Het Martelarenfonds (Engels: Palestinian Authority Martyrs Fund) is een financieel steunprogramma dat historisch werd beheerd door de Palestijnse Autoriteit (PA) en eerder door aanverwante organisaties van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Het fonds verstrekt uitkeringen aan Palestijnen die door Israël zijn gedetineerd en aan families van Palestijnen die zijn gedood of gewond geraakt in het Israëlisch-Palestijnse conflict.
Het fonds is een van de meest omstreden onderdelen van het Palestijnse bestuur. Voorstanders beschouwen het als een sociaal vangnet voor families die zijn getroffen door de bezetting en het conflict. Critici stellen daarentegen dat de regeling geweld tegen Israëliërs beloont en daardoor een stimulans vormt voor terrorisme.
Oprichting De oorsprong van het fonds ligt in de Palestijnse nationale beweging van de jaren zestig. In 1964 richtte Fatah een fonds op voor de ondersteuning van families van omgekomen en gewonde strijders. In 1971 werd dit vervangen door de Society for the Care of Palestinian Martyrs and Prisoners, die uitkeringen verstrekte aan families van Palestijnse strijders en gevangenen.
Na de oprichting van de Palestijnse Autoriteit in de jaren negentig werd het systeem verder geïnstitutionaliseerd. Tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) groeide het aantal begunstigden aanzienlijk. In 2004 werd de ondersteuning van Palestijnse gevangenen wettelijk verankerd in de Palestijnse wetgeving. Later werden aanvullende regelingen ingevoerd voor voormalige gevangenen en families van zogenaamde "martelaren" (shuhada).
Het systeem Het systeem kende historisch twee hoofdonderdelen:
Gevangenenfonds. Dit onderdeel verstrekte maandelijkse uitkeringen aan Palestijnen die in Israëlische gevangenissen verblijven wegens veiligheids- of terrorismegerelateerde veroordelingen. De hoogte van de uitkering was afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de duur van de gevangenisstraf. Daarnaast konden voormalige gevangenen aanspraak maken op aanvullende sociale voorzieningen, zoals ziektekostenverzekeringen, studieondersteuning en soms werkgelegenheidsregelingen.
Fonds voor families van martelaren. Dit onderdeel verstrekte financiële steun aan families van Palestijnen die om het leven waren gekomen of gewond waren geraakt in verband met het conflict met Israël. De Palestijnse definitie van een "martelaar" is breder dan de gebruikelijke westerse betekenis en omvat zowel strijders als burgers die door Israëlische acties zijn gedood.
Financiering De uitgaven van het fonds vormden jarenlang een aanzienlijk onderdeel van de Palestijnse begroting. In verschillende jaren bedroegen de uitgaven honderden miljoenen dollars per jaar. Volgens openbare bronnen vertegenwoordigde dit ongeveer 7% van de jaarlijkse begroting van de Palestijnse Autoriteit.New York Times d.d. 3 juli 2018: Israel Penalizes Palestinians for Payments to Prisoners and 'Martyrs' De financiering kwam grotendeels uit de algemene middelen van de Palestijnse Autoriteit, waaronder belastinginkomsten en internationale donorsteun die indirect de begrotingsruimte van de PA vergrootten. Dit leidde tot terugkerende discussies met donorlanden over de bestemming van hulpgelden.
Kritiek Verschillende westerse regeringen beschouwen het fonds als een systeem dat terrorisme bevordert door financiële beloningen te verstrekken aan personen die betrokken zijn geweest bij aanslagen. Critici gebruiken hiervoor vaak de term pay for slay.Rijksoverheid.nl d.d. 6-6-2025: Antwoorden op Kamervragen over de uitvoering van de motie en het 'Pay-for-Slay-programma' van de Palestijnse Autoriteit
De Verenigde Staten namen in 2018 de Taylor Force Act aan, genoemd naar een Amerikaanse veteraan die in 2016 werd gedood bij een Palestijnse aanslag. Deze wet beperkte bepaalde vormen van Amerikaanse hulp aan de Palestijnse Autoriteit zolang dergelijke uitkeringen werden voortgezet.Tekst van de Taylor Force Act uit 2018
Ook de Wereldbank uitte kritiek op bepaalde onderdelen van het systeem en stelde dat de uitkeringsstructuur niet goed aansloot bij traditionele sociale-welzijnsdoelstellingen.https://www.scribd.com/document/373727616/World-Bank-Report-2007
In de Nederlandse Tweede Kamer is het fonds regelmatig besproken tijdens debatten over ontwikkelingssamenwerking en het Nederlands beleid ten aanzien van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Diverse politieke partijen, met name VVD, ChristenUnie, SGP, PVV en JA21, hebben zich kritisch uitgelaten over de regeling en aangedrongen op diplomatieke druk op de Palestijnse Autoriteit om het systeem te hervormen of af te schaffen.Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2024, 28 juni). Antwoorden op Kamervragen over samenwerking met de Palestijnse Autoriteit (Kamervraag 2024Z09908)Ministerie van Buitenlandse Zaken. (2025, 6 juni). Antwoorden op Kamervragen over de uitvoering van de motie en het ‘Pay-for-Slay-programma’ van de Palestijnse Autoriteit. Rijksoverheid.
Hervorming Op 10 februari 2025 ondertekende de Palestijnse president Mahmoud Abbas een decreet dat het bestaande systeem moest hervormen. Deze hervorming werd door waarnemers gezien als een poging om internationale kritiek te verminderen en de betrekkingen met buitenlandse donoren te verbeteren.
Het Martelarenfonds blijft een terugkerend twistpunt in de diplomatieke betrekkingen tussen de Palestijnse Autoriteit, Israël en westerse donorlanden.
Categorie:Politiek in Palestina