thumb|Unie-vlag die tijdens de aanval op Fort Sumter werd gehesen thumb|Aanval op Fort Sumter De Amerikaanse Burgeroorlog (Engels: American Civil War, ook wel War Between the States voor de Amerikaanse Burgeroorlog bestaan meerdere alternatieve benamingen: rancuneuze Zuiderlingen spreken ook wel over de War of Northern Aggression of War of Yankee Aggression) was een vier jaar durend conflict van 1861 tot 1865 in de Verenigde Staten tussen de Noordelijke Staten (de Unie) ofwel de Noorderlingen en de Zuidelijke Staten (de Confederatie) ofwel de Zuiderlingen. In vele staten vonden bloedige veldslagen en veldtochten plaats.

De oorlog begon met een aanval door de Confederatie op Fort Sumter op 12 april 1861. De Slag om Bull Run op 21 juli 1861 was de eerste grote veldslag.

De oorlog was feitelijk voorbij na de overgave van generaal Robert E. Lee na de Slag om Appomattox begin april 1865. De laatste veldslag werd geleverd op 13 mei 1865 bij Palmito Ranch in Texas. In juni gaf het Zuiden zich over en wonnen de Noordelijken. Er vielen naar schatting 695.027 doden en 543.926 gewonden. Encyclopædia Britannica 15th Edition: "American Civil War"

Oorzaken thumb|300px|Het boek De hut van Oom Tom was van invloed op de slavernij-discussie thumb|300px|

Historici zijn het erover eens dat slavernij de belangrijkste oorzaak van de burgeroorlog was. Daarnaast waren er nog andere oorzaken aan de basis: politieke spanningen tussen de federale regering en de deelstaten; tussen Republikeinen en Democraten; economische spanningen tussen het industriële Noorden en het agrarische Zuiden of het protectionisme versus de vrijhandelsgedachte en de sociale spanningen door de Zuidelijke slavernij en het grootgrondbezit versus de Noordelijke kleine landbouwers. Ook was er een registratiewet waar de Zuidelijke staten het niet mee eens waren.

Slavernij In de Zuidelijke Staten werkten slaven in de suikerrietteelt en op katoen- en tabaksplantages. Die leverden de katoen voor de Britse textielindustrie en sommigen wensten ook slaven te kunnen houden op plantages in de nieuw te ontginnen staten. Vanaf het einde van de 18e eeuw kwam er steeds meer protest tegen slavernij. De Act Prohibiting Importation of Slaves verbood sinds 1808 de invoer van nieuwe slaven uit Afrika. Verkoop van binnen de VS geboren slaven was nog wel mogelijk. Slavenbezitters waren daardoor vaak aangewezen op de natuurlijke aanwas van hun bestand en dwongen de vrouwen om kinderen te baren.Marilyn French. Een vrouwelijke geschiedenis van de wereld. Kritak, Meulenhoff, Amsterdam, 1995, p. 683.

In 1819 zorgde een regeling ervoor dat staten ten noorden van de 36°30' breedtegraad geen slaven meer mochten houden. Staten ten zuiden van deze breedtegraad mochten dat nog wel. Vanaf 1830 verscheen in het Noorden van de VS het blad Liberator met propaganda voor het abolitionisme, het streven naar de afschaffing van de slavernij. Het werkte de Zuiderlingen zodanig op de zenuwen dat zij de jacht openden op de abolitionisten en hun geschriften verbrandden. De noordelijke staten waren volgens de federale wetten verplicht ontsnapte slaven uit te leveren en premiejagers toe te laten om ontsnapte slaven op te sporen. Daarnaast werden regelmatig burgers met donkere huidskleur ontvoerd en verkocht in de slavenstaten.History Hub, 15 Slavery, Cameron Addis, Ph.D. Gearchiveerd op 6 november 2021.

Het gedachtegoed blokkeerde bovendien alle politieke mogelijkheden, niemand wilde zijn vingers aan het probleem branden. Het Britse Rijk schafte de slavernij in 1833 af na kritiek uit religieuze én economische hoek. Zo stelde Adam Smith dat een vrije arbeider productiever was dan een slaaf en dat ondernemers met slaven niet innoveren. De slavernij kwam in het Noorden in 1860 niet meer voor, omdat het systeem niet langer bestand bleek tegen het gebrek aan rendement.

thumb|Underground Railroadroutes

De Underground Railroad Het Noorden vond de slavernij ook steeds meer moreel verwerpelijk. De Quakers zetten de Underground Railroad op om weglopers te helpen. Dit geheime ontsnappingsnetwerk gebruikte codetaal uit het spoorwegjargon. Een 'conducteur' was een helper onderweg en een 'station' een veilige plaats. Slaven reisden vooral 's nachts en per boot omdat de pakkans op de rivieren lager was. Premiejagers achtervolgden hen langs de honderden kilometers lange vluchtroutes die meestal in noordwestelijke richting liepen, naar vrije staten. Wie naar het Noorden vluchtte kreeg de raad om de Poolster te volgen.

De Railroad leidde tot politieke onenigheid en een compromis. In 1850 stelde de 'Fugitive Slave Law' hulp aan weglopers strafbaar en het werd zelfs verplicht ze terug te sturen, ook in de Noordelijke staten. Zelfs vrije zwarten waren niet geheel veilig, vooral wanneer zij om wat voor reden dan ook een slavenstaat bezochten. Niettemin bleef de Railroad bestaan, tot ergernis van het Zuiden.

Aanval op Harpers Ferry De abolitionistische aanval onder leiding van John Brown op het nationale munitiedepot in Harpers Ferry in 1859 werd door velen, zowel in Noord als Zuid, veroordeeld, maar door sommigen ook geprezen. De poging om aan wapens te komen voor een slavenopstand, verscherpte echter de spanning tussen beide.

Aanleiding voor de burgeroorlog Het idee dat de oorlog ontstond om de slavernij af te schaffen, is te nuanceren. Deze gedachte vindt onder andere haar oorsprong bij de reacties op de abolitionistische roman Uncle Tom's Cabin or Life among the Lowly van Harriet Beecher Stowe (1852; in het Nederlands uitgebracht in hetzelfde jaar, vertaald als De hut van Oom Tom, De negerhut of De negerhut van Oom Tom). De wet van 1850 inspireerde haar tot het schrijven over de onmenselijke slavernij en het boek werd een bestseller.

De afschaffing van de slavernij door het Dertiende amendement van de Grondwet van de Verenigde Staten was echter een gevolg van de burgeroorlog, geen oorzaak. Het conflict betrof aanvankelijk een uit de hand gelopen twist over de uitbreiding van de slavernij naar de nieuw te vormen staten, de zogeheten territories. Naarmate de VS zich westelijk uitbreidden, rees de vraag of slavernij moest worden toegestaan in deze staten. De Noordelijken voelden niets voor de uitbreiding, de Zuidelijke Democraten meenden dat bezitters van slaven hun eigendom overal naartoe konden nemen.

Een militaire beslissing In 1862 vond Abraham Lincoln in de afschaffing van de slavernij een middel om buitenlandse inmenging in de oorlog te voorkomen. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hielden al decennialang geen slaven meer en uitten kritiek op de slavernij in de VS. De afschaffing zou het hun moreel onmogelijk maken om de kant van het Zuiden te kiezen. Met dat doel tekende Lincoln een presidentieel bevel. De Emancipatieproclamatie besloot dat alle slaven uit opstandige gebieden vrij waren.

Lincoln sloeg twee vliegen in een klap: hij was af van de buitenlandse dreiging én hij breidde de troepensterkte van zijn leger dat onder druk stond uit met bijna 200.000 gemotiveerde zwarte personen. Het is tegen deze achtergrond dat Lincoln een voorstel naar het Congres stuurde voor het eerste amendement aan de grondwet in bijna zeventig jaar: een amendement dat de slavernij afschafte.

Met dit amendement in het vooruitzicht riepen leiders van de vrije, zwarte gemeenschap alle zwarte mensen op om zich massaal op te geven voor de legerdienst. De inspanningen van Frederick Douglass op dit gebied zijn beroemd. In 1863 kwamen de eerste gekleurde compagnieën onder de wapens en al spoedig werden zwarte mensen langs de hele linie ingezet – tot ontsteltenis van de Zuidelijken, die zwarte soldaten na overgave niet krijgsgevangen namen maar afslachtten.

Lincoln zadelde zichzelf door zijn proclamatie wel op met een ander probleem. De burgerbevolking van het Noorden vreesde dat de vrijgelaten slaven zouden concurreren op hun arbeidsmarkt. Hiermee nam Lincoln een onpopulaire maatregel tijdens een toch al onpopulaire oorlog.

Economie Rond 1860 voelden de Zuidelijke Staten zich economisch achtergesteld. Het Noorden was het geïndustrialiseerde centrum van de Verenigde Staten. Metaalbedrijven, weverijen, slachterijen, wapenfabrieken en andere innovatieve industrie brachten er rijkdom. In het Noorden draaiden 110.000 fabrieken met 1,3 miljoen werknemers, het Zuiden telde slechts 18.000 fabrieken met 110.000 werknemers. Het Noorden bezat 32.000 km aan spoorweginfrastructuur, het Zuiden 14.400 km. In 1860 produceerde het Noorden 470 stoomlocomotieven, tegen slechts 17 exemplaren in het Zuiden.

De omschakeling in het Noorden naar een oorlogsproductie verliep ook vlotter: het Noorden produceerde 32 keer meer wapens dan het Zuiden, en had daarmee bijna 97 procent van de wapenindustrie in handen.Zie bijvoorbeeld: http://www.allesamerika.com/amerikaanse-burgeroorlog.html. Gearchiveerd op 15 oktober 2020. Het Noorden was bovendien moderner, democratischer en liberaler. Vergeleken met het Noorden was het Zuiden slecht bedeeld. De agrarische economie van het pseudo-aristocratische Zuiden was feodaal en traditiegetrouw: er werd wat tarwe verbouwd, maar het economische zwaargewicht berustte bij de schatrijke grootgrondbezitters die met slaven katoen en tabak teelden.

Het Noorden ontwikkelde zich niet alleen voortvarender dan het Zuiden, het verdeelde ook zijn welvaart beter. De industrie bracht banen voor de kleine man. In het Zuiden kon de landloze kiezen tussen leven in de marginaliteit of een bestaan als knecht of soldaat.

De wanverhouding in de welvaart was hoofdzakelijk tot stand gekomen door de eenzijdige ontwikkeling van de Zuidelijke economie en haar afhankelijkheid van de voedselimport uit het westen, de import van industrieproducten en gebruiksvoorwerpen uit het Noorden en de kredietverstrekking uit het noordoosten. De uitvoer van de Zuidelijke productie verliep via New York, dat een deel van de winst opstreek.Van Os M. & Potjer M.: Een kennismaking met de geschiedenis van de nieuwe tijd, Bussum, Coutinho, 2003, p. 274.

Demografie, vertegenwoordiging en belasting De demografische evolutie beïnvloedde de politieke inspraak en de belastingdruk in het Zuiden. Hogeropgeleiden en burgers die in staat waren om te verhuizen, trokken noordwaarts. Daar groeide de bevolking aan tot 21 miljoen tegenover een Zuidelijke populatie van negen miljoen, waaronder vier miljoen slaven. Het inwonersaantal van een staat bepaalde het aantal afgevaardigden in het Congres. In de Senaat namen voor iedere staat steeds twee senatoren plaats, wat het evenwicht bewaarde tussen de slavenstaten en de vrije staten.

In 1820 kwam het Missouri-compromis tot stand dat bepaalde dat Missouri als slavenhoudende staat toetrad en Maine als afsplitsing van Massachusetts als vrije staat. Het compromis van 1787 bepaalde dat slaven bij het vaststellen van het aantal leden voor het Congres én bij het bepalen van de hoogte van de belasting voor drie vijfde (60%) meetelden.

Aanleiding thumb|Abraham Lincoln (Hodgenville, 12 februari 1809 – Washington D.C., 15 april 1865) was de 16de president van de Verenigde Staten van 1861 tot in 1865. Hij was de eerste president van de VS die tijdens zijn ambt werd vermoord. thumb|Op 9 februari verkozen de Zuidelijken Jefferson Davis tot president. Op 18 februari werd hij officieel ingezworen. thumb|Veldslagen per gebied en per jaar De directe aanleiding was de verkiezing op 6 november 1860 van de vrijzinnige Republikein Abraham Lincoln tot president. Die voerde een neutrale campagne om geen aanstoot te geven aan voor- of tegenstanders van de slavernij. Zijn wens om de uitbreiding van de slavernij naar het Westen te vermijden, was voor de Zuidelijke staten onaanvaardbaar. Daarnaast werd hij uitsluitend met stemmen uit het Noorden, Californië en Oregon verkozen, waardoor het Zuiden de verkiezing als een aanval ervoer.