Erich Maria Remarque, eigenlijk Erich Paul Remark (Osnabrück, 22 juni 1898 – Locarno, 25 september 1970) was een Duitse romanschrijver, vooral bekend door Im Westen nichts Neues (All Quiet on the Western Front / Van het westelijk front geen nieuws; 1929) en andere (anti)oorlogsromans. Nadat zijn Duitse nationaliteit door het nazi-regime in 1938 was ingetrokken, verkreeg hij in 1947 die van de Verenigde Staten van Amerika. Door zijn geboorteland werd hem in 1967 het Großes Bundesverdienstkreuz toegekend.

Naam Remarque werd geboren als Remark, wat officieel altijd zijn achternaam is gebleven. Hij herstelde de originele Franse spelling van zijn familienaam "Remarque" (die in de 19e eeuw was veranderd in "Remark") om zich te distantiëren van zijn eerste roman Die Traumbude uit 1920, waar hij niet meer achter stond.Die Traumbude, boekmeter.nl

De verarmde edelman Hugo von Buchwald adopteerde in 1926 de reeds lang meerderjarige Remarque, die daardoor "Freiherr von Buchwald" aan zijn naam mocht toevoegen. Deze voor 500 Reichsmark gekochte adellijke titel heeft hij in de praktijk nauwelijks gebruikt. Zie Erich Maria Remarque Kurzbiografie in Daten: 1926

In de jaren twintig veranderde hij zijn tweede voornaam "Paul" in "Maria" om zowel zijn (in 1917 aan darmkanker overleden) moeder Anna Maria als de bewonderde Rainer Maria Rilke (1875-1926) te eren.Tabel van namen gebruikt in 1928-1930 Als pseudoniem probeerde hij fantasienamen als "Ernst Winter", "Juan de Lavalette" en "Kai Henriksen", totdat hij in 1929 de niet-officiële naam "Erich Maria Remarque" ging gebruiken, als schrijversnaam en ook privé. Vrienden en vriendinnen noemden hem "Boni".Ruth Marton, My Friend Boni - Congratulations, Center for Jewish History, New York, 1993-1996.

Leven en werk

Jeugdjaren Zijn rooms-katholieke ouders, de boekbinder Peter Franz Remark (1867–1954) en Anna Maria Remark geboren Stallknecht (1871–1917), waren van bescheiden afkomst. Hij had een jonggestorven broertje Theodor Arthur Remark (1896–1901) en twee zussen Erna Remark (1900-1978) en Elfriede Maria Scholz geb. Remark (1903-1943) → voor haar lot zie verderop in dit artikel.

Kort voor zijn geboorte in 1898 was het gezin verhuisd van Wanne bij Herne naar Osnabrück. In die stad verhuisden ze tot aan 1914 tien keer, telkens naar een volgend, pas opgeleverd nieuwbouwhuis dat goedkoop verhuurd werd zolang de muren nog niet droog waren.Heinrich Thies, Die verlorene Schwester, 2020. Hoofdstuk 2, Die gemeinsamen Wurzeln.

Erich Remark bezocht achtereenvolgens twee 'Volksschulen' (lagere scholen). Daarna volgde hij de katholieke 'Präparandenschule', de driejarige voorbereidingsklas van de onderwijzersopleiding. In 1915 werd hij toegelaten tot het katholieke Königliche Volksschullehrer-Seminar in Osnabrück.

Eerste Wereldoorlog Tijdens zijn studie werd hij in 1916 opgeroepen om zijn legerdienst in de Eerste Wereldoorlog te vervullen. Hij werd ingedeeld bij de 2. Kompagnie des Feld-Rekruten-Depots der 2. Garde-Reserve-Division.Arnon Grunberg, Im Westen nichts Neues. Verslag van een dodelijke ontluistering, De Standaard, 25 februari 2023. Remark vocht in de loopgravenoorlog aan het Westelijk Front en raakte verscheidene keren gewond.

Nadat hij op 31 juli 1917 bij Torhout in West-Vlaanderen door scherven van een shrapnelgranaat was geraakt in linkerbeen, rechterarm en nek, verbleef hij tot kort voor het eind van de oorlog in een Duits militair hospitaal in Duisburg. Als verdienstelijk en dapper oorlogsveteraan werd hij in november 1918 beloond met het IJzeren Kruis 1e klasse. In januari 1919 was zijn militaire dienst voorbij.

Door zijn ervaringen als soldaat in het Deutsches Heer kreeg hij een levenslange afkeer van het militarisme. Het gebrek aan rechtvaardiging voor al het bloedvergieten stond hem zeer tegen. Zijn in de oorlog opgedane pacifistische overtuiging droeg hij uit in vrijwel zijn gehele literaire oeuvre.

Jaren twintig thumb|Erich Maria Remarque in Davos, ca. 1929 Na de Eerste Wereldoorlog maakte hij zijn onderwijzersopleiding af. Hij gaf in 1919-1921 les aan achtereenvolgens drie dorpsscholen in westelijk Nedersaksen, maar hierin zag hij niet zijn toekomst. Daarna was hij actief in uiteenlopende beroepen: steenhouwer, verkoper van grafstenen, bibliothecaris, zakenman, journalist, reclametekstschrijver, organist van de kloosterkerk van de psychiatrische kliniek Gertrudenberg bij Osnabrück en testrijder voor het bandenbedrijf Continental.

Eerste publicaties Zijn schrijfcarrière startte hij als toneelcriticus voor het Osnabrücker Tageblatt en de Osnabrücker Landeszeitung. In 1920 verscheen zijn debuutroman Die Traumbude, die zich afspeelt in een groep jongeren in een semi-artistiek milieu in Osnabrück.Petra Oerke: Geliebter Fritz. Entstehung und biographischer Hintergrund von Remarques erstem Roman Die Traumbude (1920). In: Thomas F. Schneider (red.), Erich Maria Remarque. Leben, Werk und weltweite Wirkung. Universitätsverlag Rasch, Osnabrück, 1998 (Schriften des Erich Maria Remarque-Archivs 12), pp. 41–56. Later zei hij blij te zijn dat dit boek, een uiting van zijn vroege 'oriëntatiefase', nauwelijks aandacht getrokken had en hij wilde het niet laten herdrukken. In een brief aan de bewonderde Stefan Zweig twijfelde hij sterk aan de toekomst van zijn schrijverschap.Modris Eksteins, Erich Maria Remarque 'All Quiet on the Western Front' and the Fate of a War in: The Journal of Contemporary History, Vol. 15, No. 2, april 1980, pp. 345-65. Hij werd in 1925 redacteur van Sport im Bild, waarin hij in 1927-1928 zijn tweede roman Station am Horizont als feuilleton publiceerde.Maren Lickhardt, Hunde in der Literatur der Weimarer Republik. Erich Maria Remarques „Station am Horizont“ und Ruth Landshoff-Yorcks „Die Vielen und der Eine“, literaturkritik.de Dit oppervlakkige automobilistenverhaal paste bij zijn vlotte leefstijl, maar hij kwam ook vrij ver in zijn pogingen Sport im Bild te transformeren van een sport-, roddel- en modeblad naar een serieuzer literair en kunstzinnig periodiek. Daartoe wist hij bijdragen te verwerven van invloedrijke auteurs als Bertolt Brecht, Robert Musil, Robert Walser, Robert Neumann en Carl Zuckmayer.Thomas F. Schneider, Unabhängigkeit - Toleranz - Humor, Osnabrück, 2001, pp. 69-70, 74. Zelf leverde hij ook bijdragen aan de liberaal en democratisch ingestelde Frankfurter Zeitung. In deze periode begonnen de oorlogstrauma's op te spelen die zijn leven en werk steeds meer gingen bepalen.

Eerste huwelijk Hij was van 1925 tot 1930 gehuwd met Ilse Jutta Ingeborg Ellen Zambona (1901-1975), bekend als de Italiaans-Deens-Duitse actrice en danseres "Jeanne Zamboul".Portretfoto van Ilse Jutta Zambona op Time NoteIlse Jutta Zambona is het model op de bekroonde foto Défense d'afficher van Marianne Breslauer (Parijs 1937). Bron: Marianne Feilchenfeldt Breslauer, Bilder meines Lebens, pp. 89 en 91. Ze scheidden na een stormachtig huwelijk, maar kwamen niet los van elkaar, ondanks relaties (van beiden) met anderen. In 1936 droeg hij de roman Drei Kameraden aan haar op en van 1938 tot 1957 waren ze opnieuw getrouwd.

Successchrijver Op 31 januari 1929 verscheen zijn derde, eigenlijk eerste 'echte' roman in boekvorm: Im Westen nichts Neues, die eind 1928 als feuilleton in de Vossische Zeitung gepubliceerd was. Daarin gaf hij de ervaringen weer van Duitse frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog. Het pacifistisch en antimilitaristisch getoonzette boek confronteerde de lezers haarscherp met de tragische keerzijde van de oorlogsmedailles. Het verhaal is gebaseerd op eigen belevenissen, al is de fictieve ik-persoon Paul Bäumer (wiens achternaam hij ontleende aan die van zijn grootmoeder van moederszijde) zeker niet een-op-een als Remarques alter ego te beschouwen. thumb|Minstens 20 verschillende drukken van Im Westen nichts Neues Het werd meteen zijn meest succesvolle boek, dat hem wereldroem bezorgde, maar in het Duitsland van de Weimarrepubliek ook veel weerstand opriep door de na de oorlog heersende nationalistische stemming. Vijf dagen na verschijning van de eerste aflevering van de feuilletonversie in de Vossische Zeitung was hij al op staande voet ontslagen als redacteur van Sport im Bild. De eerste uitgever aan wie hij het manuscript aanbood, S. Fischer Verlag, weigerde. Daarna durfde het eveneens linksliberale Ullstein Verlag de uitgave wel aan en bracht de roman uit onder de imprint Propyläen. Ondanks (of dankzij) de enorme politieke controverse werden in het eerste jaar al 1,2 miljoen exemplaren verkocht. Ook internationaal was de roman een onmiddellijk succes.

Im Westen nichts Neues geldt als een klassieker in de twintigste-eeuwse wereldliteratuur. Het is vertaald in 49 talen en er zijn wereldwijd vijftien à twintig miljoen exemplaren verkocht. Nog altijd behaalt het boek in Duitsland jaarlijkse oplagen van 40.000 stuks.Rob Hartmans, Geld en glamour als oorlogsbuit, De Groene Amsterdammer, 12 augustus 1998. Remarque was in één klap miljonair geworden, kon in weelde gaan leven en reed rond in een elegante Lancia Dilambda-cabriolet ("de grijze poema").This car saved my life: Erich Maria Remarque and his Lancia Dilambda Hij nam gretig deel aan het sociale verkeer binnen de bevoorrechte elite, maar zonder zijn pacifistische inzichten te verloochenen.

Dankzij dit boek werd hij in 1931 genomineerd voor twee Nobelprijzen tegelijk: voor de Vrede en voor Literatuur.Nomination Archive Erich Maria Remarque, 1931 Zo vroeg in zijn schrijfcarrière kreeg hij geen van beide; later werd hij niet meer genomineerd.

In het Nederlands vertaald De Nederlandse vertaling door Annie Salomons onder de titel Van het westelijk front geen nieuws verscheen vrijwel direct bij uitgeverij Erven J. Bijleveld te Utrecht. Het boek was zo'n succes dat de uitgever de vertaalster onder druk zette om snel te leveren. Elke bladzijde die ze klaar had werd direct opgehaald. Salomons klaarde de klus uitzonderlijk snel in een half jaar, waarmee de Nederlandse versie de eerste vertaling was die verscheen na het Duitstalige origineel.

De vertaling behaalde in 1929 al 54.000 verkochte exemplaren in negen drukken en het boek werd met bewondering ontvangen door de Nederlandse critici. J.C. Bloem schreef in De Gemeenschap: "Wat is het voortreffelijke van Remarque's boek? [...] Het ligt hierin, dat men voortdurend merkt, met een prozaschrijver te doen te hebben, die zijn vak volkomen beheerscht, zoozeer, dat - hoogste lof - de gewone lezer er niets van zal merken. [...] Maar achter deze schijnbare ongedwongenheid zit berekening, niet in den nuchteren zin des woords, maar in de beteekenis van artistieke overwogenheid. De tafereelen zijn alle voortreffelijk gekozen en zoo, dat zij, al schijnen zij op zich zelf vaak niet meer dan detailschildering, in hun geheel toch een beeld geven van den geheelen oorlog, zooals de schrijver dien ziet, van het leven der soldaten bij het regiment, in de loopgraaf en met verlof, de komische zoowel als de tragische, de spannende zoowel als de vervelende kant ervan. En in al deze dingen toont Remarque zich een meester".J.C. Bloem, Het succesboek van den oorlog, De Gemeenschap. Jaargang 5, 1929, pp. 280-284. Bron: DBNL. Bloem had wel kritiek op het laten sneuvelen van de hoofdfiguur en ik-verteller Paul Bäumer op de laatste bladzijde: "Dit is blijkbaar gedaan om de pakkende titel te kunnen handhaven, maar het is een artistieke fout en zelfs meer dan dat". Dit oordeel werd met argumenten weerlegd door Martinus Nijhoff, die afsloot met: "Aanmerkingen passen niet bij een monument en een meesterwerk. Wat we zoeken zijn verklaringen en beter verstaan. En misschien vinden we, allereerst, dat het ‘een artistieke deugd en zelfs meer dan dat’ is, de ‘ik’ te laten sneuvelen".Martinus Nijhoff, Waarom Paul Bäumer sneuvelen moet, 1929. Verzameld werk II. Kritisch en verhalend proza, 1961, pp. 610-614. Bron: DBNL.