De Russisch-Japanse Oorlog (Japans: 日露戦争; Rōmaji: Nichi-Ro Sensō; Russisch: Русско-японская война, Roessko-japonskaja vojna; Vereenvoudigd Chinees: 日俄战争;Traditioneel Chinees: 日俄戰爭; Hanyu pinyin: Rì'é Zhànzhēng) (8 februari 1904 - 5 september 1905) was de eerste grote oorlog van de 20e eeuw.
De oorlog kwam voort uit de aanspraken van het Japans Keizerrijk op Keizerrijk Korea en Mantsjoerije. Het Keizerrijk Rusland klampte zich vast aan de in 1898 voor 25 jaar van China gepachte ijsvrije haven Port Arthur aan de Koreabaai/Gele Zee en daarmee in verbinding met de Grote Oceaan, voor zowel hun koopvaardij als hun marine. Vladivostok was enkel ijsvrij in de zomer. Japan blokkeerde, bestormde en belegerde Port Arthur. De Russen probeerden Port Arthur te verdedigen, te ontzetten of er uit te breken.
De strijd werd op land gestreden in Zuid-Mantsjoerije, vooral rond Liaodong en Shenyang en op zee rond Korea, Japan en de Gele Zee. De climax was de Slag bij Mukden op het land en de Slag bij Tsushima op zee. De Japanse overwinningen op de Russen verrasten de westerse mogendheden. De oorlog verlegde het machtsevenwicht in Oost-Azië en maakte Japan tot een grootmacht.
Situatie voor de oorlog thumb|Groot-Mantsjoerije, Russisch (buiten)Mantsjoerije is de regio in het lichtrood; Liaodong is het deel dat uitsteekt in de Gele Zee
Imperialisme Europa en de Verenigde Staten voerden al een lange tijd een imperialistische wereldpolitiek. De meeste Europese mogendheden voerden een koloniale politiek met als doel hun economische en politieke invloedssfeer in de wereld uit te breiden. Al deze koloniën waren in mindere of meerdere mate met het 'moederland' verbonden. In Rusland daarentegen werden steeds meer gebieden aan het eigen grondgebied toegevoegd. Siberië, het Russische Verre Oosten en Centraal-Azië zijn daar voorbeelden van. Het Russische grondgebied breidde aldus steeds meer uit in de richting van de Grote Oceaan en de Indische Oceaan.
Expansie De Russisch-Japanse oorlog was een conflict tussen de twee dominante mogendheden van Noordoost-Azië. Rusland voerde al lange tijd een politiek van expansie in de richting van de Grote Oceaan. Het land was steeds op zoek naar een ijsvrije haven. Zijn marinebasis te Vladivostok gelegen aan de Japanse Zee, was gesloten wegens het ijs gedurende een periode van drie maanden per jaar. Door zijn ligging kon Japan invloed uitoefenen op de Russische vlootbewegingen. De zwakte van het Chinese Rijk maakte expansie in de regio mogelijk. Rusland breidde aldus zijn invloed uit over de Chinese provincie Mantsjoerije en de Chinese vazalstaat Korea.
Trans-Siberische spoorlijn thumb|De Trans-Siberische spoorweg ten westen van Chilok in oblast Tsjita, 1903 speelde een belangrijke rol in de aanvoer van versterkingen en voorraden
Rusland keek met een zekere minachting naar Japan. Rusland verwachtte weinig tegenstand van het machteloze China en het brave Japan. De Russen hoopten hun macht tot in Korea te kunnen uitbreiden. Zo kondigde Rusland in 1891 de constructie aan van de Trans-Siberische spoorlijn als een bevestiging van zijn wil om het Verre Oosten te domineren. De spoorlijn eindigde in Vladivostok en was een dure onderneming. Japan voelde zich bedreigd en was vastbesloten zich niet te laten intimideren. In 1896 besloten de Russen om een deel van de spoorlijn te bouwen door de Chinese provincie Mantsjoerije, wat voor een kortere spoorwegverbinding naar Vladivostok zorgde. Aldus zorgde de spoorlijn voor een goedkopere en meer directe route naar de Grote Oceaan. Bovendien gaf dit Rusland de mogelijkheid om indien nodig tussenbeide te komen in Mantsjoerije met de bescherming van de spoorlijn als excuus. Een sfeerbeeld van de situatie op deze spoorlijn wordt gegeven door Johannis de Rijke die in 1903 deze verbinding gebruikt om terug te reizen van zijn betrekking in Japan naar Nederland.
Tijdens de volgende zeven jaren bouwde Rusland spoorlijnen en een nieuw hoofdkwartier (Harbin) in Mantsjoerije. Hoewel Mantsjoerije officieel nog steeds een Chinese provincie was, werd het gebied economisch en militair bestuurd door Rusland. Port Arthur was voor Rusland zeer belangrijk omdat zij hierdoor over een ijsvrije haven beschikte. Tijdens de Bokseropstand van 1900 in China stationeerde Rusland in Mantsjoerije een troepenmacht van 100.000 man. Zowel Rusland als Japan deden aan intensieve spionage in de regio. Japan wist Rusland diplomatiek te isoleren door met Groot-Brittannië een non-interventieverdrag te sluiten in 1902.
Eerste Chinees-Japanse Oorlog thumb|De plaats waar China en Japan het Verdrag van Shimonoseki ondertekenden
In 1894 hadden China en Japan al de Eerste Chinees-Japanse Oorlog uitgevochten op Koreaans grondgebied. De inzet van het conflict was eigenlijk de controle over het Koreaanse grondgebied. Japan won deze oorlog. Korea werd een onafhankelijke staat en diverse gebieden waaronder Formosa en Port Arthur moesten afgestaan worden aan Japan.
Rusland was niet tevreden met de toenemende macht en invloed van Japan in de regio. Rusland wilde zelf de controle over Port Arthur om aldus over een ijsvrije haven te beschikken. Rusland wist de andere westerse mogendheden te mobiliseren tegen wat zij zag als Japanse expansie.
Wapenwedloop De Russische, Duitse en Franse vloten in het Verre Oosten werden versterkt en Rusland mobiliseerde zijn leger in de Amoer-regio. De Japanse vloot was op dat ogenblik in volle expansie, maar beschikte over geen enkel slagschip. Elk van de drie vloten alleen had de Japanse marine kunnen verslaan. Het Japanse leger telde nog maar 67.000 man en de reserves stelden niet veel voor. De Japanse Keizer was dan ook verplicht om op 10 mei 1895 het Verdrag van Shimonoseki op te zeggen.
Voor het verlies van het schiereiland Liaodong en Port Arthur moest China aan Japan een schadeloosstelling betalen. De Japanse publieke opinie was razend. Met het ontvangen geld bestelde Japan slagschepen bij de Britse scheepswerven. Ondanks deze ontgoochelingen groeide het Japanse zelfvertrouwen en vastberadenheid. Het land had getoond in staat te zijn een vijandelijk leger te verslaan. Het had de vruchten van zijn overwinningen in Korea en Mantsjoerije geproefd. Tijdens hun aanwezigheid in de regio hadden de Japanners de economische mogelijkheden van de regio gezien.
Modernisering Japan kwam in de tweede helft van de 19e eeuw uit een periode van 200 jaar isolement. De modernisering van de Japanse industrie en strijdkrachten werd met grote overtuiging en efficiëntie gevoerd en dit in dienst van een agressieve en ambitieuze ideologie. De duidelijke onmacht van China om een andere rol te spelen dan die van gemanipuleerd slachtoffer van de ambities van de vreemde mogendheden was voor Japan een uitnodiging om zijn deel op te eisen en zich te profileren als de belangrijkste macht in Azië. Japan was een land in volle expansie. De Japanse bevolking groeide van 34.000.000 in 1875 tot 46.305.000 in 1903. Maar dat was nog steeds minder dan één derde van de Russische bevolking.
De Japanse buitenlandse handel nam over dezelfde periode toe van 50.000.000 Yen tot meer dan 600.000.000 Yen. Maar ook hierin was Japan relatief arm in vergelijking met Rusland. De Japanse industriële revolutie was in volle gang en de toenemende verstedelijking van de bevolking was daar een duidelijk teken van. Japan werd in toenemende mate afhankelijk van de import van voedsel voor zijn groeiende bevolking. Terwijl de productie van goederen fors toenam en in 1903 goed was voor 85% van de Japanse export, bleef de Japanse landbouw achter. De Japanse afzetmarkt was in de eerste plaats Oost-Azië. Indien deze markten werden gesloten was dit een ramp voor Japan. Van de Oost-Aziatische markten waren die van Korea en Mantsjoerije de allerbelangrijkste. Een conflict met de Russische ambities in de regio was dan ook onvermijdelijk. Alleen Japan leek dit te beseffen en begon zich daar dan ook minutieus op voor te bereiden.
Port Arthur In december 1897 verscheen een Russische vloot voor Port Arthur. Na drie maanden werd een conventie met China gesloten waarin Port Arthur, Talienwan en de onmiddellijke omgeving aan Rusland werden geleased. De afspraak had een looptijd van 25 jaar en kon in onderling overleg worden verlengd. Rusland was duidelijk overtuigd dat dit ook zou gebeuren, want zij begonnen Port Arthur onmiddellijk te versterken. Een jaar later legde Rusland een spoorwegverbinding aan van Harbin langs Mukden tot in Port Arthur. Het was trouwens in deze periode dat ook Groot-Brittannië en Frankrijk diverse territoriale concessies van China konden afdwingen. Het ongenoegen in China groeide en dit leidde tot de Bokseropstand die door de westerse mogendheden werd neergeslagen. Tegen 1902 was de orde in Beijing hersteld.
Bondgenootschap Groot-Brittannië-Japan Zowel Groot-Brittannië als Japan maakten zich zorgen om de groeiende macht van Rusland in de regio. Op 30 januari 1902 sloten zij een bondgenootschap. Hierin werd overeengekomen dat indien een van beide naties in een oorlog werd meegesleept ter verdediging van haar regionale belangen, de andere natie niet alleen neutraal zou blijven maar er alles aan zou doen om te vermijden dat het conflict zich zou uitbreiden. Indien andere landen aan de oorlog zouden gaan deelnemen – men dacht aan Frankrijk en Duitsland – dan zou dit land zijn bondgenoot te hulp komen. In feite vergemakkelijkte dit verdrag van 1902 de verwerving van Korea door Japan en versterkte het zijn verlangen om het gevecht aan te gaan tegen de Russen in Mantsjoerije.
Toenemende spanning thumb|Onderkoning admiraal Jevgeni Ivanovitsj Aleksejev werd ontslagen na meerdere nederlagen Rusland hield ondertussen nog steeds grote delen van Mantsjoerije bezet. Ondanks alle uitgeoefende druk van de Chinese overheid, hierin gesteund door Groot-Brittannië, Japan en de Verenigde Staten, weigerde Rusland zich terug te trekken van Chinees grondgebied. Japan was nu vastberaden om het probleem met meer 'directe' middelen aan te pakken.
Ook in Korea was de Russische invloed toegenomen. De Koreaanse koning en regering stonden duidelijk onder Russische invloed. Overeenkomsten met Japan werden niet nageleefd.
Op 30 juli 1903 werd de Russische admiraal Aleksejev benoemd tot onderkoning van het Verre Oosten met diplomatieke volmacht voor de regio Russisch-Oost-Azië en de buurlanden en kreeg hij het opperbevel over leger en marine.
Japan was ervan overtuigd dat de permanente bezetting van Mantsjoerije een gevaar voor zijn eigen veiligheid en belangen vormde. De Japanse belangen in Korea waren eveneens in gevaar. Rusland en Japan begonnen onderhandelingen, terwijl de Russen hun posities in de regio bleven versterken. Op 13 januari 1904 deed Japan een politiek voorstel waarbij Mantsjoerije in de Russische invloedssfeer en Korea in de Japanse invloedssfeer kwam te liggen. De Japanse militairen waren tegen deze toegevingen. Japan eiste een snel antwoord op zijn voorstel. Op 4 februari hadden zij nog steeds geen antwoord ontvangen en op 6 februari werd aan de Russische minister van Buitenlandse Zaken, graaf Vladimir Lamsdorf, medegedeeld dat hij kon vertrekken uit Japan. Het Japanse geduld was op. Zowel de Russische ambassadeur als de Russische minister van Oorlog hadden gewaarschuwd dat Japan zou vechten indien het geen andere uitweg zag. De tsaar wilde geen oorlog maar werd steeds opnieuw verteld door zijn naaste adviseurs dat Japan in geen geval oorlog zou voeren.
Betrokken strijdkrachten: een evaluatie Russische strijdkrachten thumb|left|Generaal Aleksej Koeropatkin mislukte in zijn pogingen om de Japanners te stoppen en werd vervangen door Nikolaj Linevitsj. thumb|left|Admiraal Stepan Makarov verdronk toen zijn vlaggenschip Petropavlovsk op twee zeemijnen liep.