thumb|Virgo inter Virgines, ca. 1509, Musée des Beaux-Arts, Rouen Gerard David (Oudewater ca. 1455Oudere bronnen hanteren frequent 1460. – Brugge, 13 augustus 1523) was een uit Holland afkomstige kunstschilder, die zich in het begin van zijn carrière in Brugge vestigde en uitgroeide tot een van de grote meesters van de Oudnederlandse schilderkunst, beter bekend als de Vlaamse Primitieven. In zijn beginperiode in Brugge bestudeerde hij het werk van Jan van Eyck, Rogier van der Weyden en Hugo van der Goes en leunde hij sterk aan bij de stijl van Hans Memling. Hij ontleende motieven en soms composities aan deze meesters (bijvoorbeeld De Aanbidding der Wijzen, Alte Pinakothek, München, naar Van der Goes). Hij wordt daarom weleens de laatste van de Vlaamse Primitieven genoemd,Meagher, Jennifer. "Gerard David (born about 1455, died 1523)". In Heilbrunn Timeline of Art History. New York: The Metropolitan Museum of Art, 2000–(June 2009) maar dit doet hem eigenlijk onrecht. Gerard David was de vernieuwer van zijn tijd die nieuwe thema's en nieuwe voorstellingen van bestaande thema's introduceerde vóór zijn tijdgenoten Quinten Massijs en Joos van Cleve dat deden.Maryan W. Ainsworth, Gerard David: Purity of Vision in an Age of Transition, 1998, The Metropolitan Museum of Art, New York, P.318.

Biografie Over de jeugd en de opleiding van Gerard David is niet veel met zekerheid geweten. Hij werd geboren in OudewaterZijn geboorteplaats was vermeld was op zijn grafsteen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge, maar bij restauratiewerken in het begin van de 19e eeuw verdween het graf. Zie bij Mieke Parez, in Vlaamse Kunst Collectie. omstreeks 1455-1460. Op basis van zijn vroege werken wordt verondersteld dat hij werd opgeleid door Albert van Ouwater. Zijn vroege werken tonen ook de invloed van Geertgen tot Sint Jans in Haarlem en de ruimtelijke compositie van zijn vroege werken verwijst naar Dirk Bouts, eveneens uit Haarlem.

Gerard David werd op 14 januari 1484 te Brugge ingeschreven als meester in het gilde van de beeldenmakers en zadelmakers, waaronder ook de schilders ressorteerden. Het is best mogelijk dat hij, voor hij zich in Brugge vestigde, een tijd verbleef in het atelier van Dirk Bouts in Leuven, dat na diens dood in 1475 werd verder gezet door zijn zoons Dirk Bouts de Jongere en Albert Bouts. Zelfs indien David Dirk Bouts niet persoonlijk zou gekend hebben, was hij toch heel vertrouwd met diens werk. Kenmerken van de stijl van Bouts zijn volgens Jennifer Meagher van het Metropolitan Museum of Art terug te vinden in zijn werken tot 1500 en zelfs nog later.

David was gehuwd met Cornelia Cnoop, dochter van Jacob Cnoop de Jongere, die belangrijke functies bekleedde in het gilde van de goudsmeden. Ze hadden een dochter Barbara, maar in de aktes en documenten is nog geen informatie teruggevonden over de datum van het huwelijkThomas Kren, Scot McKendrick, Illuminating the Renaissance: The Triumph of Flemish Manuscript Painting in Europe, 2003, The J. Paul Getty Museum, Los Angeles, p. 344.Op de website van het Musée des Beaux-Arts geeft men een datum van 1496, maar zonder enige referentie. of de geboorte van Barbara. Wel weten we dat David het altaarstuk Virgo inter Virgines (Musée des Beaux Arts, Rouen), waar hijzelf en zijn echtgenote als schenkers werden geschilderd aan de rand van de compositie, schilderde omstreeks 1506.

In 1488 werd David door de gildeleden verkozen tot "tweede vinder".Assistent bestuurslid van de deken van het gilde. In 1495 en 1499 werd hij "eerste vinder". Na de dood van Hans Memling in 1494 werd David op 12 oktober 1501 benoemd tot deken van het gilde en was hij een van de leidende kunstenaars in Brugge, getuige daarvan zijn de verschillende opdrachten voor het schepencollege. David probeerde zich op te werken als de opvolger van Memling en het zal dus wel geen toeval geweest zijn dat hij in 1494 verhuisde naar een huis over de Vlamingbrug (nu de Sint-Jorisstraat), waar voordien Memling gevestigd was. Hij kreeg talrijke opdrachten van Italiaanse en Spaanse diplomaten, bankiers en handelaars die zich in Brugge hadden gevestigd. Een van die opdrachten was van de Genuese bankier en diplomaat Vincenzo Sauli die een polyptiek bestelde voor het hoogaltaar van de kerk van het San Gerolame della Cervaraklooster bij Genua in 1506. Voor dit werk zou David naar Genua gereisd zijn om ter plaatse na te gaan waar het werk zou geplaatst worden. Van 1507 tot 1514 was David lid van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouwe van den drogen boom, wat betekent dat hij was opgeklommen tot de stedelijke elite.

Na de opstand van Brugge tegen Maximiliaan van Oostenrijk in 1488 werd de stad zwaar gestraft door de Habsburger. Het vertrek van de handelslui naar Antwerpen leidde tot de achteruitgang van Brugge en de opkomst van Antwerpen als internationaal handelscentrum. In 1515 liet Gerard David zich dan ook inschrijven in het Antwerpse Sint-Lucasgilde om ook in die handelsmetropool zijn werk te kunnen verkopen, maar hij bleef in Brugge gevestigd waar hij ook overleed. Hij werd begraven onder de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk.Mieke Parez, Biografie van Gerard David in Vlaamse Kunst Collectie. Gearchiveerd op 28 mei 2023.

David raakte na zijn dood snel in vergetelheid in Brugge. In 1769 werd het werk door Descamps opgemerkt bij zijn bezoek aan het Brugse stadhuisJ. B. Descamps, Voyage pittoresque de la Fandre et du Brabant, Parijs, 1769, p. 306. Hij schreef het werk toe aan Antoon Claiessens en het zou tot 1863 duren eer het werk door James Weale weer aan Gerard David werd toegeschreven.

Werken thumb|Christus wordt aan het kruis genageld, ca. 1480, National Gallery of Art, Washington

Vroege periode Toen David zich in Brugge vestigde, was hij al vrijmeester; hij had met andere woorden zijn volledige opleiding doorlopen. Hij werd ongetwijfeld naar Brugge aangetrokken door de bloeiende kunstnijverheid in een van de belangrijke steden van de hertogen van Bourgondië en de handelsmetropool die kunstenaars uit alle windstreken aantrok. David had zich naast de invloeden van zijn tijd in Haarlem, die sterk aanwezig zijn, ook de stijl en technieken van Dirk Bouts eigen gemaakt. In zijn vroege werken zijn dikwijls verwijzingen terug te vinden naar bekende miniaturen zoals een aantal figuren in de Kruisiging van de Thyssen Bornemisza Collectie die sterk doen denken aan figuren op een miniatuur met de kruisiging in de Getijden van Catharina van Kleef.

Eenmaal in Brugge bestudeerde hij het werk van Hans Memling, toen de toonaangevende schilder in Brugge en van de andere Vlaamse Primitieven, maar zelfs daarvoor waren er al referenties naar werken van de gebroeders Van Eyck en Hugo van der Goes.

Nativiteit voor 1480 Een van de vroege werken toegeschreven aan David is een paneeltje met de voorstelling van de geboorte van Christusgeboorte van Christus. Gearchiveerd op 3 december 2020. dat bewaard wordt in het Metropolitan Museum of Art in New York en deel uitmaakt van de Friedsam Collection. Het werk, geschilderd in olieverf, dateert van voor 1480, dus voor Gerard David zich in Brugge had gevestigd. Het bestaat uit slechts één paneeltje van 47 op 34 cm dat de geboorte van Christus en de aanbidding van de herders voorstelt. De naïeve personages en de poppen-hoofden van Maria en de engelen doen denken aan de Noord-Nederlandse voorbeelden die Gerard moet gekend hebben tijdens zijn opleiding, maar de compositie met de mooie landschappen en de eenvoudige architectuur, die schatplichtig is aan het werk van Dirk Bouts, doen al aan zijn later werk denken.Maryan W. Ainsworth, 1998, p. 131. Een kopie van dit werk is terug te vinden in een miniatuur met het kerstgebeurenminiatuur met het kerstgebeuren. Gearchiveerd op 4 februari 2023. in het Breviarium van Isabella van Castilië op f29r waarvan wordt aangenomen dat ze ook door David werd geschilderd in de jaren 1480.Hans J. Van Miegroet, Gerard David, Antwerpen 1989, Mercatorfonds, pp.327-328.

Triptiek met Johannes en Franciscus Van de periode omstreeks zijn vestiging in Brugge kennen we twee panelen van een triptiek die Johannes de Doper en Franciscus die de Stigmata ontvangt voorstellen.. Gearchiveerd op 3 december 2020. Ze maken eveneens deel uit van de hoger genoemde Friedsam Collection.De paneeltjes werden in het begin van de 20e eeuw toegevoegd aan de hierboven behandelde nativiteit, maar maakten er oorspronkelijk geen deel van uit. De combinatie van deze twee heiligen was vrij uitzonderlijk voor Vlaanderen. Deze paneeltjes (ca. 45 x 15 cm) tonen duidelijk de invloed van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck. De figuren zijn gracieuzer geworden en het gelaat wordt veel beter uitgewerkt. Het landschap is aangepast aan de heilige, met Sint-Jan in de wildernis en Sint-Franciscus in een Italiaans heuvellandschap, met zijn abdij op de achtergrond.

Kruisiging In de Kruisiging, bewaard in het Rogers Fund van het Metropolitan Museum of Art is deze stijlevolutie nog beter te herkennen. De jonge David is hier duidelijk beïnvloed door Hans Memling in de personages, maar wat het landschap betreft neemt hij met zijn naturalistische voorstelling reeds duidelijk afstand van zijn voorbeeld.

Mature periode In het laatste decennium van de 15e eeuw en het begin van de 16e kreeg David de eerste grote opdrachten waaronder: Het Oordeel van Cambyses, 1498, Groeningemuseum, Brugge), Bruiloft te Kana, ca. 1503, Musée du Louvre, Parijs en de Virgo inter virgines, 1509, Musée des Beaux-Arts, Rouen. David probeerde de plaats die opengevallen was door het overlijden van Hans Memling in te nemen en de leidende schilder van Brugge te worden. Zijn kunst is geëvolueerd van het Noord-Nederlandse idioom en heeft duidelijk aansluiting gevonden bij de Vlaamse Primitieven, hoewel hij duidelijk zijn eigen weg ging. Het palet van David is duidelijk gewijzigd, het is geëvolueerd naar meer harmonische tinten in verzadigde kleuren in tegenstelling tot de zeer heldere kleuren uit zijn beginperiode. Ook de tekenstijl was duidelijk gewijzigd, de lijnen worden vloeiender en eleganter, de figuren minder houterig.

thumb|Het Oordeel van Cambyses, ca. 1498, Groeningemuseum, Brugge

Het Oordeel van Cambyses