Nijmegen () (in het Nijmeegs: Nimwèège) is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland, dicht bij de grens met Duitsland. De gemeente telt inwoners () en is qua inwonertal de grootste gemeente van Gelderland en daarnaast de negende stad van Nederland. De stad ligt grotendeels op de zuidelijke oever van de Waal, aan de voet van een stuwwal. Een deel van de bebouwing van de stad ligt op een spoelzandwaaier die ook uit diezelfde gletsjers uit de Saalienijstijd is ontstaan.

Omstreeks het begin van de jaartelling moet er op de plek van het huidige centrum al een Bataafse nederzetting zijn geweest. Ulpia Noviomagus Batavorum, dat als de rechtstreekse voorloper van het huidige Nijmegen geldt, kreeg omstreeks het jaar 100 Romeinse stadsrechten. Nijmegen is op grond hiervan een van de vier steden die op grond van hun opgetekende geschiedenis aanspraak maken op de titel "oudste stad van Nederland". In 1230 werd Nieumeghen vrije rijksstad. In 1402 werd het ook een hanzestad. Nadat Nijmegen tussen 1655 en 1679 al eens een Kwartierlijke Academie huisvestte, is de stad sinds de komst van de Katholieke Universiteit in 1923 (sinds 2004 de Radboud Universiteit) een universiteitsstad.

Omstreeks 1920 werd het gehucht St. Anna een zuidelijke voorstad van Nijmegen. Na de Tweede Wereldoorlog breidde de stad zich verder naar het zuiden en westen uit, waarbij ook de dorpen Hatert, Hees en Neerbosch onderdeel van de gemeente Nijmegen werden. Eind jaren negentig volgde verdere uitbreiding naar het noorden, de rivier over: de zogenoemde Waalsprong. In het gebied rond en tussen de reeds bestaande dorpen Lent, Ressen en Oosterhout is vanaf eind jaren negentig veel nieuwbouw verrezen.

In 1930 vierde Nijmegen dat het 700 jaar stadsrechten had.De versierde straat bij de viering van 700 jaar stadsrechten van Nijmegen, Regionaal Archief Nijmegen De stad vierde in 2005 officieel ook haar 2000-jarig bestaan.Stokoud Nijmegen is kampioen, krantenartikel over viering 2000 jaar bestaan, jubileum in 2005: refdag.nl

De gemeente Nijmegen is aangesloten bij het samenwerkingsverband Euregio Rijn-Waal. Ze maakt daarnaast deel uit van het Rijk van Nijmegen, samen met een aantal andere gemeenten.

Historische benamingen De gelatiniseerde naam van de stad is Noviomagus. Deze naam is al sinds de tijd van het Romeinse Rijk in gebruik voor diverse plaatsen. Het is van oorsprong een Keltische toponiem; het tweede deel (magus) betekent "veld" of "markt". Als toponiem gaven de Romeinen deze naam aan een aantal verschillende steden verspreid over hun rijk.

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus benoemt in diens Historiae (geschreven omstreeks het jaar 100) een nederzetting als Oppidum Batavorum ("stad van de Bataven"). Deze plaats werd tijdens de Bataafse Opstand van 69 n.Chr. verwoest door Julius Civilis. De aanvaarde consensus onder historici is dat deze nederzetting op de plek van een deel van het huidige centrum van Nijmegen lag. Na deze opstand moet het verwoeste Oppidum Batavorum zijn vervangen door een iets westelijker gelegen nieuwe nederzetting, die omstreeks het begin van de 2e eeuw van keizer Trajanus Romeinse stadsrechten toegekend zou hebben gekregen. De volledige naam van deze Romeinse stad lijkt aanvankelijk Ulpia Noviomagus Batavorum te zijn geweest. Diverse historici uit de 17e, 18e en 19e eeuw (onder wie W. A. van Spaen en Johannes Smetius) zijn ervan overtuigd dat het hier om "Romeins Nijmegen" gaat.

In de 6e eeuw lijkt de naam van de stad zich te hebben ontwikkeld tot Niomago/Nionag; dit maakt men op uit teruggevonden muntstukken die uit deze periode moeten dateren.Vroege middeleeuwen Economie & Uitwisseling, Verhaal van Gelderland Uit een overgeleverde oorkonde die in 777 is opgesteld door Karel de Grote (destijds koning van het Frankische rijk) is geconcludeerd dat Karolingisch Nijmegen toen N[i]umaga heette.Schenkingsacte Gedateerd 777, Archief EemlandHistorische Vereniging Numaga, Regionaal Archief NijmegenNijmeegs oudste vermelding, noviomagus,.nl In 1125 (tijdens een bezoek van keizer Hendrik V) wordt de plaats vermeld als Neumaia. Mettertijd veranderde de naam in Nieumeghen ('Nieuw-megen') of Nymegen, en duikt daarnaast ook op als Nijmagen of Nieuwmagen.

Geschiedenis

Oudheid

In het gebied dat nu overeenkomt met Nijmegen-Oost zijn sporen van bewoning teruggevonden uit het neolithicum, de midden en late bronstijd en (ten noorden van de Waal) de midden en late ijzertijd. Het gaat dan vooral om teruggevonden grafheuvels en urnenvelden.Zie bijv. Archeologisch onderzoek Berg en Dalseweg 464, J. van Hemert, 2016, p.4

In de Romeinse tijd hoorde het gebied van het huidige Nijmegen bij de Limes, de grens tussen het Romeinse Rijk en de aangrenzende gebieden in het noorden en oosten waar Germaanse stammen woonden. Ze maakten deel uit van Germania Inferior. Naar algemeen wordt aangenomen zouden de Romeinen omstreeks 10 v.Chr. Oppidum Batavorum hebben gesticht. Dit was een nederzetting waar vooral rijkere handelaren en ambachtslieden zich vestigden.Nijmegen – Oppidum Batavorum, Spannende Geschiedenis De plaats lag vlak naast het Romeinse castrum. Dit bood een voordeel, omdat aldus de markt door de legionairs beschermd kon worden. Bovendien hadden de legionairs ook vele goederen nodig, waar ze bovendien een goede prijs voor konden betalen, omdat ze een redelijk salaris ontvingen. Van 71 tot 104 was het 10e legioen van de Romeinen (Legio X Gemina) hier gelegerd. Er werd ook een groot fort (castrum) gebouwd op een heuvel aan de Waal, waar nog altijd iets van over is.

Ulpia Noviomagus Batavorum moet tussen 98 n.Chr. (het jaar dat Trajanus aantrad als keizer) en 104 n.Chr. (het jaar dat het hiervoor genoemde legioen uit het gebied wegtrok) de Romeinse stadsrechten hebben gekregen.

Romeins Noviomagus bloeide gedurende het grootste deel van de 1e eeuw, daarna ging het bergafwaarts. De stad werd omstreeks 270 geheel verlaten. De Romeinen en overige bewoners vestigden zich hierna vermoedelijk opnieuw op of nabij het Valkhof. Aan het begin van de 5e eeuw waren de Romeinen ten slotte definitief uit het gebied aan en rond de Waal weggetrokken.

Tot op heden herinneren allerlei namen binnen Nijmegen aan de Romeinse tijd. Zo heet het grote verkeersplein ten zuiden van de Waalbrug sinds 1956 het Keizer Traianusplein. Tussen dat plein en de Waal staan nog steeds enkele ruïnes. Op de heuvel bij de Waal staat ook nog steeds een verdedigingstoren Belvedère, maar deze dateert van veel later dan het Romeinse castrum.

Frankische tijd en vroege middeleeuwen

Algemeen wordt aangenomen dat het fort, de nederzetting en de omgeving na het definitieve vertrek van de Romeinen in Frankische handen zijn gekomen. Aan het Valkhof zijn enkele muntstukken teruggevonden die worden gedateerd van rond het jaar 600 of iets later; het wordt als een mogelijkheid gezien dat Merovingische vorsten deze munten lieten maken.

Karel de Grote liet, volgens de overlevering, omstreeks 770 op het Valkhof een van zijn paltsen bouwen. Dergelijke verblijven lagen verspreid over zijn hele rijk. Het waren belangrijke adellijke residenties die tevens gebruikt werden als bestuurscentra. Hier zou hij zelf meerdere malen zijn geweest. Ook zijn zoon, Lodewijk de Vrome, zou geregeld hier hebben verbleven. De Noormannen namen de palts rond 880 voor het eerst in. De palts werd in 1047 uiteindelijk definitief verwoest, tijdens een opstand tegen keizer Hendrik III onder Godfried II van Opper-Lotharingen.Datering Middeleeuwse kelder Kelfkensbos ontrafeld, Mijn Gelderland Nijmegen dankt aan dit deel van zijn geschiedenis de bijnaam "Keizerstad", ook zijn hedendaagse vernoemingen als het Keizer Karelplein en de studentenvereniging Carolus Magnus hierop terug te voeren.

Hoge en late middeleeuwen thumb|Kaart uit 1591 van het Beleg van Nijmegen.

Vanaf de hoge middeleeuwen ontwikkelde Nijmegen zich snel tot een echte stad en begon zich uit te breiden. In 1125 wordt de plaats schriftelijk vermeld als Neumaia.

In 1155 liet de nieuw aangetreden Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa de Valkhofburcht voltooien. Deze burcht zou in de daaropvolgende zes eeuwen een zeer belangrijke rol spelen bij de verdediging van de stad en als bestuurlijke residentie. Onderaan de heuvel aan de Waal moet zich in deze tijd een nog niet al te grote handelsnederzetting hebben bevonden.

In 1230 verwierf de stad formeel haar stadsrechten en het was vanaf dat moment een Rijksstad. Nijmegen werd tevens de hoofdstad van het Kwartier van Nijmegen.

De Stevenskerk, tot op heden de belangrijkste kerk van de stad, werd omstreeks 1272 in gebruik genomen. Deze kerk zou de 7e-eeuwse Gertrudiskerk aan het Valkhof hebben vervangen.C. Postma, Nederland in vroeger tijd 18e eeuwse beschrijving van steden en dorpen in Nederlanden · Volumes 6-7, 1964, p. 125

In 1247 kwamen Nijmegen en omstreken in handen van de graven van Gelre. Aanvankelijk werd het Rijk van Nijmegen door Rooms-koning Willem van Holland – aanvankelijk voor een lening van 10.000 zilveren mark – in onderpand gegeven aan de Gelderse graaf Otto II. Willem II kon door financiële problemen zijn schulden echter niet aflossen, waardoor het hele Rijk van Nijmegen voortaan Gelders bleef. De banden met het Duitse Rijk zouden uiteindelijk pas definitief verdwijnen met de Vrede van Münster (1648).Verpanding van Nijmegen, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

In 1402 werd Nijmegen een Hanzestad binnen het Hanzekwartier Keulen.Nijmegen, de handel en het Hanzeverbond, Welkom in Nijmegen In deze tijd kwam er ook een nieuwe stenen omwalling om de stad, en werd de stadsgracht aangelegd.

16e-19e eeuw thumb|Gezicht op de Waal en de burcht; Jan van Goyen, 1641. In 1543 kwam Nijmegen, samen met de rest van Gelre, middels het Traktaat van Venlo onder Habsburgs bestuur.

Protestanten en rooms-katholieken hadden in 1566 gelijke rechten. Vanaf 1579 werden echter de bordjes verwisseld; nu waren het juist de katholieken die door de protestanten onderdrukt werden. De voordien katholieke Stevenskerk werd in 1591 door de protestanten overgenomen.Het verhaal van kerk en stad, stevenskerk.nl

thumb|Gezicht op de haven van Nijmegen; Jan van Goyen, 1638-1653. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Nijmegen een aantal malen belegerd. Bij het tweede stadsbeleg van 1591 werd de stad door Prins Maurits heroverd. Tijdens deze belegering vond ook het beleg van Knodsenburg plaats, waaraan Nijmegen zijn latere bijnaam dankt.

In 1657 kwam er voor het eerst een rechtstreekse vaste verbinding over de Waal naar Lent, in de vorm van de gierpont Zeldenrust. Deze gierpont was van grote economische betekenis voor de Benedenstad, het lager gelegen deel van het centrum aan en nabij de Waalkade. Mede dankzij deze verbinding zou de Benedenstad gedurende ongeveer drie eeuwen meer welvaart en economische bloei kennen dan de Bovenstad.

De stad werd van 1672 tot 1674 bezet door de Fransen. De rust werd in 1678 uiteindelijk weer hersteld middels de vrede van Nijmegen, waarmee tevens de vrede tussen de Republiek der Nederlanden en Frankrijk werd besloten. Begin 18e eeuw kwam het stadsbestuur in handen van de staatsgezinde Nieuwe Plooi (zie ook de Gelderse Plooierijen).

In 1794, tijdens de Franse veldtocht in de Nederlanden (onderdeel van de Eerste Coalitieoorlog), vond er een nieuw beleg plaats. Dit werd gewonnen door de Fransen, die de stad daarop innamen. De inmiddels beschadigde Valkhofburcht is twee jaar later bijna helemaal afgebroken, op de Sint-Nicolaaskapel en Barbarossa-ruïne (Sint-Maartenskapel) na. De sloop gebeurde onder meer vanwege financiële motieven; het nog bruikbare tufsteen kon elders verkocht worden.

Nijmegen ging zwaar gebukt onder de strenge winter van 1844-1845. De Waal vroor dicht, waardoor er maandenlang geen overtocht mogelijk was.Kroniek19eeuw, noviomagus.nl