thumb|'Koningin van de straddle' of rolsprong: Rosemarie Ackermann. Hoogspringen is een atletiekonderdeel, waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat te springen. Deze lat wordt steeds hoger geplaatst, en de winnaar is de persoon die over de hoogst gelegde lat gesprongen is.
Hoogspringen maakt ook deel uit van de vijfkamp, zevenkamp en de tienkamp.
Regels Springers (m/v) hoeven zich maar aan enkele regels te houden: er moet met één been afgezet worden (kinderen kunnen daar moeite mee hebben), en de grond of de mat voorbij het vlak gevormd door de staanders mag niet aangeraakt wordt met enig lichaamsdeel. De sprong telt echter wel als een atleet bij het springen met de voet de landingsmat aanraakt en daarvan volgens de jury geen voordeel ondervonden heeft. Er zijn regels voor hoelang een poging mag duren (bij grote wedstrijden geeft een terugtellende klok de resterende tijd aan), binnen die tijd mag een poging afgebroken worden en de aanloop opnieuw aangevangen worden. Toen door Russische springers in de jaren vijftig records werden gesprongen met behulp van zeer verdikte zolen, is de maximale dikte van de zool vastgelegd. Deze bedraagt bij de voorvoet 13 mm en bij de hiel 19 mm (bij verspringen geldt hetzelfde).
Iemand blijft in de wedstrijd totdat drie opeenvolgende sprongen mislukt zijn, die niet noodzakelijkerwijs dezelfde hoogte betroffen. De te springen hoogten worden voor aanvang van de wedstrijd vastgelegd en ieder beslist zelf op welke hoogten pogingen gewaagd worden. De vastgelegde hoogten verschillen meestal 5 cm, bij grote wedstrijden eerst 5 cm en dan 3 cm of 2 cm, bij meerkampen voor de senioren (20-35 jaar) is 3 cm verplicht. De laatst overgeblevene mag om elke hoogte vragen, behalve bij een meerkamp.
Gelijk eindigen Bij het hoogspringen (en polsstokhoogspringen) komt het vrij vaak voor dat verschillende atleten dezelfde eindhoogte halen. De volgorde wordt dan bepaald met een aantal slechts voor kenners doorzichtige regels. De eerste regel is dat wordt gekeken naar het aantal foutsprongen op de gesprongen hoogte. Stel dat vijf atleten 2,01 sprongen, waarvan twee het in de eerste poging haalden, twee in de tweede en eentje in de derde, dan krijgen in die volgorde twee atleten plaats 1 toebedeeld, twee plaats 3 en eentje plaats 5. Met een tweede regel wordt verder onderscheid aangebracht. Daarvoor wordt gekeken naar het totale aantal foutsprongen in de hele wedstrijd; minder foutsprongen tellen dan natuurlijk als beter. Als dit geen uitsluitsel geeft, wordt men op dezelfde plaats gezet, in het voorbeeld zou dat betekenen dat twee gouden en twee bronzen plakken worden uitgereikt. Gaat het echter om de eerste plaats dan wordt, althans bij grote wedstrijden, een barrage gesprongen. Eerst krijgen alle kandidaten voor de eerste plaats een extra poging op de laatste hoogte waarop ze allemaal gesprongen hebben, dat kan bijvoorbeeld 2,03 geweest zijn. Wie dat niet haalt valt af, tenzij iedereen faalt. Haalt eentje de barragehoogte wel, dan is de kampioen bekend en de anderen krijgen zilver. Maar halen meerdere atleten die hoogte, dan gaat de lat weer 2 cm hoger en krijgt men daarop één poging; haalt echter niemand het dan gaat de lat 2 cm naar beneden voor één poging. Enzovoort, de lat gaat telkens 2 cm omhoog als meerderen het halen of 2 cm naar beneden als meerderen missen. Het is daardoor mogelijk dat uiteindelijk de beslissing valt op een heel andere hoogte dan wat het eind van de wedstrijd leek. Een enigszins absurd voorbeeld: twee springsters halen in de barragepoging 2,03, vervolgens halen ze beiden de barragehoogtes van 2,05 en 2,07 en evenaren ze beiden het wereldrecord van 2,09, op 2,11 falen ze echter. Dan moet weer 2,09 geprobeerd worden, maar ze zijn moe en falen, zo ook op 2,07, 2,05, 2,03 en 2,01. Uiteindelijk op 1,99 haalt eentje het wel en de andere niet, waarmee goud bekend is. In de uitslag komt de hoogst behaalde hoogte te staan van wedstrijd plus barrage en de wereldrecordhoogte is dus geldig, ook al sprong men in de gewone wedstrijd slechts 2,01 en viel de beslissing op 1,99. Een barrage is echter niet verplicht. Zo werden er bijvoorbeeld op de Olympische Spelen van 2020 twee gouden medailles uitgedeeld nadat Mutaz Essa Barshim en Gianmarco Tamberi beiden faalden op 2,39 m na gelijke pogingen, en samen besloten het goud te delen. Op de Olympische Spelen van 2024 ontstond dezelfde situatie, maar kozen de Amerikaan Shelby McEwen en de Nieuw-Zeelander Hamish Kerr wel voor barragesprongen (en won Kerr).Geen broederlijk delen, wel unieke jump-off: het verhaal achter veelbesproken hoogspringfinale - "We doen het!" www.sporza.be
Materiaal Het aanloopvlak, dat meestal de vorm heeft van een halve cirkel, dient een straal te hebben van minimaal 20 meter. De landingsmatras is minimaal 6 meter breed, 4 meter diep en 0,7m hoog, bij kleinere, nationale wedstrijden is een mat van 5 bij 3 toegestaan. De twee sprongstandaards mogen niet in de grond vastzitten en de lat moet er zo op geplaatst kunnen worden dat hij eraf kan vallen bij aanraking door de springer. De 4 meter lange lat is rond en heeft platte uiteinden, hij is meestal van glasvezelversterkte kunststof of iets dergelijks gemaakt. Driehoekige latten mogen niet meer, omdat ze blessures kunnen veroorzaken, ook metalen latten zijn niet meer toegestaan omdat ze krom kunnen worden, waarna het vaststellen van de spronghoogte niet meer goed mogelijk is.
Voor alle atletieknummers is speciaal schoeisel ontwikkeld. De spikes die bij hoogspringen worden gebruikt, geven veel steun aan de voet om de enorme krachten bij de afzet te helpen te weerstaan. De spikepuntjes die onder hoogspringspikes zitten zijn meestal 9 mm, hoewel op sommige banen maximaal 6 mm is toegestaan..
Techniek Bij het hoogspringen zijn in de loop van de tijd veel verschillende sprongtechnieken ontwikkeld. De springers en trainers zochten naar manieren om het zwaartepunt zo laag mogelijk over de lat te laten gaan, waarna toch nog veilig geland kon worden. Er werd in het verleden namelijk geland in een zandbak, waarin soms een berg zand of zaagsel de klap van de landing wat verzachtte. De eenvoudige Schotse sprong is al gauw vervangen door de gunstigere zijrol en schaarsprong, waarna de rolsprong in zwang kwam. De landing van de rolsprong was niet gemakkelijk te controleren en dat leidde vanaf de jaren zestig tot het invoeren van een groot schuimplastic landingsmatras om de val te breken. De matras maakte de weg vrij voor de fosburyflop, waarbij op de rug wordt geland. In het zand zou deze techniek tot veel blessures geleid hebben.
Terwijl de verspringers, hink-stap-springers en polsstokhoogspringers slechts de aanloop onder een rechte hoek kennen, zijn bij het hoogspringen aanloophoeken van 20 tot 90 graden in de praktijk geprobeerd. Springers bepalen zelf welke aanloopsnelheid tot de grootste verticale stijging leidt. Bij de afzet wordt zowel de één- als dubbelarmige techniek gebruikt.
De Schotse sprong, de schaarsprong en de zijrol komen tegenwoordig nauwelijks meer voor. De rolsprong of 'straddle' zie je nog wel bij de mastersatletiek, waar in oudere leeftijdsklassen het percentage rolspringers toe- en het aantal flopspringers afneemt.
Records en bekende atleten uit België en Nederland De wereldrecords hoogspringen staan op naam van de Cubaan Javier Sotomayor 2,45 m (in 1993) bij de mannen en de Oekraïense Yaroslava Mahuchikh 2,10 m (in 2024) bij de vrouwen. De hoogste sprong in de zevenkamp bij vrouwen staat op naam van de Belgische atlete Nafissatou Thiam met 2,02 m in Talence (2019).
België had met Tia Hellebaut een atlete in de internationale top van het hoogspringen. Tijdens de jaren tachtig was ook de Belg Eddy Annys een hoogspringer van internationaal niveau bij de mannen.
Op 11 augustus 2006 behaalde Tia Hellebaut goud op de EK in Göteborg. Nadat ze eerst haar Belgisch record had verbeterd tot 2,01 m, sprong Tia daarna over 2,03 m. Venelina Veneva behaalde zilver en had één poging meer nodig dan Hellebaut om over 2,03 m te springen.
Op 3 maart 2007 werd Tia Hellebaut Europees indoorkampioene hoogspringen met een Belgisch record van 2,05 m.
Op 23 augustus 2008 werd Tia Hellebaut olympisch kampioene op de Olympische Spelen in Peking door over 2,05 m te springen.
Bij de wereldkampioenschappen van 2009 bereikte Martijn Nuijens met 2,23 m een gedeelde vijfde plaats, na in de kwalificatie 2,29 m te hebben gesprongen.
Bij de Europese indoorkampioenschappen van 2023 werd Douwe Amels Europees kampioen door als enige over 2,31 m te springen, hetgeen tevens een evenaring van het Nederlands record van Wilbert Pennings betekende. Bij de vrouwen evenaarde Britt Weerman haar eigen Nederlandse record van 1,96 m en dat leverde de zilveren medaille op.
Continentale records ContinentGeslachtPrestatieAtleetLandDatumPlaatsAfrikaM2,38 mJacques Freitag5 maart 2005OudtshoornV2,06 mHestrie Cloete31 augustus 2003ParijsNoord- enMidden-AmerikaM2,45 m (WR)Javier Sotomayor27 juli 1993SalamancaV2,05 mChaunté Lowe26 juni 2010Des MoinesZuid-AmerikaM2,33 mGilmar Mayo17 oktober 1994PereiraV1,96 mSolange Witteveen8 september 1997OristanoAziëM2,43 mMutaz Essa Barshim5 september 2014BrusselV2,00 mNadezjda Doebovitskaja8 juni 2021AlmatyEuropaM2,42 mPatrik Sjöberg30 juni 1987Stockholm2,42 m (i)Carlo Thränhardt26 februari 1988BerlijnV2,10 m (WR)Jaroslava Mahoetsjich7 juli 2024ParijsOceaniëM2,36 mTim Forsyth2 maart 1997MelbourneBrandon Starc26 augustus 2018EberstadtHamish Kerr3 maart 2024 (i)Glasgow10 augustus 2024Parijs16 september 2025TokioV2,04 mNicola Olyslagers27 augustus 2025Zürich
Bohdan Bondarenko evenaarde op 14 juni 2014 het Europese outdoor record van 2,42, maar om onbekende reden kwam deze sprong niet in aanmerking voor erkenning.
Bijgewerkt: 6 augustus 2026
Top tien beste atleten Mannen (outdoor) Pos.PrestatieAtleetLandPlaatsDatum1. 2,45 Javier Sotomayor Salamanca 27 juli 19932. 2,43 Mutaz Essa Barshim Brussel 5 september 2014 3. 2,42 Patrik Sjöberg Stockholm 30 juni 1987 Bohdan Bondarenko New York 14 juni 2014 5. 2,41 Igor Paklin Kobe 4 september 1985 7. 2,40 Roedolf Povarnitsyn Donetsk 11 augustus 1985 Sorin Matei Bratislava 20 juni 1990 Charles Austin Zürich 7 augustus 1991 Vjatsjelav Voronin Londen 5 augustus 2000 Derek Drouin Des Moines 25 april 2014 Andrij Protsenko Lausanne 3 juli 2014
Bijgewerkt tot en met 21 augustus 2022
Vrouwen (outdoor) Pos.PrestatieAtleteNationaliteitPlaatsDatum1. 2,10 Jaroslava Mahoetsjich Parijs 7 juli 20242. 2,09 Stefka Kostadinova Rome 30 augustus 19873. 2,08 Blanka Vlašić Zagreb 31 augustus 2009 4. 2,07 Ljoedmila Andonova Berlijn 20 juli 1984 Anna Tsjitsjerova Cheboksary 22 juli 2011 6. 2,06 Kajsa Bergqvist Eberstadt 26 juli 2003 Hestrie Cloete Parijs 31 augustus 2003 Jelena Slesarenko Athene 28 augustus 2004 Ariane Friedrich Berlijn 14 juni 2009 Maria Lasitskene Lausanne 6 juli 2017 11. 2,05 Tamara Bykova Kiev 22 juni 1984 Heike Henkel Tokio 31 augustus 1991 Inha Babakova Tokio 15 september 1995 Tia Hellebaut Peking 23 augustus 2008 Chaunté Lowe Des Moines 26 juni 2010
Bijgewerkt tot en met 7 juli 2024
Mannen (indoor) Pos.PrestatieAtleetLandPlaatsDatum1. 2,43 Javier Sotomayor Boedapest 4 maart 19892. 2,42 Carlo Thränhardt Berlijn 26 februari 1988 3. 2,41 Patrik Sjöberg Piraeus 1 februari 1987 Mutaz Essa Barshim Athlone 19 februari 2015 5. 2,40 Hollis Conway Sevilla 10 maart 1991 Stefan Holm Madrid 6 maart 2005 Ivan Oechov Piraeus 25 februari 2009 Aleksey Dmitrik Arnstadt 8 februari 2014 9. 2,39 Dietmar Mögenburg Keulen 24 februari 1985 Ralf Sonn Berlijn 1 maart 1991
Bijgewerkt tot en met 14 november 2023
Vrouwen (indoor)