Esperanto is een kunstmatig gecreëerde internationale taal, maar de meeste elementen zijn aan "gewone" natuurlijke talen ontleend. De taal is ontworpen door Lejzer Zamenhof, een Joodse oogarts afkomstig uit het Poolse gedeelte van het Keizerrijk Rusland. In 1887 publiceerde hij onder het pseudoniem Dr. Esperanto – "iemand die hoopt" – het eerste boek over de taal met de titel: Internacia lingvo – Antaŭparolo kaj plena lernolibro (Een internationale taal – Voorwoord en volledig leerboek). De taal werd echter bekend onder Zamenhofs pseudoniem en kreeg zo de naam Esperanto.
Het unieke aan deze taal is dat ze niet verbonden is aan macht, territorium of politieke belangen, maar aan de overtuiging dat wederzijds begrip en gelijkwaardige communicatie mogelijk is zonder dat iemand zijn moedertaal, identiteit of culturele wortels hoeft op te geven(eo) Elke Kahr, burgemeester van Graz (2026), In: La 111-a Universala Kongreso de Esperanto, Kongresa libro (PDF), p. 5(en, eo) Esperanto culture in Austria/Esperantokulturo en Aŭstrio - Oral traditions throughout Austria, inscribed 2026, Intangible cultural heritage, UNESCO, 2026.
Het Esperanto is speciaal ontworpen om mensen uit verschillende culturen met elkaar te laten communiceren. De gedachte is dat een eenvoudige, neutrale taal ervoor zorgt dat eventuele nationale belangen tussen partijen buitenspel worden gezet, zodat de sprekers van verschillende talen op gelijkwaardige voet met elkaar kunnen communiceren. Zo kunnen leerlingen zich meer op hun gemak voelen om een vreemde taal te gebruiken, zeker in contact met moedertaalsprekers. Met Esperanto zijn er in principe geen bevoorrechte moedertaalsprekers en wordt de gelijkheid die men koppelt aan het concept 'wereldburgerschap' bewaard en geïllustreerd.
Geschiedenis Vroege ontwerpen Zamenhof werd geboren in de stad Białystok in het noordoosten van Polen, dat in die jaren onder Russisch gezag stond. Er woonden Polen, Russen, Wit-Russen, Joden en Duitsers. Al deze bevolkingsgroepen spraken een eigen taal en er was veel onenigheid, wat zelfs tot straatgevechten leidde. Als kind reeds filosofeerde Zamenhof over een oplossing voor dit probleem. Zijn conclusie was dat er naast die verschillende talen nog een extra taal zou moeten zijn die alle mensen zouden kunnen spreken. Als 14-jarige jongen verhuisde hij met zijn ouders naar Warschau, waar hij de middelbare school bezocht. Kennismakend met Latijn en Grieks dacht hij even dat een van deze talen misschien geschikt zou zijn als gemeenschappelijke taal, maar al gauw kwam hij tot de conclusie dat ze daarvoor te moeilijk waren. Aldus begon hij met het ontwerpen van een eigen taal. Daarbij ging Zamenhof uit van zo veel mogelijk internationaal bekende woorden en volstrekte regelmaat in de grammatica. Toen op een keer zijn blik viel op enkele uithangborden waarop teksten met gelijke achtervoegsels stonden (zoals ze ook voorkomen in het Nederlands: bakkerij, wasserij enz.), besloot hij dit principe te gebruiken bij zijn woordvorming.
Aan het eind van zijn schooltijd, in 1878, had Zamenhof zijn eerste ontwerp van zijn Lingwe Uniwersala klaar en hij vierde dit feit met klasgenoten die hij bereid gevonden had zijn taal te leren. Na het eindexamen ging de jonge Zamenhof naar Moskou voor een studie medicijnen. Op verzoek van zijn vader liet hij zijn Lingwe Uniwersala in Polen achter om te voorkomen dat het zijn carrière in de weg zou staan. Bij zijn terugkomst twee jaar later bleek dat zijn vader al zijn papieren had verbrand, waarschijnlijk uit angst dat ze bij een pogrom gevonden zouden worden en als verdacht beschouwd. In Warschau, waar hij zijn studie voortzette, begon Zamenhof vervolgens aan een nieuw ontwerp te werken, ditmaal onder de titel Lingvo universala. Zijn vroegere ideeën werden nu beter doordacht en hij begon ook in het Esperanto te vertalen. Samen staan deze vroege schetsen voor het Esperanto bekend onder de naam Proto-Esperanto (in het Esperanto: Pra-Esperanto).
De eerste publicatie Nadat Zamenhof zijn doctorstitel in de medicijnen had behaald, ging hij zich specialiseren in de oogheelkunde. Geld om een boek uit te geven bezat hij in die jaren niet. Daarin kwam verandering toen hij Klara Silbernik, zijn toekomstige vrouw, leerde kennen. Haar vader was een zeepfabrikant, die geïnteresseerd bleek in de ideeën van zijn toekomstige schoonzoon. Hij gaf zijn dochter een aardige bruidsschat mee, waardoor Zamenhof nog in het jaar van zijn huwelijk (1887) een boekje kon uitgeven ter kennismaking met de door hem ontworpen taal, die hij nu de naam Internacia Lingvo gaf. Als pseudoniem gebruikte Zamenhof: D-ro Esperanto. D-ro is de afkorting voor Doktoro en Esperanto betekent: 'Hij die hoopt'. Later gaven zijn volgelingen de naam Esperanto aan zijn taal. Het boekje, waarvan de eerste druk in het Russisch werd geschreven, werd toegestuurd aan een aantal journalisten, professoren en artsen in verschillende landen om bekendheid te geven aan het ontwerp. Binnen een paar jaar verschenen er ook Poolse, Duitse en Franse uitgaven. De inhoud van het eerste boekje bestond uit een voorwoord, de 16 grammaticale regels van het Esperanto en enkele teksten: Patro nia, El la biblio en Letero. Verder bevatte het drie gedichten: Mia penso, El Heine en Ho, mia kor, alsmede een basiswoordenlijst met bijna duizend woorden.
Het ontwerp van Zamenhof werd met enthousiasme begroet. Er bleken in veel landen mensen geïnteresseerd te zijn in de nieuwe taal. Het belang van zo'n taal was al heel lang ingezien, onder anderen door de filosofen Descartes en Leibniz. Van Comenius, een Tsjechisch geleerde en pedagoog (1592-1670), is de uitspraak: "De wereld heeft behoefte aan een gemeenschappelijke taal, die gemakkelijker is dan alle tot nu toe bekende talen." In 1879 leek aan de vraag naar een bruikbare gemeenschappelijke taal voldaan te worden, toen de Duitse priester Johann Martin Schleyer zijn ontwerp voor het Volapük wereldkundig maakte. Er waren in het begin veel mensen die interesse toonden voor deze taal. Maar al spoedig bleek dat het heel moeilijk was het Volapük te spreken en daardoor raakte de aanhang snel verdeeld. Daarbij kwam nog dat Schleyer zeer autoritair was en geen enkele inspraak duldde.
Tijdschriften Een groep volapükisten die zich in Neurenberg gevormd had, ging in 1888 in haar geheel over naar Esperanto. Het was vanuit die groep dat in 1889 het initiatief genomen werd tot de uitgave van het eerste internationale Esperanto-tijdschrift: La Esperantisto. Weer enkele jaren later (1895) moest de uitgave van het blad toch gestaakt worden, omdat het verboden werd door de Russische censuur, na publicatie van een vertaald artikel van de Russische schrijver Tolstoj. Van hem is bekend dat hij na twee uur Esperanto bestudeerd te hebben in staat bleek een Esperanto-boek te lezen. Driekwart van de abonnees van La Esperantisto woonde indertijd in Rusland, waardoor de uitgave van het blad financieel niet langer mogelijk was.
Het blad werd opgevolgd door Lingvo Internacia. Daartoe werd in Zweden het initiatief genomen. Dit blad kwam uit tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Kort na 1900 verschenen er meer bladen, onder andere: Juna Esperantisto, Espero Katolika en Esperanto. In 1912 waren het er al een twintigtal. Het literaire tijdschrift Literatura Mondo verscheen in 1922 voor het eerst.
Er vond in de eerste jaren na de publicatie van het Esperanto veel correspondentie plaats tussen esperantisten en Dr. Zamenhof en tussen esperantisten onderling. In Nederland werd het Esperanto op 1 december 1901 geïntroduceerd door Dreves Uitterdijk.
Het eerste congres thumb|left|Congres in Boulogne-sur-Mer, 1905 Dat het Esperanto ook voor mondeling gebruik geschikt was, bleek duidelijk op het eerste internationale Esperantocongres, dat in 1905 gehouden werd in de Franse kustplaats Boulogne-sur-Mer. Zamenhof hield er de openingsrede. Groot was op dit congres het enthousiasme over het feit dat de taal ook mondeling uitstekend bleek te functioneren. Een rede van Zamenhof uit 1909 is op een wasrol, de voorloper van de geluidsband, vastgelegd.
Op dit eerste 'Universala Kongreso' werd het besluit genomen dat het boek Fundamento de Esperanto, in 1905 opgesteld door Zamenhof, de basis van het Esperanto zou worden. Niemand zou aan deze basis in de toekomst iets mogen veranderen. Zamenhof vond dit besluit heel belangrijk en heeft zich ook zelf aan deze afspraak gehouden. Fundamento de Esperanto vormt dus de basis van de taal. Het boekje bevat een voorwoord, de 16 regels van de Esperanto-grammatica, een verzameling oefeningen en een basiswoordenlijst met 2635 woorden. Een ander belangrijk werk, in 1903 door Zamenhof samengesteld, is Fundamenta Krestomatio. Het diende als stijlmodel en moest voorkomen dat het Esperanto uiteen zou vallen in verschillende dialecten. Het boek bevat verhalen, essays en gedichten, door Zamenhof zelf en door andere auteurs geschreven of vertaald.
Er werd op het eerste congres ook besloten een Lingva Komitato op te richten. De leden hiervan kregen als taak de ontwikkeling van het Esperanto te begeleiden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon dit comité tijdelijk niet functioneren, maar in 1949 werden de werkzaamheden weer opgevat. De naam werd veranderd in Akademio de Esperanto. Leden van de Akademio houden zich onder andere bezig met vragen op grammaticaal gebied. Het vormen van nieuwe woorden voor nieuw ontstane begrippen behoort niet tot hun taak. Indien nodig kan hun wel gevraagd worden een oordeel te geven over spontaan ontstane nieuwe Esperanto-woorden, met name of deze woorden overeenstemmen met de basisprincipes van het Esperanto.
Tijdlijn van het Esperanto 1859: Lejzer Zamenhof wordt geboren op 15 december 1859 in Białystok. 1874: Als 14-jarige jongen verhuist hij met zijn ouders naar Warschau waar hij het gymnasium bezoekt. In die periode heeft hij een eerste versie van een internationale taal ontworpen. 1878: Het ontwerp van die eerste versie, Lingwe Uniwersala, is voltooid. Feestje om dit te vieren met klasgenoten die de taal hadden geleerd. Naar Moskou voor een studie medicijnen. 1887: Zamenhof heeft zijn eerste ontwerp grondig herzien en verbeterd en publiceert het resultaat in zijn brochure Internacia Lingvo ("Een Internationale Taal") onder het pseudoniem Doktoro Esperanto. 1905: Eerste Esperantocongres in Boulogne-sur-Mer. 1908: Oprichting van de UEA - Universala Esperanto-Asocio. Voorbereidende bijeenkomst voor de oprichting van de Esperantostaat "Amikejo" in Neutraal Moresnet. 1912: In dit jaar predikte de geestelijk leider Abdu'l-Bahá zijn Aziatische volgelingen om Esperanto te gebruiken. 1917: Zamenhof overlijdt op 14 april 1917 in Warschau. 1921: De Sennacieca Asocio Tutmonda wordt opgericht. 1922: Door het secretariaat van de Volkenbond is een rapport opgesteld, waarin werd voorgesteld om op termijn het Esperanto in te voeren als voornaamste werktaal. Dit rapport werd in de prullenmand gegooid op aandrang van de Fransen, die toen nog de illusie hadden dat hun taal voor alle tijden de belangrijkste internationale communicatietaal zou blijven. 1925: Esperanto wordt toegelaten als taal in het telegraafverkeer. 1928: Opening van het Internacia Esperanto-Muzeo (Internationaal Esperanto-Museum) in Wenen. 1930: Het eerste volledige, geïllustreerde Esperantowoordenboek Plena Vortaro wordt door de SAT uitgebracht. 1934: De eerste Esperanto Encyclopedie wordt in Boedapest gepubliceerd. 1936: Heinrich Himmler verbiedt het Esperanto in het gehele Duitse Rijk. 1937: Stalin verbiedt het Esperanto in de Sovjet-Unie. 1938: Oprichting van de Tutmonda Junular-Organizo ("Wereld-Jongeren-Organisatie"), later hernoemd tot Tutmonda Esperantista Junulara Organizo (TEJO). 1948: Oprichting van de Akademio de Esperanto. 1950: J. Ph. Punt begint de serie uitzendingen Socialistisch Nieuws in Esperanto. 1954: UNESCO spreekt zich in een resolutie uit ten gunste van Esperanto.