thumb|240px|Wanneer een Bewys de gedaante van Waarheid met zich brengt en evenwel ons doet dwaalen, is 't een Drogreden. Isaac Watts, 1757.
Een drogreden, schijnreden of sofisme is een reden of redenering die niet correct is, maar wel aannemelijk lijkt.
De oudste bekende teksten hierover zijn de dialoog Euthydemus van Plato, waarin een reeks onbenoemde drogredenen de revue passeert, en het werk sophistikoi elenchoi van diens leerling Aristoteles.Aristoteles, On Sophistical Refutations In dit werk werden door hem diverse figuren voor het eerst benoemd en ontleed. Het staat nog steeds model voor publicaties over drogredenen, denkfouten, informele logica en argumentatietheorie.
Algemeen Net als een goede redenering bestaat een drogreden uit een of meer premissen (aanname, stelling) of axioma's (algemeen aanvaarde uitgangspunten), waaruit na het stellen van een causaal verband (oorzaak en gevolg) een conclusie wordt getrokken, of een aantal argumenten, waarmee een mening wordt onderbouwd. De conclusie van een drogreden kan zowel juist als onjuist zijn, maar een drogreden voldoet niet aan de voorwaarden van correctheid. Dat wil zeggen dat de redenering niet geldig is (dan klopt de vorm van de redenering niet) en/of niet gezond is (dan zijn de stellingen niet geldig). Onderscheidend voor een drogreden is dat er foutief overgegaan wordt van premissen naar een conclusie.
Drogredenen worden vaak opzettelijk gebruikt door demagogen. Volgens de Britse filosoof Jeremy Bentham konden ze enkel dienen om al wat krom is schijnbaar recht te praten: "Abuse can only be defended by fallacies".Jeremy Bentham, The book of fallacies (1824).Harold A. Larrabee (red.), Bentham's handbook of political fallacies, uitg. Baltimore (1952).
Drogredenen worden echter ook nogal eens onopzettelijk gebruikt door mensen die niet weten dat het drogredenen zijn, maar veronderstellen dat het correcte argumenten zijn (het zijn dan eerder denk- of redeneerfouten). Verder worden drogredenen vaak in humor gebruikt. In dat geval ligt het bedrieglijke van de gepresenteerde gedachtegang er meestal dik bovenop. Doorgaans draait het dan om een dubbelzinnigheid of om verwisselen van ruime en enge betekenis van dezelfde term, met absurde gevolgen.
Doordat veel mensen in discussievoeringen er gebruik van maken spelen drogredenen een belangrijke rol in de samenleving. Gezien de beperkte leefomgeving van veel mensen komen bijvoorbeeld anekdotische drogredenen veelvuldig voor. De persoon haalt in zijn betoog dan voorbeelden uit de directe leefomgeving aan om zijn standpunt (op een incorrecte manier) te onderbouwen.
Ook in reclame komen drogredenen veelvuldig voor. In de bewering "de meeste tandartsen bevelen X aan" is bijvoorbeeld sprake van een beroep op autoriteit, met als impliciete conclusie dat X het beste zou zijn. Een ander cliché is: "Dermatologisch getest!" Immers, zolang de testresultaten er niet bij worden vermeld, is dit geen logisch argument om een bepaald product te kopen.
Indeling Reeds in de klassieke oudheid onderscheidde men verschillende soorten drogredenen. Deze zijn nog steeds bekend onder hun Latijnse namen die er in de middeleeuwse scholastiek aan werden toegekend, zoals Argumentum ad baculum, Argumentum ad populum en Argumentum ad misericordiam. Ook aan 'moderne' drogredenen wordt wel een Latijnse naam toegekend, bijvoorbeeld de Reductio ad Hitlerum.
Drogredenen zijn soms moeilijk in een categorie onder te brengen. In de filosofie wordt vaak de indeling volgens Aristoteles gebruikt: Formele drogredenen drogredenen waarbij er een fout in de logica van de redenering zit Informele drogredenen drogredenen waarbij in de premissen verkeerde aannames worden gedaan en dus onjuiste premissen worden gebruikt drogredenen waarbij de conclusie bereikt wordt door een onjuist gebruik van woorden
John Stuart Mill stelde een vijfdelige classificatie voor:A System of Logic, Ratiocinative and Inductive, 1884 , vol. II, p. 487. Fallacies of Simple Inspection (axiomatische proposities die niet verwijzen naar een grond buiten zichzelf) Fallacies of Observation (inductieve afleidingen met betrekking tot waarnemingen) Fallacies of Generalisation (inductieve afleidingen met betrekking tot veralgemening) Fallacies of Ratiocination (deductieve afleidingen) Fallacies of Confusion (afleidingen op vaag onderscheiden gronden)
Drogredenen gebaseerd op een fout in de logica Dit zijn drogredenen waarbij er een fout in de logica van de redenering zit. Het zijn foutieve deductieve redeneringen.
Argumentum ad ignorantiam (argument van de onwetendheid)
Voetstoots wordt aangenomen dat een stelling waar is, omdat niet is bewezen dat zij onwaar is. Of omgekeerd: er wordt aangenomen dat een stelling onwaar is, omdat niet is bewezen dat zij waar is. "Ik heb hem nooit met een vrouw op stap gezien, dus hij heeft geen vriendin." Onjuiste logica: als iemand een vriendin heeft, dan gaat hij ermee op stap en dan zie ik dat.
Een uitzondering waar deze argumentatie niet als drogreden geldt, is in het strafrecht ("U bent onschuldig totdat het tegendeel bewezen is"). In dat geval is er sprake van een wettelijk vastgelegde bewijslast. Het is daar dus geen wijze van argumenteren, maar een juridische oplossing voor het geval iets niet bewezen kan worden: een aanname, een premisse, die in het maatschappelijk leven een axioma blijkt te worden.
Vals dilemma
Hierbij wordt ten onrechte het principe van de uitgesloten derde (tertium non datur) toegepast. "Als je niet voor ons bent dan ben je tegen ons." Er is ook een generaliserende variant. "Als je het niet eens bent met ons plan, dan ben je tegen onze ideologie."
Mensen worden in een vals dilemma gedwongen door te doen alsof er maar twee keuzes zijn, terwijl er meer zijn.
Het valse dilemma wordt ook wel zwart-witdenken genoemd.
Argumentum ad temperantiam (vals compromis)
Hierbij wordt ten onrechte aangenomen dat, wanneer twee verschillende standpunten als feitelijk juist gepropageerd worden, het compromis tussen die twee de waarheid het best beschrijft.
Argumentum ex silentio (wie zwijgt stemt toe) Een conclusie op grond van iets dat niet gezegd wordt, dus een stellingname die wordt afgeleid uit zwijgen. "'Heeft het koningshuis ons generaties lang bestolen?', vroeg ik aan de koningin. Daar had ze mooi geen antwoord op, dus het koningshuis had ons generaties lang bestolen." "Toen ik Pietje zijn pincode vroeg, gaf hij geen antwoord. Dus Pietje weet zijn pincode niet meer." "Toen ik aan Pietje vroeg of hij de snoepjes had gestolen, gaf hij geen antwoord. Dus Pietje heeft de snoepjes gestolen."
Non sequitur (het volgt er niet uit)
Een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die logisch gezien niet uit de argumenten of premisse volgt. "Bij 25% van de dodelijke ongevallen had de bestuurder alcohol gedronken en bij 75% van de dodelijke ongevallen had de bestuurder koffie gedronken. Het is dus veiliger als de bestuurder alcohol drinkt in plaats van koffie."
De onjuiste logica komt voort uit het feit dat de verkeerde getallen vergeleken worden, oftewel, appels met peren vergeleken worden. Het is zaak het percentage alcoholdrinkers dat in een ongeval terechtkomt te vergelijken met het percentage van de niet-alcoholdrinkers dat in een ongeval terechtkomt.
Retrorsum causa et effectus (omkering van oorzaak en gevolg)
"Veel mensen die in een rolstoel rijden hebben een ongeval gehad, dus rijden met een rolstoel is gevaarlijk." Deze redenering is onjuist, omdat het gebruik van een rolstoel geen oorzaak is van een ongeval, maar het gevolg.
Post hoc ergo propter hoc (na dit, dus door dit)
Er wordt een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Feit B treedt op na feit A en feit B wordt daarom gepresenteerd als gevolg van feit A. Er zijn verschillende situaties waardoor feit B misschien niet had hoeven op te treden maar het argument wordt gepresenteerd alsof het onvermijdelijk was na feit A. "De patiënt genas enkele dagen nadat hij middel X kreeg, dus dit middel heeft hem genezen." "De zon komt altijd op nadat de haan gekraaid heeft, dus de zon komt op doordát de haan kraait." "Gisteren vlogen de zwaluwen hoog en het is vandaag mooi weer. Nu vliegen de zwaluwen weer hoog, dus het zal morgen ook mooi weer worden."
Cum hoc ergo propter hoc (met dit, dus door dit)
Net als bij de bovenstaande drogreden wordt hier een oorzakelijk verband gesuggereerd dat er in werkelijkheid niet hoeft te zijn. Het verschil is dat feit A en B nu tegelijk optreden. De conclusie kan juist zijn maar is niet bewezen. "Zij was in augustus op vakantie met Gijs. Zij is in augustus zwanger geworden. Dus zij is zwanger van Gijs." "Ik dacht net aan jou toen de telefoon ging. Dat kan toch geen toeval zijn!"
Bevestiging van het gevolg Een conclusie trekken die gebaseerd is op het gevolg van die conclusie. "Als ik zie hoe veel kritiek zij had gekregen, dan kan ik alleen maar concluderen dat ze de zaak niet goed had aangepakt."
Willekeurige correlatie Zoeken van correlaties tussen om het even wat. Bij mensen met blauwe ogen komt volgens dit onderzoek relatief meer criminaliteit voor. Het hebben van blauwe ogen veroorzaakt criminaliteit. "De laatste 200 jaar is het aantal piraten afgenomen en is de opwarming van de aarde toegenomen. Het is dus door het feit dat er nu nauwelijks piraten zijn dat we met de klimaatverandering zitten" (2006), The Gospel of the Flying Spaghetti Monster In de zomer worden veel ijsjes verkocht en verdrinken ook veel mensen. Het eten van ijsjes veroorzaakt dus verdrinking.
Hier worden verbanden gezien tussen twee zaken die niet per se met elkaar te maken hebben. Oorzakelijk verband wordt hier ten onrechte uit correlatie opgemaakt. Als men hierop statistisch onderzoek doet is er (bijna) altijd een onderzoek dat een merkwaardig resultaat geeft. De normale onderzoeken komen nooit naar boven. In de statistiek is het een basisregel dat een sterke correlatie niet automatisch ook een oorzakelijk verband inhoudt. In het eerste voorbeeld wordt bijvoorbeeld voorbijgegaan aan het gegeven dat 'blauw' in Noord-Europa een veelvoorkomende oogkleur is en de kans dat criminelen blauwe ogen hebben gewoon groot is, en in het derde geval wordt voorbij gegaan aan het gegeven dat het in de zomer vaak warm is; hoe warmer het is, des te meer ijs wordt er verkocht, maar tegelijk gaan meer mensen zwemmen en des te meer mensen er verdrinken.
Negeren van alternatieve hypothesen Over het hoofd zien van alternatieve hypothesen. "Er zijn ufo's gezien, dus er is buitenaards leven." Een genegeerde alternatieve hypothese is dat ufo-meldingen op misverstanden of grappenmakerijen berusten.
Secundum quid (overhaaste generalisatie/wet van de kleine getallen)
De juistheid van de stelling wordt aangetoond met één of meerdere voorbeelden of een niet-representatieve steekproef.
Dit is vooral populair in de vorm van een anekdote (anekdotisch bewijs), een verhaal dat de spreker zelf heeft meegemaakt of van (goede) vriend of kennis heeft gehoord. "Mijn opa rookte als een ketter en is 98 jaar geworden, dus roken is helemaal niet ongezond." "Er is meer criminaliteit dan vroeger, want Jan is overvallen en bij Piet is er ingebroken." Het wordt al helemaal interessant als er een klein statistisch onderzoek naar wordt gedaan, dat echter nog lang niet representatief is; (selectieve waarneming, zie ook Misbruik van statistische gegevens). "Het is de afgelopen vijf jaar erg warm geweest, dus het klimaat verandert." of "Het is de koudste week in 100 jaar, dus het klimaat verandert niet". De denkfout is hier dat er een algemene regel wordt afgeleid uit slechts enkele gevallen, in filosofische termen een inductie met een te smalle basis.
Vergelijkbaar met pars pro toto: aan de hand van een detail, een conclusie over het geheel vellen. Ook door één argument te weerleggen menen de these weerlegd te hebben.