Locavorisme is het bewust consumeren van voedsel dat afkomstig is uit de eigen omgeving of regio. De term wordt gebruikt voor zowel een voedingspatroon als een bredere beweging rond lokale voedselproductie, regionale voedselketens en directe relaties tussen producenten en consumenten. Een persoon die bewust lokaal geproduceerd voedsel consumeert wordt aangeduid als een locavoor of, naar het Engelse voorbeeld, een locavore. Het Nederlandse woord locavoor is een leenwoord van het Engelse locavore.

Locavorisme kent geen algemeen aanvaarde geografische definitie. Wat als "lokaal" wordt beschouwd kan variëren van voedsel uit de eigen gemeente of streek tot voedsel dat binnen een straal van enkele honderden kilometers wordt geproduceerd. In wetenschappelijke literatuur bestaat geen eenduidige grens voor de geografische schaal van lokale voedselsystemen.

Geschiedenis

Hoewel het gebruik van voedsel uit de eigen omgeving veel ouder is, ontstond locavore als moderne term in de Verenigde Staten in 2005. Jessica Prentice bedacht de naam voor een initiatief in de San Francisco Bay Area waarbij inwoners werden uitgenodigd om gedurende een maand voedsel te eten dat binnen een straal van 100 mijl (ongeveer 160 kilometer) was geproduceerd.

Prentice werkte destijds samen met onder anderen Sage Van Wing aan het initiatief. Het idee was mede geïnspireerd door Gary Paul Nabhan, die eerder had beschreven hoe hij gedurende een jaar voedsel uit een beperkte geografische omgeving rond zijn woonplaats at.

De term werd vervolgens gebruikt voor een bredere beweging rond lokale en seizoensgebonden voeding. In 2007 werd locavore door de New Oxford American Dictionary uitgeroepen tot Word of the Year.

Het Nederlandse woord locavoor is een leenwoord van het Engelse locavore. Het Instituut voor de Nederlandse Taal dateert de vroegste Nederlandse vermeldingen van het woord op 2008.

De opkomst van het locavorisme viel samen met een toenemende belangstelling voor de herkomst van voedsel, de positie van boeren, de gevolgen van de globalisering van voedselketens en de ecologische en sociale aspecten van voedselproductie. Sindsdien zijn in verschillende landen initiatieven ontstaan rond lokale voedselproductie en -consumptie, waaronder boerenmarkten, boerderijwinkels, voedselcoöperaties, Community Supported Agriculture (CSA), zelfoogstinitiatieven en rechtstreekse verkoop via internet.

Begripsafbakening

Locavorisme is verwant aan verschillende begrippen binnen het voedselsysteem, maar deze begrippen zijn niet synoniem.

Lokaal voedsel

Lokaal voedsel is voedsel dat binnen een beperkte geografische afstand van de plaats van consumptie wordt geproduceerd, verwerkt of verkocht. Er bestaat geen universele definitie van de omvang van een "lokale" regio. In verschillende onderzoeken worden uiteenlopende geografische grenzen gebruikt.

Het begrip kan naast geografische nabijheid ook sociale en organisatorische kenmerken omvatten. Lokale voedselinitiatieven proberen bijvoorbeeld producenten en consumenten rechtstreeks met elkaar in contact te brengen.

Korte voedselketen

Een korte voedselketen heeft betrekking op het aantal schakels tussen producent en consument. In Nederland wordt een korte keten in onderzoek van Wageningen Social & Economic Research gedefinieerd als de verkoop van voedsel- en sierteeltproducten rechtstreeks aan de consument of via maximaal één tussenschakel.

Een korte voedselketen hoeft niet noodzakelijk lokaal te zijn. Een producent kan rechtstreeks via een webwinkel verkopen aan consumenten die zich op grote afstand bevinden. Omgekeerd kan voedsel binnen een geografisch klein gebied via meerdere tussenschakels worden verkocht.

Locavorisme legt daardoor vooral de nadruk op de herkomst en geografische nabijheid van voedsel, terwijl het begrip korte voedselketen vooral betrekking heeft op de structuur van de distributieketen.

Streekproduct

Een streekproduct is een product dat met een bepaalde geografische streek wordt geassocieerd. Daarbij kan het gaan om de herkomst van grondstoffen, de productiewijze, een traditionele bereidingswijze of de culturele betekenis van een product.

Een streekproduct hoeft niet uitsluitend in de betreffende streek te worden verkocht. Locavorisme gaat vooral over de keuze van consumenten om voedsel uit hun eigen omgeving te kopen.

Biologische landbouw

Locavorisme en biologische landbouw zijn verschillende begrippen. Biologische landbouw heeft betrekking op de productiemethode en de daarvoor geldende regels, terwijl locavorisme betrekking heeft op de geografische herkomst van voedsel. Lokaal voedsel kan biologisch zijn, maar dat hoeft niet; biologisch voedsel kan afkomstig zijn uit een andere regio of een ander land.

Motieven

Mensen kunnen om verschillende redenen kiezen voor lokaal voedsel. In onderzoek worden onder meer economische, sociale, culturele en ecologische motieven genoemd.

Economische motieven

Een belangrijk motief is het ondersteunen van boeren en andere voedselproducenten uit de eigen omgeving. Bij directe verkoop kan een groter deel van de consumentenprijs bij de producent terechtkomen, hoewel het economische effect afhankelijk is van de organisatie en kostenstructuur van de betreffende keten.

Korte voedselketens kunnen landbouwbedrijven mogelijkheden bieden voor aanvullende inkomsten, productdifferentiatie en directe relaties met klanten. De economische effecten verschillen echter sterk per bedrijf, product en afzetkanaal.

Sociale motieven

Een deel van de consumenten kiest lokaal voedsel vanwege de mogelijkheid om een directere relatie met producenten op te bouwen. Lokale voedselinitiatieven kunnen ontmoetingen tussen producenten en consumenten stimuleren en bijdragen aan sociale netwerken binnen een regio.

Onderzoek naar lokale voedselsystemen laat zien dat sommige initiatieven bijdragen aan gemeenschapsvorming en sociale verbondenheid. De omvang van dit effect verschilt per type initiatief.

Ecologische motieven

Een veelgenoemd argument voor lokaal voedsel is dat producten over een kortere afstand worden vervoerd. De transportafstand van voedsel wordt vaak aangeduid met de term food miles.

De relatie tussen transportafstand en de totale milieubelasting van voedsel is echter complex. Naast transport spelen onder meer de productiewijze, het energiegebruik, de opslag, verwerking, verpakking en het vervoersmiddel een rol.

Culturele motieven

Lokale voedselproductie kan onderdeel zijn van regionale identiteit en cultuur. Streekproducten, traditionele bereidingswijzen en lokale gewassen of rassen kunnen onderdeel vormen van het culturele erfgoed van een gebied.

Locavorisme kan hierdoor ook worden gezien als een manier waarop consumenten zich verbinden met de kenmerken van hun leefomgeving.

Lokale voedselketens

Locavorisme is verbonden met verschillende vormen van lokale voedselketens.

Rechtstreekse verkoop

Bij rechtstreekse verkoop verkoopt een producent rechtstreeks aan de consument. Voorbeelden zijn boerderijwinkels, verkoop aan huis, boerenmarkten en webwinkels van landbouwbedrijven.

Collectieve verkoop

Producenten kunnen samenwerken om gezamenlijk producten aan consumenten of instellingen te verkopen. Dit kan plaatsvinden via gezamenlijke winkels, markten, voedselcoöperaties of digitale platforms.

Community Supported Agriculture

Bij Community Supported Agriculture (CSA) verbinden consumenten zich rechtstreeks met een landbouwbedrijf. Deelnemers betalen bijvoorbeeld vooraf of nemen gezamenlijk een deel van het productierisico. In ruil ontvangen zij landbouwproducten of nemen zij deel aan het landbouwbedrijf.

Digitale verkoop

Internet en digitale platforms hebben nieuwe vormen van rechtstreekse verkoop van lokale voedingsmiddelen mogelijk gemaakt. Producenten kunnen via webwinkels rechtstreeks bestellingen ontvangen en consumenten kunnen via digitale platforms het aanbod van meerdere producenten bekijken.

Digitalisering kan daarmee lokale voedselketens ondersteunen, maar bepaalt op zichzelf niet of een voedselketen lokaal is. De geografische schaal blijft afhankelijk van de herkomst van de producten en de organisatie van de keten.

Duurzaamheid

Locavorisme wordt vaak in verband gebracht met duurzaamheid. De wetenschappelijke literatuur laat echter geen eenduidig beeld zien.

Een systematische review van 123 peer-reviewed onderzoeken naar lokale voedselsystemen concludeerde dat de sociale, economische en ecologische effecten sterk afhangen van het type voedselketen, het product en het land waarin de keten functioneert. De onderzoekers concludeerden dat lokaal voedsel niet per definitie positieve effecten heeft.

Milieueffecten

De geografische afstand tussen producent en consument is slechts één factor in de milieubelasting van voedsel. Het gebruik van food miles als zelfstandige maatstaf voor duurzaamheid kan daardoor tot te eenvoudige conclusies leiden.

Een review van de duurzaamheid van lokaal voedsel concludeerde dat lokale voedselproductie niet automatisch leidt tot een lagere milieubelasting. Andere factoren, waaronder productiemethoden, energiegebruik en consumentengedrag, kunnen een belangrijke rol spelen.

Lokale productie kan in sommige gevallen juist meer energie vragen dan productie in een gebied met gunstiger natuurlijke omstandigheden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij energie-intensieve productie buiten het natuurlijke groeiseizoen.

Ook de manier waarop consumenten naar lokale verkooppunten reizen kan invloed hebben op de totale milieubelasting.

Seizoensgebondenheid

Locavorisme wordt vaak gecombineerd met het eten van seizoensgebonden producten. Seizoensgebonden productie kan het gebruik van energie-intensieve opslag of verwarmde kassen beperken. Het effect verschilt echter per product en productiesysteem.

Economische duurzaamheid

Korte voedselketens kunnen landbouwbedrijven nieuwe afzetmogelijkheden bieden. Directe verkoop kan producenten in staat stellen een groter deel van de consumentenprijs te ontvangen en zich te onderscheiden met regionale of bijzondere producten.

Directe verkoop brengt echter ook extra werkzaamheden met zich mee, waaronder marketing, klantencontact, administratie, verwerking en logistiek. Bovendien kunnen kleine producenten schaalvoordelen van grootschalige distributie missen.

Sociale duurzaamheid

Lokale voedselinitiatieven kunnen sociale relaties tussen consumenten, producenten en andere inwoners versterken. Volgens onderzoek kunnen lokale voedselsystemen bijdragen aan plattelandsontwikkeling en het gevoel van verbondenheid met een gemeenschap, hoewel lokale systemen niet automatisch sociaal veerkrachtiger zijn.

Voedselzekerheid en veerkracht

Lokale voedselsystemen worden soms in verband gebracht met een grotere veerkracht van het voedselsysteem. Onderzoek laat echter geen algemene conclusie toe dat lokale voedselsystemen noodzakelijk veerkrachtiger zijn of de voedselzekerheid vergroten. De effecten hangen onder meer samen met de inrichting van de voedselketen en de beschikbaarheid van productie en distributie.

Lokale systemen kunnen bovendien afhankelijk blijven van grondstoffen, energie, machines en andere productiemiddelen die van buiten de regio afkomstig zijn.

Kritiek

Lokaal is niet automatisch duurzaam

Een belangrijk kritiekpunt op locavorisme is dat geografische nabijheid als maatstaf voor duurzaamheid te beperkt is. De totale milieubelasting van voedsel wordt door meerdere factoren bepaald en transport is daarvan slechts één onderdeel.

Een lokaal geproduceerd product kan daardoor een grotere milieubelasting hebben dan een product dat van verder weg wordt aangevoerd. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer lokale productie relatief veel energie gebruikt.

Onduidelijke geografische grens