thumb|Frederik moest in 1730 vanuit het raam de onthoofding van zijn vriend von Katte aanzien. thumb|Frederik de Grote als kroonprins door Antoine Pesne (1736) thumb|Hij leefde apart van zijn echtgenote Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern, die hij enkel ontmoette bij staatsaangelegenheden. miniatuur|links|Frederik met zijn zus Wilhelmina, als kinderen, door Antoine Pesne, ca. 1715 thumb|Slot Rheinsberg thumb|Jean François de Troy, Die Liebeserklärung, 1731. Stiftung Preussische Schlösser und Gärten, Berlin-Brandenburg thumb|De groei van Pruisen tijdens de regering van Frederik de Grote 160px|links|Zegel van de Grote Nationale Moederloge Zu den drei Weltkugeln thumb|Slag bij Leuthen thumb|De zwaargehavende stad Dresden tijdens de Zevenjarige Oorlog thumb|In 1945 verloren gegaan schilderij van Voltaire op Sanssouci, als derde van links, naast hem generaal von Stille in een rood uniform en vervolgens de koning. De andere gasten waren Giacomo Casanova, Markies d'Argens, Julien Offray de La Mettrie, de gebroeders George en James Keith, Friedrich Rudolf von Rothenburg en Francesco Algarotti thumb|Het fluitconcert door Adolph von Menzel (1850-52) thumb|Het Chinese paviljoen of theehuis, gebouwd tussen 1754 en 1757 door Johann Gottfried Büring thumb|Portret uit 1763 door Johann Georg Ziesenis thumb|Het Stadtschloss Potsdam (1772) thumb|Zijn lievelingshond, de Italiaanse windhond waarnaast hij begraven wilde worden thumb|Frederik de Grote op 60-jarige leeftijd; ruiterstandbeeld in Huis Doorn.Huis Doorn, monument voor Frederik de Grote thumb|Frederik de Grote of der Alte Fritz op 68-jarige leeftijd door Anton Graff (1781) thumb|De molen waarover Frederik een rechtszaak verloor, foto juni 2009 thumb|Napoleon aan het graf van Frederik de Grote (1806) in de Garnisonkirche: "Als hij nog leefde, stond ik hier niet" thumb|Het graf van Frederik de Grote bij Slot Sanssouci met aardappelen
Frederik II of Frederik de Grote (Berliner Stadtschloss, 24 januari 1712 — Potsdam, 17 augustus 1786) was de beroemdste en meest omstreden telg uit het huis Hohenzollern. Hij was vanaf 1740 koning in Oost-Pruisen, keurvorst of markgraaf van Brandenburg en pas vanaf 1772 koning van geheel Pruisen.Sinds 1707 had Pruisen ook zeggenschap over het Kanton Neuenburg waar door een gouverneur werd geregeerd. Met zijn vader, de 'soldatenkoning' Frederik Willem I van Pruisen, had hij een gespannen relatie.
Op achttienjarige leeftijd probeerde hij zijn vader te ontvluchten, maar het gevolg was eenzame opsluiting totdat hij schuld bekende. In 1733 trouwde hij met Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern, dochter van hertog Ferdinand Albrecht II van Brunswijk-Wolfenbüttel, van wie hij na zeven jaar huwelijk gescheiden leefde. Hij stond haar niet toe hem te bezoeken op Slot Charlottenburg of bij zijn buitenverblijf Sanssouci.
Op basis van de economische en militaire hervormingen die zijn vader, de soldatenkoning Frederik Willem I van Pruisen, had doorgevoerd, wist Frederik II Brandenburg-Pruisen om te vormen tot een Europese grote mogendheid. Hij voerde oorlogen tegen het Huis Habsburg en breidde zijn vorstendom tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) uit met Silezië en met het graafschap Oost-Friesland (1744). In de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) sloot hij een bondgenootschap met Engeland, en viel hij Frankrijk, Rusland, Bohemen en het Keurvorstendom Saksen aan. Door middel van handige diplomatie wist hij in 1772 door annexatie West-Pruisen te verkrijgen. In 1778-1779 was hij betrokken in de Beierse Successieoorlog om te voorkomen dat Oostenrijk een deel van Beieren in handen kreeg. In 1785 stichtte hij de Vorstenbond om een tegenwicht te bieden tegen de plannen van keizer Jozef II.
Frederik heeft de tegenstelling tussen het oppermachtige Oostenrijk en het in vele vorstendommen verdeelde Duitsland uitgebuit en gaf de Duitsers hun zelfrespect terug. Frederik ontpopte zich als een groot militair strateeg, die na zijn dood nog door vele latere generaties bewonderd werd, onder meer door Napoleon Bonaparte, die bij zijn graf in Potsdam gezegd zou hebben: "Als hij nog leefde, stond ik hier niet". Hij is door rechtse Duitse politici aan het begin van de 20e eeuw bewonderd. In 2012 werd met tentoonstellingen in Berlijn herdacht dat Frederik de Grote 300 jaar geleden werd geboren.
Jeugd Frederik was het vierde kind van de soldatenkoning Frederik Willem I en de ontwikkelde Sophia Dorothea van Hannover.Hij was de derde zoon. Er zouden nog tien kinderen volgen. "Fritz" groeide op in het kasteel van Königs Wusterhausen en wilde als kind niet met tinnen soldaten spelen, maar liever met zijn zuster Wilhelmina van Bayreuth. Hij werd geslagen toen hij van een op hol geslagen paard viel, bij koud weer handschoenen droeg en onder leiding van Jacques Égide Duhan de Jandun de declinatie van "mensa" in het Latijn oefende. Op zijn verjaardag kreeg hij geen hobbelpaard cadeau, maar een regiment of een kanon. Frederik had een hekel aan de jacht, hij schreef gedichten, begon in 1728 dwarsfluit te spelen en leerde het door zijn vader verachte Frans. Zo ontwikkelde zich een uiterst gespannen verhouding tussen de wonderlijke en melancholieke vader en de scherpzinnige, maar betweterige zoon. Zijn moeder had een Engelse huwelijkskandidaat voor hem op het oog, hetgeen niet in overeenstemming was met de wensen van zijn vader en de huiselijke vrede verstoorde. Dit leidde op 5 augustus 1730 tot een poging met Robert Keith, een page, vanuit Steinsfurt naar Engeland te vluchten, waar de broer van zijn moeder George II van Groot-Brittannië koning was. Zijn lievelingszus Wilhelmina kreeg huisarrest opgelegd, zijn handlanger Peter Keith vluchtte.Pottle, F. (1952) Boswell in Holland 1763-1764, p. 95. De strenge, in sommige opzichten aandoenlijke vader liet de verdeelde jury opnieuw een uitspraak doen, toen Frederiks adjudant, Hans Hermann von Katte, die ook een ingewijde was in zijn vluchtplannen, werd veroordeeld tot levenslang. De herziene uitspraak leidde tot de executie van de officier. De vader wilde zijn zoon op de knieën dwingen en vanuit het raam van het kasteel in Küstrin werd Frederik door de bewakers gedwongen naar de terechtstelling te kijken. De kroonprins schijnt te zijn flauwgevallen en het aanschouwen van de onthoofding bleef hem bespaard, maar het lijk moest op bevel van zijn vader blijven liggen voor zijn venster. Frederik werd wekenlang opgesloten, niemand mocht met hem spreken, maar er werd een manier gevonden, waardoor hij toch boeken en goed eten toegeschoven kreeg.
Frederik wist goed de aandacht op zichzelf te vestigen en half Europa, waaronder Abbé de Saint-Pierre, keizer Karel VI, en prins Eugenius van Savoye waren begaan met zijn lot. Frederik die van desertie werd beschuldigd, liet zijn voorkeur voor predestinatieleer schieten om zijn vader te behagen. Hij gaf toe dat hij fout was geweest.Mitford, N. (1971) Frederik de Grote, p. 62 De kroonprins werd aan het werk gezet onder leiding van de plaatselijke gemeentesecretaris. Hij verbleef minstens een jaar in Küstrin om zich te oefenen in bestuurlijke zaken.
Gedwongen huwelijk In 1732 kreeg Frederik de beschikking over een regiment in Neuruppin en kon eindelijk zo veel lezen als hij wilde.In 1734 nam Frederik deel aan Poolse Successieoorlog onder Eugenius van Savoye In hetzelfde jaar stemde hij toe in een huwelijk met Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern, maar hij was niet overtuigd of zij met hem gesprekken op niveau zou kunnen voeren. Hij stond erop dat zij L'École des femmes uit het hoofd leerde. Het echtpaar trouwde in 1733 en in 1736 nam het paar zijn intrek in Slot Rheinsberg, waar hij vier jaar lang zou wonen. Frederik had het laten verbouwen door Johann Gottfried Kemmeter en Georg Wenzeslaus von Knobelsdorff, die de twee vrij hoge torens van het oude landhuis liet staan. Er werd theater opgevoerd en muziek gemaakt en Frederik schreef zijn eerste symfonie in G-majeur en een lang traktaat, De Antimacchiavelli (L'Antimachiavel), een politieke intentieverklaring, waarin hij schreef dat gewapende agressie immoreel was en eerlijkheid de beste politiek voor een vorst.Mitford, N. (1971) Frederik de Grote, p. 80Het werd naar Voltaire gestuurd ter revisie en anoniem uitgegeven in Den Haag in september 1740.Gooch, Frederick the Great, 1962, p.272
Het waren de gelukkigste dagen uit zijn leven. Na zijn troonsbestijging in juli in Köningsberg heeft hij dit kasteel niet meer bewoond en ook niet meer met zijn vrouw samengewoond, die hij na zeven jaar niet meer kon luchten of zien.Het kasteel schonk hij in 1744 aan zijn broer, prins Hendrik. August Willem van Pruisen kreeg beschikking over het kasteel in Königs Wusterhausen.
Meester van Vrijmetselaarsloge In 1738 werd hij een enthousiast lid van de eerste vrijmetselaarsloge in Duitsland.Gooch, G.P. (1947), Frederick the Great, 1962, p.113: 'In 1738 he became a zealous member of the first Masonic Lodge to be established in Germany.' In de nacht van 14/15 augustus 1738 werd Frederik ingewijd als vrijmetselaar in Brunswijk , zonder dat zijn vader ergens weet van had. Hij vroeg Baron van Oberg en de schrijver Jacob Friedrich van Bielfeld (in 1732 in Leiden gestudeerd, in 1737 vrijmetselaar geworden in Hamburg) in het slot Rheinsberg een loge te vestigen met Van Oberg als Voorzittend Meester. Na zijn kroning leidde hij na 20 juni 1740 de loge zelf.
Omdat deze loge vooral bedoeld was voor de leden van het hof en de adel werd in 1740 met toestemming van Frederik ook een 'burgerlijke' loge opgericht onder de naam "Zu den drei Weltkugeln". In 1744 werd dit een grootloge naar model van de Premier Grand Lodge of England, met de naam Große königliche Mutterloge „Zu den drei Weltkugeln“ . Deze grootloge bestaat anno 2025 nog steeds. Van Bielfeld, wiens ideeën gerekend kunnen worden tot Verlicht despotisme, werd in 1748 door Frederik tot baron verheven.
Gustav Freytag schreef in zijn Bilder aus der deutschen Vergangenheit (1867) dat de kring rond de koning meer weg had van een orde dan een hof: discipline, zelfverloochening en geen vrouw aanwezig. 'Iets van deze geest van zelf onderdrukking ging over op het volk. Het is het geheim van de grootheid van de Pruisische staat, de beste waarborg om te overleven.'Gooch, Frederick the Great, 1962, p.342
Koning Bij zijn aantreden in mei 1740 liet Frederik Slot Charlottenburg verbouwen. Hij schafte het regiment van Lange Kerls af en richtte een Garde du Corps op. In hetzelfde jaar verkocht hij Herstal aan de prins-bisschop van Luik. Hij trok wetenschappers aan voor de door zijn vader verwaarloosde Pruisische Academie van Wetenschappen en verordonneerde dat Christian Wolff (filosoof) terug kon keren. Frederik schafte ondervraging door middel van foltering af, behalve in het geval van majesteitsschennis. Hij gaf ook bevel de censuur voor het niet-politieke deel van de Berlijnse kranten op te heffen en stelde godsdienstvrijheid in om immigratie van katholieken en hugenoten te bevorderen. Deze godsdienstvrijheid strekte zich niet uit tot de Joden. Uit mercantilistische overwegingen tolereerde hij de Joden, die optraden als bankiers en leveranciers van zijn leger. Maar tegelijk vaardigde hij een reactionaire jodenwet af.
Inval in Silezië