Willem van Aelst (Delft, gedoopt 16 mei 1627 – Amsterdam, begraven 22 mei 1683) was een Noord-Nederlandse schilder van bloem-, jacht- en pronkstillevens. Hij introduceerde de asymmetrie in stillevens met boeketten. Tot 1659 signeerde hij met een hoofdletter W (voor Willem); vanaf dat jaar ondertekende hij zijn werk met Guill.mo van Aelst (voor Guillielmo).
Levensloop Willem van Aelst werd op 16 mei 1627 te Delft gedoopt als zoon van notaris Jan van Aelst en Catharina de Veer. Hij leerde het schildersvak bij zijn oom, de stillevenschilder Evert van Aelst, in Delft. Op 9 november 1643 werd Van Aelst in Delft opgenomen als meester in het Sint-Lucasgilde, het gilde van kunstschilders.
Van circa 1645/1646 tot 1649 verbleef hij in Frankrijk. Van 1649 tot 1652 was hij werkzaam in Florence, waar zijn belangrijkste mecenas Gian Carlo de' Medici was, broer van groothertog Ferdinando II de' Medici, aan wiens hof Van Aelst als hofschilder was verbonden. Enkele bloem- en wildstillevens uit deze Florentijnse periode bevinden zich nog altijd in het Palazzo Pitti.
Begin december 1653 bevond Van Aelst zich in Rome, waar de kunsthandelaar Fabrizio Piermattei — die eerder een schilderij van Van Aelst naar Gian Carlo de' Medici had gezonden — beloofde hem aan werk te helpen. Ongeveer een maand na zijn aankomst raakte hij echter betrokken bij een vechtpartij met een Fransman en moest hij uit Rome vluchten om gevangenschap te ontlopen; dit incident betekende het einde van zijn Italiaanse loopbaan. Er wordt wel gespeculeerd dat hij in deze periode lid werd van de Bentvueghels, een vereniging van voornamelijk Nederlandse en Vlaamse kunstenaars werkzaam in Rome. Dit vermoeden is gebaseerd op zijn praktijk gedurende de jaren 1657-1658 om zijn werken te signeren met zijn naam, gevolgd door 'alias' en een getekende stokfiguurtje. Sommigen interpreteren dit als een verwijzing naar een 'bentnaam' (de bijnaam die een lid van de Bentvueghels kreeg), namelijk "De vogelverschrikker", maar er zijn geen documenten die dit bevestigen.Biografische gegevens op Hadrianus
In maart 1656 verbleef hij enige tijd bij Paolo del Sera in Venetië, op weg naar de Republiek, in het gezelschap van een zekere 'Monsu Montagna' — mogelijk Renaud de la Montagne. Volgens Ecartico reisde hij dat jaar ook samen met Otto Marseus van Schrieck terug naar de Republiek. Mogelijk keerde hij daarna nog even terug naar Delft, voordat hij definitief naar Amsterdam verhuisde. Hij vestigde zich op de Bloemgracht.Kannegieter, J.Z. (z.j.) Het ontstaan van de Amsterdamse Jordaan — Hoofdstuk VII: Lijst van huisnamen op het nieuwe werk (2). (laatst gewijzigd 22 september 2016; geraadpleegd op 27 juli 2026). Gearchiveerd
Op 31 december 1678 ging Van Aelst op 51-jarige leeftijd in ondertrouw met Helena Nieuwenhuys, "out 35 jaeren". Zij trouwden op 15 januari 1679 in Amsterdam; getuige bij het huwelijk was de schilder Eglon van der Neer.
Invloed Van Aelst werd beïnvloed door Balthasar van der Ast en Jan Davidsz. de Heem. Maria van Oosterwijck, Isaac Denies, Ernst Stuven, en Anna en Rachel Ruysch leerden het vak bij hem, al is de leermeester-leerlingrelatie met Maria van Oosterwijck omstreden: volgens Houbraken (1718) was Van Aelst juist een bewonderaar van haar, niet haar leermeester. Beiden zouden naast elkaar hebben gewoond, zodat zij kon controleren of hij wel aan het schilderen was — een voorwaarde om haar het hof te mogen maken. Zijn navolgers waren Anthonie Beauregaert, Johann Adolf Breuningk, Eltie de Vlieger en Cornelis Lelienbergh. Van Aelst was van invloed op het werk van Johann Daniel Bager, Carlo Dolci, Jean-Baptiste Oudry, Jan van Huijsum, Frank Pietersz. Verheyden en Paolo Porpora.
Werken Hij wordt als een navolger van Otto Marseus van Schrieck beschouwd.
Werken van Van Aelst zijn o.a. te vinden in het Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, het Mauritshuis te Den Haag, de National Gallery of Art te Washington D.C. en het Rijksmuseum te Amsterdam.
Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw