwege economische, politieke en strategische belangen.
Bij de discussie speelden onder meer de oriëntatie van de NISM op de Britse scheepvaart via Singapore en de betekenis van de pakketvaart voor bestuurlijke, militaire en politionele verbindingen binnen de archipel een rol. In het nieuwe contract werden strengere voorwaarden gesteld aan de Nederlandse leiding en bemanning van de uitvoerende maatschappij.
In 1888 werd de Koninklijke Paketvaart Maatschappij opgericht door de Stoomvaart-Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd. De nieuwe maatschappij kreeg het gouvernementcontract voor de pakketvaart vanaf 1 januari 1891. In 1889 bereikten de NISM en de KPM overeenstemming over de verkoop van een belangrijk deel van de NISM-vloot. De overige schepen werden aan andere reders verkocht.
Het contract van de NISM liep in december 1890 af. In februari 1891 werd ook haar laatste schip, de Bawean, aan de KPM verkocht. De maatschappij was toen in liquidatie; alleen een werkplaats in Singapore en kolenloodsen in Padang waren volgens een contemporaine melding nog niet verkocht.
Bronnen, noten en/of referenties
Categorie:Voormalige Nederlandse rederij Categorie:Geschiedenis van Nederlands-Indië