Marthe Adélaïde (Haïdi) Hautval, geboren als Marthe Adélaïde Haas, (Le Hohwald, 1 januari 1906 – Groslay, 12 oktober 1988) was een Franse psychiater.
In 1934 behaalde ze haar doctoraat in de geneeskunde en specialiseerde zich daarna verder in de psychiatrie. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk woonde Hautval in het zuidelijke deel dat werd bestuurd door het Vichy-regime. In 1942 werd ze opgepakt nadat ze zonder reisvergunning de demarcatielijn was overgestoken en kreeg na een woordenwisseling met twee Duitse militairen een gevangenisstraf van vijf weken opgelegd. In de gevangenis was ze solidair met haar Joodse medegevangenen. Omdat ze haar standpunt niet veranderde, werd ze naar het kamp van Pithiviers overgebracht.
In 1943 werd ze naar Auschwitz gedeporteerd en aangesteld als kamparts. In het concentratiekamp werd ze gedwongen mee te werken aan medische experimenten, maar Hautval weigerde dit te doen. In augustus 1944 werd ze op transport gezet naar Ravensbrück waar ze opnieuw als kamparts werkte. Om vrouwelijke medegevangenen te behoeden voor de gaskamers vervalste ze medische documenten.
Voor de hulp aan haar medegevangenen werd ze na de oorlog onderscheiden met het Legioen van Eer, de Franse Erkentelijkheidsmedaille eerste klasse en als Rechtvaardige onder de Volkeren.
miniatuur|Historische kaart van Elzas-Lotharingen. Jeugd en opleiding Adélaïde Hautval werd geboren op 1 januari 1906 in Le Hohwald als Marthe Adélaïde Haas. Ze was de dochter van Philippe Jacques Haas en Sophie Lydie Kuntz. Ze groeide op als jongste kind in een burgerlijk protestants gezin met zeven kinderen. Het gezin was in Le Hohwald gekend en gerespecteerd. Haar vader werkte als predikant in een gereformeerde kerk die hij in het dorp had laten bouwen en zette zich in voor mensen in armoede.
In mei 1911 verhuisde het gezin naar Guebwiller. Ten tijde van Hautvals jeugd was Elzas-Lotharingen onderdeel van het Duitse Rijk en Hautval bezocht een Duitstalige lagere school. Haar vader was echter zeer Fransgezind. Na de Eerste Wereldoorlog werd Elzas-Lotharingen onderdeel van Frankrijk en vanaf 1920 officieel Franstalig. Haar vader deed in februari van dat jaar een aanvraag de familienaam te verfransen. Het verzoek werd afgewezen, maar de familie voegde hierna informeel de naam 'Hautval' toe, de Franse vertaling van 'Hohwald'.De familie gebruikte de dubbele naam Haas-Hautval tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarna werd hun achternaam officieel 'Hautval'.miniatuur|De Universiteit van Straatsburg. In juli 1923 behaalde Hautval haar eindexamen (Abitur) aan het gymnasium van Guebwiller. Nadat ze in juni 1925 een eerste universitaire graad in natuurkunde, scheikunde en de natuurwetenschappen had behaald, begon ze in oktober van dat jaar met een studie geneeskunde aan de Universiteit van Straatsburg. Hautval had reeds op jonge leeftijd de wens uitgesproken dokter te willen worden. Biograaf Sabine Faivre stelde dat een ongeluk op vijfjarige leeftijd Hautval erg had getraumatiseerd en dat het mogelijk de reden was voor haar keuze voor dit beroep. Ook het werk van haar vader zou daarbij een rol hebben gespeeld. Hautval was student van onder meer kinderpsychiater en hoogleraar Charles Pfersdorff. Onder zijn leiding verkreeg ze in 1934 haar doctoraat met haar proefschrift over de 'Bijdrage aan de lokalisatie van psychische stoornissen na een hersenschudding (afasie, bradyfrenie)'.
Samen met haar broer Emmanuel richtte ze na haar afstuderen in Le Hohwald het tehuis op voor maatschappelijk achtergestelde kinderen met gedragsproblemen. Daarna werkte ze van 1937 tot en met 1939 in Küssnacht am Rigi, Zwitserland, waar ze zich verder specialiseerde in de kinderpsychiatrie.
Tweede Wereldoorlog Eind september 1939, na de aanval van nazi-Duitsland op Polen, werden de inwoners van het Frans-Duitse grensregio rondom Straatsburg naar het zuidelijke gelegen departement Dordogne geëvacueerd. Hautval vertrok naar Limoges waar ze inwoonde bij een vrouw die ze kende uit haar jeugd. In februari 1940 vond Hautval een baan als arts-assistent in het psychiatrisch ziekenhuis van Vauclaire, nabij Montpon-Ménestérol. De werkdruk in het ziekenhuis lag erg hoog, doordat het aantal patiënten door evacuaties uit andere delen van Frankrijk steeds toenam. Daarnaast was er een groot tekort aan personeel en levensmiddelen. Hautval besloot ontslag te nemen en solliciteerde voor de functie van arts-assistent in een psychiatrisch ziekenhuis in Lannemezan (Hautes-Pyrénées). Ze werd daar eind 1941 aangenomen.
Vanaf mei 1940 was het noordelijke deel van Frankrijk bezet door nazi-Duitsland. Het zuidelijke deel van Frankrijk, waar Hautval woonde, werd bestuurd door het Vichy-regime. De twee zones werden van elkaar gescheiden door de demarcatielijn. Doordat de postdienst tussen het bezette en vrije deel van Frankrijk niet optimaal werkte, kreeg Hautval in maart 1942 het nieuws dat haar moeder op 21 februari 1942 in Guebwiller was overleden. Ze kreeg een maand verlof en reisde naar Guebwiller, dat in de bezette zone van Frankrijk lag.miniatuur|Station van VierzonTijdens de terugreis begin mei 1942 was ze een koffer kwijtgeraakt. Deze zou mogelijk zijn terechtgekomen op het station van Vierzon dat in de bezette zone lag. Ze had naar eigen zeggen een brief geschreven naar de stationschef van Vierzon over het verlies van haar koffer, maar had geen antwoord ontvangen.
Op 29 mei reisde ze vanuit het vrije deel van Frankrijk naar Vierzon en stak daarmee de demarcatielijn over. Hautval was echter niet in het bezit van een geldig reisdocument (). Ze was van plan haar koffer van het station op te halen en daarna direct terug naar huis te keren. Toen ze haar koffer had opgehaald en de trein instapte, werd ze door de gendarmerie aangesproken voor een controle van haar reisdocument en identiteitskaart. Omdat ze geen geldig reisdocument had, werd ze gearresteerd.
Hautval werd overgebracht naar een douanekantoor. De sterk patriottische Hautval reageerde naar eigen zeggen fel op twee Duitse soldaten die de ruimte binnenkwamen en Frankrijk 'verbaal aanvielen'. Toen zij haar vroegen om haar papieren, kon Hautval hen geen geldig reisdocument voorleggen. De twee soldaten bevolen de Franse gendarmes Hautval over te brengen naar het kantoor van de Gestapo in Vierzon. Aldaar kreeg ze een gevangenisstraf (Schutzhaft) van vijf weken opgelegd vanwege het 'beledigen van het Rijk'. Ze werd vervolgens overgebracht naar de gevangenis van Bordiot in Bourges.
Gevangenschap Hautval bracht enkele weken alleen door in de cel, totdat het aantal gevangenen sterk steeg na een razzia in Parijs. Hierna deelde ze een cel met een Joodse vrouw die een gele Jodenster op haar kleding droeg. Hautval was verontwaardigd over hoe deze vrouw werd behandeld. Ze maakte vervolgens, naar eigen zeggen om de aandacht van de Gestapo te trekken, een ster van papier en bevestigde deze op haar vest. miniatuur|Barakken in het kamp van Pithiviers (1941) miniatuur|Kampgevangenen in het kamp van Beaune-la-Rolande (1941).
Volgens Hautval protesteerde ze in de gevangenis openlijk tegen de slechte behandeling van haar Joodse medegevangenen. Ze was opgevoed met respect voor het Joodse volk, dat haar vader beschreef als 'Het volk van de Schrift'. In een naoorlogs interview stelde ze dat ze deze 'verering' nooit had kunnen loslaten en kon ze 'niet vergeten dat zij meer hebben geleden dan welk ander volk in de geschiedenis ook.' Aanvankelijk zou Hautval op 5 juli worden vrijgelaten, maar vanwege haar uitspraken werd haar verteld dat ze zolang ze de Joden zou verdedigen, hun lot zou delen. Ze werd vervolgens verplicht een armband te dragen met ('vriendin van de Joden').
Hautval werd overgebracht naar het kamp van Pithiviers waar ze op 15 juli 1942 aankwam. In het kamp werd ze als kamparts aangesteld in de ziekenbarak. Kort na haar aankomst arriveerde een groot transport vanuit Parijs van Joden die waren opgepakt tijdens de razzia van de Vélodrome d'Hiver. Na aankomst moesten alle personen worden onderzocht op besmettelijke ziekten. Naar eigen zeggen waren de hygiënische omstandigheden in het kamp erbarmelijk. Door het grote aantal gevangenen verslechterden deze verder en waren de basisvoorzieningen, zoals het aantal toiletten, ontoereikend. Er heersten besmettelijke ziekten en er was een tekort aan medicatie.
Er werden intussen door haar collega's en zus meerdere pogingen gedaan haar vrij te krijgen. Hautvals zus schreef onder meer maarschalk Philippe Pétain aan voor hulp, maar dit had geen resultaat. Dat het moeilijk was Hautval vrij te krijgen had mede te maken met dat ze weigerde haar standpunt te veranderen.
Op 24 september werd Hautval overgebracht naar het doorgangs- en interneringskamp van Beaune-la-Rolande. In het kamp liep ze difterie op. Nadat ze genezen was ging ze op 5 november 1942 op transport naar de gevangenis van Orléans waar ze als politiek gevangene werd vastgehouden. Hier werd ze berecht onder het voorwendsel dat zij 'anarchiste' was of verbonden zou zijn met de beweging ('Vrij Alsace') en veroordeeld tot deportatie.
Op 17 november volgde een transport naar het Fort de Romainville in Seine-Saint-Denis. Hier zat ze gevangen met diverse vrouwen uit het verzet, waaronder Marie-Claude Vaillant-Couturier, Simone Sampaix, Danielle Casanova, Hélène Solomon, Maï Politzer en Charlotte Delbo. In haar memoires schreef Hautval dat ze voelde dat er 'iets stevigs' was ontstaan tussen de groep vrouwen en ze elkaar ondanks hun verschillen hadden gevonden. Naar eigen zeggen hadden de vrouwen voldoende gemeenschappelijke overtuigingen om loyaal samen te werken, met hetzelfde doel: het respect voor de menselijke waardigheid.
Op 23 januari 1943 werden de vrouwen overgebracht naar Kamp Royallieu in Compiègne. Een dag later werden zij met het konvooi van de 31000 naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Bij aankomst in het kamp op 27 januari zong de groep van 230 vrouwen de Marseillaise. Auschwitz miniatuur|Blok 22 in Auschwitz-Birkenau.Hautval werd samen met de andere vrouwelijke gedeporteerden twee weken in quarantaineblok 14 geplaatst. Vervolgens werd ze vanwege haar talenkennis en medische achtergrond als arts aangesteld in blok 22 dat onder leiding stond van SS-arts Werner Rohde. In dit blok verbleven 150 vrouwelijke Duitse politieke gevangenen en als 'asociaal' aangemerkte vrouwen voor medische verzorging.
In het blok raakte ze bevriend met de Duitse verzetsstrijdster Orli Wald die onderdeel was van het clandestiene verzet in Auschwitz. Wald, die bekend stond als de 'Engel van Auschwitz' was blokoudste in het ziekenblok. Hautval begreep al snel dat artsen niet in het kamp waren om de gevangenen te verzorgen, maar de grootschalige uitroeiing van Joden en andere personen die werden beschouwd als ongewenst als doel hadden. miniatuur|Carl Clauberg en Horst Schumann in blok 10 in Auschwitz I. Op de tafel zit een naakte vrouwelijke gevangene. In maart 1943 werd Hautval door SS-hoofdarts Eduard Wirths gevraagd naar haar interesse in gynaecologie. Hautval werd overgebracht naar blok 10 in Auschwitz I waar door diverse artsen, waaronder Horst Schumann en Carl Clauberg, medische experimenten werden uitgevoerd op gevangenen als onderdeel van onderzoeken naar vruchtbaarheid en sterilisatie.