De maritieme geschiedenis beschrijft de gebeurtenissen die samenhangen met het ontstaan en verloop van de scheepvaart. Scheepvaart heeft een belangrijk aandeel gehad in de ontwikkeling van de mensheid. Het maakte het mogelijk om overzeese ontdekkingen te doen, te handelen en ideeën en vaardigheden te verspreiden. Daarnaast is het ook een middel geweest om oorlog te voeren.
Er zijn vier periodes te onderscheiden in de westerse scheepvaart: De prehistorische en vroeghistorische scheepvaart, een periode van minstens drie millennia, met als hoogtepunt de klassieke oudheid en eindigend omstreeks de val van het West-Romeinse Rijk. De middeleeuwse scheepvaart, een periode van een millennium, eindigend rond 1500. De Grote Zeilvaart, een periode van vier eeuwen van kolonisatie en wereldhandel, eindigend met de klipperperiode. De mechanische scheepvaart, de periode van de 19e en 20e eeuw.
Prehistorische en vroeghistorische scheepvaart Eerste vaartuigen thumb|Coracles op de Teifi, Wales 1972. thumb|Het uitbranden van een boomstam door Indianen. De eerste vaartuigen zijn duizenden jaren geleden gebouwd. Afhankelijk van de omstandigheden varieerde de vorm. Daar waar houtsoorten voorkwamen die hard genoeg waren om uitgehold te worden, werden boomstamkano's gemaakt, terwijl huidboten en vlotten in andere gebieden werden gebruikt. Verschillende vroege vaartuigen zijn: De huidboot Qoeffa, in gebruik in Mesopotamië. Pelota, in gebruik rond Zuid-Amerika. Coracle, in gebruik rond de Britse Eilanden. Curragh, werd vroeger vooral door Ierse monniken gebruikt voor lange tochten over het noorden van de Atlantische Oceaan. Umiak, in gebruik door de Eskimo's of Inuit. Kajak, een vinding van de Eskimo's of Inuit. Het vlot Catamaran, ontstaan bij Tamil Nadu, een uitvinding van de Parava, een Tamil-kaste, zo rond de 5e eeuw. Jangada, gebruikt bij de Braziliaanse kust Balsa, gebruikt aan de westkust van Zuid-Amerika, waargenomen door Bartolomé Ruiz, de belangrijkste loods van Francisco Pizarro. De kano Boomstamkano, kwam overal ter wereld voor. In 1955 werd bij Pesse in Drenthe een exemplaar gevonden van circa 7600 v.Chr., de boot van Pesse. Bangka, een type kano met een of meer drijvers langs de zijkant bevestigd aan een of beide zijden van de boot, stamt uit Zuidoost-Azië.
Vroege geschiedenis Op rotsschilderingen in een grottenstad van het hoogplateau Tassili n'Ajjer in Algerije zijn de oudst bekende afbeeldingen gevonden van schepen. De tekeningen dateren van circa het 8e millennium v.Chr.. Mogelijk was deze beschaving een voorloper van de 1e Dynastie van het Oude Egypte.
Een aardewerk scheepsmodel uit Eridu uit circa 3400 v.Chr. toont een duidelijk spoor van een mast.
De Kretenzers en andere volken, zoals de Cariërs, de mysterieuze Zeevolken en de Feniciërs maakten al vroeg lange zeereizen.
thumb|Assyrische bireem met ramsteven, 700 v.Chr. De eerste galeien waren waarschijnlijk in gebruik vanaf de 30e eeuw v.Chr.. Een bekend type is de penteconter, een galei met vijftig riemen.
De eerste opgetekende zeeslag vond plaats in 1210 v.Chr. toen Suppiluliuma II, koning van de Hettieten, een vloot van de Zeevolken bij Cyprus versloeg en hun schepen op zee verbrandde.
Rond 800 v.Chr. werd de ramsteven geïntroduceerd, wat de manier van oorlogsvoering op zee drastisch veranderde. Tot die tijd enterde men meestal, maar nu kon een snel, manoeuvreerbaar schip een ander schip buiten gevecht stellen door in een zij te rammen.
Rond de 7e of 6e eeuw v.Chr. werd er een extra rij riemen geplaatst aan elk boord, wat resulteerde in de bireem. Al vrij snel daarna werd er nog een rij aan toegevoegd, zodat de trireem ontstond.
Tijdens de Siciliaanse Expeditie van 415 v.Chr. tot 413 v.Chr. bleken de bovenste rijen kwetsbaar voor katapulten en bogen, zodat nieuwere schepen zo gebouwd werden dat alle roeiers beschermd werden.
De katapult werd door Alexander de Grote al intensief gebruikt vanaf schepen tijdens het beleg van Tyrus in 332 v.Chr.. De oorlogen tussen zijn opvolgers, de Diadochen, leidde tot een wapenwedloop. De katapult maakte dat het rammen als wapen veel minder effectief was. Snelheid en manoeuvreerbaarheid werden minder belangrijk en enteren werd weer een belangrijke tactiek. De schepen werden groter en groter om hiervoor meer manschappen aan boord te kunnen nemen.
Egyptenaren In circa 4000 v.Chr. werd in Egypte zeil gebruikt voor de voortstuwing. De Egyptische farao Snofroe (4e Dynastie) liet rond 2600 v.Chr. schepen bouwen van 50 meter lang. Daarvan stuurde hij er 40 naar de Libanon om cederhout te halen.
Vanaf de 25e eeuw v.Chr. voeren de Egyptenaren op Poent, waar ze mirre, goud, ivoor en ebbenhout haalden. Hatsjepsoet herstelde in de 15e eeuw v.Chr. de internationale handel die verloren was gegaan in de strijd tegen de Hyksos. Ze beval een reis naar Poent. De expeditie bestond uit vijf boten, elke zeventig meter lang, met aantal zeilen, elk schip had 210 man en in elke boot zaten goederen om te ruilen. De taferelen zijn te zien in de Tempel van Hatsjepsoet in Deir el-Bahari.
Kreta De Minoïsche beschaving van Kreta voer vanaf het 3e millennium v.Chr. al naar Cornwall om tin te halen, waarmee brons werd vervaardigd. In de 25e eeuw v.Chr. werden er op Kreta al eisen gesteld aan de maximumbelading.
Feniciërs thumb|300px|Fenicische steden, handelsposten en handelsrouten.
Nadat het Minoïsche Kreta in verval raakte, werden de Feniciërs de belangrijkste zeevaarders en handelaars van de Middellandse Zee. Hun netwerk bloeide tussen 900 en 550 v.Chr.Abulafia, 2020, p. 322-323 Vanuit hun havensteden in de Levant stichtten ze overal koloniën. Het waren aanvankelijk kleine, maar permanent bemande handelsposten op verre kusten bedoeld om de handel met de plaatselijke bevolking te vergemakkelijken. Deze posten groeiden op den duur uit tot echte havensteden, die soms niet onderdeden voor Tyrus en Sidon. Vele steden rond de Middellandse Zee kunnen zo bogen op Fenicische wortels. Zo werd Gadir gesticht buiten de Zuilen van Melqart door kolonisten uit Tyrus. De overgeleverde stichtingsdatum van 1104 v.Chr. is zeker twee eeuwen te vroeg. Aan de overkant hadden de Feniciërs Lixus. Vanuit deze havens bedreven ze een regelmatige handel langs de Atlantische kusten van Iberië en Marokko. Ze waren uit op het Iberische zilver, maar ook op tin en murex. In de late zevende en vroege zesde eeuw strekte hun regelmatige handel tot Mogador bij Essaouira. Dit jaarlijks bezochte seizoenskamp groeide niet uit tot een permanente nederzetting.
Herodotus verhaalde van een reis van Feniciërs rond Afrika circa 600 v.Chr. Een vloot zou in opdracht van farao Necho II vanuit de Rode Zee een alternatief hebben gezocht om in de Middellandse Zee te komen. Deze indrukwekkende reis zou drie jaar hebben geduurd. Ze maakten een observatie over de positie van de zon, waaraan Herodotus geen geloof kon hechten: "En zij verhaalden, wat ik niet gelooven kan, doch een ander dan misschien, dat zij bij het omvaren van Libye de zon aan de rechterhand gehad hadden."Wikisource, Het verslag van mijn onderzoek, Boek IV: Melpomene 42 Met de huidige kennis maakt deze observatie het verhaal net aannemelijker, aangezien het zou aantonen dat de Fenicische vloot ten zuiden van de evenaar is geweest, tweeduizend jaar vóór de Portugezen. Toch wordt betwijfeld of een dergelijke expeditie kan hebben plaatsgevonden, gegeven de korte duur, het gebrek aan geschikte schepen en de moeilijkheid om deze te onderhouden.Abulafia, 2020, p. 88-90 In elk geval leidde de expeditie niet tot nieuwe handelsroutes in de Indische Oceaan.
Een ander tot de verbeelding sprekend verslag van een Afrikaanse ontdekkingsreis is dat van Hanno. Deze Carthaagse suffeet voer in de 5e eeuw v.Chr. uit om langs de Atlantische kust van Afrika koloniën te stichten. Waarschijnlijk kwam hij tot aan Kameroen, al is het zeker niet uitgesloten dat hij een volledige rondvaart van Afrika maakte. Dat zou dan in de omgekeerde richting zijn geweest van de eerdere circumnavigatie vermeld door Herodotus. Volgens Plinius de Oudere rondde Hanno de Kaap de Goede Hoop om in Arabië te landen.Naturalis historia, 2.169a Deze bewering is ook te vinden bij Arrianos van Nikomedia.Indike, 43.11-12
De belangrijkste kolonie van de Feniciërs was Carthago in het huidige Tunesië. Na de verovering van Fenicië door de Perzen omstreeks 500 v.Chr. werd de maritieme en commerciële invloed van Fenicië minder en werd de handelsrol van de Feniciërs in de Middellandse Zee overgenomen door Carthago en de Griekse stadstaten. Carthago was de grote rivaal van de Grieken in het zuiden van Italië en op Sicilië (Magna Graecia), met hier als belangrijkste stad Syracuse.
De Feniciërs introduceerden de trireem, die overgenomen werd door de Grieken. Later bouwden de Carthageners de quinquereem, waarmee ze een hogere snelheid konden bereiken. Hierdoor vestigden ze hun dominantie.
Grieken In de Ilias wordt al gesproken over 1186 schepen waarmee de Grieken rond de 13e eeuw v.Chr. opgetrokken zouden zijn naar Troje. Vanaf de 8e eeuw v.Chr. koloniseerden de Grieken Dalmatia, Zuid-Italië, Sicilië, Massilia en Oost-Spanje.
In september 480 v.Chr. vond een van de belangrijkste slagen in de geschiedenis plaats, de Slag bij Salamis, waarbij de Griekse vloot een veel grotere Perzische vloot versloeg. Een klein jaar later werd de Perzische vloot vernietigd tijdens de Slag bij Mycale. Hierdoor beheersten de Grieken de Middellandse Zee voor korte tijd, tot ze hun positie door interne strubbelingen moesten afstaan aan Rome en Carthago.
De Griek Pytheas van Massalia reisde rond 325 v.Chr. naar Thule.
Hiëro II, de tiran van Syracuse, liet een enorm schip bouwen van zo'n 90 meter lang en een deplacement van 6000 ton. De tewaterlating gebeurde door Archimedes die het dok volpompte met zijn beroemde schroef. De Wet van Archimedes was het begin van de stabiliteitstheorie.
De Pharos van Alexandrië kwam gereed in 283 v.Chr. en was daarmee de eerste vuurtoren ter wereld. Het wordt beschouwd als een van de zeven wereldwonderen van de antieke wereld.
thumb|Perzisch astrolabium uit 18e eeuw. In 127 publiceerde Claudius Ptolemaeus zijn Geographia, een wereldkaart waarop Amerika ontbreekt en Indië te bereiken is door naar het westen te varen. Dit zou meer dan 1300 jaar het wereldbeeld blijven. Ptolemaeus beschreef ook het principe van de stereografische projectie waarop de werking van het astrolabium is gebaseerd. Dit was een belangrijk navigatie-instrument tot het in de 18e eeuw vervangen werd door de sextant.
Het mechanisme van Antikythera werd gebruikt voor navigatie op zee door informatie te geven over de stand van de zon, de maan en de vier toen bekende planeten. Het was gedurende meer dan 1200 jaar het meest complexe navigatie-instrument.
Romeinen
Het Romeinse antwoord op de snelle quinquereem was de corvus, een enterbrug die ze op hun schepen plaatsten, waardoor beide schepen aan elkaar geklonken werden en ze konden enteren, waardoor een strijd - gelijkwaardig met die op land - kon plaatsvinden, waarbij de Romeinen in het voordeel waren. Tijdens de Slag bij Mylae in 260 v.Chr. konden ze daardoor een beslissende overwinning halen. De suprematie van het vroege Rome over Carthago begon met de overwinning op Hannibal in de Tweede Punische Oorlog.
Het belang van de scheepvaart was enorm voor de twee miljoen inwoners van Rome. Jaarlijks moest er voor hen een half miljoen ton graan worden aangevoerd.
Uit de Periplus van de Erythreïsche Zee (Periplus Maris Erythraei) blijkt hoe ver de Romeinse scheepvaart zich uitstrekte. Deze periplus werd geschreven door een geromaniseerde Alexandrijn in de 1e eeuw v.Chr. en geeft zeilaanwijzingen naar havens aan de Erythreïsche Zee (de Rode Zee, maar ook de Indische Oceaan en de Perzische Golf), telkens vertrekkend vanuit de haven van Berenice. Daarnaast beschrijft de tekst ook de kust van Indië tot aan de Ganges en de Oostkust van Afrika (Azanië genoemd). China (Thinae) wordt als moeilijk te bereiken genoemd.