Democraten 66 (afgekort: D66, tot 1985 D'66) is een Nederlandse politieke partij en heeft een sociaalliberale signatuur. D66 noemt zichzelf progressief, sociaalliberaal en ook wel vrijzinnig."Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie" op D66.nl. Geraadpleegd op 27 november 2007 (gearchiveerd) De partij werd opgericht op 14 oktober 1966 in Amsterdam. De ambitie was een progressieve, niet-dogmatische maar pragmatische volkspartij te zijn met als centraal streven meer zeggenschap van burgers in alle openbare bestuursorganen, van hoog tot laag. Nog altijd is de partij voorstander van bestuurlijke vernieuwing, maar staan ook andere thema's, zoals individuele ontplooiing en Europese samenwerking, centraal.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025 behaalde D66 met 26 zetels haar beste resultaat ooit en werd zij de grootste partij. Hierdoor leverde de partij voor het eerst de minister-president: Rob Jetten, die op 23 februari 2026 werd beëdigd als minister-president van het kabinet-Jetten.

Na de verkiezingen van 1967 kwam D'66 de Tweede Kamer binnen met zeven zetels. Sindsdien zijn de verkiezingsresultaten wisselvallig verlopen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 behaalde D66 met 26 zetels het grootste aantal zetels in zijn bestaan en werd de grootste partij van Nederland. Hoogtepunten waren ook de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 2021, toen behaalde de partij 24 zetels. Het dieptepunt lag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 toen er slechts drie zetels waren behaald. D66 nam in de periodes 1973–1977, 1981–1982, 1994–1998, 1998–2002, 2003–2006, 2017–2022, 2022–2024 en 2026–heden plaats in de Nederlandse regering.

Geschiedenis Ontstaan thumb|Hans van Mierlo viert de verkiezingsuitslag in 1967. D'66 is ontstaan in januari 1966 met een initiatief van Hans Gruijters tijdens een bijeenkomst over politieke vernieuwing in Hotel Polen te Amsterdam. Die vergadering stond onder leiding van Jan van Someren, voorzitter van de VVD Amsterdam. Tijdens de discussie maakte Hans Gruijters, gemeenteraadslid voor de VVD, een punt van het feit dat op basis van één Kamerverkiezing in 1963 twee verschillende kabinetten werden gevormd en lanceerde Gruijters de stelling dat er geen kabinetswisseling mogelijk zou moeten zijn zonder tussentijdse verkiezingen. Tijdens de discussie opperde Hans Gruijters de mogelijkheid om een nieuwe beweging tot stand te brengen met als doel "de radicale democratisering van staat en maatschappij" en verwetenschappelijkte politiek. Pieter Fokkink bracht daarbij de artikelen van Jan Glastra van Loon uit het Nederlands Juristenblad ter sprake. Zelf wilde Gruijters niet naar buiten treden als boegbeeld voor de beweging, omdat er onmiddellijk zou worden gezegd dat het een afsplitsing van de VVD zou zijn, terwijl Gruijters juist geen – in zijn ogen te conservatief geworden – liberale, maar democratische beweging wilde. Hij vroeg daarom zijn niet partijgebonden collega-journalist op de redactie van de Amsterdamse krant Handelsblad, Hans van Mierlo.

Tijdens de bijeenkomst in januari 1966 bleken er fricties te bestaan tussen Hans Gruijters en de politieke leiding van de VVD. Toen hij weigerde op de bruiloft van kroonprinses Beatrix der Nederlanden en prins Claus te verschijnen, werd hij uit de fractie gezet, waarna hij op 21 maart 1966 bedankte voor het lidmaatschap van de VVD. Na overleg met hun hoofdredacteur Chris Steketee kregen Hans Gruijters (chef redactie buitenland) en Hans van Mierlo (redacteur van de opiniepagina) de ruimte binnen hun dienstverband om met de beweging te beginnen en op 30 april 1966 kwam in de blauwe zaal van Krasnapolsky een aantal geïnteresseerde personen bijeen. Van der Zwan en Lange wilden verder met economische vernieuwing, haakten af en vormden later Tien over Rood. De overige tien gingen door met politieke vernieuwing onder leiding van Hans van Mierlo, omdat hij – naar eigen zeggen – de enige was die geen excuus had om het niet te doen. Daar werd de basis gelegd voor het, door Hans van Mierlo, Erik Visser, Erwin Nypels, H. van Beekhuizen, Betty van Lookeren Campagne-van Renterghem en Pieter Fetter, aan de Tweede Kamer gepresenteerde, Appèl van 15 september 1966 en de oprichting in oktober 1966.zie Pieter Fokkink > Geschiedenis en Achtergronden van d66, D66-PSVI-1978

Op 2 juli 1966 kwam na een marathonvergadering een 'Appèl aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie' tot stand. Kernpunten waren radicale democratisering, het bepalen van het beleid en de uitvoerders ervan door de kiezer en "verwetenschappelijkte politiek". Het Appèl werd door uitgeverij Polak & Van Gennep in een oplage van 20.000 exemplaren voor één gulden per stuk gepubliceerd. Door middel van het insturen van een ingevulde antwoordkaart kon men het initiatief ondersteunen.bron: Politiek Zakboek 1967: politiek pocket nr. 3 - Henk J. Meier - uitgeverij Bekking Amsterdam - blz. 68. Bijzondere vermelding moet worden gedaan van het feit dat op dezelfde 15 september 1966 dat het Appèl werd gepresenteerd in de Tweede Kamer een bijeenkomst werd belegd door de Wetenschappelijke Bureaus van de grote vijf [ARP, CHU, KVP, PvdA, en VVD] over de stellingen van Jan Glastra van Loon.

Het vinden van een voorzitter was een probleem, na enig aandringen werd journalist Hans van Mierlo bereid gevonden en tot voorzitter verkozen. De partij werd opgericht op 14 oktober 1966 in Amsterdam door een initiatiefcomité van 37 personen, van wie 25 in andere partijen actief waren geweest.Democraten 1966 (D66), Parlement & Politiek. Van Mierlo, Gruijters en Visser vormden het eerste bestuur, samen met advocaat H. van Beekhuizen. Andere mensen in het initiatiefcomité waren onder meer Anneke Goudsmit, R. Straatsma, Reinier Heyting en Pieter Fetter, de voorzitter van het oprichtingscongres. Hoewel niet iedereen het ermee eens was, besloot de meerderheid om van D'66 een politieke partij te maken en deel te gaan nemen aan de landelijke verkiezingen.

De oprichting werd voorafgegaan door het Appèl '66. D'66 legde de nadruk op democratisering van de samenleving en op een nieuw partijenstelsel en verwetenschappelijkte politiek. Daarnaast benadrukte de nieuwe partij geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing. Omdat het kabinet gevallen was, moest de jonge partij snel aan de bak. Bij de Kamerverkiezingen in 1967 behaalde de partij meteen 7 zetels; opvallend in een tijd waarin eerder kleine verschuivingen plaatsvonden.

Na het ontstaan van de partij bleek ze ook een aantrekkingskracht uit te oefenen op progressieve liberalen uit de VVD en de liberale jongerenorganisatie JOVD, met name wegens de conservatieve lijn van Harm van Riel, de beeldbepalende "rechtse" voorman van deze partij voor het aantreden van Hans Wiegel. In januari 1970 berichtten twee ex-voorzitters van de JOVD, H. Bosma en G. van der Meer, lid te worden van D66, omdat zij de VVD "te weinig vernieuwingsgezind" vonden.Twee ex-JOVD-voorzitters treden uit VVD, Het Parool. 02 januari 1970] Hoewel D66 zich profileerde als een pragmatische niet-ideologische partij, zou het hierna ook de reputatie gaan krijgen van een "progressief liberale" partij, ter onderscheiding van de als meer conservatief betitelde VVD.

Keerpunt '72 thumb|D'66 in actie (1971) met Hans van Mierlo achter de megafoon. Rechts Anneke Goudsmit en Erik Visser. Bij de verkiezingen van 1971 steeg D'66 naar 11 zetels, in een alliantie met de PPR en de PvdA. Van Mierlo streefde naar een Progressieve Volkspartij. Deze vorming mislukte en bij nieuwe verkiezingen in 1972 zakte de partij naar 6 zetels. Wel mocht D'66 voor het eerst plaatsnemen in een kabinet. Daarbij werd Hans Gruijters de enige minister van D'66 in het kabinet en leverde de partij daarnaast drie staatssecretarissen. Dit waren Jan Glastra van Loon, Laurens-Jan Brinkhorst en Aar de Goede. Na de formatie van het kabinet trad Van Mierlo af als fractievoorzitter, vanwege onvoldoende steun in de fractie, ten gunste van Jan Terlouw.

De nog desastreuzer verlopen Statenverkiezingen in 1974 leidden tot een grote crisis in de partij. Veel leden zegden hun lidmaatschap op en er werd getwijfeld aan het bestaansrecht van de partij. De meerderheid van de leden was voor het opheffen van de partij, maar de vereiste tweederdemeerderheid werd niet gehaald. Ook in het kabinet volgde een tegenslag. Jan Glastra van Loon moest als staatssecretaris opstappen nadat hij in conflict was gekomen met minister Dries van Agt. Hij werd vervangen door Henk Zeevalking. Ook verloor de fractie het lid Govert Nooteboom, die als eenmansfractie verderging.

Een redelijk alternatief Nadat de partij een jaar lang vrijwel niet actief geweest was, werd in 1975 toch besloten de partij nieuw leven in te blazen. Onder leiding van Jan Glastra van Loon en Jan Terlouw werd een nieuwe koers uitgezet, die zich minder richtte op bestuurlijke vernieuwing; Terlouw benadrukte een liberalere profilering. De partij kreeg weer nieuw elan en wist veel nieuwe leden te werven (op het dieptepunt waren er nog maar een paar honderd leden). Terlouw wist de leden te motiveren door 60.000 handtekeningen te eisen alvorens zich beschikbaar te stellen als lijsttrekker. D'66 ging zich presenteren als het "redelijk alternatief" voor de gepolariseerde CDA en PvdA. Dit leverde D'66 bij de verkiezingen in mei 1977 8 zetels op (2 zetels winst). alt=Jan Terlouw|miniatuur|Jan Terlouw tijdens de start van de verkiezingscampagne in 1982. D66 zou daarbij fors verliezen na kabinetsdeelname. Vanaf december 1977 voerde D'66 succesvol oppositie tegen het kabinet-Van Agt I. Wel zat het kabinet Van Agt-Wiegel de volle 3 3/4 jaar uit, ondanks een krappe meerderheid (49+28=77 zetels tegen 73 zetels voor de oppositie) en ondanks enkele dissidenten uit de linkervleugel van het CDA, die soms met de oppositie meestemden. Onder Terlouw won D'66 fors tijdens de verkiezingen van 1981 (mei 1981): er werden 17 zetels behaald, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van mei 1977. D'66 trad in september 1981 toe tot een coalitie met het CDA (48 zetels) en de PvdA (44 zetels); het kabinet Van Agt-den Uyl-Terlouw. D'66 kreeg drie ministersposten, die werden ingevuld door Jan Terlouw, Hans van Mierlo en Henk Zeevalking. De drie staatssecretarissen werden Ineke Lambers-Hacquebard, Michiel Scheltema en Wim Dik.

Dit ging echter niet lang goed, ondanks een overweldigende meerderheid in de Tweede Kamer (109 zetels tegen slechts 41 zetels voor de door de VVD aangevoerde oppositie). Het kabinet-Van Agt II werd gekenmerkt door tal van conflicten tussen met name CDA en PvdA en kreeg de bijnaam "vechtkabinet". In mei 1982 trok de PvdA zich terug uit de regering. D'66 zette de regering met het CDA voort en formeerde een rompkabinet. Als nieuwe ministers schoven Erwin Nypels en Max Rood aan. Het verder regeren na de val werd door de eigen aanhang niet begrepen en bij de verkiezingen van 1982 (september 1982) verloor D'66 11 zetels en hield slechts 6 zetels over. Het leiderschap werd overgenomen door Maarten Engwirda. Deze wist echter niet te voorkomen dat D'66 in peilingen nog verder wegzakte.

Andere politiek In een poging de partij opnieuw uit de malaise te halen trad Engwirda terug en keerde Van Mierlo terug als partijleider. In 1985 sprak hij de toespraak "Een reden van bestaan" uit. Hij pleitte voor een opheffing van de polarisatie tussen de PvdA en de VVD en richtte zich meer op individuele ontplooiing, en thema's als milieubehoud, technologische vernieuwing en vrouwenemancipatie. De herleving van de partij was succesvol en de partij behaalde in 1986 9 zetels en in 1989 12 zetels. Programmatisch paste D66 goed in de nieuwe coalitie van CDA (54 zetels) en PvdA (49 zetels), maar Ruud Lubbers wilde de Democraten er niet bij hebben; hij wilde niet meer macht delen dan strikt noodzakelijk was.