Sergej Mironovitsj Kirov (Russisch: Серге́й Миро́нович Ки́ров) (Oerzjoem, 15 maart 1886 – Leningrad, 1 december 1934) was een Sovjet-Russisch politicus. Hij was van 1926 tot 1934 partijleider van Leningrad en gold als een vertrouweling van Stalin. In maart 1934 echter bleek hij tijdens het zeventiende partijcongres van de Communistische Partij dusdanig populair dat hij werd gezien als een potentiële bedreiging voor de machtspositie van Stalin. Op 1 december 1934 werd hij vermoord onder nog niet geheel opgehelderde omstandigheden, waarbij veel historici betrokkenheid van Stalin veronderstellen. De moord op Kirov vormde voor Stalin in elk geval het startsein voor diens Grote Zuivering.

Kirov was drager van de Orde van de Rode Banier en de Leninorde.

De jaren voor de revolutie Kirov werd in de Oeral geboren als zoon van de lagere ambtenaar Miron Kostrikov, een alcoholicus, en zijn vrouw Jekaterina. Toen hij vijf was, verliet zijn vader het gezin, zonder duidelijke reden. Een jaar later overleed zijn moeder aan tuberculose, waarna hij met zijn twee zussen achterbleef bij zijn grootmoeder. Kort daarna werd hij naar een weeshuis gestuurd. Met de steun van een lokale liefdadigheidsinstelling kon hij in 1901 gaan studeren aan de technische school te Kazan, waar hij in aanraking kwam met marxistische theorieën. In 1904 ging hij naar Tomsk om verder te studeren aan de universiteit, maar, naar eigen zeggen, "getroffen door de armoede in Siberië" werd hij beroepsrevolutionair. Hij sloot zich aan bij de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. Daarbij koos hij uiteindelijk voor de bolsjewistische vleugel.

thumb|160px|left|Kirov als kind Ten tijde van de revolutie van 1905 was Kirov betrokken bij het drukken van revolutionaire pamfletten en het organiseren van een spoorwegstaking, waarna hij werd gearresteerd. Hij belandde voor drie maanden in de cel. In 1906 ging hij naar Moskou, waar hij een jaar later op grond van agitatie opnieuw werd veroordeeld, nu tot negentien maanden cel. Deze tijd besteedde hij naar eigen zeggen vooral aan zelfstudie: hij las Marx en Hegel, maar ook Dostojevski, Tolstoj, Alexander Herzen en zelfs de Bijbel. In 1909 week hij uit naar Vladikavkaz in de Kaukasus. Daar werd hij journalist bij de liberale bourgeoiskrant Terek, later vaak beschouwd als een smet op zijn bolsjewistische blazoen. Zijn artikelen uit deze periode ademen een gematigde toon, waarbij hij duidelijk begrip toont voor de sociaaldemocraten. Zelfs na de Februarirevolutie schreef hij nog enkele artikelen waarin hij zijn sympathie betuigde aan de democratisch-socialistische premier Aleksandr Kerenski. Anderzijds bleef Kirov ook als revolutionair actief en werd hij in 1911 en 1915 andermaal gearresteerd op grond van het verspreiden van illegale lectuur, hetgeen duidt op een zekere tweeslachtigheid in zijn politieke opstelling.

Rond 1912 huwde Kirov Maria Lvovna Markus, de dochter van een Joodse horlogemaker. Zoals gebruikelijk in bolsjewistische kringen was zijn persoonlijk leven, in de woorden van zijn vrouw, "ondergeschikt aan de revolutionaire zaak". Ze zagen elkaar weinig, maar onderhielden wel steeds een uitgebreide correspondentie. In 1911 schreef hij haar vanuit de gevangenis over een executie: "Als vrij man maak je zo'n afschuwelijk tafereel niet zo direct mee. Wanneer zo'n 'routineklus' zich hier bijna vlak voor je ogen afspeelt, is het vreselijk moeilijk. Maar wat kan de menselijke ziel haar grenzen verleggen! Mensen raken gewend aan dergelijke executies en voeren ze uit met een verbazingwekkende onverschilligheid".Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz. 9-10.

Aan de vooravond van de Russische Revolutie nam hij de naam Kirov aan: een vernoeming naar de heilige "Kir", van wie hij een afbeelding op een kalender had gezien die hem deed denken aan een Perzische krijgsheer.

Revolutie en burgeroorlog thumb|170px|Kirovs vrouw Maria Lvovna Markus ten tijde van de Russische Burgeroorlog Vlak voor de Russische Revolutie, in oktober 1917, nam Kirov als afgevaardigde van de sovjet van Vladikavkaz deel aan het tweede Al-Russische Sovjetcongres. Aanvankelijk leek hij daar vooral de voorstellen van de mensjewieken te steunen. Nadat de bolsjewieken echter in het congres de overhand kregen en vervolgens ook het voortouw namen tijdens de revolutie, schaarde hij zich openlijk aan hun zijde. Terug in Vladikavkaz werd hij lid van een zogenaamd "socialistisch blok", waarin bolsjewieken, mensjewieken, sociaalrevolutionairen en volkssocialisten samenwerkten. Zijn precieze rol in het jaar 1918 is nadien nooit helemaal opgehelderd. Toen in maart 1918 de Sovjetrepubliek Terek werd uitgeroepen, waartoe Vladikavkaz behoorde, leek hij daar geen directe betrokkenheid bij te hebben gehad. Evenmin bleek hij lid van het Bolsjewistische comité van Vladikavkaz. Volgens sommige verklaringen zou hij in deze periode zelfs geen lid meer zijn geweest van de bolsjewistische partij. Wel reisde hij in het najaar als vertegenwoordiger van de Terekse Raad van Volkscommissarissen naar Moskou om er bij de Sovjetregering wapen- en goederentransporten naar de Kaukasus te regelen.

Vanaf januari 1919 bevond Kirov zich in Astrachan. Astrachan werd in deze periode bedreigd door witte legers en een hongersnood dreigde. Nadat Alexander Sjlapnikov, de voorzitter van de plaatselijke Revolutionaire Raad, door de bolsjewieken vanwege onvoldoende doortastend optreden was afgezet, kwam Kirovs carrière daar in een stroomversnelling en liet hij ook een meedogenloze kant van zijn karakter zien. Hij werd benoemd tot voorzitter van een provisorisch militair-revolutionair comité en liet direct na zijn aantreden in maart 1919 genadeloos een arbeidersstaking neerslaan. Daarbij liet hij 1500 arbeiders zonder enige vorm van proces als "witte spionnen" executeren. In totaal vielen er 4000 slachtoffers. Toen er een 'bourgeois' ontdekt werd die zijn eigen meubels verstopte, gaf hij persoonlijk opdracht hem te executeren.Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz. 76. Hij hield ook persoonlijk toezicht op de arrestatie en executie van de aartsbisschoppen Mitrofan en Lenty.Zie Amy Knight: Who killed Kirov?, blz. 77.

De mentale ommezwaai van de gematigde en gevoelige Kirov stond niet op zichzelf, maar maakte deel uit van een algehele verharding onder de bolsjewieken tijdens de Burgeroorlog. De bolsjewieken waren bereid hun machtspositie tegen elke prijs te verdedigen. Vrijwel alle partijleden waren getuige van gruwelijkheden of begingen zelf wandaden. Ook Kirov moet een groot aantal gruwelijkheden hebben gezien en lijkt de nieuwe, meedogenloze moraal volledig te hebben aanvaard. Volgens historica Amy Knight hadden zowel leiders van de Roden als de Witten in die tijd bloed aan hun handen. "Het was duidelijk een kwestie van overleven", concludeert ze: "geen tijd voor menselijke gevoelens, maar een tijd voor rigoureuze, resolute actie".

De militaire raad van het Rode Leger in de Kaukasus duidde Kirovs "zuiveringsactie" als kordaat optreden, een bewijs van toewijding, en nam hem op in de centrale staf. Samen met Anastas Mikojan en zijn levenslange vriend Grigori Ordzjonikidze zou hij vervolgens in 1920-1921 uitgroeien tot een leidende organisator van de overwinning van de Roden op de Witten in de Kaukasus. Hij werd in 1920 benoemd tot ambassadeur van Sovjet-Rusland in Tbilisi (Tiflis), nadat de Sovjets de onafhankelijkheid van de Democratische Republiek Georgië erkenden via het Verdrag van Moskou. Kirov was in die hoedanigheid betrokken bij het ondermijnen van de Georgische staat via de bolsjewistische vijfde colonne. Het verdrag had de mensjewistische Georgiërs er namelijk toe verplicht de communisten vrij te laten en de bolsjewistische partij toe te staan. Kirov organiseerde vanuit de ambassade lokale opstanden. Begin 1921 veroverde het Rode Leger de Georgische republiek en werd de Sovjetmacht in Georgië gevestigd, ondanks een eerdere toezegging van Lenin dat het land zelfstandig mocht blijven.

Partijcarrière In juli 1921 werd Kirov benoemd tot partijsecretaris in Azerbeidzjan, dat tot die tijd onafhankelijk was geweest. Daarmee werd hij verantwoordelijk voor zowel de politieke als de economische situatie, hetgeen hij voortvarend en met veel energie ter hand nam. Hij zette er een nieuwe partijorganisatie op, zorgde ervoor dat de olieproductie in het gebied rond Bakoe weer op gang kwam en bracht de tijdens de burgeroorlog onteigende fabrieken geleidelijk weer in productie. Daarnaast speelde hij in april 1922 een leidende rol in de voorbereiding op het uitroepen van de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek, waarmee Georgië, Armenië en Azerbeidzjan als één deelrepubliek bij de Sovjet-Unie werden gevoegd. In 1922 werd Kirov ook lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij. Hij bleef echter in Azerbeidzjan, te Bakoe. Daar wist hij onwillige nationalisten in het gareel te houden, niet alleen op basis van dictatoriaal optreden maar ook op basis van afgedwongen respect door zijn bijdrage aan de wederopbouw van het land.

In 1926 vertrok Kirov naar Moskou voor het veertiende partijcongres. Mede met zijn steun behaalde Stalin daar een definitieve overwinning op de oppositie van Grigori Zinovjev en Lev Kamenev, die per direct uit de partij werden gezet en ontheven werden uit hun functies. Kirov werd vervolgens benoemd tot kandidaat-lid van het Politbureau en tegelijkertijd, als opvolger van Zinovjev, tot partijsecretaris in Leningrad. Aan zijn vrouw schreef hij dat hij weinig zin had in zijn nieuwe baan, maar dat hij "het vertrouwen van Stalin niet kon beschamen". Zonder nog terug te keren naar Bakoe vestigde hij zich direct in Leningrad.

thumb|280px|left|Kirov, Stalin en Stalins dochter Svetlana, tijdens een gezamenlijke vakantie op Sotsji Stalin verwachtte van Kirov dat hij als zijn vertrouweling de Leningradse partijorganisatie zou zuiveren van oppositieleden, de zogenaamde Zinovjisten. Kirov had eerder aangetoond dit soort klussen aan te kunnen maar toonde zich in Leningrad zeker niet het prototype van de rechtlijnige stalinist. Als begenadigd spreker trok hij tijdens partijbijeenkomsten weliswaar fel van leer tegen de oppositie en was hij verantwoordelijk voor tal van vervolgingen en deportaties, anderzijds dwong hij gaandeweg respect af bij de Leningradse bevolking vanwege zijn joviale, pretentieloze en open persoonlijkheid. Niettegenstaande zijn harde politieke lijn bleef hij vatbaar voor argumenten. Hij toonde bijvoorbeeld begrip voor de gematigde koers die Nikolaj Boecharin voorstond, met name met betrekking tot de collectivisatie. Vanaf eind jaren twintig benoemde hij bovendien diverse eerdere oppositieleden weer terug op vooraanstaande posities, tot ongenoegen van Stalin.Dat Kirov geen blinde volger van Stalin was bleek onder meer ook uit diens opstelling in de zaak Rjoetin, die Stalins dictatoriale leiderschap in een geschrift ter discussie had gesteld. Binnen het Politbureau stelde hij zich op tegen de executie van Rjoetin, zichtbaar tegen de zin van Stalin. Zie Amy Knight, Who killed Kirov?, blz. 155-157. De altijd energieke Kirov was ook uitermate zichtbaar in Leningrad. Hij bezocht voortdurend fabrieken en arbeidersbijeenkomsten en maakte zich tegenover het centrale gezag in Moskou ook openlijk sterk voor de belangen van de Leningradse gemeenschap. Geleidelijk groeide zijn populariteit tot grote hoogte. Nadat hij in 1930 was benoemd tot volwaardig (stemgerechtigd) lid van het Politbureau bezorgde hem dat in toenemende mate een bijzondere machtspositie.

Stalin en Kirov