De Internationale Luchthaven Antwerpen (IATA: ANR, ICAO: EBAW) bevindt zich op 5 kilometer van het stadscentrum van Antwerpen en is grotendeels gelegen op het grondgebied van twee Antwerpse districten Deurne en Borsbeek en de aangrenzende gemeente Mortsel. Daarom wordt in de volksmond nog vaak de vroegere naam Luchthaven Deurne gebruikt, ook bekend als de vliegplein of ’t plein (van het Franse plaine). Internationaal wordt Antwerp International Airport gebruikt. De luchthaven is eigendom van het Vlaams Gewest en wordt sinds 2014 uitgebaat door de Franse groep EGIS. De concessie van EGIS loopt tot 2039. Het luchthaventerrein heeft een oppervlakte van 190 ha.
Activiteiten De regionale luchthaven van Antwerpen is actief op het vlak van lijnvluchten, zakenvluchten en pilotenopleiding.
TUI fly Belgium voert sinds 2015 reguliere lijnvluchten uit vanaf de luchthaven, anno 2026 gaat het om zomervluchten naar 4 Spaanse bestemmingen (Tenerife, Palma de Mallorca, Mallaga en Alicante). Begin 2027 worden deze vluchten stopgezet en aan het einde van het winterseizoen 2026-2027 stopt TUI ook met vliegen van en naar de luchthaven. Op 25 maart 2027 vertrekt het laatste TUI-toestel in Deurne.
Daarnaast 2022 verzorgt de Italiaanse maatschappij SkyAlps vluchten naar Bolzano . De luchthaven fungeert daarnaast als zakenluchthaven. FlyingGroup en ASL Group, twee zakenjetondernemingen, zijn er gevestigd. Ook de chartermaatschappij The Aviation Factory is op de luchthaven actief. ASL Fly Executive organiseert seizoensgebonden vluchten vanaf Antwerpen, onder andere naar Ibiza en Innsbruck.
Verder speelt de luchthaven een belangrijke rol in de opleiding van piloten. Opleidingscentra zoals Skywings, EuroPilot Center en ASL Academy hebben hun thuisbasis op de luchthaven. Daarnaast biedt de Royal Antwerp Aviation Club (RAAC) vliegopleidingen aan. Deze club, opgericht in 1927, is de oudste vliegclub van België. Naast vliegscholen en vliegclubs is er ook het Stampe en Vertongen luchtvaartmuseum.
Op de luchthaven worden ook onderhoudsactiviteiten uitgevoerd. Dit zowel aan historische vliegtuigen als aan hedendaagse vliegtuigen. Op de luchthaven vinden ook (helikopter)vluchten plaats die kaderen in het controleren van gasleidingen, onderzoeksactiviteiten, inspectievluchten, orgaantransporten en repatriëring.
In 2024 verwerkte de luchthaven 208.845 passagiers, vonden er 32.979 vliegbewegingen plaats en werd 1.819 ton vracht vervoerd. In 2019 bereikte de luchthaven een record met 306.330 passagiers.
Geschiedenis thumb|300px|Postkaart naar aanleiding van de eerste vlucht Antwerpen-Berlijn in 1932.
Ontstaan Tot 1920 was het Wilrijkse Plein de plek waar het vlieggebeuren zich in Antwerpen afspeelde. Toen dat bebouwd werd, maakten voormalig oorlogsvlieger Jan Olieslagers en de gebroeders Arthur en Emile Van Migem, beiden lid van de Aéro-Club d'Anvers, zich hard voor een nieuwe luchthaven. De vestigingsplaats werd Deurne-Zuid: een locatie tussen de kernen van Borsbeek, Mortsel en Berchem in, maar op grondgebied van de gemeenten Deurne (meer dan de helft van de oppervlakte), Borsbeek en Mortsel. Op 25 mei 1923 werd het vliegveld officieel geopend. In oktober van dat jaar vestigde vliegtuigbouwer en vliegschool Stampe en Vertongen zich bij het vliegveld in Deurne. In 1928 start Sabena een luchtlijn tussen Deurne en Evere, een jaar later start de lijn Antwerpen - Hamburg. In 1927 werd een nieuwe vliegclub opgericht die lang de motor blijft achter de instandhouding van de Antwerpse luchthaven, het toenmalige AAC, nu de RAAC (Royal Antwerp Aviation Club).
Tweede Wereldoorlog Er werden grootse plannen gemaakt om van Deurne een internationaal vliegveld te maken. De Tweede Wereldoorlog kwam echter roet in het eten gooien. Voordat de Belgen Antwerpen opgaven, blies de genie het terrein op. De Duitsers egaliseerden het weer en gebruikten het tot 1941 als uitvalsbasis voor het bombarderen van Engeland. Daarna werd het gebruikt als test- en repareervliegveld door de Duitse Erla-fabriek. De Duitsers breidden het vliegveld uit met een betonnen landingsbaan en bij de terugtrekking in 1944 bliezen ze slechts één loods op. Het Britse 132e squadron nam toen zijn intrek op vliegveld B-70 (codenaam van de geallieerden).
Plannen en tegenslagen (1946-2005) In 1946 werd het vliegveld weer overgedragen aan het landelijk bestuur. Het duurt nog tot 1947 eer Sabena weer, na enig aandringen van Antwerpen, een lijn opent tussen Deurne en Londen. Vanaf 1952 werden er regelmatig plannen ontwikkeld om Deurne uit te breiden of te verplaatsen. Toen nog vooral vanuit een positief oogpunt, aanhoudende groei en alweer de aspiratie om een internationaal vliegveld te worden. Enkele plannen: Verplaatsen naar het militair oefenterrein Brasschaat-Polygoon. Het leger was tegen. Verplaatsen naar Vremde-Boechout. De tuinbouwers waren tegen. Verplaatsen naar Brecht-Marmerveen. De sanatoria waren tegen.
In 1959 richt Charles van Antwerpen de luchtvaartmaatschappij BIAS op, met als thuishaven Deurne. Vanaf de zestiger jaren kwam Deurne in zwaar weer. Het vliegveld bleek te kort voor de nieuwe generatie straalvliegtuigen. De landelijke politiek, met Alfred Bertrand als minister van verkeerswezen, zag niks in twee internationale vliegvelden, en men koos primair voor Zaventem. De gemeente Antwerpen was net begonnen met het grootschalige tienjarenplan voor de haven en had geen geld over voor het vliegveld. Enkele belangrijke luchtlijnen vielen weg, zoals de helikopterverbinding met Rotterdam en het zeeliedentransport uit Noorwegen. In 1963 richtte de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Antwerpen de "Groepering der luchthavenbelangen" op, om de belangen te behartigen bij de gemeente Antwerpen en de landelijke politiek. Burgemeesters Lode Craeybeckx en Maurice Dequeecker van respectievelijk Antwerpen en Deurne, en Havenschepen Delwaide zetten zich in voor behoud en uitbreiding van het vliegveld. In 1964 komt minister Bertrand nogmaals uitleggen dat Deurne alleen zal blijven bestaan totdat er een volwaardige treinverbinding tot stand is gekomen tussen Antwerpen en Zaventem, en hij voorziet een sluiting in 1974. Terwijl Deurne langzaam zijn bestaansrecht herbevestigde - nieuwe luchtvaartmaatschappijen als Delta Air Transport en Sotramat kwamen er zich vestigen - werden er nieuwe plannen gesmeed. De linkerhand van Bertrand, Delauré, voorziet een splitsing van het vliegveld in een commercieel- en een sportvliegveld. De commissie "Luchthaven Antwerpen-Deurne" bracht in 1968 het advies uit om Deurne te verplaatsen naar het vliegveld van Oostmalle. Vanaf 1969 ging het commercieel echter steeds beter met Deurne. KLM intensiveert zijn vluchten op Antwerpen en het Engelse Morton Air Services wilde vanuit Londen op Antwerpen vliegen, maar werd prompt de wind uit de zeilen genomen door Sabena. Een jaar later vloog ook Skyways Air Cargo en weer een jaar later begon British Island Airliner met vliegen tussen Gatwick en Deurne. Tegen 1970 waren er een aantal plannen geopperd. Behoud van huidige vliegveld, maar dan alleen de hoogstnoodzakelijke veranderingen aanbrengen. Behoud van huidige vliegveld, huidige baan verlengen tot 2800 meter (Studiecentrum van Expansie Antwerpen - KvK) Behoud van huidige vliegveld, huidige baan een aantal graden draaien (plan Ghoos) Vliegveld verplaatsen naar dat van Oostmalle (commissie "Luchthaven Antwerpen-Deurne") Twee luchthavens (Delauré) Nieuw vliegveld tussen Rotterdam en Antwerpen, Beneluxversie (plan prof. Kuiler) Opheffing vliegveld en alles verplaatsen naar Zaventem.
In 1972 werd Bertrand opgevolgd door Fernand Delmotte en sloeg het landelijk beleid om. Delmotte zag wel het belang van regionale luchthavens. Maar was het verzet tot dan toe vooral uit economisch oogpunt, dan kwam vanaf 1973 belangenverenigingen voor bewoners en milieu in het geweer. In Borsbeek ontstaat Start-Aktiegroep. In Berchem Aktiecomité Leefmilieu en in Mortsel Mortsel Tegen, later gefuseerd tot VATUV. In 1992 begint VLM Airlines zijn activiteiten op Deurne. In 1995 besloot de Antwerpse gemeenteraad dat de Krijgsbaan ondertunneld kon worden om daardoor ruimte te kunnen maken voor een verlenging van de startbaan. Dat zou nog even op zich laten wachten.
Het faillissement van Sabena in 2001 was de eerste grote klap die Antwerpen Airport te verduren kreeg. De luchthaven verloor door de verdwijning van Sabena een aantal waardevolle lijndiensten. Een jaar later, in de zomer van 2002, hing ook de KLM de lijndienst tussen Antwerpen en Amsterdam aan de haak wegens de komst van hogesnelheidstrein Thalys. Door het vertrek van de Nederlandse maatschappij verloor de luchthaven jaarlijks ruim 70.000 passagiers en kwam Deurne opnieuw in zwaar weer. Het vliegveld werd meer en meer een luchthaven voor privé- en zakelijk luchtverkeer, naast de zweefclub en de koninklijke AAC - de RAAC. Uit een meer recenter verleden stamt het vertrek van de Tsjechische maatschappij Discovery Travel. Deze onderneming besloot in januari van 2005 een punt te zetten achter de lijndiensten tussen onder meer Antwerpen en Praag.
Sinds 2006 komt Deurne weer een beetje uit het dal. Voor het verkrijgen van de "ICAO - Aerodrome Certificate" werd besloten de bomen op Fort 3 te kappen, omdat deze de veiligheid in het gedrang brachten. Tegenstanders zagen hierin een vrijbrief voor een verlenging van de start- en landingsbaan. Eind 2006 werden de bomen toch gekapt en werd het certificaat alsnog voor twee jaar vrijgegeven. Op 21 mei 2008 werd het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) goedgekeurd waardoor de Krijgsbaan (R11) ter hoogte van de start- en landingsbaan een bocht zal maken en verdiept wordt. Ook zal de startbaan aan de oostkant (kant Borsbeek-Mortsel) enkele meters worden gelift (verhoogd). Daarmee zou de start- en landingsbaan verlengd kunnen worden en is de veiligheid gewaarborgd. De Raad van State heeft dit GRUP echter op 13 augustus 2010 geschorst na een klacht van de gemeenten Borsbeek en Mortsel. De Raad van State oordeelde dat het GRUP strijdig was met de Habitatrichtlijn. Door de verlegging zou de Krijgsbaan immers net naast het als Habitatrichtlijngebied aangeduid fort van Borsbeek komen te liggen.
Publiek-private samenwerking (2006-heden) Beheer en exploitatie Bij decreet van 10 juli 2008decreet van 10/7/2008 met wijzigingen voerde de Vlaamse overheid een vorm van publiek-private samenwerking in voor de regionale luchthavens Antwerpen/Deurne en Oostende-Brugge. Daarbij ging de Vlaamse overheid via een Luchthavenontwikkelingsmaatschappij (LOM) instaan voor de infrastructuur en het groot onderhoud, terwijl een privé-partner via een Luchthavenexploitatiemaatschappij (LEM) de exploitatie verzorgt. Hiermee komt een einde aan een lange tijd onderhandelen in verband met de privatisering van de luchthaven. Tot dan was de Luchthaven Antwerpen een dienst van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.
Op 19 juli 2013 zette de Vlaamse regering het licht op groen voor de uitbating van de luchthaven door de Franse groep Egis, die van oktober 2014 tot 2039 eigenaar wordt van de uitbater, de Luchthavenontwikkelingsmaatschappij (LEM). Egis verzorgt daarnaast ook de exploitatie van de luchthaven Oostende-Brugge.
Europese Unie