William Henry Pickering (Boston, 15 februari 1858 – Mandeville (Jamaica), 17 januari 1938) was een Amerikaans astronoom en broer van Edward Charles Pickering. Niet te verwarren met William Hayward Pickering, voormalig directeur van het Jet Propulsion Laboratory.
Hij ontdekte de negende maan van Saturnus, Phoebe in 1899 uit foto's genomen in 1898. Hij geloofde ook de tiende maan in 1905 te hebben ontdekt uit foto's uit 1904, die hij "Themis" noemde. "Themis" bestaat echter niet.
Hij leidde expedities naar zonsverduisteringen en hij bestudeerde inslagkraters op de Maan. Hij bouwde ook enkele observatoria, zoals het Lowell Observatory.
In 1919 voorspelde hij het bestaan en de positie van een Planeet X, maar na het zoeken op foto's genomen op het Mount Wilson-observatorium kon deze niet gevonden worden. Pluto werd later ontdekt op het Flagstaff observatorium door Clyde Tombaugh in 1930, maar deze was veel te klein om enig effect te hebben op de planeten Uranus of Neptunus.
Later in zijn leven heeft hij veel tijd doorgebracht op zijn privé observatorium in Jamaica. Hij heeft een fotografische atlas van de Maan gemaakt genaamd The Moon: A Summary of the Existing Knowledge of our Satellite (De Maan : Een overzicht van de huidige kennis van onze satelliet) - New York: Doubleday, Page & Company, 1903.
Levensvormen op de maan William Henry Pickering wou, vanuit zijn observatorium te Mandeville - Jamaica, kunnen bewijzen dat er zich levensvormen op de maan bevonden. Dit was zeer tegen de zin van zijn kritisch ingestelde broer Edward Charles Pickering die in deze hypothese niks zag, en het zoeken naar leven op de maan een geldverslindend project vond. Toch zette W. H. Pickering door en was er rotsvast van overtuigd dat zijn visie de juiste was. Daarvoor construeerde hij een onconventioneel type telescoop dat zich diagonaal op de helling van een berg bevond (de Harvard Moon Atlas telescope). Een telescoopbuis uit vast materiaal was daar niet bij betrokken. De lichtweg die vanaf de objectieflens, via een vlakke richtspiegel, tot aan de zich hoger bevindende observatieruimte moest worden afgelegd was van de buitenlucht afgeschermd door een tunnelvormige construktie die uit zeildoeken bestond. De richtspiegel kon in alle mogelijke posities gekanteld worden om aldus de beweging van de maan te volgen, hetgeen een zeer innovatieve vondst bleek te zijn. Dit betekende ook dat de telescoop zelf zich altijd in een onveranderlijke stand bevond. Onvolkomenheden in de optica van de richtspiegel beletten echter dat er optimaal gebruik kon worden gemaakt van de telescoop. Toch heeft Pickering er zijn maanatlas mee kunnen verwezenlijken, nogmaals zeer tegen de zin van zijn broer E. C. Pickering die gehoopt had dat William Henry de telescoop zou hebben gebruikt om er de relatief nabije planetoïde Eros mee te fotograferen. William P. Sheehan & Thomas A. Dobbins, Epic Moon - A history of lunar exploration in the age of the telescope, Willmann-Bell (2001).
De tuinen van Eratosthenes Pickering's levensvormen zouden, volgens zijn vroege waarnemingen, hebben bestaan uit vegetatie, maar kwam tot de conclusie dat het zwermen insectachtigen waren die voortdurend migreerden over het maanoppervlak. Zo bevatte de krater Eratosthenes, volgens Pickering, een nest van donkerkleurige insectenwolken die gedurende elke lunatie steeds van plaats veranderden, maar wel altijd binnen de rand van Eratosthenes bleven. Hij gaf aan dit gebied op de maan dan ook de benaming The Gardens of Eratosthenes (de tuinen van Eratosthenes).
Pickering's sneeuwvelden William Henry Pickering was ervan overtuigd dat er rondom sommige kraters op de maan, zoals de komvormige krater Censorinus tussen Mare Nectaris en Mare Tranquillitatis, sneeuwvelden bestonden die, afhankelijk van het invallend zonlicht, van vorm konden veranderen. A. J. M. Wanders, Op ontdekking in het maanland, Het Spectrum (1949). Net zoals bij vele andere maanwaarnemers was ook bij W. H. Pickering de komvormige krater Linné in Mare Serenitatis een telescopisch veelbezocht doel om nauwkeurig te onderzoeken. Ook rond deze krater meende Pickering een steeds veranderend sneeuwveld te zien dat qua vorm en diameter sterk afhankelijk was van de lokale zonshoogte.
Ontsnappende damp- of gaswolken aan de cobrakop van Schröter's vallei Net zoals komeetkernen onsnappende gaswolken laten zien had Pickering verondersteld dat hij hetzelfde verschijnsel waarnam aan bepaalde oppervlaktestrukturen op de maan, zoals de zogenaamde cobrakop (Cobra Head) aan het zuidoostelijke uiteinde van Schröter's vallei (Vallis Schröteri) nabij de heldere krater Aristarchus en de vlakke krater Herodotus. Waarschijnlijk wou hij ook hetzelfde zien zoals de ontsnappende dampwolken in de krater van de vulkaan Misti die hij meermaals bezocht tijdens zijn talrijke reizen.
Pickering's rivierbeddingen William Henry Pickering ontdekte de centrale en relatief dunne kronkelige rivierbedding op de vloer van de brede vallei in het Alpengebergte (Vallis Alpes), alsook deze tussen de bergen Mons Hadley en Hadley delta (Hadley δ), waar in de zomer van 1971 de maanlander Falcon van Apollo 15 net naast was geland. Pickering veronderstelde dat deze rivierbeddingen (riverbeds) het bewijs waren, of zijn, dat er op de maan ooit bepaalde vloeistoffen hadden gestroomd.
De atmosfeer van de maan Pickering meende aanwijzingen waar te hebben kunnen nemen dat de maan een atmosfeer heeft. Zo nam hij een dunne donkere lijn waar tijdens de occultatie van de planeet Jupiter aan de door de zon verlichte maanrand. Deze donkere lijn liep parallel met de afgebogen rand van de maan. Pickering veronderstelde dat de maanatmosfeer acht- tot tienduizend keer ijler moest zijn dan deze van de aarde.
Vergelijking met de Marskanalen Pickering's nauwkeurige tekeningen van hetgeen hij met zijn telescoop meende waar te nemen op de maan, en dan vooral deze van de donkere vlekjes in de krater Eratosthenes, tijdens volle maan, deden vermoedens ontstaan dat ook hij zich liet vangen door dezelfde optische illusie die ook tal van Marswaarnemers zoals Giovanni Schiaparelli en Percival Lowell parten speelde toen ze hun kanalen meenden waar te nemen op het oppervlak van Mars. Ook Pickering probeerde in Eratosthenes een netwerk van rechte lijnen te zien, zich tussen de donkere vlekjes vertonend.
The Madman of Mandeville Toen William Henry Pickering's telescopische waarnemingen van het (volgens hem steeds veranderende) maanoppervlak hun weg vonden in de wetenschappelijke vakliteratuur, kreeg hij dan ook meteen de bijnaam The Madman of Mandeville.
Maankraternomenclatuur - de twee Pickerings Een krater omstreeks het centrale deel van de naar de aarde toegekeerde kant van de Maan is naar W. H. Pickering's broer Edward Charles Pickering genoemd (E. C. Pickering), en officieel erkend door de Internationale Astronomische Unie (IAU).
De maanwaarnemers en selenografen Johann Nepomuk Krieger (1865-1902) en Rudolf König (1865-1927), alsook de Welshe en Engelse maancartografen Hugh Percy Wilkins en Patrick Moore, hebben geprobeerd om de metgezel van de krater Messier in Mare Fecunditatis de naam W. H. Pickering te geven, naar William Henry Pickering, maar daar heeft de Internationale Astronomische Unie uiteindelijk een stokje voor gestoken. Toch kan de naam W. H. Pickering nog steeds gevonden worden in maanatlassen en maankaarten waar vooral H. P. Wilkins en P. Moore aan meegewerkt hebben.
Na William Henry Pickering In het licht van het onderzoek, en vooral de zoektocht, naar levensvormen die zich in alle soorten onherbergzame streken en in uiterst barre omstandigheden in leven weten te houden, de extremofielen, waren William Henry Pickering's hypotheses in verband met levensvormen op de maan helemaal niet bizar of krankzinnig.
Toen de bemanning van Apollo 11, in juli 1969, terugkwam van de maan werden de drie astronauten vliegensvlug gedesinfecteerd en vervolgens in een van de buitenwereld afgeschermde leefruimte opgesloten. Men was daarop voorzien, ook voor de drie teruggekeerde astronauten van Apollo 12 in november 1969, hetgeen betekent dat de gedachte over het bestaan van mogelijke levensvormen en pathogenen op de maan, hoe microscopisch klein die ook mogen wezen, niet geheel verdwenen was.
Harold Hill's Eratosthenes Tal van maanwaarnemers zoals Harold Hill, de Engelse tekenaar van telescopisch waargenomen maanoppervlakken, die W. H. Pickering's maanwaarnemingen had bestudeerd, besteden hun tijd aan het minutieus analyseren van bepaalde kraters tijdens alle mogelijke standen van invallend zonlicht. Zo is in het boek A Portfolio of Lunar Drawings van Harold Hill een serie detailrijke tekeningen te zien waarin het veranderende stelsel donkere vlekken in Eratosthenes is opgenomen. Harold Hill had tijdens de nacht van 30 januari 1947 een verdacht verschijnsel waargenomen omstreeks de centrale piek van Eratosthenes, waarbij de schaduw van deze piek zich anders vertoonde dan onder normale omstandigheden.
Categorie:Amerikaans astronoom