GroenLinks was een Nederlandse politieke partij met een groene en progressief-linkse signatuur. GroenLinks werd in 1990 opgericht als fusie van vier kleine linkse partijen: de PPR, de PSP, de CPN en de EVP. Op 13 juni 2026 besloten GroenLinks en de PvdA per 1 juli dat jaar te fuseren tot Progressief Nederland (PRO).

De naam Groen LinksTot 1 oktober 1992 werd de naam met spatie geschreven. kwam voor het eerst voor in 1989, als samenwerkingsverband bij de Tweede Kamerverkiezingen. De genoemde partijen werkten al langer samen op lokaal en Europees niveau, en hieven zichzelf uiteindelijk op in 1991. De partij kampte in de eerste jaren met tegenvallende resultaten, maar kwam onder latere partijleiders als Paul Rosenmöller, Femke Halsema en Jesse Klaver in beter vaarwater. De partij heeft anno 2025 politieke vertegenwoordigers in gemeenteraden, gemeentebesturen, Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, Tweede Kamer, Eerste Kamer en Europees Parlement.Zie de sectie 'Volksvertegenwoordiging'

In de meeste provincies en een klein aantal gemeenten zijn er nog onafhankelijke GroenLinks-fracties.

Geschiedenis Voorgeschiedenis: 1972 tot augustus 1989 thumb|De linkse samenwerking nam in de jaren 70 verschillende vormen aan, getuige deze gezamenlijke poster voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1974. GroenLinks ontstond in 1990 als fusie van vier partijen ter linkerzijde van de Partij van de Arbeid: de Communistische Partij van Nederland (CPN), de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), voortgekomen uit de vredesbeweging, de groene en progressief christelijke Politieke Partij Radikalen (PPR), en de progressief christelijke Evangelische Volkspartij (EVP), die alleen in 1982 een zetel verwierf in de Tweede Kamer. Deze vier partijen werden vaak gegroepeerd als 'klein links'.

In 1972 behaalden de kleine linkse partijen gezamenlijk zestien zetels in de Tweede Kamer. In 1977 verloren deze partijen tien zetels, terwijl de PvdA er tien zetels bij kreeg. Een belangrijk gedeelte van de kiezers die in 1972 op de kleine linkse partijen hadden gestemd, koos in 1977 voor voortzetting van het kabinetsbeleid van Joop den Uyl. Vanaf toen gingen er stemmen op voor onderlinge samenwerking. Voordien hadden de PPR en in mindere mate de PSP samengewerkt met de Partij van de Arbeid (Nederland). Sinds begin jaren 80 werkten de vier samen bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen, waar de kiesdrempel procentueel gezien hoger ligt. Daar konden ook zogeheten programcolleges worden gevormd. In Amsterdam vormden de vier partijen het Links Akkoord; in Nijmegen vormden CPN, PPR en PSP Radikaal Links en in Leiden vormde dit drietal Links Leiden. In 1984 vormden PPR, CPN en PSP het Groen Progressief Akkoord dat met één gemeenschappelijke lijst aan de Europese verkiezingen deelnam. Ook vonden de partijen elkaar in het buitenparlementair protest tegen nucleaire wapens en nucleaire energie.

thumb|links|Opluchting bij PSP-prominent Fred van der Spek, nadat het PSP-congres van 1985 vergaande samenwerking heeft weggestemd. De samenwerking leverde in deze tijd spanningen op. De ideologische ommezwaai die de CPN maakte, van marxisme-leninisme naar reformisme, leidde tot een scheuring waaruit het Verbond van Communisten in Nederland voortkwam en later de Nieuwe Communistische Partij Nederland. Vóór de verkiezingen van 1986 werd door de CPN en de PPR aangestuurd op een alliantie met de PSP. Dit leidde tot interne spanningen binnen de PSP; in 1985 werd fractievoorzitter Fred van der Spek, een tegenstander van samengaan, vervangen als lijsttrekker door Andrée van Es, een voorstander. Ook in de PSP ontstond nu een splitsing: Fred van der Spek stapte uit de PSP-fractie en richtte de Partij voor Socialisme en Ontwapening op. Desondanks wees het PSP-congres in 1986 een voorstel af tot verregaande samenwerking. Al eerder was een groep groenen van de PPR afgescheiden. Die zou via omwegen uiteindelijk De Groenen oprichten. Ook binnen de EVP waren er spanningen tussen degenen die wilden samenwerken met de kleine linkse partijen, waaronder Ubels en Hans Feddema, en degenen die wilden samenwerken met andere progressieve christenen.

Bij de parlementsverkiezingen van 1986 verloren de vier kleine linkse partijen veel zetels. De CPN en de EVP verdwenen uit de Tweede Kamer en de PPR en de PSP hielden respectievelijk twee en één zetel over. Alle partijen beraadden zich vervolgens op hun eigen koers. De PPR matigde haar programma en ontwikkelde een nieuw imago: 'vrolijk links'. De CPN bereidde op eigen kracht deelname voor aan de parlementsverkiezingen van 1990. Het PSP-congres koos Saar Boerlage tot voorzitter, een verklaard tegenstander van samenwerking. Zij werd tegen de wil van het partijbestuur gekozen op voordracht van de PSP-jongeren en de PSP-vrouwen. Op Europees niveau bleef samenwerking belangrijk. De PPR, de CPN en de PSP namen gezamenlijk deel aan de Europese verkiezingen van 1989 onder de naam Regenboog.

thumb|Na de eenwording in de zomer van 1989 werd Ria Beckers de eerste lijsttrekker van de nieuwe partij. Eind 1988 organiseerde de PSP een intern referendum over samenwerking met andere kleine linkse partijen. Ruim 70% van de stemmers (bij een opkomst van 64%) sprak zich uit voor zulke samenwerking. Na het referendum verscheen een open brief in Bevrijding, het blad van de PSP. De brief was getekend door tweehonderd mensen uit de vakbeweging (waaronder Karin Adelmund, Paul Rosenmöller en Maarten van Poelgeest), de milieubeweging (waaronder Jacqueline Cramer) en de kunsten (waaronder Rudi van Dantzig en Henny Vrienten). Zij pleitten voor de vorming van één gezamenlijke kieslijst van PSP, CPN en PPR bij de parlementsverkiezingen van 1990. Het initiatief voor de brief en het PSP-referendum was genomen door partijbestuursleden Joost Lagendijk en Leo Platvoet. Zij namen deel aan een informeel overleg van prominente PSP-, PPR-, en CPN-leden die voorstander waren van samenwerking. Naast voornoemden namen ook PPR-voorzitter Bram van Ojik en voormalig CPN-fractievoorzitter Ina Brouwer aan dit overleg deel.

In maart 1989 begonnen de onderhandelingen over samenwerking op initiatief van de PSP. De eerste onderhandelingen werden al snel afgebroken; toen in april duidelijk werd dat de CPN haar eigen identiteit wilde behouden, stapte de PPR uit de onderhandelingen. Daarop nam onder leiding van oud-voorzitter Wim de Boer een groep PPR-leden aan het overleg deel, ter vervanging van het PPR-bestuur.

De tweede ronde onderhandelingen kwam onder druk te staan door de val van het Tweede Kabinet Lubbers. Toch had die een positief resultaat; na de toetreding van de EVP kwamen de vier partijen in mei 1989 tot overeenstemming over de volgorde van de kandidaten op de kandidatenlijst en een gezamenlijk programma. In de zomer van 1989 gingen de leden van de vier partijen akkoord.

September 1989 tot 1993 thumb|De eerste GroenLinks lijsttrekker Ria Beckers thumb|Vakbondsleider Rosenmöller werd het eerste onafhankelijke Kamerlid voor GroenLinks. Aan de Tweede Kamerverkiezingen van 1989 nam dus één gemeenschappelijke lijst deel. Zij had de naam Groen Links. De plaatsen op de lijst werden verdeeld tussen de PPR, de PSP, de EVP, de CPN en nieuwe gezichten. Hierbij speelden de ledenaantallen een belangrijke rol. De PPR leverde Ria Beckers als lijsttrekker en de plaatsen vijf en zeven, de PSP plaatsen twee en zes, de CPN plaatsen drie en acht en de EVP plaats elf. Als eerste onafhankelijke kandidaat kwam Paul Rosenmöller, vakbondsleider in Rotterdam, op plaats vier. Andere onafhankelijken op de lijst waren choreograaf Rudi van Dantzig, schrijfster Astrid Roemer, milieuactiviste Marijke Vos en studentenactivist Maarten van Poelgeest.

De partij verdubbelde haar zetelaantal in vergelijking met 1986. De verwachtingen lagen echter hoger.

In de periode 1989-1991 kwam het echte fusieproces op gang. Er werd een Vereniging Groen Links opgericht waartoe onafhankelijken konden toetreden die sympathie hadden voor de nieuwe formatie, maar geen banden hadden met een van de vier fusiepartijen. Er werd ook een bestuur ingesteld, met Leo Platvoet als leider. Tevens werd de Groen Linkse Raad opgericht, die het bestuur en de fractie moest controleren en het fusieproces verder moest vormgeven. Alle vijf de groeperingen (CPN, PPR, PSP, EVP en onafhankelijken) hadden hier zitting in naar rato van het aantal leden.

Op 24 november 1990 werd de partij officieel opgericht als Groen Links. Deze naam was een compromis. De PPR wilde het woord 'groen' vermeld zien, de PSP en de CPN het woord 'links'. In 1992 werd de spatie in de naam afgeschaft. De verdeling van kaderleden in de nieuwe partij naar politieke herkomst zag er bij benadering als volgt uit:A.P.M. Lucardie en W.H. van Schuur (1996). De ontgroening van GroenLinks. In: G. Voerman, red., Jaarboek 1995, DNPP, p. 251. Cijfers gebaseerd op enquêtes onder congresgangers. Gearchiveerd op 14 maart 2023. CPNEVPPSPPPRNieuwkomers23%4%30%23%20% En aanvankelijk weigerden de jongerenorganisaties te fuseren, maar fuseerden uiteindelijk toch in 1990 tot DWARS om het recht op overheidssubsidie te behouden.P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen (1991). Kroniek 1990. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1990. In: Jaarboek 1990. Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, Groningen. Pagina 34. Gearchiveerd op 27 maart 2023. In 1990 ontstond er oppositie tegen de gematigde, groene koers van Groen Links. Een aantal oud-PSP-leden verenigden zich in het Linkse Forum. Zij zouden in 1992 uittreden, en samen met de al eerder uit de PSP gestapte Van der Spek, de PSP'92 oprichten. In 1991 hieven de vier oprichters (PSP, PPR, CPN en EVP) zichzelf op.

Groen Links had in het begin grote moeite zijn eigen ideologie te formuleren. In 1990 liep het eerste voorstel-beginselprogramma het begin van de toekomst vast op de tegenstelling tussen socialisten en communisten enerzijds en de liberalere ex-PPR-leden anderzijds. De conceptversie werd na kritiek van de Groen Linkse Raad niet op het congres ingediend.P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen (1991). De voornoemde publicatie. Pagina 33. Het tweede voorstel-beginselprogramma Uitgangspunten van GroenLinkse Politiek, werd na een lang debat en vele amendementen in 1991 aangenomen.P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen (1992). Kroniek 1991. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1991. In: Jaarboek 1991. Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, Groningen. Pagina 38. Gearchiveerd op 1 juni 2022. De sociaal-economische uitgangspunten van de partij werden verder verkend in de publicatie Tijd voor Zelfstandigheid.GroenLinks (1992). Tijd voor zelfstandigheid.

Alhoewel de partij over het onderwerp verdeeld was, was de Groen Links-fractie in 1991 de enige fractie in het parlement die zich tegen de Golfoorlog keerde.P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen (1991). Kroniek 1990. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1990. In: Jaarboek 1990. Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, Groningen. Pagina 36. Gearchiveerd op 27 maart 2023. Een debat binnen de partij over de rol van militair ingrijpen, leidde tot een genuanceerd standpunt: GroenLinks steunde voortaan peace-keeping en peace-enforcing missies onder mandaat van de Verenigde Naties en pleitte voor een beroepsleger om deze uit te voeren.

In 1990 kondigde Europarlementariër Verbeek aan dat hij, anders dan eerder toegezegd, niet na 2,5 jaar zou vertrekken om plaats te maken voor John Hontelez (PSP). In plaats daarvan ging hij door als onafhankelijke. Hij zou tot 1994 blijven zitten en lijsttrekker worden voor De Groenen bij de Europese verkiezingen van dat jaar.P. Lucardie, J. Hippe en G. Voerman (1995). Kroniek 1994. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1994. In: Jaarboek 1994. Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, Groningen. Pagina 59. Gearchiveerd op 27 maart 2023.