Servaas van Maastricht, Servatius, Sarbatios of Aravatius (Armeens: Սերվատիոս; Servatios), meestal aangeduid als Sint-Servaas of Sint-Servatius, zonder plaatsnaamtoevoeging (Groot-Armenië? – Tongeren of Maastricht, 4e eeuw of 5e eeuw), is de eerste, historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden. Volgens de overlevering zou hij de laatste bisschop van Tongeren en de eerste bisschop van Maastricht zijn geweest. Zijn graf bevindt zich volgens de traditie in de Sint-Servaascrypte in de naar hem genoemde Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. Sint Servaas is de patroonheilige van Maastricht. Zijn feestdag is op 13 mei.

Geschiedenis en historiografie De 'feiten' Over het leven van Servaas is weinig met zekerheid bekend. De volgende 'feiten' zijn weliswaar gebaseerd op historische bronnen, maar de betrouwbaarheid van die bronnen staat niet altijd vast, of de bronnen zijn op meerdere manieren te interpreteren.De la Haye (1985), p. 19. thumb|De Sint-Servaascrypte, het vermoedelijke graf van Sint-Servaas, met een Frankische sarcofaag thumb|Vroegchristelijke grafstenen (5e-6e eeuw), oostcrypte St-Servaaskerk In het jaar 342 of 343 zou een zekere bisschop Sarbatios de besluiten van het Concilie van Sardica (tegenwoordig Sofia, Bulgarije) tegen het arianisme hebben ondersteund, waarmee hij zich schaarde aan de kant van de Trinitariërs, die uiteindelijk de overhand zouden krijgen in de westerse kerk. Of deze Sarbatios ook daadwerkelijk in Sardica aanwezig was, is niet duidelijk. Wel staat hij op een lijst van Gallische bisschoppen, die in 346 op het Concilie van Keulen de besluiten van Sardica onderschreven. Deze lijst is afkomstig van Athanasius van Alexandrië (ca. 295-373), een tijdgenoot van deze Sarbatios.Theuws/Kars (2017), pp. 36-38 . In 350-353 zou Sarbatios door de tegenkeizer Magnentius op een missie naar keizer Constantius II zijn gestuurd, omdat Magnentius op die manier hoopte medekeizer te kunnen worden. Ook dit bericht is afkomstig van Athanasius van Alexandrië. Het wordt ondersteund door een twaalfde-eeuwse kroniekschrijver, die laat-antieke bronnen tot zijn beschikking had. In 359/360 was Servatio Tungrorum episcopus (bisschop Servatius van de Tungri) aanwezig op het Concilie van Rimini. Ook daar bestreed hij vol ijver het arianisme. Deze mededeling is afkomstig van Sulpicius Severus (363-ca. 420/25), die dit feit enkele tientallen jaren na dato optekende. Hoewel Gregorius van Tours (ca. 538-594) een of twee eeuwen na dato leefde, mag men ervan uitgaan dat hij in zijn tweede boek van de Historia Francorum (Historiarum libri decem, 576-580) en in zijn iets latere Liber in gloria confessorum (587) de toen gangbare verhalen over Sint-Servaas ("Aravatius") getrouw heeft weergegeven en dat men zich eind zesde eeuw herinnerde dat Servaas inderdaad te Maastricht was begraven, buiten het Romeinse castellum, op de grote begraafplaats langs de Romeinse heerweg naar Tongeren, waar bisschop Monulfus kort tevoren zijn magnum templum had gebouwd. Het staat vast dat het christendom al vroeg geworteld was in Tongeren en Maastricht, in elk geval in de vijfde eeuw, mogelijk al in de vierde eeuw. Het lijkt onlogisch dat de overgeleverde naam van Servatius wordt afgedaan als fictie, terwijl vaststaat dat anderen, veel onbekende predikers, in deze gewesten actief waren. In 2008 zijn bij opgravingen in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren restanten van basilica's uit de laat-Romeinse, Merovingische en Karolingische tijd gevonden.'Puzzelen met brokstukken van de basiliek van Tongeren' op onroerenderfgoed.be. 21 januari 2011. Bij opgravingen in de Sint-Servaaskerk in Maastricht zijn in de jaren 1980 in de onmiddellijke nabijheid van de Sint-Servaascrypte restanten van een laat-antiek bouwwerk gevonden, door archeoloog Titus Panhuysen omschreven als een cella memoriae.Panhuysen (1991), pp. 18-19. In dezelfde kerk bevindt zich tevens een vijftal vroegchristelijke grafstenen, waarvan er zeker één uit de 5e eeuw dateert.

Vraagtekens De link met de van oorsprong Oost-Romeinse kerkvader Sarbatios (Sardica, 343) lijkt op het eerste oog vergezocht. Daar kan worden tegenin gebracht dat de naam zeldzaam is en geen andere bisschoppen met deze naam bekend zijn. Het voorkomen van de naam Servatius episcopus Tungrorum op de Keulse lijst van Gallische bisschoppen (346) lijkt deze identificatie met Servatius te ondersteunen, maar inmiddels is aangetoond dat deze lijst op een vervalste oorkonde berust.De la Haye (2019), pp. 9-56. De berichten van Gregorius van Tours over Sint-Servaas, een mengelmoes van historische feiten, pertinente onwaarheden en hagiografische verhalen, hebben de historiciteit van Sarbatios/Aravatius/Servaas geen goed gedaan. Ook de door Gregorius gehanteerde foutieve naam ("Aravatius"), de verwarrende datering ("ten tijde van de Hunnen") en het weglaten van zijn deelname aan concilies ondermijnen de betrouwbaarheid van Gregorius. De verplaatsing van de bisschopszetel van Tongeren naar Maastricht door Servaas wordt nauwelijks met historische feiten onderbouwd. Of hij de eerste bisschop van Maastricht was, is dus niet zeker. Evenmin staat vast dat Servaas in Maastricht gemissioneerd heeft en daar de eerste kerk, de voorloper van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, heeft gesticht. Er kan dus niet zonder meer worden gesteld dat Servaas de grondlegger van het christendom in Nederland is. Recentelijk is de vraag opgeworpen of Servaas daadwerkelijk heeft bestaan. In de tijd dat bisschop Monulfus zijn templum magnum bouwde boven het vermeende graf van Servaas, probeerden diverse aristocratische elites in Gallië hun aanzien te vergroten door zich als het ware een heiligengraf toe te eigenen om door middel van zo'n cultusplaats hun eigen machtsstreven te rechtvaardigen., The cult of the saints De Servaaskerk is gebouwd op een Romeins grafveld, zoals archeologisch onderzoek heeft aangetoond.Zicht op Maastricht Mogelijk volgde Monulfus opportunistisch de 'trend' en dichtte Servaas een plekje toe op dit grafveld om daar zijn magnum templum te bouwen. Daarbij handelde hij eerder als lid van een lokale aristocratische groep, dan als geestelijk leidsman.Theuws/Kars (2017), pp. 38-40.De la Haye (2015), p. 191.

Legenden

In de middeleeuwen ontstonden tal van legenden rondom de figuur van Servaas, soms verweven met historische feiten. De meeste legenden beschrijven wonderen, die in de loop der tijd aan Servaas waren toegeschreven. Deze wonderen hadden op hun beurt een grote invloed op de iconografie rondom de heilige (zie hieronder: Kunstwerken). De oudste vitae, de Vita antiquissima (late 8e eeuw) en de Gesta antiquiora (midden 9e eeuw), zijn in feite niet meer dan een herhaling van wat Gregorius van Tours over Servaas had weten te vertellen. Andere bekende hagiografieën zijn de Servatiuspreek van Radboud van Utrecht (ca. 900) en de Gesta episcoporum van Heriger van Lobbes (eind 10e eeuw). Deze laatste was de eerste die de vermeende verwantschap met Christus vermeldde, hoewel hij daar zelf niet in geloofde. De Franse priester Jocundus, die in de 11e eeuw in opdracht van het Sint-Servaaskapittel de bestaande Servaaslegende uitbreidde met een lange reeks van nieuwe wonderen, was tevens de eerste die vermeldde dat Servaas in Armenië zou zijn geboren en dat hij zijn roeping om bisschop van Tongeren te worden ontving in Jeruzalem.Koldeweij (1985), pp. 23-35. Deze legenden inspireerden de 12e-eeuwse dichter Hendrik van Veldeke tot het schrijven van het Leven van Sint-Servaas, een van de eerste literaire geschriften in een vroege vorm van de Nederlandse taal.

In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bevindt zich de zogenaamde Bijbel van Sint-Bertin uit circa 1190-1200 met een pagina-vullende illuminatie, waarop twee legendarische gebeurtenissen uit het leven van de heilige zijn afgebeeld (KB Den Haag, ms. 76 F 5, fol. 37v, sectie 2A & B). Het 15e-eeuwse Blokboek van Sint Servaas in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel bevat een groot aantal scènes uit de Sint-Servaaslegende.

Een Armeense achterneef van Jezus? thumb|Detail van het Bergportaal: de verwantschap van Sint-Servaas en Jezus via de heilige Anna thumb|De maagschap van Sint Servaas (Westfaalse paneelschildering, ca. 1480) in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek. Linksonder: Sint-Servaas. Daarboven: zijn moeder Memelia. Linksboven: zijn vader Emiu De oudste schriftelijke vermelding dat Sint-Servaas uit Armenië afkomstig was, is van Jocundus en dateert uit de tweede helft van de 11e eeuw.Zie noot 2. Jocundus vermeldt dat deze herkomst gebaseerd is op oudere, verloren gegane bronnen. Het koninkrijk Armenië was in de 4e eeuw een vazalstaat van het Romeinse Rijk en volgens de traditie in 301 het eerste land waar het christendom staatsgodsdienst werd. Op zich is het niet zo vreemd dat een geestelijke uit deze regio in het westen een leidinggevende positie kreeg. Andere bekende Armeniërs, die in het westen als heilige vereerd worden, zijn: Sint-Miniatus (ca. 250), Sint-Chrysolius (†303) en Sint-Blasius (†316).Haïkian (2002), p. 99.

De heiligverklaring van Servaas is lange tijd een heikele kwestie geweest. In de middeleeuwen was een heiligverklaring door de paus ongebruikelijk. Het gebeente van Sint-Servaas was al in de 6e eeuw door bisschop Monulfus 'verheven', wat in die tijd gelijkstond met een heiligverklaring. Zijn naamdag (13 mei) komt al in de 8e eeuw voor op de kalender van Willibrord en het martyrologium hieronymianum.De la Haye (1986), p. 220.

In de 11e en 12e eeuw probeerde het kapittel van Sint-Servaas alsnog pauselijke heiligverklaring te verkrijgen. Daartoe werd alles in het werk gesteld om 'bewijzen' te verzamelen voor de stelling dat Sint-Servaas een achter-achterneef was van Johannes de Doper en Jezus Christus. Volgens deze zogenaamde Doctrina Trajectensium (Zie ook Heilige Maagschap) waren Emiu en Memelia de ouders van Sint-Servaas. Zijn grootvader Eliud was een broer van Elisabet, die de moeder was van Johannes de Doper en een nicht van Maria.Ubachs/Evers (2005), p. 147: 'Doctrina Trajectensium'. Ook wilde men bewezen zien dat de heilige afkomstig was uit Armenië. Om die laatste stelling kracht bij te zetten werd in 1049 op de Synode van Mainz, waar zowel de paus als de keizer aanwezig waren, een Griekse delegatie opgetrommeld, die dat kon aantonen. Toen dit geen resultaten opleverde, gaf het kapittel (waarschijnlijk proost Humbertus) omstreeks 1065 opdracht aan de geleerde Franse monnik Jocundus om een nieuw heiligenleven over Sint-Servaas te schrijven, de Actus Sancti Servatii, waarin de Armeense afkomst en de Doctrina Trajectensium als vaststaande feiten werden gepresenteerd.Janssens (2007), pp. 105-107.

In 1330 werd de Sint-Servaasverering officieel ingesteld door de Orde der Dominicanen, nadat de heilige een aanslag op de synode in Keulen verhinderd zou hebben. In 1584 werd Servaas ingeschreven in het Martyrologium Romanum en in 1634 legaliseerde paus Urbanus VIII alle openbare heiligenvereringen ouder dan honderd jaar, waarmee ook Sint-Servaas officieel heilig verklaard was.

Het jaar 384 en de Bollandisten Het traditionele sterfjaar 384 is pas sinds de zeventiende eeuw 'bekend'. De in Venray geboren Bollandist Godfried Henskens (Henschenius) rekende dit uit op grond van door hem en de jezuïet Gilles Boucher (Bucherius) verzamelde gegevens.De La Haye (1994), pp. 5-28.