thumb|Het logo van NASA thumb|Het hoofdkantoor (Mary W. Jackson NASA Headquarters) van NASA in Washington D.C. De National Aeronautics and Space Administration, afgekort tot NASA, is een onafhankelijk agentschap van de federale overheid van de Verenigde Staten, dat verantwoordelijk is voor het Amerikaanse civiele ruimtevaartprogramma. NASA voert ook onderzoek uit, en coördineert onderzoek op het gebied van luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. NASA staat sinds 18 december 2025 onder leiding van administrator Jared Isaacman.
Geschiedenis NASA eerst NACA De voorloper van NASA was het National Advisory Committee for Aeronautics (NACA), in het Nederlands: Nationaal Adviescomité voor Luchtvaart. Dit werd opgericht op 3 maart 1915 om onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van luchtvaart te bevorderen.
Foundational Human Spaceflight thumb|de X-15 voor zijn vlucht in de Stratosfeer, een vlucht naar 'the edge of space' NASA erfde NACA's experimentele raketaangedreven hypersonisch onderzoeksvliegtuig, de X-15, ontwikkeld in samenwerking met de Amerikaanse luchtmacht en marine. Vanaf 1955 werden er drie vliegtuigen gebouwd. De X-15 werd gelanceerd vanaf de vleugel van een van de twee Boeing B-52 Stratofortresses van NASA, NB52A staartnummer 52-003, en NB52B staartnummer 52-008 (bekend als de Balls 8). Vrijlating vond plaats op een hoogte van ongeveer 14 km en een snelheid van ongeveer 805 km/h.
Twaalf piloten werden geselecteerd voor het programma van de luchtmacht, marine en NACA. In totaal werden 199 vluchten gemaakt tussen juni 1959 en december 1968, wat resulteerde in het officiële wereldrecord voor de hoogste snelheid ooit bereikt door een bemand aangedreven vliegtuig (actueel vanaf 2014), en een maximale snelheid van Mach 6,72 (7.273 km/h). Het hoogterecord voor X-15 was 107,96 km.
Acht van de piloten kregen astronautenvleugels van de luchtmacht voor het vliegen boven 80 km, en twee vluchten van Joseph A. Walker overschreden 100 kilometer, wat volgens de International Aeronautical Federation als ruimtevlucht wordt aangemerkt.
Het X-15-programma maakte gebruik van mechanische technieken die werden gebruikt in de latere bemande ruimtevluchtprogramma's, waaronder jets voor het reactiecontrolesysteem, jets voor het regelen van de oriëntatie van een ruimtevaartuig, ruimtepakken en horizondefinitie voor navigatie. De verzamelde gegevens over terugkeer en landing waren waardevol voor NASA voor het ontwerpen van de Spaceshuttle.
Oprichting thumb|Het NASA-logo van 1975 tot 1992. Sinds 2020 is dit een logo dat voor speciale gelegenheden weer wordt gebruikt. Zo was de Falcon 9-raket die voor het eerst sinds het einde van het spaceshuttleprogramma mensen vanuit Amerika in de ruimte bracht van het ”wormlogo“ voorzien. In het jaar 1957 werd in het kader van het Internationaal Geofysisch Jaar besloten een raket te bouwen die een satelliet in een baan rond de aarde kon brengen.
De Amerikaanse marine kreeg het contract zo'n raket te ontwikkelen. Totaal onverwacht lanceerde de Sovjet-Unie op 4 oktober 1957 de Spoetnik 1 als eerste kunstmaan in een baan om de aarde. Op 3 november 1957 volgde de Spoetnik 2, met aan boord het hondje Lajka. De vernedering was totaal toen de Amerikaanse marine zijn raket amper 30 cm van het platform kreeg, waarna deze ontplofte. Het was de luchtmacht die met zijn raket vier maanden later, op 1 februari 1958, de eerste Amerikaanse satelliet, de Explorer 1, succesvol kon lanceren.
President Dwight D. Eisenhower zag in dat er een nationaal ruimtevaartagentschap nodig was om zulke blunders te voorkomen en vormde daarom op 1 oktober 1958 de NACA om tot NASA. Ook werden er onderzoeksinstituten aan toegevoegd: het Langley Aeronautical Laboratory, het Ames Aeronautical Laboratory, het Lewis Flight Propulsion Laboratory, en twee testfaciliteiten.
Al gauw werd NASA uitgebreid met nog een aantal bestaande onderzoeksinstituten, onder andere de ruimtevaartafdeling van het Naval Research Laboratory in Maryland, het Jet Propulsion Laboratory (JPL) dat werd bestuurd door het California Institute of Technology, en bovendien de Army Ballistic Missile Agency in Huntsville (Alabama) waar het team van Wernher von Braun werkte aan de ontwikkeling van grote raketten.
Mercury Het eerste grote project van NASA was het Mercury-programma dat tot doel had de eerste Amerikanen in de ruimte te brengen, en te bewijzen dat de VS technologisch superieur was. Dit lukte niet want de Sovjet-Unie was de Verenigde Staten opnieuw voor met het Vostokprogramma. De Sovjets lanceerden Joeri Gagarin als eerste mens in een baan rond de aarde op 12 april 1961.
Op 5 mei 1961 lanceerden de Amerikanen hun eerste astronaut, Alan Shepard. Die vlucht duurde echter slechts 15 min. en 18 sec., aangezien de raket niet in staat was de Mercurycapsule in een baan om de aarde te brengen. NASA beschikte op dat ogenblik nog niet over grote raketten die betrouwbaar genoeg waren.
John F. Kennedy's toespraak Amerika was opnieuw vernederd, en het was de jonge president John F. Kennedy die het initiatief nam. In een beroemde speech, gehouden op 12 september 1962 aan de Rice University in Houston, kondigde hij aan dat Amerika een man op de maan moest zetten vóór 1970. De wereld stond versteld. Een reis naar de maan zou vele malen moeilijker en gevaarlijker zijn dan een vlucht rond de aarde. Men wist niet eens zeker of een mens wel zo lang in de ruimte in leven kon blijven.
Gemini Toch slaagde NASA er binnen enkele jaren in de ruimtewedloop te domineren. Nadat het eenvoudiger Mercury-programma was afgesloten, werd begonnen met het Geminiprogramma. Ruimtewandelingen, koppelingen met ruimtetuigen die eerder waren gelanceerd, de effecten van langdurige gewichtloosheid op het lichaam, kortom, allerlei zaken die bij een reis naar de maan om de hoek komen kijken, passeerden tijdens dit project de revue en werden uit-en-te-na beproefd. De ervaring die hiermee werd opgedaan was cruciaal om het volgende ruimteschip te kunnen bouwen, de Apollo.
Apollo thumb|left|Het logo van het Apollo-project Tot het Apolloprogramma was Amerika weliswaar altijd tweede geweest, maar er waren nooit ernstige ongelukken gebeurd. Dit veranderde op 27 januari 1967, toen tijdens een test op de grond in de capsule van Apollo 1 brand uitbrak, en alle drie de astronauten, Virgil Grissom, Ed White en Roger Chaffee, omkwamen.
Het ongeluk schokte Amerika. Er werd een onderzoek ingesteld om herhaling te voorkomen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat een combinatie van het gebruik van zuivere zuurstof en kortsluiting door slordig afgewerkte elektriciteitsbedrading tot dit drama hadden geleid.
Aan stopzetting van het ruimtevaartprogramma werd niet gedacht. Amerika moest zich nog steeds bewijzen tegenover de Sovjet-Unie, en de doelstelling van de toen inmiddels overleden president Kennedy moest nagekomen worden. Maar het ongeluk was niet voor niets geweest. NASA trok haar lessen hieruit en zorgde voor een betere en veiligere werkomgeving voor haar astronauten.
NASA kon in december 1968 voor het eerst echt triomferen over de Sovjet-Unie met de Apollo 8-missie, toen mensen voor het eerst rond de maan vlogen. Na nog enkele geslaagde bemande testvluchten met Apollo 9 en 10, kon NASA als eerste en vóór 1970, in overeenstemming met de wens van Kennedy, op 21 juli 1969 met de Apollo 11 de eerste mens op de maan zetten, de astronaut Neil Armstrong.
Na Apollo 11 kwamen er nog vijf andere succesvolle maanlandingen met de Apollo 12, 14, 15, 16 en 17. Apollo 13 bleek hierop de uitzondering, toen tijdens de heenreis een zuurstoftank in het servicegedeelte van het ruimtevaartuig ontplofte, en de bemanning met behulp van de motor van de maanlander (LEM) naar de aarde moest zien terug te keren. De astronauten overleefden de missie.
Hoewel de Sovjet-Unie destijds ontkende bemande maanlandingen te hebben nagestreefd, bleek later dat men in het diepste geheim wel degelijk had gewerkt aan een eigen maanproject. De Sovjets hadden het Zond-programma, om kosmonauten rond de maan te sturen. Had NASA zich aan haar vluchtschema gehouden, dan zouden de Sovjets de Amerikanen mogelijk opnieuw voor zijn geweest. NASA veranderde echter de missie van de Apollo 8, die oorspronkelijk in een baan om de aarde zou blijven, in het later zo succesvol gebleken ronden van de maan.
De belangrijkste oorzaak van het slagen van de Amerikanen waar de Sovjets faalden, was dat zij de Saturnus V konden bouwen, het geesteskind van Wernher von Braun, dat betrouwbaar genoeg bleek om deze gigantische onderneming tot een goed einde te brengen. De Sovjets hadden een soortgelijke raket, de N1, maar doordat zijn ontwerper, Sergej Koroljov, in het midden van de ruimterace stierf en zijn opvolger, Vasili Mishin, de expertise miste om het ontwerpbureau dat voor de ontwikkeling van de raket zorgdroeg, goed te bestieren, en er bovendien concurrentie was van twee andere constructeurs, Vladimir Chelomei en Valentin Glushko, die samen aan een alternatief voor de N1 werkten (welke uiteindelijk overigens door een 'commissie van experts' ten gunste van de N1 werd afgewezen), kwam er van een succesvolle afronding van het project weinig terecht.
In 1972 werd dan ook, na een vierde, mislukte lancering van de N1 op 23 november van dat jaar, besloten verder af te zien van pogingen om een Sovjet-kosmonaut op de maan te zetten.
Na Apollo Na het Apollo-programma werd de geldkraan dichtgedraaid. Behalve de vier vluchten in het kader van het Skylab- en het Apollo-Sojoez-testproject vonden tijdelijk geen bemande vluchten meer plaats tot het toen reeds in ontwikkeling zijnde ruimteveer, de spaceshuttle, gereed zou komen. De ontwikkeling van de Spaceshuttle nam echter meer tijd in beslag dan vooraf was voorzien.
Als gevolg hiervan bleef het ruimtestation Skylab te lang verstoken van ruimtevaartuigen die het eens in de zoveel tijd terug in de juiste baan moesten duwen. Skylab verbrandde uiteindelijk in 1979 grotendeels bij het terugkeren in de atmosfeer, enkele brokstukken kwamen neer in Australië.
Maar NASA boekte nog grote wetenschappelijke successen met onbemande ruimtevaartuigen zoals de Pioneer 10 en 11, de eerste missies naar Jupiter en Saturnus, en vooral de Voyagers, die naast Jupiter en Saturnus, ook Uranus en Neptunus bezochten, en de Vikings, naar Mars.
Space Shuttle Uiteindelijk begon men aan de ontwikkeling van de Spaceshuttle. Het ruimteveer zou, doordat het vele malen hergebruikt kon worden omdat het kon landen als een vliegtuig, een revolutionaire ommekeer teweegbrengen voor wat betreft het kostenaspect, dat, vooral bij bemande ruimtevaart, aanzienlijk is. Tevens zou de ruimtevaart met de introductie van het ruimteveer, naast goedkoper, ook een alledaagse aangelegenheid moeten worden. De Sovjets hadden een soortgelijke Spaceshuttle, de Boeran. Echter is deze Sovjetische shuttle nooit een succes geworden, het enige type dat er was is vergaan omdat de hangar waar het toestel instond instortte. Mogelijk zijn deze ontwerpen gekopieerd van de NASA.
De ontwikkeling van zo'n ingewikkeld ruimtetuig vergde opnieuw een reusachtig kapitaal, dat nooit door het congres goedgekeurd zou worden. Daarom ging NASA samenwerken met de Amerikaanse luchtmacht om de ontwikkelingskosten te delen. De luchtmacht zou in ruil hiervoor ook gebruik kunnen maken van de Space Shuttle voor de lancering van militaire satellieten en voor andere strategische doeleinden.
Na jaren van ontwikkeling en testen werd op 12 april 1981 's werelds eerste herbruikbare ruimteschip, Space Shuttle Columbia, gelanceerd.