Het Oebychs, een Noordwest-Kaukasische taal, heeft een zeer opmerkelijke fonologie. Het heeft namelijk van alle bekende talen een van de meest uitgebreide, zo niet het meest uitgebreide medeklinkersysteem. Het is onduidelijk of bepaalde Khoisantalen zoals het !Xóõ nog meer medeklinkers in hun foneeminventaris hebben, omdat in deze laatste talen ook veel kliks voorkomen, klanken die gemakkelijk clusters met andere medeklinkers kunnen vormen. In ieder geval is het vrijwel zeker dat het Oebychs de meest ongelijke verhouding tussen het aantal medeklinkers en klinkers heeft.

Voor de medeklinkers bestaan in het Oebychs acht of negen verschillende articulatiepunten. Het Oebychs onderscheidt 27 fricatieven, 27 sibilanten en 20 uvularen als apart foneem.

Medeklinkers

  Labiaal Alveolaar Palato-alveolaar Alveolo-palataal Retro-flex Velaar Uvulaar Glottaal enkelvoudig far. enkelvoudig lab. lat. enkelvoudig lab. enkelvoudig lab. pal. enkelvoudig lab. far. pal. enkelvoudig lab. far. far & lab. Plosief stemloze medeklinker stemhebbende medeklinker ejectief Affricaat stemloze medeklinker stemhebbende medeklinker ejectief Fricatief stemloze medeklinker stemhebbende medeklinker ejectief Nasale medeklinker Approximant Tril

Annotaties

De glottale plosief komt alleen voor als allofoon van . Er zijn drie secundaire articulaties: Palatalisatie, afgekort "pal.", wordt aangegeven als <>. Labialisatie, afgekort "lab.", wordt aangegeven als <>. Faryngalisering, afgekort "far.", wordt aangegeven als <>. Ejectieven worden aangegeven door middel van een apostrof (<>). Van de postalveolare medeklinkers zijn die in de meest rechtse kolom apicalen, die in de twee kolommen ervoor zijn laminalen. de velare plosieven and the labiodentale fricatieven komen alleen voor in leenwoorden uit het Turks en enkele andere Noordwest-Kaukasische talen. Van de labialen zijn alleen de fricatieven labiodentaal, de andere zijn bilabiaal.

Er is niet veel allofonie, behalve tussen alveolare en alveo-palatale gelabialiseerde fricatieven. In de oorspronkelijke woordenschat van het Oebychs komen 80 van de 84 medeklinkers voor. De velaren en de stemhebbende labiodentale fricatief komen hoofdzakelijk voor in leenwoorden en onomatopeeën: , "kraai", van het Turkse karga), , "lat", mogelijk uit het Adygees), , "landgoed, perceel", van het Turkse vakıf), , "geluid van brekend glas". Ook de alveolare tril komt hoofdzakelijk voor in leenwoorden, maar drukt in sommige werkwoorden het idee van een "rollende" of zich herhalende handeling uit: ~ ("rondrollen"), ~ ("glijden").

De gefaryngaliseerde labialen komen vooral voor in combinatie met andere faryngalen zoals in , "handvol", maar soms ook in andere contexten (bijvoorbeeld in de wortel , "ontploffen"). De komt hoofdzakelijk voor in leenwoorden en tussenwerpsels. De enige uitzondering op deze regel is , "nu". Ook komen de verschillende medeklinkers lang niet gelijkmatig voor; zo komt het foneem relatief zeer vaak voor doordat het deel uitmaakt van allerlei affixen (bijvoorbeeld die van het enkelvoud, meervoud, de ergatief, de derde persoon enkelvoud en diverse persoonsvormen).

De medeklinker komt helemaal niet voor aan het begin van woorden, en komt als beginklank alleen voor in de eigennaam . Alle overige medeklinkers kunnen als beginklank voorkomen. Het Oebychs heeft verder een lichte voorkeur voor open lettergrepen (dat wil zeggen lettergrepen zonder coda). Er zijn geen Oebychse woorden bekend waarin de gefaryngaliseerde medeklinkers en aan het eind van woorden voorkomen, maar dit kan samenhangen met het feit dat deze klanken überhaupt niet veel voorkomen.

Het "dialect" van Karacalar

Een soort dialect van het Oebychs werd gesproken door Osman Güngör, een inwoner van Karacalar. In de jaren 60 van de 20e eeuw werd deze afwijkende vorm onderzocht door Georges Dumézil. De volgende verschillen met het standaard-Oebychs kwamen daarbij aan het licht:

De gelabialiseerde alveolaren vielen samen met de overeenkomende bilabialen . De gelabialiseerde alveopalatale fricatieven vielen samen met hun alveo-palatale pendanten . lijkt te zijn verdwenen. Faryngalisering had niet langer een betekenisonderscheidende functie, behalve in de lexemen ("ziek zijn") en ("blaffen"). In veel gevallen werd dit proces vervangen door geminatie (standaard (""hond") → Karacalar ), en in minstens één geval door ejectivisering (standaard ("geroosterde maïs") → Karacalar ). Ook palatalisatie van uvularen had geen betekenisonderscheidende functie, en werd in veel gevallen vervangen door geminatie (standaard ("hoesten") → Karacalar ). De stemhebbende retroflexe affricaat is in sommige gevallen samengevallen met .

Klinkers

Volgens Hans Vogt (1963) bestaat de klinker als apart foneem in het Oebychs. Andere taalkundigen zoals Georges Dumézil (1965) gaan uit van slechts twee fonematische klinkers: en . In leenwoorden verschijnen incidenteel andere klinkers zoals . Over de vraag of de klinker in het Oebychs al dan niet als apart foneem van moet worden onderscheiden bestaat verschil van mening.

Zowel als kunnen zonder beperking als eindklank voorkomen, hoewel als onbeklemtoonde eindklank vaak verdwijnt: , (oxytonon, "vader") → , (paroxytonon, "de vader". In de meeste gevallen is de alternantie tussen en een nulmorfeem echter niet fonematisch van aard: ~ ("hoe"; zie ook nulallomorfie).

Door invloed van de naburige medeklinkers kennen deze twee fonemische klinkers van het Oebychs wel veel allofonische variatie, met name als gevolg van labialisatie en palatalisatie. Dit brengt het totale aantal klinkers op 11, nl.: en . De volgende hoofdregels zijn algemeen geldig (Vogt, 1963):

Als allofonen komen nog meer klinkers voor; zo kan ("jij hebt het gedaan") bijvoorbeeld veranderen in . Een enkele keer veranderen nasale sonoranten (met name ) volledig in nasale klinkers. Zo kan ("jongeman") veranderen in en .

De klinker heeft onder andere de functie van bepaald lidwoord en komt dus heel vaak aan het begin van woorden voor. De klinker komt alleen voor als beginklank in ditransitieve werkwoordsvormen waarvan alle drie de argumenten deel uitmaken van de derde persoon, bijvoorbeeld ("Hij(1) gaf het aan "hem"(2)) (wat normaal gesproken zou zijn). In dit geval kan eventueel ook deletie van plaatsvinden, waardoor de nog kortere vorm ontstaat.

Referenties Dumézil, G. 1965 Documents anatoliens sur les langues et les traditions du Caucase, III: Nouvelles études oubykhs. Librairie A. Maisonneuve: Paris. Traill, A. 1985 Phonetic and phonological studies of !Xóõ Bushman. Helmut Buske Verlag: Hamburg. Vogt, H. 1963 Dictionnaire de la langue oubykh. Universitetsforlaget: Oslo.

Externe link

Oebychs Categorie:Oebychs