thumb|Kabeltelevisie aansluiting zoals die in Nederland voorkomt Kabeltelevisie is de populaire naam waarmee een netwerk wordt aangeduid dat radio- en televisiesignalen vanuit één punt via een bedraad netwerk naar de huiskamer brengt. Vanouds was het gebruikelijk dat radio- en televisieprogramma's draadloos werden ontvangen (de zogenaamde 'etherverbinding'), zodat het gebruik van een kabel (bij elektriciteit en telefoon heel normaal) een nieuwtje was.

Spreekt men thans van de kabel of kabeltelevisie dan bedoelt men meestal een hybride fiber-coaxiaal netwerk, dat oorspronkelijk vaak een coaxiaal netwerk alleen voor televisie en radio was. Een telefoonkabel kan ook voor televisie (IPTV), radio (en ook voor internet (xDSL)) worden gebruikt, maar wordt meestal niet als kabel aangeduid.

Hoewel men steeds van kabeltelevisie spreekt, is dat altijd inclusief kabelradio (op de FM-band en digitaal via DVB-C).

thumb|Coax-kabel voor kabeltelevisie Geschiedenis Nederland Voor de Tweede Wereldoorlog bood de PTT de Radiodistributie aan, later Draadomroep geheten. Dit systeem bood vier radiostations via telefoonkabels. In de jaren zestig van de 20e eeuw werd dit systeem uitgefaseerd.

Snel na de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending in 1951 ontstond op de daken van de huizen een heel woud van televisieantennes. Dit was niet alleen een lelijk gezicht, maar het was ook gevaarlijk: bij een storm konden slecht gemonteerde of slecht onderhouden antennes omwaaien en schade veroorzaken. In dichtbebouwde gebieden was een goede ontvangst van ethertelevisie bovendien zeer moeizaam. Om aan deze situatie een eind aan te maken werden de eerste centrale antenne-inrichtingen (cai) aangelegd. Deelnemende huishoudens werden door een coaxkabel verbonden met een gemeenschappelijke antennemast die per huizenblok, wijk of gemeente op centraal gelegen punten werden opgesteld. Aanvankelijk was de aanleg van deze centrale-antennesystemen in strijd met de Telegraaf- en Telefoonwet: de PTT had het wettelijk monopolie op de distributie van omroepsignalen. In de praktijk werd de aanleg van particuliere cai gedoogd.

Doordat de centrale antennemast hoger geplaatst werd dan menige particuliere antenne, konden zelfs afgelegen zenders ontvangen worden. Zo waren de Duitse televisiezenders in West-Nederland beschikbaar.

thumb|De PTT ontwikkelde rond 1960 eigen technologie voor kabeltelevisie in het Neherlaboratorium in Leidschendam In Nederland begon in 1958 de PTT aan de eerste toepassing van kabeltelevisie. In de Haagse Marnixstraat werden als experiment televisiesignalen overgebracht via het bestaande draadomroepnet. De kwaliteit van de ontvangst bleek echter onvoldoende.O. de Wit: Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Deel 5. Transport, communicatie, pagina 175, Walburg Pers, Zutphen 2002, . Gearchiveerd op 18 mei 2022. In 1959 werd in de buurt Aarveld te Heerlen een appartementengebouw gebouwd met daarin het voor kabeltelevisie benodigde coaxnetwerk.Limburgsch Dagblad: Naar draadloze televisie; Toekomstdroom in kabels te Heerlen, 29-07-1959, pagina 2, Uitgeverij Nieuwe Limburger Koerier, Heerlen 1959Het Parool: Proef met draad-TV in IJsselmeerpolder, 19-04-1962, pagina 7, Uitgegeven te Amsterdam 1962 De PTT gaf in maart 1960 te kennen dat het technisch gereed was voor de invoering van wat men nog lange tijd zou noemen 'draadtelevisie'.Leeuwarder Courant: PTT is technisch klaar voor draadtelevisie, 25-03-1960, pagina 9, Uitgeverij Stichting Leeuwarder Courant 1947, Leeuwarden 1960 Het jaar erop begon de PTT met de voorbereidingen voor de eerste proeven met een coaxkabelnetwerk.Het Vrije Volk: Proeven met draadtelevisie, 22-03-1961, pagina 1, Uitgeverij De Arbeiderspers, Rotterdam 1961 Tijdens de eerste, kleinschalige proef in Nederland met commerciële draadtelevisie, was op 30 april 1962 kapper A. Welsman in de nieuwbouwgemeente Dronten de eerste Nederlandse consument die televisie via de kabel ontving.De Volkskrant: Draad-TV in Dronten - Kapper had primeur, 01-05-1962, pagina 4, Uitgeverij NV De Volkskrant, 's-Hertogenbosch 1962 Dat zelfde jaar werd begonnen met de aanleg van de eerste grootschalige proef met kabeltelevisie, in de wijk Bezuidenhout in Den Haag.Het Parool: Draad-tv biedt keuze uit 15 programma's, 01-10-1963, pagina 11, Uitgegeven te Amsterdam 1963 Op 13 november 1963 konden bijna duizend woningen in Bezuidenhout via een kabelaansluiting voor het eerst kijken naar Nederlandse, Duitse en Belgische televisie of luisteren naar twaalf radiozenders.Het Vrije Volk: Bezuidenhout voor keus: draad-TV uit 3 landen, 14-11-1963, pagina 21, Uitgeverij De Arbeiderspers, Rotterdam 1963 In de eerste vier weken waren 1.700 huishoudens aangesloten op het netwerk, terwijl er 1.000 waren verwacht. De voorziening beviel zo goed, dat in december dat jaar door de PTT werd besloten om het proefgebied uit te breiden met de naastgelegen nieuwbouwwijk Mariahoeve. De woongebouwen in die wijk waren reeds bij hun bouw voorzien van de benodigde aansluitingen.Het vrije Volk: PTT is tevreden: Meer draad-TV in Den Haag, 18-12-1963, pagina 3, Uitgeverij De Arbeiderspers, Rotterdam 1963 Tijdens deze eerste grote proef met kabeltelevisie ontstond ook het eerste initiatief voor regionale televisie via de kabel. De Haagse ondernemer L. Nijhof Jr. diende in november 1963 een aanvraag in voor een zendvergunning voor regionaal nieuws omlijst met reclame, op de kabel uit te zenden vóór en na de landelijke uitzendingen.De Volkskrant: Zendvergunning aangevraagd; Reclame en streeknieuws op Haagse draad-tv?, 20-11-1963, pagina 1, Uitgeverij NV De Volkskrant, 's-Hertogenbosch 1963Het Vrije Volk: Plan van Hagenaar L. Nijhof: Geef regionaal reclame en nieuws op draad-TV, 05-11-1963, pagina 7, Uitgeverij De Arbeiderspers, Rotterdam 1963

In Nederland is er ook een plan geweest om een landelijk netwerk aan te leggen, het zogenaamde CAS-net. Hiervoor is speciaal de CASEMA (Centrale Antenne Systemen Exploitatie Maatschappij) opgericht. Dit plan werd in de Tweede Kamer weggestemd.

In plaats daarvan kon vanaf 1970 een machtiging worden aangevraagd voor de aanleg en exploitatie van een gemeenschappelijke antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor een kleine groep woningen, gai) of voor de aanleg en exploitatie van een centrale antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor wijken, plaatsen of hele gemeenten, cai). Een dergelijke machtiging kon verkregen worden als aan technische en administratieve voorwaarden werd voldaan. Een gai mocht in principe niet groter zijn dan 100 aansluitingen en na het kruisen van een weg mocht het signaal niet meer worden versterkt. Een cai was beperkt tot de gemeentegrens. Gedurende de jaren 70 en 80 werden in vrijwel alle gemeenten een of meer kabelnetten aangelegd; maar per aansluitgebied werd slechts één machtiging aan een woningcorporatie, gemeente of bedrijf verleend. Geleidelijk aan kwamen de kabelnetten in exploitatie bij gemeentelijke diensten. Vaak doordat woningcorporaties hun gais overdroegen aan gemeenten. Later werden de regels verruimd en mochten de kabelnetten van gemeenten worden gekoppeld en konden ze samen van één ontvangstation gebruikmaken.https://web.archive.org/web/20100727030943/http://www.nlkabel.nl/nl/Home/Over-NLkabel/Geschiedenis.aspx

In de jaren 70 en 80 kwamen de eerste signalen op de kabel die niet ook via de ether werden uitgezonden of te ontvangen waren: lokale omroepen, BRT 1 en 2, BBC 1 en 2 en commerciële (satelliet)omroepen (Sky Channel was de eerste) werden doorgegeven. Vanaf 1985 zond de eerste betaal-tv-zender (FilmNet) via de kabel uit. In 1992 werden gemiddeld 19 (analoge) televisiezenders via de kabel doorgegeven.https://web.archive.org/web/20100629133630/http://www.nlkabel.nl/nl/Home/Cijfers-en-feiten/RadioTV.aspx

Na de Europese liberalisering van de telecommunicatiesector halverwege de jaren 90 verdween het systeem van machtigingen. In hoog tempo werden kabelnetwerken onderling verbonden via glasvezel. De meeste gemeentelijke netwerken werden overgenomen door private kabelbedrijven, die de verouderde netwerken moderniseerden en verglaasden tot HFC-netwerken. Hierdoor kon de kabel zich ontwikkelen van broadcast-infrastructuur tot een volwaardige infrastructuur waarop ook tweeweg communicatie mogelijk werd (internettoegang en telefonie via de kabel). Het gemiddeld aantal analoge zenders dat eind jaren 90 werd doorgegeven groeide naar 30.

Eind jaren 90 introduceerden de meeste kabelbedrijven digitale kabeltelevisie. De kabelbedrijven geven sindsdien naast analoge signalen digitale radio- en televisiesignalen door.

In 2004 volgde de introductie van hdtv-uitzendingen, in 2007 de introductie van video on demand en in 2010 volgden de eerste uitzendingen van stereoscopische televisie.

België In België begon de ontwikkeling van kabeltelevisie in 1960 met het eerste netwerk in St. Servaas bij Namen. Het werd aangelegd door Coditel. De oorspronkelijke bedoeling van deze vroege kabelnetwerken was televisie aanbieden aan kijkers in gebieden met slechte ontvangst - zoals de rivierdalen in het zuiden van het land. Daarom volgden al snel netwerken in Luik, Verviers en Wezet. Vanaf 1964 kregen ook delen van Brussel kabeltelevisie. In grote Belgische steden bestond overigens vaak al radiodistributie: een kabelnetwerk waarmee men via vaste bakjes in huis een viertal radiozenders verdeelde. In steden was bovendien ook het esthetische aspect belangrijk: het woud van antennes verdween dankzij de kabeltelevisie. In de jaren 1970 haalde het aantal aansluitingen de kaap van een miljoen, later waren dit er ongeveer vier miljoen.

Vanaf 1969 werden de populaire (Franstalige) programma's van Télé Luxembourg (nu RTL TVI) via een straalverbinding verdeeld in Brussel en de grote Waalse steden. In de loop van de daaropvolgende jaren zijn er gelijkaardige verbindingen uitgebouwd voor de verdeling van de Franse (TF1 en Antenne 2), Duitse (ARD en ZDF), Nederlandse (Nederland 1 en Nederland 2) en vanaf het begin van de jaren 1980 ook de Britse (BBC1 en BBC2) over het hele Belgische grondgebied. Vanaf de jaren 1980 kwamen daar ook via satelliet uitgezonden kanalen bij (onder meer de RAI, Sky Channel, Super Channel en MusicBox).

Na het Koninklijk Besluit op de distributienetwerken voor radio en televisie in 1966 konden de gemeenten kiezen uit vier vormen van kabeltelevisie-exploitatie op hun grondgebied: een concessie voor een privébedrijf, een gemeentelijke regie, een zuivere intercommunale of een gemengde intercommunale. Dit KB heeft gevolgen tot op vandaag: Vlaams gewest: de Vlaamse zuivere intercommunales waren gegroepeerd in Interkabel, de netwerken van de Vlaamse gemengde intercommunales zijn in 2002 overgenomen door Telenet. In 2008 heeft Telenet ook Interkabel overgenomen. VOO is actief in de gemeente Voeren. Waals gewest: in Wallonië zijn alle kabelbedrijven sinds 2007 gegroepeerd onder VOO met uitzondering van enkele gemeenten in Henegouwen die onder Telenet vallen samen met de gemeente Komen. Brussels gewest: het zuiver privébedrijf Coditel, werd overgenomen door Numericable, dat later opging in het Franse bedrijf SFR. Wolu-TV was enkel actief in Sint-Lambrechts-Woluwe en werd later ook overgenomen door SFR. UPC Belgium N.V. was actief in enkele gemeenten voordat het in 2006 werd overgenomen door Telenet, dat in dat jaar actief werd in enkele Brusselse gemeenten. In 2017 nam Telenet de Belgische tak van SFR over. Tot slot is ook VOO actief in enkele Brusselse gemeenten.

Banden Oorspronkelijk waren de volgende frequentiebanden voorzien voor kabeltelevisie: band I (VHF, kanalen 2, 3 en 4), band III (VHF, kanalen 5 t/m 12) en band IV/V (UHF, kanalen 21-69). Dit zijn dezelfde frequenties die ook werden gebruikt voor draadloze analoge televisieontvangst.

Voor radio wordt gebruikgemaakt van band II (87,5-108 MHz).