Aliden des papen maghet ofwel Aleydis staat te boek als het eerste gedocumenteerde slachtoffer van de heksenvervolging in Nederland.
Aleydis was een vrouw uit Almen, waar zij in 1472 werd opgepakt. Ze werd vervolgens opgesloten, gefolterd en beschuldigd in een kerker te Zutphen. Hoewel ze weigerde haar omgang met de duivel te bekennen, werd ze als eerste vrouw in Nederland veroordeeld en geëxecuteerd wegens hekserij. Aleydis werd levend verbrand, op de brandstapel op het plein van de middeleeuwse dorpskerk in Almen.
Aanleiding 'De Heks van Almen' (Aleydis, ook: Aleyda, Aleyd, Aleid of Aliden des papen maghet) werd in de geschiedenis van de heksenvervolgingen het meest vermelde slachtoffer en toch is er vrijwel niets over haar bekend. Ook de aanleiding voor haar arrestatie blijft lang onbekend. In die tijd was tovenarij geen onbekend verschijnsel en tot circa 1500 vonden in de Lage Landen slechts drie doodstraffen plaats, afgezien van die van Aleydis. Dit roept de vraag op wat maakte dat juist de dienstmeid van een pastoor in een afgelegen dorp dit lot werd toebedeeld.
Aleydis (ook wel Aliden des papen maghet) was de dienstmeid of huishoudster van de pastoor ('des papen maghet' betekent de meid van de pastoor), en woonde bij hem op de pastorie in Almen. Ze was tevens zijn geliefde. Aleydis gebruikte haar kennis van geneeskundige kruiden bij haar werk als vroedvrouw.
Een visitatie in 1472 vanuit Deventer werd Aleydis noodlottig. Waarschijnlijk werd de relatie tussen Aleydis en de pastoor, Henricus (Dirk) ten Nyenhave, oorspronkelijk oogluikend toegestaan, maar moest het celibaat plots weer wat strenger worden gehandhaafd. Henricus werd vóór 1455 door de bisschop van Utrecht, Rudolphus van Diepholt, officieel absolutie (vergeving) verleend voor de zonde van het verbreken van zijn celibaatsgelofte (gelofte van zuiverheid) en het verwekken van een kind. Ten tijde van de verbranding hadden Aleyda en de pastoor dus een volwassen kind (een dochter van ongeveer 22 jaar oud).
Hoewel de archiefstukken van het volledige proces-verbaal verloren zijn gegaan in de Tweede Wereldoorlog, is er een summiere aantekening van de beul bewaard gebleven waarin Aleydis' executie wordt vermeld. In de officiële rekeningen van het scholtambt van Zutphen over 1472 staan de onkosten voor de procesvoering en de uiteindelijke executie van Aleydis stuk voor stuk geboekstaafd, zoals de de vergoeding van de beul, die voor de klus twaalf dagen naar Almen kwam, en het eten dat hij kreeg. En ook de onkosten van de metalen band en ketting waarmee Aleydis werd geketend.
De pastoor ging vrijuit. De terechtstelling van Aleydis lijkt de pastoor echter niet onverschillig te hebben gelaten; hij doet op 26 mei 1472 afstand van zijn ambt.
Eerherstel Elsje August de Meijer (geboren in 1942) raakte geïntrigeerd door de dichtregels van dichter A.C.W. Staring uit zijn gedicht De Hoofdige Boer, waarin Staring beschrijft hoe "de meid per bezemstok den schoorsteen uit daarover trok". Bovendien bleek dat deze 'meid van de pastoor' (Aleydis) destijds leefde en werkte in de oude pastorie van Almen (de Wehme) - exact het historische pand dat De Meijer jaren later, in 1977, zelf had gekocht en sindsdien bewoonde. De Meijer startte een dertigjarig historisch onderzoek, uit eerherstel voor Aleydis, dat leidde tot de reconstructie van haar tragische lot.
Manja Bedner, Nederlandse actrice, regisseur en toneelschrijfster, woonachtig in Almen, besloot van Aleydis’ verhaal een voorstelling te maken: De Heks van Almen. De voorstelling is gebaseerd op veel onderzoek door professionele en amateurhistorici. Tijdens dit onderzoek stuitte Jacobus Trijsburg, een met Bedner bevriende historicus (en oud-directeur van Gelders Erfgoed), in 2019 in de archieven van het Bisdom Utrecht op een document van de bisschop van Utrecht, Rudolphus van Diepholt. Hierin worden Aleydis en Hendricus van Nyenhave genoemd. Bisschop Rudolphus van Diepholt verklaart zich in de tekst bereid om Hendricus absolutie te schenken voor het breken van zijn celibaatsgelofte.
Bedner is dankzij haar jarenlange verdieping in het leven en de dood van Aleydis uitgegroeid tot expert op het gebied van heksenvervolging in Nederland en de langdurige maatschappelijke trauma's die dit bij vrouwen heeft achtergelaten. Bedner zet zich actief in voor landelijk eerherstel en is medeoprichtster en bestuurder van de Stichting Nationaal Heksenmonument.
In museum STAAL in Almen, is ter nagedachtenis aan Aleydis en alle anderen die onschuldig als heks veroordeeld zijn, een pentagram te zien.
Categorie:Slachtoffer van heksenvervolging Categorie:Nederlands geëxecuteerd persoon in de 15e eeuw